Sidemen is het centrum van de Balinese ikatweverij

Een kwestie van schering en inslag


Dick en Els

We zijn in Sidemen en kijken vanaf de veranda van onze kamer over de rijstvelden naar hoe de ijsvogels er op aaltjes en kikkers jagen. Dan valt ons plotseling een geluid op. Klappak klappak… klappak klappak. Het geluid komt  van achter de muur naast ons. Wanneer we daar overheen kijken zien we  een oudere mevrouw die, op een weefgetouw,bezig is een sarong te weven.
Ze wuift naar ons.
Nieuwsgierig als we zijn naar alles wat we nog niet kennen lopen we om en stappen we een paar honderd jaar terug in de tijd.
Terwijl we foto's maken valt ons ineens iets op. Er wordt met een enkele inslagdraad geweven op een basis van zwarte scheringdraden. En toch ontstaat er een patroon met meerdere kleuren.
Hoe?
Geen flauw idee.

De inslagdraad is geverfd. De draad heeft niet één kleur maar, volgens een repeterend patroon, groene, gele, zwarte en blauwe stukjes. Een paar centimeter zwart, een centimeter geel, dan weer zwart, dan geel, blauw, en groen. Het patroon repeteert per meter over de breedte van de weving en daardoor ontstaat, iedere keer wanneer de inslagdraad tussen de scheringdraden doorgeschoten wordt, uiteindelijk een patroon.
Het is een geweldig nauwkeurig werkje omdat de weefster iedere draad precies naast de vorige draad gelegd wordt. Met de hand. Zo ontstaat, draad na draad, een afbeelding die aan de voor- en achterzijde van de doek, precies hetzelfde is.
We zijn verbijsterd.
Want... een aha!-erlebung.
Ineens begrijpen het!
Maar meteen ook ontstaan er grote vragen.
Want... hoe wordt die inslagdraad geverfd?
Met al die kleurtjes op precies dezelfde afstand van elkaar?
Verspringend.
Maar wel op de afstand van de breedte van de sarong.
En... hoe houdt de weefster de volgorde van de klossen uit elkaar... zodat er niet ineens een verkeerd patroon ontstaat?
Vragen!
Een mevrouw geeft ons, half in het Engels en half in het Indonesisch uitleg. Maar dat gaat zo ontzettend snel dat we er nauwelijks iets van begrijpen.
Dan neemt ze ons bij de hand. We lopen met haar mee naar  graag haar showroom waar ze honderden verschillende doeken heeft liggen en waar we ook andere technieken zien.
Er gaat een wereld voor ons open.
Terwijl ze ons de verschillen uitlegt wordt de ene na de andere doek uitgepakt. We zien ook de halfprodukten. De geverfde en ongeverfde kluwen inslagdraden en een grote stok met daarop de scheringdraden voor vierenzestig sarongs (klemtoon op 'ong') die lum heet.
Een uur later hebben we meer vragen dan antwoorden.

We weten dat iedere lap textiel, uit twee soorten draden bestaat. Scheringdraden en inslagdraden. We weten dat de schering- of kettingdraden die draden in het weefsel zijn die als eerste opgespannen worden tussen twee punten, meestal in een weefraam.  We  weten ook dat de inslagdraden de draden zijn die de wever vervolgens aanbrengt (weeft) tussen de opgespannen draden (schering) door.
We weten nu ook dat, door die twee draden wel of niet te verven, er drie  mogelijkheden ontstaan. Het is dus afhankelijk of alléén de schering, alléén de inslag of beiden uit geverfde draden bestaan. Maar hoe wordt nu die draad geverfd?

Een dag later staan we in een schuur. Daarin staan, in vier rijen, dertig weefgetouwen waar vrouwen rug aan rug sarongs weven. Het is er donker, warm en bedompt.
In een hoek van het gebouw zitten een aantal mannen bij elkaar . Zij zijn bezig met dat waar we voor komen... het procedé van het verven van de inslagdraden.
Eigenlijk is het, net als met zo veel dingen in het leven, heel simpel.
Op een metalen raam dat dezelfde lengte heeft als de breedte van een sarong worden, op een ingenieuze manier, eenenzestig wikkelingen van elk honderdachtentwintig draden gemaakt of honderdtweeëntwintig van tweeëndertig. Precies het aantal dat nodig is voor de lengte van een sarong. Op die draden wordt het patroon uitgetekend, waarna de draden, in groepjes, stevig worden afgebonden. Hoe dunner de groepjes (61 of 122) hoe fijner het patroon, hoe meer werk. Dat afbinden gaat met reepjes dun plastic en in verschillende kleuren.
Wanneer dit klaar is wordt het raam in een verfbad gedoopt waarna de bindingen worden verwijderd. De afgebonden delen zijn ongeverfd gebleven, net zoals bijde batiktechniek. Door nu sommige delen van de strengen met de hand te kleuren en andere delen opnieuw af te binden en het raam in een ander verfbad te dopen ontstaat uiteindelijk een kilometers lange draad die allemaal verschillende kleuren heeft. Die draad wordt afgewikkeld en opgeklost. Door nu die klossen op de juiste volgorde in te weven ontstaat een sarong met hetzelfde patroon dat op de strengen werd getekend.

Dick en Els
Op een metalen raam dat dezelfde lengte heeft als de breedte van een sarong wordt de scheringdraad gewikkeld.

Dick en Els
Op die draden wordt het patroon uitgetekend, waarna de draden, in groepjes, stevig worden afgebonden.

Dick en Els
Dick en Els
Sommige delen van de strengen worden met de met de hand geverfd.

Dick en Els
Met behulp van een oude fiets wordt de inslagdraad opgeklost.

Dick en Els
Het weven vereist de grootste aandacht. Iedere draad wordt met de hand gepositioneerd.

Dick en Els
Het reslutaat... na ongeveer zestig werkuren: een prachtige schering ikat!


Ikat (Indonesië ), Jaspe (Guatemala), Kasuri (Japan), Matmee of Mudmee (Thailand) zijn namen voor een speciale weeftechniek die mogelijk wel duizend jaar geleden, wellicht in China, is ontstaan. De naam Ikat is het bekendst en stamt uit het Maleis.
De schering-ikat is de eenvoudigste (en primitiefste) techniek.  Daarbij is alleen de scheringdraad geverfd en de inslag is effen is. Het patroon is daardoor al voor het weven zichtbaar. Bij deze soort ikat worden in verhouding veel scheringdraden dicht op elkaar gebruikt (daar staat immers het patroon op), waardoor een vrij stijve stof ontstaat.
Bij de inslag-ikat is isvoortdurende aandacht van de wever  vereist omdat het patroon tijdens het weven pas zichtbaar wordt. Alleen de inslag die de wever aanbrengt is geverfd, de opgespannen draden zijn effen van kleur. De stof is soepeler dan de schering-ikat.
Dan is er ook nog de dubbele ikat. Dit is de moeilijkste techniek omdat zowel schering- als inslagdraden voorzien zijn van een geverfd patroon. Deze ikat is het soepelst van de drie omdat er evenveel schering als inslagdraden zijn per vierkante centimeter.


Wereldfietsers?

dickenelsoppadIn ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op  een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die niet gaan fietsen maar liever thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.

Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg". Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.
2fietsenoppad224