Na debacle met konijn en vos opnieuw natuurramp in Australië

De ongewenste gast


Dick en Els
Nog niet zo lang geleden woonden er in Australië geen padden. Er waren boomkikkers en kikkers die onder de grond leefden maar geen van de honderden paddensoorten die er in de wereld voorkwamen had Australië uitgekozen als thuisland. Hoe dat kwam wist niemand en echt belangrijk leek dat ook niet totdat, in 1935, twee suikerrietboeren in Queensland het lumineuze idee kregen om iets aan dit gemis te doen. Via een bevriende collega lieten ze, uit Hawaii, een kist versturen met daarin 102 exemplaren van wat zeventig jaar later de grootste plaag van Australië zou worden.

De padden in de kist zouden, zo ging het verhaal, in het Caribisch gebied en Hawaii heel succesvol zijn ingezet in de bestrijding van een kever die daar enorme schade had aangericht op de suikerrietplantages. Nadat eenzelfde kever er in het begin van de dertiger jaren in Queensland verantwoordelijk voor was dat de suikerrietoogst teruggelopen was tot 15% van de jaren daarvoor bestelden twee broers uit Gordonvale (even ten zuiden van Cairns) iets waarvan zij dachten dat het antwoord op al hun problemen zou zijn.
Dick en ElsOm hun collega’s niet meteen mee te laten profiteren van hun plan hielden ze de aankoop geheim. De nieuwe bewoners werden verwelkomd en in een omgaasde vijver in gevangenschap gehouden totdat het er genoeg waren om succesvol te worden ingezet op de plantage.
Maar, wat elders zo’n groot succes was bleek hier niet te werken. De rietkever die in Queensland voor de schade verantwoordelijk was bleek een ander soort te zijn dan die in Hawaii en Cuba. Deze kever leefde hoger op de rietstengel. Veel te hoog voor de padden, die niet kunnen springen. Bovendien vonden de padden het veel te veel werk om te graven naar de larven van de rietkever. Ze keken er zelfs niet naar.
En zo bleek het experiment met de Cane Toad, zoals het beest inmiddels genoemd werd, een mislukking. De twee broers grepen weer terug naar de flitsspuit in hun strijd tegen de rietkever en de paar duizend padden die ze op hun land de vrijheid hadden gegeven... ach, dat zou zo’n vaart niet lopen.

Maar dat deed het wel. Bufo Marinus vond het leven in de Australische suikerrietvelden geweldig. Er was eten in overvloed, een prettig klimaat en (heel belangrijk!) er waren geen natuurlijke vijanden. Het duurde dan ook niet lang tot hun aanwezigheid werd opgemerkt door andere boeren en het Australische Ministerie van Landbouw en Visserij (of hoe dat ook heten mocht). Maar toen was het al te laat.

  • Cane Toads fokken als konijnen. Een vrouwelijk exemplaar legt tussen de 25.000 en 50.000 eieren en doet dat meerdere malen per jaar.
  • Omdat ze giftig zijn hebben de kikkervisjes geen vijanden. Ze ontwikkelen zich veel sneller dan die van de kikkers die van nature in Australië voorkomen zodat die laatste geen kans meer hebben in de voedselcompetitie. Bovendien eten de visjes van de Cane Toads alles wat niet groter is dan ze zelf zijn... dus ook andere kikkervisjes.
  • Cane Toads en hun kikkervisjes blijken resistent tegen de meeste herbiciden en vergiften en kunnen leven in water waarin al het andere leven onmogelijk is.
  • De Cane Toads zijn in alle fasen van hun leven giftig. Daarom hebben ze geen natuurlijke vijanden. Vissen die een kikkervisje van de Cane Toad eten gaan dood. Slangen die een pad eten sterven nog voor ze het beest hebben doorgeslikt. Datzelfde geldt voor vogels en zelfs voor honden.
  • De Cane Toads eten niet alleen het voedsel dat door de Australische kikkers gegeten wordt... ze eten de kikkers zelf ook. Cane Toads eten alles zolang het maar niet groter is dan ze zelf zijn.

En zo werden de Cane Toads, na de debacles met het konijn en de vos, de grootste natuurramp die de Australiërs over zichzelf hebben afgeroepen. Sinds de padden in 1935 in het suikerrietveld van Gordonvale werden losgelaten hebben ze zich over geheel Queensland en Northern Territory verspreid en hun opmars is niet te stuiten. Tijdens de Olympische Spelen in  2000 werden de eerste exmplaren in Sydney waargenomen en ook daar zijn ze inmiddels een geweldige plaag.

De Cane Toad is verantwoordelijk voor de reductie van vele oorspronkelijke diersoorten in Australië en het uitsterven van minstens vier. Ze worden ook verantwoordelijk gehouden voor een veranderend voedselgedrag van de diersoorten die zich (na slechte ervaringen) aanpassen aan de ongewenste gast. Krokodillen die de padden uit de weg gaan, slangen die geen padden meer aanvallen en vissoorten die geen kikkervisjes meer eten. Andere dier- en vogelsoorten hebben zich op een andere manier aangepast. Zij weten inmiddels dat de giftige klieren van de pad op zijn rug zitten en rollen de pad onmiddelijk op z’n rug om alleen het zachte buikvlees en de ingewanden te eten. Ratten (zoals de witstaart- en de valse waterrat) eten alleen de poten van de pad en laten de rest met rust.
De grootste vijand van de Cane Toad lijkt echter de auto te zijn. Wij weten inmiddels dat er in het oosten van Queensland geen meter snelweg meer is  waar je geen platgereden expemplaar ziet liggen.
Dick en Els



Wereldfietsers?

dickenelsoppadIn ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op  een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die niet gaan fietsen maar liever thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.

Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg". Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.
2fietsenoppad224