Het vliegerfestival van Kesambi

Mari kita bermain layangan?


Dick en Els

Wanneer je in de droge tijd op Bali rondfietst en je kijkt omhoog dan zie je vliegers. Niet één of twee maar veel meer. Overal, elke dag weer. Je ziet ze niet alleen in de lucht, hun geraamtes hangen ook in boomtoppen, in de electriciteits- en telefoondraden en in de radiomasten. Overal zie je vliegers, overal! Zodra 's middags de wind opsteekt staan er kinderen op de dijkjes in de rijstvelden. Met een haspel vislijn in de hand kijken ze gespannen naar de lucht. Layangan!



Vliegeren is een onlosmakelijk onderdeel van de Balinese cultuur en veel meer dan een aardig tijdverdrijf. Vliegers worden ritueel gebruikt om een rijstveld in te zegenen en de goden te vragen voor een goede oogst. Ze worden ook gebruikt om de vogels op een afstand te houden. Ze hebben ook een religieuze functie want vliegeren is, net als offeren, een manier om de goden gunstig te stemmen. Daarbij geldt natuurlijk dat, hoe mooier de vlieger is, hoe meer je hen er een plezier mee doet en dat is weer goed voor je karma.

Tussen Ubud en Denpassar ligt, vlak boven Negari, het dorpje Mawang. Het is een kleine desa met drie banyars waarvan de bewoners zich, zoals in zoveel dorpen rond Ubud, gespecialiseerd hebben in een eigen creatieve productie.  Mawang is niet het dorp van de steenhouwers of  zilversmeden, er wordt niet gebatikt of geschilderd en je moet er ook niet komen wanneer je houtsnijwerk of gevlochten manden wilt kopen. In Mawang worden vliegers gemaakt. Ze maken er niet alleen de vliegers die de toeristen mee naar huis nemen maar ook (en vooral) de veel grotere traditionele Balinese vliegers. Vliegers waaraan vaak weken of maanden gewerkt wordt en die door de dorpspriester worden ingezegend.
Tijdens een bezoek aan een van de werkplaatsen zien we er een groep jongens druk bezig met een enorme vlieger. Ze leggen ons het een en ander uit en vertellen dat twee teams van het dorp hebben ingeschreven voor een festival dat het weekend daarop gehouden wordt.
"Mari kita bermain layangan?"
"Huh?"
"You come with us... fly the kite?"


Een paar dagen later staan er op het dorpsplein van Mawang twee grote vrachtwagens. Jongens in sarong en met een udeng op laden er hun vliegers in. De helft van hen hebben een zwart shirt, de andere helft een paars. Iedereen is opgewonden. Er gaat zelfs een gamelanorkest mee en ook de dorpspriester krijgt een plekje in de laadbak.
Onderweg naar het festivalterrein in de dorpen verderop zien we dat het blijkbaar niet zo maar een festival is. Er zijn veel meer vrachtwagens onderweg en in iedere desa zien we teams bezig met het opladen van hun spullen. Het is klaarblijkelijk een veel groter evenement dan we gedacht hadden. De vliegers zelf zijn overigens ook veel groter. Sommigen zijn meer dan vijf meter hoog! Op de vrachtwagens zijn bamboe contructies gebouwd waarop hele stapels liggen. De teams zitten er onder, het gamelanorkest speelt.

Het festivalterrein ligt even boven Sanur en is snel gevonden. Een stoffig voetbalveld vlak bij het strand en niet ver van de grote weg. Er is politie om het verkeer te regelen en over een lengte van zeker twee kilometer is de berm afgezet zodat er geparkeerd kan worden. Overal lopen groepen jongens die stapels vliegers (layangan) dragen. Bamboe frames met een katoenen bespanning. Zwart, rood en wit en geel (goud) zijn de overheersende kleuren. De modellen lijken in niets op dat wat we uit Nederland kennen. Geen ruiten met een staart vol strikjes, geen matrassen, geen darts en niets dat bestuurbaar is. We zien wonderlijke creaties als vissen, spinnen, vleermuizen, vlinders en vogels. We zien vliegtuigen waarvan de propellors kunnen draaien, een auto en een speedboat. We zien heel veel vliegers die op lippen lijken en vliegers met prachtige gouden drakenkoppen. We zien te veel om op te noemen.

Verreweg de meeste vliegers lijken op een enorme abstracte uil. Sommigen daarvan zijn wel zes, zeven meter hoog en hebben een frame dat van polsdik bamboe gemaakt is. Het touw waarmee deze gevaartes opgelaten worden is meer dan een centimeter dik.
We kijken met open monden naar het spektakel dat zich op het veld afspeelt. We zien hoe de bamboe steigers die op de vrachtwagens stonden nu langs de randen van het veld neergezet worden. Daar leggen de jongens hun vliegers op zodat ze zelf, met hun gamelanorkest, in de schaduw kunnen zitten. Op het midden van het veld staat een jurytoren. Overal lopen mensen rond die met eten en drinken venten. Sateh, bakso, loempia's, gado gado, tahu en nog meer sateh. Overal klinkt ook het doordringende deuntje van de ijsventers.
Aan de stoet die door de ingang het veld op komt lijkt geen einde te komen. Het ene na het andere team komt door de poort. Ieder team wordt voorafgegaan door een vlaggedrager met een enorme vlag en een gamelanorkest. Ieder team heeft niet één maar soms wel meer dan tien vliegers bij zich. Die teams zijn ook, zo blijkt, geen vriendengroepjes maar wijkverenigingen. Iedere banyar (dorpswijk) heeft een eigen team die weer verbonden is met de wijktempel en men komt hier dus niet alleen voor het plezier maar vooral voor de eer en status van de wijk. Daarom hebben veel teams ook de steun van hun wijkpriester. Dit is geen festival... dit is een kampioenschap!

Dick en Els
Dick en Els

Even na tienen wordt er op de jurytoren een grote vlag gehesen en roept de commentator de eerste deelnemers naar de start. Er is dan nog nauwelijks wind. Aan de korte zijde van het veld worden vliegers neergezet en over de lengte worden grote katrollen met touw uitgerold. Het is teamwork. Ieder team bestaat uit minstens vijftien jongens en mannen en iedereen in het team heeft een specifieke taak. Er zijn er een paar die de vlieger op houden en er zijn er minstens tien die, om de paar meter, een plek aan het touw hebben. Anderen vormen het ankerpunt.
Op de starttoren gaat een zwarte vlag omhoog, er klinkt een fluit en het publiek juicht.
Meteen gaan ze de lucht in. Veertig stuks!

Op het programma dat we hebben zien we dat er vier verschillende categorieën zijn en dat deze vliegers - de hele grote - bebean heten. Aan de zijkant zitten twee losse flappen die de vlieger corrigeren wanneer ze naar links of rechts zwenken. Aan de boven- en onderzijde zitten bamboe stokken gemonteerd die met een strip van een kokospalm tot bogen gespannen zijn. De bovenste wijst naar achteren, de onderste is naar voren gebogen. Die strips resoneren in de wind waardoor een harde bromtoon ontstaat (zoiets als het geluid van een didgeridoo maar dan veel harder). Van een jongen in het publiek horen we dat de kleuren (zwart, rood, wit en geel) van deze vliegers staan voor de incarnaties van de verschillende hindugoden. Hij vertelt ons ook dat het in deze categorie niet zozeer de bedoeling is om zo hoog mogelijk te komen maar vooral om dat zo sierlijk mogelijk te doen. De vlieger moet van links naar rechts zwenken en een mooi geluid maken. De vlieger moet dansen! En hoe regelmatiger de vlieger danst en hoe harder hij bromt hoe meer punten er verdiend worden. Daarbij wordt ook het formaat meegerekend (hoe groter, hoe moeilijker, dus nog meer punten) en dan tellen er ook nog zaken mee als de bocht die in het touw hangt en het design. Van die dingen.
Ondanks de hoeveelheid vliegers op het veld gaat er verbazingwekkend weinig fout. Maar als dat dan wel gebeurt gaat dat onder luid gejuich van het publiek. Vooral wanneer een neerstortende vlieger ook nog een paar andere meeneemt.
Een manche duurt vijftien minuten. Op de starttoren wordt dan een rode vlag gehesen als teken dat er niet meer opgestegen mag worden en de vliegers die op dat moment nog in de lucht zijn naar beneden moeten komen. Als het veld en de lucht leeg zijn gaat er een gele vlag omhoog en worden de teams voor de volgende serie opgeroepen om naar de start te gaan.
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els

Er zijn vier verschillende categorieën. De bebeans zijn de hele grote. Dan zijn er de pecukans. Die hebben de vorm van twee lippen en, net als de bebeans, ook twee gespannen bamboe bogen met een strip kokosbast. De pecukans zijn maximaal vier meter breed en moeten ook 'dansen' en 'brommen". Dat moet wel in een ander tempo dan de bebeans. Het vliegen met een pecukan blijkt overigens een kunst op zich. Het afstellen van de toom komt heel precies en wanneer er iets fout gaat is het niet meer te corrigeren. De vlieger kiept voorover en dwarrelt naar beneden.
Die bogen aan de boven- en onderkant van de vliegers zijn mannelijk en vrouwelijk en hebben elk een andere toon. En die tonen moeten weer met elkaar harmoniëren. Het verhaal gaat dat wanneer deze vliegers boven een rijstveld vliegen ze daar voor rust en vrede zorgen. Ook het overgrote deel van de pecukans hebben de traditionele kleuren.
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els

De derde serie die aan de start komt is, volgens ons programmastencil, de kreasi. Dit is de categorie waarin de carnavalsverenigingen van de banyars en desas zich hebben uitgeleefd. We zien de meest fantastische driedimensionele objecten en bouwsels de lucht in gaan. De vlinders, vogels, spinnen en vleermuizen hebben de overhand maar er zijn ook godinnen, vliegtuigen en een helicopter. Een raket met brandstoftanks, een vrachtwagen met bestuurbare voorwielen en fantasiemachines met allerlei bewegende onderdelen. Er is zelfs een hele tempel bij, compleet met ogoh ogoh en offermanden.
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els

De laatste categorie, de janggans,  is het spectaculairst. De vliegers zelf zijn ongeveer drie tot vier meter hoog en hebben allemaal een prachtige gouden drakenkop. Onder de vlieger hangt een staart. Die staart is anderhalve meter breed, vijftig meter lang en waaiert op een schitterende manier achter de vlieger wanneer deze de lucht in gaat. Een geweldig spektakel wanneer er vijfentwintig van deze monsters de lucht in gaan.
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els

Een paar uur lang wandelen we rond, maken praatjes met deelnemers en fotograferen we ons een slag in de rondte. We verbazen ons er over hoe ordelijk alles verloopt. Mensen lopen elkaar niet in de weg en er valt geen onvertogen woord. Ook niet wanneer een neerstortende vlieger andere in zijn vlucht meeneemt. Met elkaar lossen de teams het probleem op zonder zich er daarbij druk om te maken over welk team het probleem veroorzaakt heeft. Als de boel ontward is (ook daarmee helpen ze elkaar) gaat iedereen weer naar z'n plek om zo snel mogelijk de vlieger weer in de lucht te krijgen.
Het is precies zoals we Bali en de Balinezen in de voorbije acht weken ervaren hebben. Negatieve energie lijkt er niet te bestaan. Je hoort geen mensen op elkaar schelden, er wordt geen ruzie gemaakt. Mensen lijken niet chagrijnig te kunnen worden. Alles is leuk en wordt daarna nóg leuker gemaakt. Iedereen lacht en is vriendelijk tegen elkaar. Negatieve energie is slechte energie, niet goed voor je karma en zonde van je tijd. Je kunt maar beter plezier hebben.

Wereldfietsers?

dickenelsoppadIn ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op  een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die niet gaan fietsen maar liever thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.

Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg". Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.
2fietsenoppad224