Diep geworteld in de Balinese cultuur: het hanengevecht

Op een zandpad, achter een tempelmuur


Dick en Els

In 1981 besloot de regering van Indonesië - waarschijnlijk gemotiveerd door hoge morele principes - dat alle vormen van gokken, inclusief de hanengevechten, vanaf dat moment verboden zouden zijn. Het resultaat van deze beslissing was ongeveer hetzelfde als in andere delen van de wereld waar relatief onschuldig maar immoreel volksvermaak verboden werd. Omdat de activiteiten buiten het spiedend oog van de wet gehouden moesten worden werd het spannender als nooit tevoren. Daarbij komt... eeuwenlang zijn op het eiland Bali de hanengevechten zo'n vast onderdeel van de samenleving en cultuur dat het ongeveer net zo realistisch is om van een Balinees te eisen dat hij z'n enige hobby moet stoppen als van de zon te vragen om 's morgens niet meer op te komen.

Het is natuurlijk ook niet eenvoudig om het kwaad met wortel en tak uit te roeien. Het is niet verboden om kippen te houden. En bij kippen heb je hanen nodig... en je kunt, ook in Indonesië, niet gearresteerd worden wanneer je met een haan onder je arm over straat loopt. Dus hoeven de dieren niet verborgen te worden. De wet moet er alleen op toezien dat  de hanen elkaar niet in de veren vliegen wanneer ze in een kring van mensen tegenover elkaar gezet worden. En dat is heel moeilijk. Hanengevechten zijn overal, nog steeds.
Wanneer je een poosje op Bali rondreist merk je dat, wanneer je de juiste toverwoorden kent, de groepjes mannen die 's avonds bij elkaar gehurkt met hun hanen pronken dat niet doen omdat die zo mooi kunnen kukelen. 
De politie heeft de plicht om de hanengevechten te onderbreken maar ze hebben doorgaans belangrijker zaken aan het hoofd. Bovendien wordt het spel, zodra ze zich hebben omgekeerd, weer hervat. En dat weet men maar al te goed. Daarom wordt de gokwet van Suharto op Bali niet al te serieus uitgevoerd. Een Balinese politieman die z'n vrienden en buren arresteert kan beter om overplaatsing vragen.

Ze zijn er dus nog steeds, de hanengevechten. Het enige verschil met vroeger is dat alle dingen die men bij een hanengevecht nodig heeft nu draagbaar zijn voor het geval men plotseling de benen moet nemen. Het verschil met vroeger is ook dat er geen officiële arena's meer zijn en dat de mannen ook niet meer gebruik kunnen maken van de bale banyars en wantilans, de overdekte dorpshuizen die je overal op Bali ziet. Dat is jammer, maar niet essentieel. Het kan ook zonder.
In ieder dorp is er elke dag wel ergens een hanengevecht. Niet midden in het dorp natuurlijk, niet op het marktplein. Maar ze er altijd.
Het wordt niet aangeplakt op de muren en er staan geen advertenties in de krant. Toch weet iedereen waar ze zijn en alles wat je zou moeten doen om er bij te zijn is de juiste persoon op de juiste manier en met de juiste woorden aanspreken.
Als je geluk hebt mag je mee, achterop de brommer. En daar gebeurt het. Net buiten het dorp, op een stille zijweg of een smal zandpad, misschien achter de tempelmuur. Wanneer je ergens een paar dozijn brommers geparkeerd ziet staan zonder dat je daar een andere reden voor kunt bedenken dan begint daar, tien tegen een, een hanengevecht.

Waarom zijn hanengevechten zo populair?
In de eerste plaats omdat het de gokmachine of het bingospel van de derde wereld is. Een flink deel van de wereldbevolking lijkt min of meer gokverslaafd. Ook in Nederland. Maar daar heeft men de toto en de lotto, de draf- en rensport, er zijn hondenraces, er is de staatsloterij, krasloten, het casino, er zijn gokhallen en er zijn zelfs bingo-avonden. In de derde wereld niet. Daar heeft men het hanengevecht. En... om te gokken heb je niet eens een haan nodig. Het enige dat je moet doen om de adrenaline te laten stromen is, met een paar bankbiljetten in je zak, je tussen de mannen in de kring te voegen.
Want, en dat moet gezegd worden, hanengevechten zijn opwindend. Het is écht! Veel en veel echter dan het monotone gedraai van een eenarmige bandiet of de saaiheid van een bingoavond. Bij een hanengevecht vloeit écht bloed. Er is een menigte. Er wordt aangemoedigd, geschreeuwd. Er is pijn, er is vreugde, verdriet. Het is zo heftig dat je de adrenaline kunt ruiken. Zelfs wanneer je niet tegen bloed kunt en niet van gokken houdt is de gebeurtenis zeker de moeite waard om - eventueel op afstand - te bekijken.
Hoewel het hanengevecht een typisch ding voor mannen is zijn er altijd vrouwen die er opdagen om bier, frisdrank, sateh en andere lekkere dingen te verkopen en er is ook altijd wel een hoek waar gekaart of gedobbeld wordt.
In tegenstelling tot het gokken dat in Nederland op een gokmachine of met krasloten gebeurd is het hanengevecht geen anti-sociale gebeurtenis. Integendeel. Je ontmoet er je vrienden en familie, je kunt er roddelen, nieuwe bewoners ontmoeten of gewoon een beetje rondkijken. Het is ook een kans om veel geld te verdienen... of te verliezen. En misschien dat dit de echte reden was waarom de Indonesische regering het hanengevecht verboden heeft. Omdat degenen die het zich niet konden veroorloven zich ook het minst konden beheersen. Er zijn honderden, duizenden voorbeelden van mannen die hun hele kapitaal op hun favoriete haan gezet hebben, alles verloren hebben en daarmee hun gezin tot de bedelstaf hebben veroordeeld. Het zij zo.

De grote gokhallen met tribunes voor honderden mensen in Denpassar, Klungkung, Tabanan en Amlapura zijn inmiddels gesloten. Dus zijn de dagelijkse professionele hanengevechten waarbij vele, vele miljoenen rupiahs  omgezet werden verleden tijd. Wat rest zijn de kruimels, de kleine achterafgebeurtenissen in de desa's. Daar gaat het hooguit om een paar honderduizend rupiah. Dat klinkt misschien veel maar het bereikt nog maar hoogst zelden het punt waarop iemand er het familiekapitaal doorheen jaagt.

Een van de belangrijkste aspecten van het Balinese hanengevecht is de religieuze betekenis ervan. De belijdenis van het Hinduhgeloof vereist dat men offers maakt. Spijsoffers, rookoffers en bloedoffers. Het is een heel complex onderwerp, veel te complex om hier uit te leggen - àls ik dat al zou kunnen. Een offer is een middel tot communicatie tussen de mens en zijn goden. Wanneer je op Bali rondreist zie je daar elke dag duizenden voorbeelden van.
De offers voor de hogere geesten zijn die dingen die voor de schoonheid van het leven staan. Bloemen, fruit, bladeren, dat soort dingen. Dat wordt vaak samen met uit bladeren geknipte versieringen en een staafje wierrook aan de geesten aangeboden in vierkante bakjes die van palmbladeren gevouwen zijn. Deze offers plaatst men in hoge altaren die vaak de vorm van een stoel stoel hebben. De achterliggende gedachte is dat de hogere geesten niet alleen een hoger geestelijk maar ook een hoger fysiek bestaan leiden.
Niet minder belangrijk zijn de ontdeugende, impulsieve, roekeloze, liederlijke, gulzige en hebberige geesten. Dat zijn geesten die iemand kunnen verleiden om het verkeerde pad op te gaan. Geesten die een, letterlijk, laag-bij-de-gronds bestaan leiden en waarmee je dus beter niets mee te maken wilt hebben. Die geesten worden in Bali butakala genoemd.
Het is verkeerd om dit 'boze' geesten te noemen. Zoals het met alle geesten is zijn ook deze geesten ambivalent. Hun gedrag ten opzichte van de mens is afhankelijk van hoe diegene er mee omgaat. De butakala kunnen nuttig zijn en de mens op hun eigen manier helpen (door bijvoorbeeld anderen dwars te zitten). Ze kunnen ook ziektes, ongelukken en pech veroorzaken. Of het verlies van bezit bijvoorbeeld. Wanneer de butakala met respect benaderd worden is er niets aan de hand, maar anders... whooo! Je kunt ze dus maar beter te vriend houden.
Butakala leiden dus een laag bestaan (het is eigenlijk heel simpel). Ze zijn dierlijker dan de hogere geesten en vragen vooral spijsoffers. Hoe groter het spijsoffer hoe meer je de butakala te vriend houdt. Daarom zie je in Bali in de offermandjes die op de grond liggen vaak rijst en koekjes liggen. De ceremonies die speciaal speciaal voor de butakala gehouden worden vereisen altijd een dierlijk offer. Dat kan een kuikentje zijn of een eend maar het kan ook een waterbuffel vragen. Dat hangt af van de grootte en de belangrijkheid van de gebeurtenis. Een van de belangrijkste butakala offers is het bloedoffer. Bloed dat op de aarde moet vloeien.

Kijk, en hier komt het hanengevecht! Elke belangrijke Balinese ceremonie vereist een bloedoffer om de lokale butakala in de juiste stemming te brengen en hun medewerking te verzekeren. Die ceremonies kunnen dienen voor zaken als een tempel- of grondreiniging, de opening van een nieuwe business, de inzegenig van een nieuwe woning of zelfs 'recht van overpad'. Tijdens zulke gelegenheden is het hanengevecht niet alleen legaal maar - en dat weet ook de politie - zelfs vereist. Op die momenten bewijzen de lokale hanenliefhebbers hun diensten door, in het openbaar en vaak zelfs ín de tempel, hun hanen te offeren. De verliezende haan offert dus zijn bloed aan de butakala en daarmee komt alles in orde.
De officiële gang van zaken is dat er voor dit religieuze bloedoffer drie hanengevechten  noodzakelijk zijn. Natuurlijk trekken de mannen zich daarna terug op het sportveld of achter het dorpshuis waar verder gespeeld wordt. Soms tot ver na zonsondergang. De politie weet daarvan maar grijpt nooit in omdat niemand het in zijn hoofd zou halen een religieuze ceremonie te onderbreken.

De hanengevechten zorgen voor een belangrijk aandeel in de Balinese huisvlijtindustrie. Dat is het meest zichtbaar in de talrijke kooien die je overal langs de kant van de weg ziet staan. Deze kooien, guungan siap, lijken het meest op een grote bijenkorf en hebben een zeshoekig patroon van gevlochten bamboestrips. Je ziet ze werkelijk overal. Ze staan bij ieder huis en vaak zo dicht mogelijk langs de weg. Dit wordt gedaan om de hanen die er in zitten alvast te laten wennen aan het rumoer, aan mensen en aan allerlei heftigheid zodat ze later - wanneer ze in een kring mensen worden losgelaten - niet panisch op de vlucht slaan. De kooien worden regelmatig verplaatst om de bewoners de juiste hoeveelheid zon en schaduw te geven. Aan iedere kooi hangt een halve kokosnootschaal waarin de beesten hun dagelijkse hoeveelheid krachtvoer en water krijgen.
Er zijn verschillende dorpen op Bali waar de belangrijkste industrie, naast de rijstteelt, bestaat uit het vlechten van guungan siap. Er zijn winkels die niets anders verkopen.
Omdat deze manden te groot zijn om de hanen in te vervoeren op weg naar een pronkzit of een gevecht is er ook een levendige handel in tassen. Dat kan van alles zijn. We hebben dingen gezien die lijken op boodschappentassen en gemaakt zijn van palmbladeren maar we zagen ook hele luxe uitvoeringen van getwijnd lontar met handvaten en openingen voor de kop en de staart van het beest.
Er zijn ook speciale vakmensen die gespecialiseerd zijn in het maken van de sporen, de taji, die de hanen vlak voor hun gevecht omgebonden krijgen.  Vroeger werden ze gesmeed uit afgedankte zuigerveren. Tegenwoordig is het staal van kettingzagen het ruwe materiaal. De taji lijken het meest op de vlijmscherpe chirurgenmesjes en zijn net zo scherp.

Dick en Els
Dick en Els

De rechten van het dier
Veel van de westerse toeristen op Bali hebben een mening over het bloederige aspect van de hanengevechten. Het is wreed, niet diervriendelijk en het culturele en religieuze aspect ervan botst heftig met ons ethisch instinct. Bedenk wel dat dat óns, door westerse invloeden en -cultuur beïnvloedde instinct is. De Balinezen hebben zelf een heel andere, meer verlichte, mening over het hanengevecht. Er is geen enkele vorm van compassie of iets dat op schuldgevoel lijkt bij dat, wat door velen van ons, gezien wordt als een ernstige vorm van schending van de rechten van het dier. Die compassie is er overigens voor geen enkel dier. Voor de Balinezen is de dood van een haan in de arena precies hetzelfde als het lot dat de kip en het varken in de keuken wacht.

Het voorspel
Voordat er een hanengevecht gehouden wordt is er al heel veel gebeurd. Als het gevecht niet plaats vindt als onderdeel van een religieuze ceremonie (waardoor het een vastgestelde aanvangstijd heeft) wordt er meestal laat in de middag begonnen. De hanen worden, nadat de ergste hitte voorbij is, door de mannen naar de afgesproken plaats gebracht. De meeste mannen dragen hun haan onder de arm maar als ze van verder komen, op de brommer, dan zitten de hanen in die kleine mandjes. Daar arriveren ook de satehventsers en de mannen met hun baksovijfpoot. Er ontstaat een kring met in het midden de mannen met hun hanen en daar omheen de toeschouwers en de gokkers. Aan de randen van het veld wordt gekaart en gedobbeld. Het is een luidruchtige, kleurijke gebeurtenis en het ruikt er naar gebakken vlees en knoflook. Er wordt geschreeuwd, gelachen, uitgedaagd en de hanen kukelen om het hardst. Omdat de Balinezen niet op een kwartiertje meer of minder geven duurt het vaak een poosje voordat er begonnen wordt.
Het is op dat moment belangrijk dat je weet dat, tijdens grotere gevechten, de mannen die de hanen vlak voor hun gevecht verzorgen vaak niet de eigenaren zijn. Het zijn vaak vakmensen die door de eigenaren worden ingehuurd om de haan dat belangrijke beetje extra te geven. Een vakbekwame 'coach' is heel belangrijk. De winnende haan is namelijk degene die het langst op zijn poten kan blijven, zelfs wanneer hij zo verwond is dat hij een paar seconden na z'n tegenstander dood neervalt. Deze verzorgers hebben tientallen foefjes en trucs die ze gebruiken om de laatste ademtocht van een schijnbaar levenloze haan te verlengen en er genoeg leven in te blazen waardoor het beest opnieuw de ring in kan. Zo'n man plukt, masseert en kietelt. Zo' man heeft zalfjes en medicijnen bij zich. Hij blaast op de kop van het beest en steekt soms de hele kop in zijn mond. Hij doet er van alles aan om het beest de kracht te geven om, misschien met z'n allerlaatste krachten, nog één laatste klap uit te delen. Want vaak is er maar één klap nodig om een schijnbaar glorieuze winnaar te transformeren tot een veren stoffer - het lot van de verliezer.
Voordat de gevechten beginnen wordt er geofferd. Vaak is het zelfs zo dat een priester de grond reinigt. Als dat voorbij is hurken de mannen bij elkaar om hun tegenstanders te keuren en  uit te dagen. Het duurt niet lang voordat een aantal mannen elkaar gevonden hebben. Die gaan, met de hanen tussen zich in, tegenover elkaar zitten. Ze jutten de beesten op, houden ze vlak bij elkaar zodat die elkaar kunnen pikken. De nekken worden gestrekt en de veren staan wijd uit elkaar. De mannen geven dan ook de hanen aan elkaar over zodat de tegenstander kan voelen hoe zwaar het beest is, hoe het gespierd is en hoe sterk ze denken dat hij is.
Er wordt gemompeld.
Er worden bedragen genoemd.
Hoger, lager... en dan duurt het niet lang of er is een weddenschap.
Wanneer er drie of meer van deze paren gevormd zijn (een set) wuift de hoofdscheidsrechter met beide armen. Er kan begonnen worden!
Er wordt een kring gevormd en de hanen worden klaargemaakt voor hun gevecht.

Dick en Els
Dick en Els

Het mes.

In de kring worden bij de hanen die gaan vechten de messen, de taji, omgebonden. Dit wordt niet gedaan door de eigenaar of de verzorger maar door een specialist. Een taji is een kleine stalen dolk van ongeveer 12 tot 16 centimeter lengte. Vlijmscherp aan één zijde met aan de andere kant een rond stalen heft dat nodig is om de taji aan de poot van de haan te binden.
Over die taji gaan allerlei spannende verhalen. Menstruerende vrouwen mogen ze niet aanraken of er zelfs naar kijken. Sommige mannen vinden dat ze alleen bij nieuwe maan geslepen mogen worden en ze moeten gesmeed worden in houtskool van een boom die door de bliksem getroffen is. Andere verhalen gaan dat ze alleen gesmeed mogen worden wanneer het buiten bliksemt. De taji mogen ook niet aangeraakt worden door iemand in wiens familie er recentelijk iemand is overleden... enzovoorts... enzovoorts. Allemaal prachtige verhalen. Een goede taji kan ongeveer 50.000 rupiah kosten en in elke menigte zijn altijd wel een paar specialisten te vinden die een leren etui of houten kistje met allerlei mesjes bij zich hebben. Soms wel twintig verschillende. Want ieder haan heeft een ander mes nodig. Dat is zeker.
Het mes wordt gewoonlijk aan de linkerpoot van de haan bevestigd door er een draad katoen omheen te wikkelen. Dit is een heel belangrijk onderdeel van de voorbereiding omdat een mes dat niet goed zit geen enkel effect heeft en de haan kansloos laat. Er zijn talloze manieren die elk weer talloze posities creëren en die zijn weer afhankelijk van de grootte van de poot, de vorm van de tenen en de plaats van de sporen. Ook de hoek is belangrijk. Wanneer het een kleine haan is dan komt het mes meer aan de buitenkant, bij een grotere haan meer aan de binnenkant. Een goede tajispecialist is dus heel belangrijk.
Soms, wanneer de ene haan veel groter is dan de ander, krijg de kleinste twee messen omgebonden. Aan elke poot één. Maar dit wordt niet gedaan zonder dat beide eigenaars èn de scheidsrechter daar mee accoord gaan. De haan wordt goed vastgehouden door een assistent. Dat is belangrijk omdat het mes zo ontzettend scherp is dat een losgebroken haan er heel gemakkelijk de omstanders mee zou kunnen verwonden.

Dick en Els
Dick en Els

Gokken
Wanneer al de paren voor de eerste ronde gereed zijn wordt de kring vrij gemaakt en kan het eerste gevecht beginnen. De verzorgers gaan, met hun hanen, op hun hurken in het midden van de kring zitten en overhandigen de scheidsrechter het geld waarom ze zullen gaan vechten. Dit is het cash bedrag dat ze eerder overeen gekomen zijn. Dit is altijd een even bedrag. Het geld komt van de eigenaar van de haan, soms met financiële steun van z'n familie en vrienden. Het kan flink oplopen. Zelfs bij de kleine gevechten is een bedrag van 500.000 niet ongewoon. Bij de grotere gevechten of bij de sterkste hanen gaat het wel om meer.
Er zijn altijd minstens twee scheidsrechters in de kring maar de hoofdscheidsrechter maakt de dienst uit. Die laatste is een man van onbesproken gedrag en met een goede en betrouwbare reputatie. Hij mag geen relatie hebben met de eigenaren, de verzorgers of de hanen. Als er ook maar een beetje getwijfeld wordt dan laten de eerlijke mensen nooit hun hanen vechten onder zijn toezicht.
Deze hoofdscheidsrechter maakt de hoogte van de weddenschap bekend. Dit is belangrijk omdat het een indicatie geeft hoeveel vertrouwen  de eigenaren in hun hanen hebben. Op die manier is het dus van grote invloed op de hoeveelheid en de hoogte van de weddenschappen die hierna worden afgesloten.
Op dat moment beginnen de weddenschappen met en in het publiek. Voor mensen zoals wij is dit gedeelte van het spel een complete chaos die nog het meest lijkt op een paniekmoment op de beursvloer. Gokkers zwaaien met geld en schreeuwen naar elkaar en naar de verzorgers van de hanen. Er zijn allerlei onbegrijpelijke gebaren en seinen met vingers en handen. Voor de liefhebber is dit een geweldig moment omdat de zijdelingse weddenschappen waarschijnlijk het meest van het karakter van de Balinese man blootleggen.

Dick en Els
Dick en Els

Het gevecht
Wanneer de scheidsrechter vind dat er genoeg gewed is geeft hij een sein dat er begonnen kan worden. Nadat er nog snel een paar last-minute weddenschappen zijn afgesloten doet de menigte een paar stappen achteruit, er wordt nog wat gemompeld en dan wordt het stil. De scheidsrechter geeft een sein, de verzorgers zetten hun hanen tegenover elkaar, plukken een paar veren uit de nekken, blazen de beesten tegen de koppen, geven een klap tegen de kont en laten hen los.
Vanaf het eerste moment is er actie. De beesten zetten hun kraag op, lengen hun nek en staren elkaar nijdig in de ogen... een paar seconden. En dan vliegen ze elkaar aan. Veren vliegen in het rond, de ene haan springt over de andere heen, ze pikken en trappen naar elkaar en het gaat allemaal zo snel dat je het nauwelijks kunt volgen. Het publiek doet mee... als één man. Er wordt gezucht, ge-ohhhht en ge-ahhhht en iedereen heeft dezelfde lichaamstaal.
Het duurt niet lang voor een van de twee hanen een rake haal van het mes krijgt. Op dat moment geeft de verzorger van de andere haan het sein aan de scheidsrechter om het gevecht te stoppen. Dat wordt gedaan omdat de haan die de haal heeft uitgedeeld er daarna vaak toe overgaat om de gewonde haan te pikken en daardoor een grotere kans loopt om zelf geraakt te worden.
De verzorger van de gewonde haan trekt alles uit de kast om zijn beest weer op te peppen en er nieuw leven in te blazen. Dat lukt bijna altijd. Het gewonde beest vliegt er, schijnbaar onverschillig over de aard van z'n verwondingen, meteen weer vol in.
Opnieuw vliegen de veren in het rond, opnieuw kreunt en zucht het publiek, opnieuw klinken er ohhhh's en ahhhh's en opnieuw stopt de scheidsrechter het gevecht wanneer een van de vogels een rake klap heeft gekregen. Opnieuw wordt de gewonde haan opgelapt en opnieuw worden ze tegenover elkaar gezet.
Dit gaat net zolang door tot er een duidelijke winnaar is.
Dat hoeft niet te zijn wanneer een van de hanen stuiptrekkend op de grond ligt. Dat kan ook zijn wanneer een van de hanen geen zin in vechten meer heeft en de kring probeert te verlaten.
In dat geval heeft de scheidsrechter overigens nog een paardenmiddel.
De twee hanen worden met hun ruggen tegen elkaar op de grond gezet terwijl de verzorgers een hand over hun kop houden. Dan wordt er een hanenkooi  zonder bodem  over de twee hanen gezet zodat ze elkaar niet meer kunnen ontvluchten. De verzorgers laten de hanen los...  waarna de boel explodeert.

Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els


Strijdhanen, hanengevechten en het wedden op de uitslagen zijn generaties lang populaire obsessies van de Balinese mannen. De geïnteresseerde toerist die er in slaagt om zich tussen zo'n zweterige, luidruchtige en stikulerende menigte te dringen en met hen in de kring te staan, kijkend naar alles wat er om hem heen gebeurt zal zich afvragen of hij misschien in een ander land terechtgekomen is... of in een andere eeuw... een andere dimensie. Zijn dit nu de gracieuze, bedeesde en vriendelijke mensen die hij in het hotel en de restaurants heeft ontmoet? Zijn dit dezelfde mensen die, met gevouwen handen, offers brengen in hun tempels? Zijn dit de mensen van 'terima kasih banya, selamat makan!'? Maken deze mensen die schitterende houtsnedes en schilderijen?
Nogmaals... er is geen beter plek om Balinese normen en waarden te observeren dan tijdens een hanengevecht.
De toerist met slechts oppervlakkige interesse zal z'n aandacht waarschijnlijk richten op het gevecht zelf en zich een mening vormen over de wreedheid ervan. Dat begrijpen we. Anderen kijken misschien wat meer rond en zien wat er in de menigte gebeurt. De manier waarop de stiltes ontstaan bijvoorbeeld, het engagement, de ohhhh' en de ahhhh's die als uit één mond klinken.  Ze zien de kleuren, de emotie van het gevecht, de huilende mannen die een maandloon hebben verloren, een dode haan wiens veren worden geplukt om er een stoffer van te maken. Ze zien de beelden van het gevecht. Wanneer dat voorbij is draait de toerist zich om en vertrekt... naar zijn hotel... naar huis.
Als dat de enige indrukken zijn die hij er opdoet dan mist hij het grootste deel van de betekenis die het hanengevecht in Bali heeft. Hij mist het voor- en het naspel. De religieuze betekenis. Hij heeft niet gezien hoe de verzorging van de hanen een groot onderdeel inneemt van het dagelijks leven. Dat het voor het grootste deel van de mannelijke bevolking een mogelijkheid geeft om even boven de menigte uit te steken. Dat het kansen geeft en hoop verbeeldt.
En ongelukkigerwijs hebben de meeste toeristen die een uitgesproken mening over dit soort dingen hebben nooit de moeite genomen om zich te verdieping in deze culturele en religieuze achtergronden. Het maakt een discussie op voorhand zinloos.

Tegenwoordig is het voor de toerist die 'zomaar' naar Bali komt niet echt eenvoudig om een hanengevecht bij te wonen. Jaren geleden was het de gewoonste zaak van de wereld maar nu moet je er naar vragen. Je moet werkelijke interesse tonen en de juiste mensen aanspreken voor je door iemand achterop een brommer meegenomen wordt naar een desa tussen de rijstvelden Daar mag je dan, op een zandpad  achter een tempelmuur een blik werpen in de rijkgevulde etalage van de Balinese cultuur.

Dick en Els

Wereldfietsers?

dickenelsoppadIn ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op  een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die niet gaan fietsen maar liever thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.

Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg". Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.
2fietsenoppad224