Dick en Els zijn geschokt

Het verdriet van Vukovar


Dick en Els

Nadat we uit Ilok afdalen komen we op een grote vlakte terecht. De Donau ligt rechts en aan de linkerkant glooien flauwe heuvels die vol staan met jonge tarwe. We fietsen langs prachtige koolzaadvelden en komen door de dorpjes Sarengrad, Mohovo en Optanovac. Daar dinken we koffie.
Het is  Eerste Paasdag, het is prachtig weer en de café’s zitten vol. Een van de mannen in het café spreekt Engels. Hij vraagt waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan.
“To Vukovar.”
“Ah... the city of the heroes!”
“What will we see there?”
“You will see the remnants of the Serbian aggression. Many buildings are still in ruins. The hospital is rebuilt, but the water tower isn’t.”
“...”
“And... there are still Serbs living in Vukovar.”
“...”
“They’re still there. Still there.”


Z’n blik is verbitterd. Hij kijkt ons strak aan en lijkt op een reactie te wachten waaraan hij zou kunnen zien waarom we naar Vukovar willen en aan welke kant we staan.
“You should go and see the cemetary.”
De sfeer lijkt een beetje grimmig te worden. De mannen staren in hun bier en zeggen niets meer. De waard breekt de stilte wanneer hij met een vers blad bier naar buiten komt. Wanneer we voor onze koffie willen betalen wimpelt hij dat weg. Hij wijst naar de Engels sprekende man en lacht.
“This man pay for you!”

Al een paar dagen hebben we naar deze dag toegeleefd. De dag waarop we door Vukovar fietsen. Het was hier waar, op 1 mei 1991, de oorlog in voormalig Joegoslavië begon. Op die dag werden twee Kroatische politiemensen ontvoerd in een nabij gelegen dorpje. De bus van de politiemensen die hun collega's wilden bevrijden, werd door etnische Serviërs onder vuur genomen in een voorstad van Vukovar. Vijftien inzittenden kwamen hierbij om het leven.

Net als in andere gebieden in het naar onafhankelijkheid strevende Kroatië was het incident aanleiding tot militair ingrijpen door het toenmalige Joegoslavische Volksleger (JNA). Officieel kwam het in actie om de rust te herstellen en de vrede tussen de twee strijdende partijen te bewaren, maar in de praktijk koos het Joegoslavische leger de zijde van de inmiddels in de regio neergestreken Servische paramilitaire organisaties. Ongeveer vijfhonderd tanks, voor het grootste deel bemand door dronken hooligans, omsingelen in augustus van dat jaar de stad en beginnen met een drie maanden durende beschieting.
De inwoners van de stad kunnen geen kant op. De Kroaten niet, maar ook de Servische minderheid niet. En zo woedt in de stad zelf, een tweede oorlog. Overdag buldert het tankgeschut, ‘s nachts ratelt in de stad het machinegeweervuur waarmee de Servische families worden uitgemoord. Ook in de dorpen en velden rond de stad wordt hevig gevochten, van man tot man. Daar sneuvelen de jongens die het met een machinepistool en en handgranaat op willen nemen tegen de Servische agressor.

We rijden Sotin binnen. Naast het kruispunt in het centrum van het dorpje staan drie witte UN-containers en een grijze legertent. Binnen flikkert het rode schijnsel van de kaarsen die we op begraafplaatsen zien. We knijpen in onze remmen en stappen af.
Het is stil op straat.
In de tent staat een provisorisch altaar en twee houten borden. Daarop staan de foto’s van 76 jonge mannen. Allemaal geboren tussen 1955 en 1970. Allemaal gestorven in de laatste drie maanden van 1991. Onscherpe foto’s, de meesten zijn vergroot van een pasfoto’s of maakten ooit deel uit van een familieportret.
Uit de tekst die boven de borden staat maken we op dat dit de mannen uit Sotin zijn die in die verschrikkelijke herfst van 1991 gesneuveld zijn. Zesenzeventig mannen uit Sotin.
We worden er stil van.
Nog stiller worden we wanneer we weer buiten staan en ons realiseren dat Sotin een dorp is van nog geen vijftig huizen.
Aan de horizon ligt Vukovar.

“Wat weet je eigenlijk van die oorlog?’
“Weinig. Net zo weinig als de meeste Nederlanders denk ik.”
“Wie waren er eigenlijk met elkaar in de slag en waar ging het om?’
“Pfff... ik  denk niet dat dat zo één twee drie is uit te leggen. Veca heeft dat in Belgrado al geprobeerd en Miroslav heeft in Novi Sad ook het een en ander verteld. Maar dan nog krijg je alleen de Servische kant van het verhaal te horen en niet de Bosnische of de Kroatische. Wat me wel duidelijk is geworden is dat er een hele diepe oorzaak ligt in dat wat hier tijdens de tweede wereldoorlog gebeurd is.”
“...”
“De Serviërs en Montenegrijnen vochten toen met Tito aan de zijde van de geallieerden en de Kroaten onder Ante Pavelic, de leider van de fascistische Ustasha-regering aan de zijde van de Duitsers. In die tijd hebben de Kroaten, vooral in deze streek, tienduizenden Servische boeren vermoord. Ze hebben zich hun land toegeëigend en zijn in hun huizen gaan wonen.”
“...”
“Toen de geallieerden en Rusland in Yalta Europa verdeelden kreeg Tito, vanwege zijn steun aan de goede zaak, Joegoslavië. Hij wist Churhill te overtuigen dat hij van die ethnische lappendeken één stabiele staat kon maken.”
“Wat ‘m gelukt is.”
“Ten dele, begrijp ik nu. Tito was niet alleen een slimme diplomaat maar vooral een geweldig handelaar. In korte tijd maakte hij van Joegoslavië een industriestaat. Er werden vooral wapens gemaakt. Lichte wapens vooral. Machinegeweren, pistolen, handgranaten. Later, in de zestiger jaren, ook afweergeschut, lichte artillerie en tanks. Die wapens werden over de hele wereld verkocht. Scheepsladingen vol. Overal in de wereld waar gevochten werd gebeurde dat met Joegoslavisch materiaal. Tito verkocht aan iedereen. En hij verkocht zo ontzettend veel dat niemand in dit land belasting hoefde te betalen. Joegoslavië was welvarend, het was vrienden met het oosten èn het westen. Toen, in de zeventiger jaren, het land ook z’n eigen auto-industrie kreeg en de Joegoslaven hun eigen Yugo en Zastava konden rijden leek het land voor iedereen het toonbeeld van een socialistische volksrepubliek. Iedereen leek tevreden."
“...”
“Maar dat was slechts wat aan de oppervlakte zichtbaar was. Men leefde samen, maar niet mèt elkaar. Een Serviër was een Serviër en een Kroaat een Kroaat en zo voelde men dat ook.”
“En toen stierf Tito”.
“Ja. En toen was er niemand meer die de boel uit elkaar en bij elkaar hield. Het eerste wat gebeurde was dat Slovenië kenbaar maakte de unie te willen verlaten. Daar was niemand rouwig om. De Slovenen lagen niet zo lekker in de rest van de republiek. Ze hoorden meer bij Oostenrijk en gedroegen zich ook vaak zo.”
“En toen?”
“Kroatië greep het signaal van Slovenië aan om daadwerkelijk op te stappen. Langzaam ontstond er een chaos. Hier en daar kwamen mensen terug om het land terug te eisen dat hen door Tito was afgenomen.”
“Had Tito de mensen hun land afgenomen?”
“Na de tweede wereldoorlog werden alle grootgrondbezitters die ‘fout’ geweest waren het land afgenomen. Dat werd verdeeld onder de bevolking. Zo kreeg iedere Joegoslaaf een klein stukje grond waarop hij kon boeren.”
“En de grote boeren die ‘goed’ geweest waren?”
“Tja... die werden ontzien.”
“Ik snap het.”
“Binnen korte tijd was er een chaos. Maar het was een chaos die nooit een oorlog had kunnen worden wanneer er niet overal in het land enorme wapenfabrieken geweest zouden zijn met gigantische opslagplaatsen. Toen de Kroaten hun mannen gingen bewapenen opende ook de Serviërs de deuren van hun fabrieken. En zo kon het dus gebeuren dat een paar honderd radicalen in augustus 1991 met hun tanks naar Vukovar reden.”

Inmiddels zijn we bij de begraafplaats aangekomen. We fietsen het pad af dat naar een groot gedenkteken leidt. Daar staat een aula. We parkeren onze fietsen en lopen het terrein op dat verdeeld is in drie delen. Aan de voorzijde is de gewone begraafplaats. Het deel waarop wij lopen is verdeeld in twee stukken. Op het ene deel staan ongeveer vierhonderd eenvoudige marmeren kruizen. Geen van de kruizen heeft een naam, nergens liggen bloemen.
Aan de andere kant van het pad liggen andere graven. Hier heeft elk graf een grote steen van zwart marmer. In elke steen in een foto gegraveerd en staat een naam met een geboorte- en sterfdatum. Rij, na rij, na rij, na rij zien we jongens en mannen die in de herfst van 1991 gesneuveld zijn. Honderden.
Dit zijn de mannen die hun stad tegen de Serviërs verdedigd hebben. Hier liggen de helden van Vukovar.
Bij een van de graven staat een ouder echtpaar. De vrouw huilt, de man veegt wat dorre bladeren van de steen. Ze verversen een bos bloemen en sjokken weer verder. Bij een paar andere graven houden ze opnieuw even halt. Dan komen ze weer terug naar het eerste graf waar ze op een bankje in de zon gaan zitten.
Het is zo’n mooie lentedag.

Dick en Els
Dick en Els

Van de begraafplaats fietsen we naar de stad. Het eerste dat we zien is de watertoren. Die staat, na tientallen voltreffers, nog steeds overeind als een macabere herinnering aan de waanzin van het beleg.
Even verderop passeren we het ziekenhuis van Vukovar. Ook hier houden we even stil.

De moord op 264 Kroaten in Vukovar in 1991 is een van de eerste grote misdaden van de oorlog in het voormalige Joegoslavië. Als Vukovar uiteindelijk op 18 november 1991 wordt ingenomen, zijn al honderden burgers gedood. Vukovar viel in handen van het JNA en de Servische paramilitaire eenheden die al zingend de stad binnentrokken. Het lied dat zij zongen, Slobo, daj salate, bide mesa bide mesa, klademo Hrvate ('Slobo [Slobodan Milosevic], breng de salade, wij zullen het vlees brengen, wij zullen het vlees brengen, wij slachten de Kroaten'), bleek een voorbode te zijn van hetgeen stond te gebeuren. Zo'n vierhonderd mensen vluchten naar het ziekenhuis van Vukovar omdat zij hebben gehoord dat de patiënten zullen worden geëvacueerd door het Joegoslavische leger. Servische militairen brengen de angstige vluchtelingen niet in veiligheid, maar selecteren de niet-Servische aanwezigen en vervoeren ze met bussen naar de dichtbijgelegen Ovcara boerderij. Daar worden zij gemarteld. 264 mensen worden vermoord. Met bulldozers worden ze begraven in een massagraf.
Het heeft lang geduurd voordat de drie verantwoordelijken van een van de eerste misdaden van de oorlog in Joegoslavië voor de rechter staan. Lange tijd werden ze beschermd door de toenmalige Servische president, Slobodan Milosevic. Ze konden zich vrij bewegen in Servië en werden regelmatig gezien in restaurants in Belgrado. Pas na de val van Milosevic in 2000 kwamen Radic en Mrksic naar Den Haag. Sljivancanin volgde in 2003 toen hij werd opgepakt door Servische politiemensen. Ze hadden daarvoor een urenlang gevecht moeten leveren voor zijn appartement in Belgrado, waar hij werd beschermd door honderden aanhangers. Pas na middernacht slaagden speciale commandotroepen er in het complex binnen te dringen en Sljivancanin te arresteren toen hij temidden van familie zijn 50-ste verjaardag vierde.

Vukovar is voor de meeste Kroaten een traumatisch symbool. De verwoesting en de val van deze fraaie stad  in de herfst van 1991 waren het dieptepunt in de recente geschiedenis van het jonge land. Maar het maandenlange verzet van de stad en haar vrijwillige verdedigers dwong ook de status van heldenstad af. En slachtofferstad natuurlijk. Slachtoffer van de groot-Servische agressie, maar ook van Kroatische onmacht. Of zelfs van verraad. De tienduizenden bannelingen die door het hele land in hotels werden ondergebracht stelden de tolerantie van velen zwaar op de proef. Ze reden toch wel verdacht vaak in dure Mercedessen en gloednieuwe BMW's rond. Dat ze verder weinig meer hadden ontsnapte wel eens aan de aandacht. En vormden ze niet heel snel maffia-achtige bendes die zich met afpersing en vage handel bezig hield?
Vukovar is ver weg, weinig Kroaten gaan er voor hun plezier op bezoek. Maar op onbewaakte ogenblikken speelt de open wonde Vukovar weer op, als een slapende vulkaan.

In de zomer van 1995 profiteerde Kroatie van de kerende kansen in de Bosnische oorlog en nam stormenderhand bezit van de "Servische Republiek Krajina", de door radicale serviers bezette gebieden van Kroatie. Maar Vukovar werd niet bevrijd. Bij het akkoord van Dayton in november 1995 werd afgesproken dat Oost Slavonie, het gebied rond Vukovar, geleidelijk en onder internationale begeleiding onder Kroatisch bestuur zou terugkeren.
En dat gebeurde pas in 1998. Veel Vukovaren zagen eindelijk hun droom in vervulling gaan: terug naar huis. Maar dat viel niet mee. De stad lag voor negentig procent in puin, alle bewoners en terugkeerders zijn in meer of mindere mate getraumatiseerd. Serviers en Kroaten en zigeuners en Hongaren en al die andere groepen die zich in de loop der tijd in deze welvarende streek en stad hadden gevestigd. En die moeten ook weer naast elkaar gaan leven, in een economie die vrijwel volledig plat ligt. Het is een raadsel dat er vrijwel geen gewelddadige incidenten zijn geweest in de stad de afgelopen negen jaar. Al ligt dat in de dorpen eromheen wel even anders. Daar wil nog wel eens een jachtgeweer op een gehate buurman leeggeschoten worden.
Kroaten en Serviers leven langs elkaar heen, als de twee oevers van een rivier. Ze hebben hun eigen café’s, hun eigen dokters, voetbalclub en kerk. En ze willen hun eigen scholen. Maar in het ziekenhuis zijn ze tot elkaar verooordeeld.

We verlaten het kerkhof en rijden de binnenstad in. Het heeft veel gezichten. Veel is al herbouwd of in de laatste fase. Maar we zien ook de huizen en gebouwen die nog steeds in puin liggen en nooit meer zullen worden herbouwd omdat hun eigenaren nooit meer zullen terugkeren.
Op een terrasje drinken we koffie.
Een Oostenrijkse toerist wandelt met een videocamera over het kruispunt en filmt de restanten van de wraak.
Het is, ondanks het schitterende weer, allemaal heel deprimerend.
En dus besluiten we om hier maar niet te blijven.

Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els

We fietsen door. We rijden het centrum uit langs de verwoeste Donauhaven en de kapotgeschoten woonkazernes en fietsen door prachtige koolzaadvelden in de richting van Dalj.
Van Dalj fietsen we naar Aljmas, een klein dorpje aan Donau, wat een bedevaartsoord blijkt te zijn. Op de heuvel even buiten het dorp staat een levensgroot Mariabeeld. Het kijkt uit over de akkers rond Vukovar. In een van haar ogen blinkt een traan.

Wereldfietsers?

dickenelsoppadIn ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op  een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die niet gaan fietsen maar liever thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.

Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg". Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.
2fietsenoppad224