De gamelanmaker van Blahbatan

Op zoek naar de man van het sterretje


Dick en Els

Op onze landkaart van Bali staan, behalve allerlei weggetjes en heel veel stippen met onuitsprekelijke namen, ook rode sterretjes. Die sterretjes staan voor allerlei interessantigheden zoals 'fishing village, salt production' (bij Kusamba), 'sea garden, diving spot' (bij Jemeluk) en 'artists village, museums' (bij Ubud). Bij het dorpje Blahbatan staat ook zo'n sterretje. 'gamelan maker' staat er bij.


"Zou daar iemand wonen die gamelans maakt?"
"Ik denk het."
"Eén iemand?"
"Geen flauw idee."
"Ik neem aan van wel want hier bij Klungkung staat ook zo'n sterretje. Daar staat 'gamelan smiths' bij. Dus daar zijn er meer."
"Blijkbaar."
"Dan moet dat toch wel een heel bijzondere man zijn, denk je niet? Dat je zomaar in je eentje een sterretje op de kaart krijgt."
"..."
"Gôh."
"..."
"Zou zo'n man, als ie gaat verhuizen, naar de kaartendrukkerij schrijven dat het sterretje bij een ander dorp moet komen?"
"..."
"Of als ie geen zin meer heeft in het maken van gamelans... zou ie dan schrijven: 'Jongens... sorry hoor, maar de gamelanbusiness ligt helemaal op z'n reet. Ik vouw inmiddels loempia's. Samen met mijn vrouw. Kunnen jullie daar in de volgende druk even rekening mee houden?'"
"Waar wil je heen?"
"Nergens... maar het intrigeert me wel, dat sterretje... 'gamelan maker'. Al weken. Iedere keer zie ik weer dat sterretje... en telkens vraag ik me af..."
"Hoe ver is het?"


De volgende dag rijden we  via Pengosekan en Silungan naar Blahbatan. Dat blijkt een dorp van niks. We laten een voorbijganger de kaart zien en wijzen op het sterretje.
De man grijnst, wijst naar een stoffig zijweggetje en gebaart dat we daar links en rechts moeten.
"Terimah kasih, banya!"
"Sama sama."

Even later staan we bij een huis waarvoor een bord staat. Gong Gede staat er op.
We kijken elkaar aan.
"Zou dit het zijn?"
"Ik denk het."
"Niks bijzonders."
"Nee."
"Dat zo iemand een sterretje krijgt..."
"Ja. Het zal wel aan z'n karma liggen."


Eenmaal door de poort stappen we in een andere wereld. Eerst lopen we dwars door een woonhuis. Er staat het meest wanstaltige leren bankstel dat we ooit zagen. Reusachtige chesterfields. Op zich al verschrikkelijk natuurlijk maar deze hebben ook nog eens zulke heftig versierde en in felle kleuren beschilderde decoraties, dat het een idee geeft hoe het meubilair van een kermisdirecteur er uit zou kunnen zien.
We zijn, zo voelen we, op het goede adres.

Van achter het huis komt lawaai. Er wordt gezaagd en gehamerd. We wandelen verder, gaan een hoek om en een donkere gang door en komen daarna in een wirwar van hokken en schuren terecht waarin van alles gebeurt.
Op een binnenplaats zijn twee mannen bezig om met de hand enorme blokken hout in stukken te zagen. We raken in gesprek met een van hen en leren dat we in de allerbelangrijkste gamelanfabriek van Bali staan. Hier bestellen de banyars hun instrumenten en we kijken nu naar het hout waar de meubels voor de gamelans van gemaakt worden. Dat hout komt van de jackfuitboom. Het is geel van kleur, vrij zacht en heel makkelijk om er houtsnedes in te maken. Het heeft ook het voordeel dat het, wanneer het droogt, niet scheurt. Er ligt ook ander hout. Teak. Dat is veel harder en veel moeilijker om te verwerken en daardoor wordt een complete gamelanset bijna twee keer zo duur als een die gemaakt is van jackfruithout.
Dick en Els

In de schuurtjes en hokjes zie we hoe de afgezaagde blokken verder verwerkt worden. Jongens zitten er op de grond tussen de krullen en het zaagsel en snijden en beitelen er, met de meest primitieve stukjes gereedschap , weelderige krullen en draken uit het hout. Niemand werkt volgens een tekening. Alles gaat uit het hoofd en in werkomstandigheden die een gruwel in het oog van de arbeidspectie zouden zijn. Er zijn geen ramen, er is geen ventilatie en geen raam waardoor je, vanaf je werkplek, naar buiten kunt kijken. Er is geen kantine en geen gescheiden dames- en herentoilet. Er zijn geen veiligheidsbrillen en nergens hangt een brandblusser of ehbo-kist. Niet één van de jongens heeft een stoel of werkbank. Ze moeten hun werkstukken met de voeten vastklemmen.
Dick en Els
Dick en Els

In een ander schuurtje zien we hoe de meubels beschilderd worden. Eerst wordt de boel in de menie gezet, daarna rood gespoten en vervolgens wordt de gouden decoratielaag aangebracht. Dat kan op verschillende manieren. Eerst wordt er een okergele onderlaag op geschilderd en daarna een gouden toplaag. In het goud zijn drie kwaliteiten: Japans, Amerikaans en 'real'.
Japanse goudverf is het goedkoopst. Amerikaanse goudverf is duurder en wanneer een banyar heel erg veel geld heeft wordt er met bladgoud gewerkt. Dat is zo ontzettend duur dat er een speciaal iemand bij komt staan die bijhoudt hoeveel boekjes er gebruikt worden en er ook op toeziet dat ieder flintertje gebruikt wordt.
Dick en Els
Dick en Els

In een andere ruimte worden de bronzen gongen en de liggers voor de xylofoons gegoten en gesmeed. Vandaag worden de liggers gesmeed en op toon gezet. Een van de mannen houdt zich bezig met de grondtoon en doet dat door de liggers te verhitten en langzamer of sneller af te laten koelen. Z'n collega zet de puntjes op de i door er op de juiste plaatsen wat materiaal af te vijlen. Dan weer hier en dan weer daar. Alles wat hij doet heeft, zo legt hij uit, een gevolg voor de toon, de lengte en de kleur van het geluid en het komt allemaal heel erg nauw. Wanneer hij bijvoorbeeld in het midden van de ligger materiaal weghaalt wordt de toon langer, wanneer hij dat aan de zijkant doet wordt de klank minder rijk. Hij kan het niet allemaal uitleggen want, ja... je moet dat gewoon weten. Hij weet het, maar hoe je dat uit moet leggen... dat weet ie weer niet. Begrijpen we dat?
We knikken van ja.
Dit moet 'm zijn... de man van het sterretje.
We laten hem de kaart zien.
"You?"
Hij knikt. Heel bescheiden.
Dick en Els
Dick en Els

Als je een gamelanorkest wilt beginnen moet je naar Blahbatan. Daar, bij de man van het sterretje, kun je alles kopen dat je nodig hebt. De gongen worden er gegoten, de meubels worden er gemaakt en ook de hamers. Zelfs de trommels en de kostuums komen uit dit dorp. De banyars komen er met hun spaargeld en bepalen, met de man van het sterretje, wat ze daarvoor kunnen kopen. Jackfruit of teak, weelderig of bescheiden houtsnijwerk, Japans, Amerikaanse goudverf of misschien wel echt bladgoud. Alles heeft z'n prijs. Een doorsnee set komt op honderdtien miljoen rupiah.

Maar ja... echt veel zijn we dus niet wijzer geworden. Dus gaan we, op de weg terug, langs een internetcafé waar we, in de wikipedia, het volgende lezen:

Gamelan
De gamelan wordt als een van de hoogst ontwikkelde muzikale vormen ter wereld beschouwd. Gamelan is, zowel op Java als op Bali, de benaming voor zowel de muziekstijl, de muziekinstrumenten als de muzikanten.
Een orkest bestaat voornamelijk uit slaginstrumenten zoals drums, kulintangs, gongs en xylofoons, maar ook bijvoorbeeld fluiten en een tweesnarige luit. De muzieksoort is op allebei de eilanden heel populair. Het is kenmerkend voor Indonesische volksmuziek.
De naam is afgeleid van gamel, een Oud-Javaans woord voor handgreep of hamer (omdat de meeste instrumenten van een gamelanorkest slaginstrumenten zijn). Een gamelanorkest kan bestaan uit vijf tot veertig instrumenten, waaronder de rebab (tweesnarige luit), de suling (bamboefluit)  kendhang (houten trommel), de bonang, de gender en de gambang (xylofoon).
De Balinese gamelanmuziek verschilt sterk van de Javaanse. De Balinese vorm kent schrille tonen en levendige ritmes, de Javaanse vorm daarentegen heeft langzame, afgemeten klanken.
Balinese gamalanmuziek typeert zich vooral door de syncopische ritmes in een hoog tempo. Kenmerkend is het 'sangsit'-spel. Sangsit spelers spelen hetzelfde patroon maar dan net wat later dan de melodie-speler. De melodiepartij wordt verdubbeld en krijgt een nog spankelender effect. Goed ontwikkelde timing bij de spelers is derhalve een must
Het instrumentarium wordt vervaardigd in de districten (Kabupaten) Klungkung en Buleleng. De grote gongen worden meestal geïmporteerd vanuit het Javaanse Solo (Surakarta).

We kijken elkaar aan.
"Nou moe..."
"Helemaal niks over de man van het sterretje."


Dick en Els

Wereldfietsers?

dickenelsoppadIn ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op  een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die niet gaan fietsen maar liever thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.

Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg". Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.
2fietsenoppad224