Na Potvissen bij de Lofoten en Zuidkapers bij Peninsula Valdes...

Whale meat again!

Dick en Els

Een paar dagen nadat we het stadje Tequila achter ons gelaten hebben gaan we aan boord van El Corumuel, een van de twee schepen die de ferrydienst tussen het vasteland van Mexico en Baja California verzorgen. De boot is nog maar juist buiten de havenpieren wanneer we door de kapitein op de brug worden uitgenodigd. Terwijl Els een stukje mag sturen wijst de stuurman op een witte fontein op een paar honderd meter voor de boeg van het schip.
"Walvissen!"

Even later passeren we ze op nauwelijks vijftig meter. Vier stuks.
In de volgende uren zien we er meer. Soms op grote afstand, soms dichtbij. We zien ze ook boven water springen. Voor het eerst. Opgetogen zijn we. De mannen op de brug letten er niet eens meer op. Voor hen is dit, in deze tijd van het jaar, heel normaal.
Ook de dolfijnen die we door de golven zien klieven.
En de fregatvogels die naast het schip meezweven.
Voor ons is het een feest.
We zien de zon als een rode kerstbal ondergaan, voelen de kou opkomen en vinden een stil ple kje op het bovendek waar we onze matjes uitrollen en in de slaapzak kruipen.
Ver van de benauwde slaapzaal met huilende kinderen en stinkende sloebers liggen we zachtjes deinend op onze rug naar de sterren te kijken.
Uit de disco op het achterdek klinken belegen deuntjes van Abba en The Beatles.

Dick en Els
Verlaten zandweggetjes tussen La Paz en Cabo San Lucas.

De volgende ochtend meert de boot aan de terminal van La Paz. We voegen ons in de rij van honderden sloebers die, in kapotte kleding en op teenslippers, met hun bezittingen in een rijstzak vanuit hun bergdorpjes in het zuiden naar Baja komen... op zoek naar werk.
Diezelfde mannen en jongens komen we drie dagen later tegen wanneer we Cabo San Lucas, het zuidelijkste puntje van Baja California, bereiken.
In dit stadje, dat twintig jaar geleden nog maar een paar duizend inwoners telde, zijn bijna zeventigduizend hoogbejaarde Amerikanen neergestreken om er in een aangename temperatuur en met een mooi uitzicht hun laatste dagen te slijten. Hier laten ze voor een - naar Amerikaanse maatstaven - klein bedrag een eigen villa neerzetten of kopen ze een appartement in een van de talloze resorts. Hun vaak bizarre bouwwensen worden op typisch Mexicaanse wijze vervuld door de mannen uit de bergen. Veel van die mannen hebben nog nooit een hamer vastgehouden en hebben geen flauwe notie hoe een huis gebouwd moet worden.
Dat geeft ook niet.
De meeste van de paleizen hoeven - geheel in stijl met de Amerikaanse 'waste'-filosofie - niet langer dan vijftien jaar mee te gaan.
Voor veel Amerikaanse fietsers en motorfietsers is het bereiken van Cabo San Lucas - na een elfhonderd mijl lange reis vanuit Tijuana - net zoiets als wat voor Europeanen het bereiken van de Noordkaap of Santiago de Compostella is.
Voor ons is het een soort van Cape Disappointment.
Meer niet.

In de twee weken die daarna volgen rijden we samen met Floris Hollander, die ons vanuit Nederland is komen bezoeken, naar het noorden. Het weer is, in tegenstelling tot wat we ervan verwacht hadden, niet echt tropisch. Over het schiereiland waait een behoorlijk harde wind die we, geheel volgens onze traditie, pal tegen hebben. Bovendien regent het. De eerste regen die er sinds tien jaar in het zuiden van Baja California valt.
Ondanks dat slechte weer hebben we het prima naar ons zin. We kamperen op het prachtige zwarte zand van de Zee van Cortez, met uitzicht op prachtige rot sformaties en zie hoe de zeeleeuwen voorbijzwemmen. We vergapen ons aan de soms wel twintig meter hoge cactussen en fietsen twintig kilometer lang met een school dolfijnen mee.
We bezoeken prachtige stadjes als Mulege en Loreto en zien de bizarre kerk van Gustav Eiffel (die van de toren) in Santa Rosalia.
In San Ignacio bezoeken we de prachtige missiekerk.
Vanwege de wind doen we niet veel meer dan fietsen.
Beuken tegen de wind in.
Voor ons is het een soort van werk maar wanneer we naar Floris kijken (die hier zijn vakantie viert) kunnen we ons voorstellen dat hij zich afvraagt waar hij die pech aan verdiend heeft.

Dick en Els
Onderweg op Baja California: Yuccabomen, verlaten wegen, agave's,

Dick en Els
stille zandweggetjes door het betoverend mooie Catavina Boulder field,

Dick en Els
een overdaad aan bloeiende cactussen en maguy's,

Dick en Els
de vreemde cirioscactussen van soms wel vijftien meter hoog en kolibri's,

Dick en Els
de prachtige missiekerk van San Ignacio, de bloedstollend mooie zonsondergangen,

Dick en Els
de bouwvallige restaurants en de niet aflatende zoektocht naar water.

Dick en Els
Toch konden we, ondanks het overwegend grijze weer en tussen de buien door nog een paar mooie foto's maken.

Dick en Els
Bijvoorbeeld van hoe mooi de tentjes er op de prachtige kampeerplekjes bijstonden.

Dick en Els
Van een rijtje dooie koeien, een reusachtige krab en een eenzaam kapelletje.

Dick en Els
Van hoe twee fietsen als waslijn kunnen dienen en een van de miljoenen cactussen.

Op 14 februari zijn we ongeveer halverwege de lange rit naar boven. Op acht kilometer ten zuiden van de plaats Guerrero Negro slaat een bord. 'Whale w hatching - 27km' staat er op en daarachter gaat een zandpad in een rechte streep naar de horizon. Zevenentwintig kilometer nog naar het walviskamp.
Aan het eind van die weg, op het punt waar de vlakte in het water van de baai zakt, staan - in het midden van een streep oeverbegroeiing - een paar witte gebouwen. De grootste ervan dient als bezoekerscentrum en restaurant. De twee kleinere zijn opslagruimte en toiletgebouw. Bezoekers zijn er nauwelijks. Een schelpenpad buigt van het terras, langs een walvisskelet, af naar een pier waaraan wat aluminium boten dobberen. Ver weg, tussen de golven, zien we de witte pluimen van de walvissen.
We zijn er!
Voor drie dollar mogen we kamperen zolang we willen.
Er is drinkwater en in de duinen zijn kampeerplekken ingericht.

Dick en Els
De omgeving van Guerrero Negro en Ojo de Liebre. De inham is de beroemde "Scammon's Lagoon".

We vieren Valentijnsdag met een maal in het restaurant en kijken uit over Scammon's Lagoon.
Het is hier waar het grootste deel van de populatie van de grijze walvissen elk jaar naar toe terugkeren komen om te kalven en te paren. Nadat de dieren de zomer in de voedselrijke Beringzee hebben doorgebracht beginnen ze aan hun bijna tienduizend kilometer lange tocht zuidwaarts, naar de warme kustwateren van Baja California. Met deze afstand is de trektocht van de grijze walvis de langste zoogdiermigratie ter wereld.
De zwangere vrouwelijke dieren arriveren er in de tweede helft van december waarna ze, in de ondiepte van de baai, hun kalven ter wereld brengen. Veilig voor natuurlijke vijanden zoals de witte haai en de orca. Alle kalven worden geboren in een periode van ongeveer drie weken, van 20 december tot 10 januari. In de twee tot drie maanden daarna wordt het kalf gezoogd en in deze periode worden de moederdieren, vlak voordat de dieren weer terugkeren naar open zee, ook opnieuw bevrucht. Het vreemde daarvan is dat, hoewel de periode waarin de vrouwelijke dieren bevrucht worden, over drie maanden is uitgespreid, alle geboortes binnen een periode van drie weken plaatsvinden. De zwangerschapsduur is dus niet - zoals bij andere zoogdieren - een vast aantal dagen.
Vreemd is ook dat de dieren tijdens hun tocht van de Beringzee naar hier, tijdens hun verblijf in de baai en tijdens de terugtocht, niets eten. Een periode van zes maanden. Vreemd is dat ook de onvolwassen dieren, die hier dus eigenlijk niets te zoeken hebben, ook ieder jaar aan de trek deelnemen. Tien maal maken ze die hele reis voor niets, want een grijze walvis is pas na ongeveer elf jaar geslachtsrijp.
Het is net als met zoveel in het leven.
Alles wat we nog niet weten is vreemd.
We kij ken uit over het water, waar de ene na de andere walvis aan de oppervlakte wentelt. De meeste pluimen komen in twee... een grote en een kleine. Moeder en kalf.

Tussen onze kampeerplek en het zandpand naar het restaurant heeft zich een klein meer gevormd. Het blijkt dat we in een getijdengebied kamperen en dat de begroeiing voor en achter ons een soort kwelder is die tijdens vloed onder water stroomt. Het duin waarop ons tentje staat is een droge zandstrook waar we alleen tijdens eb met droge voeten vanaf kunnen.
De dagen openen grijs en kil maar wel met het uitzicht op een stuk of tien walvissen die zich in de baai, vlak voor onze tent, aan de oppervlakte wentelen. Aan de horizon is het feest. Daar springt de ene na de andere boven de golven.
Els en Floris willen als eerste de baai op en pakken rond elf uur hun spullen bij elkaar en wandelen naar de pier vanwaar de bootjes vertrekken.
Ongeveer op hetzelfde tijdstip breekt de lucht helemaal open en tegen de tijd dat ze op zee zitten is er geen wolkje meer te zien. De wind is gedraaid en komt uit het westen. Op de baai staat een zwakke kabbel.

Dick en Els
We passeren een groepje zeeleuwen die op een boei liggen te l uieren en even later komt de eerste grijze babywalvis nieuwsgierig een kijkje nemen.

Dick en Els
Daarna nog twee, moeder en kalf.

Dick en Els
Het 'spyhoppen', waarbij de walvis zijn kop boven water steekt, is karakteristiek voor de Grijze walvis.

Dick en Els
Een kalf. Het oog is duidelijk zichtbaar.

Dick en Els
De grijze walvis zwemt zo langzaam dat er zich makkelijk mosselen op z'n rug hechten. Hier is het V-vormige spuitgat duidelijk zichtbaar.

T
wee uur later zijn ze terug.
Opgetogen over wat ze gezien hebben.
"Ze kwamen gewoon naar de boot... een moeder en een jong... en bleven daar zeker een half uur liggen".
"Het was geweldig! En rondom ons lagen zeker twintig andere walvissen. Je kon niet kijken zonder er geen te zien. Overal zag je van die spuitpluimen".
"Ja... en om de haverklap kwam er eentje met z'n kop boven water... dan weer hier en dan weer daar. Prachtig was dat".
Wanneer Els en ik later op de middag naar zee gaan is de zee een stuk ruwer en is het gedrag van de walvissen heel anders dan Els en Floris eerder beschreven. De dieren komen nu niet naar de boot maar zijn veel meer in beweging. Er steken er veel meer hun kop boven water uit en verder weg springen er ook boven water uit.
Het maken van goede foto's is, vanwege de golven, heel moeilijk. Een foto van een 'spyhopper' is een tref maar om er eentje van een springend dier te maken is vrijwel onmogelijk. De hele tijd op zee hoop ik op het maken van 'de klassieker'... de foto van de walvisstaart die bijna onder de golven verdwijnt.
Wanneer we na bijna twee uur terug op het strand staan heb ik ruim negentig foto's van zwarte en grijze walvisruggen die ik thuis, na ze waarschijnlijk slechts één keertje bekeken te hebben, voor altijd op zal bergen. Want dat wat op zee zo ontzettend spectaculair en emotioneel is, ziet er op een dia uit als een zwarte vlek tussen blauwe golven.

"Hoe vond je het?"
"Anders".
"Anders dan wat?"
"Anders dan bij Peninsula Valdes".
"Minder?"
"Ja... minder emotioneel..."
"Hmmm".
"Ik weet nog goed hoe ik daar bijna uit m'n dak ging. Dat had ik hier helemaal niet. De ervaring was veel minder emotioneel als die eerste keer".
"Misschien komt dat ook omdat we nu al twee weken aan die walvissen gewend zijn. We hebben ze al op de ferry gezien".
"Ja... en ook hier... gewoon in de baai".
"Toch vond ik het heel erg de moeite waard...".
"Ik ook... ik vond het super. Heel erg mooi... maar toch anders. Misschien ook omdat deze dieren veel kleiner zijn dan die in Argentinië".
"Is dat zo?"
"Ja. Deze lang niet zo groot".
"Zo klein?"
"Klein... altijd nog twaalf tot vijftien meter".
"En die in Peninsula Valdes?"
"Ruim twintig meter... maar twee keer zo zwaar".
"Zou je nog een keer willen?"
"Wat... naar zee? Meteen!"

Twee dagen later fietsen we terug naar de asfaltweg. Wanneer we bij het witte gebouw komen draaien we ons nog even om en kijken over de baai. Twee waterpluimen spuiten omhoog, een zwarte rug verdwijnt onder water.
In m'n hoofd klinkt een liedje.
'Whale meat again... don't know where, don't know when... but I know we'll meet again, some sunny day'

Dick en Els