Er klinkt het geluid van krakend hout, het licht valt uit

7.8 op de schaal van Richter

Dick en Els

We zijn in Villa Corona, een klein dorp in het zuidwesten van de staat Jalisco aan de westkust van Mexico. Het is even na acht uur 's avonds, we liggen naast elkaar op een doorgezakt bed op de bovenverdieping van een oud hotel even buiten het centrum. Tegen een van de verveloze muren staan onze fietsen, de inhoud van de tassen ligt verspreid door de kamer. Aan een geïmproviseerd waslijntje hangt wat kleding te drogen. Op het midden van de vloer staat een benzinebrander en in de pannetjes ernaast de laatste resten van een macaronimaaltijd. Het licht komt van een enkel peertje boven de deur. We zijn moe van een lange dag fietsen en kijken naar een onduidelijke zwartwitfilm op televisie.


Plotseling begint het bed te bewegen.
We kijken elkaar aan en vragen tegelijk... 'doe jij dat?'
Dan zien we dat de spiegel aan de muur op een vreemde manier heen en weer slingert. Er valt wat kalk van het plafond, er klinkt het geluid van krakend hout, het licht valt uit, gaat weer aan en valt weer weg.
Het is aardedonker.
Nu schudt het bed nog harder en rollen we tegen elkaar aan.
Een aardbeving!
We springen uit bed maar kunnen ons moeilijk op de been houden. Het hele hotel schudt heen en weer als een vliegtuig in een luchtzak. Op de tast vinden we de deur en als in een droom lopen we met onze handen tegen de muur stapje voor stapje in de richting van de trap. Het lijkt alsof we in een kermisattractie verzeild zijn geraakt. Alles staat stil maar toch beweegt het. Alsof we in een schoenendoos zitten waar mee geschud wordt. Van heel ver weg klinkt vaag het geluid van iets dat op onweer lijkt.
Op de metalen buitentrap moeten we ons stevig vasthouden aan de leuning om niet van de treden te vallen. Zittend gaan we van tree naar naar tree beneden.
In het huis naast het hotel begint een vrouw te gillen om haar kinderen... overal blaffen honden... al het licht is verdwenen en het is aardedonker.
Dan staan we op straat en is het voorbij. De wereld staat weer stil.
Auto's zijn gestopt en de anders zo irritante herrie van radio en televisie is verdwenen. Op de blaffende honden na is het onwerkelijk stil.
Families staan in kleine groepjes bij elkaar voor hun huizen. Ze houden elkaar vast en lijken met ingehouden adem te luisteren of er nog meer komt.
Wanneer onze hoteleigenaar ons zichtbaar geschrokken een paar kaarsen komt brengen vertelt hij ons dat de vorige aardbeving, in 1985, op precies dezelfde manier begon.
Hij is bang.
Want toen waren er meer dan tienduizend doden.
Maar het blijft stil.
Er komt geen tweede beving.
Zo lijkt het, na een half uur wachten.
Een paar gezinnen kiezen ervoor om de nacht niet in hun huizen door te brengen. Terwijl ze met hun kinderen in dekens gewikkeld naar het plaza wandelen, lopen wij de trap weer op, terug naar onze kamer.
In het donker liggen we naast elkaar op bed. Stil.
Heel stil.
We luisteren.
Maar naar wat?
Nu pas, in de donkere stilte van de vreemde hotelkamer, lijkt de schrik er bij ons ook in te zitten. Bij ieder geluid veren we op, klaar om opnieuw naar buiten te gaan.

Dan, halverwege de nacht, floept het licht weer aan. Van buiten klinkt het opgeluchte gejoel van de dorpsbevolking op het plaza. Op TV zien we beelden van bulldozers die in het donker puin ruimen. We zien reddingswerkers met brancards, ambulances met zwaailichten en huilende vrouwen met angstige gezichten.
Staande voor een volledig ingestort huis vertelt een bezorgd kijkende nieuwsreporter dat er inmiddels vijfentwintig doden geborgen zijn, dat er ruim driehonderd mensen met verwondingen in het ziekenhuis liggen en er nog ongeveer vijftig vermisten zijn.
De beving had een kracht van 7.8 op de schaal van Richter en duurde vijfenveertig seconden.
Vreemd.
In onze herinnering leek dat minstens tien maal langer.

Dick en Els