Onvergetelijk rondje door de Dominicaanse Republiek

De ontdekking van Amerika

Dick en Els

De Verenigde Staten liggen achter ons. In drie maanden tijd fietsten we van West Texas via Tennessee naar Zuid Florida. Van El Paso, dwars door Texas naar New Orleans. Van Memphis, Tennessee via Atlanta, Georgia naar Fort Lauderdale, Florida.
Zo leuk en spannend als het in Texas was, met de onvergetelijke rit dwars door de woestijn, met de uitbundige natuur in Hill Country en de onvergelijkbaar warme en hartelijke Texanen die we overal ontmoetten en die altijd tijd hadden voor een praatje en interesse toonden. Zo anders hebben we de rest van het zuidoosten van de VS ervaren.
Hoe anders?
Nou.... dood- en doodsaai!

In het zuiden van Louisiana waren we allebei nog in zo'n jubelstemming over het door ons ontdekte nieuwe fietsparadijs dat we nog niet echt in de gaten hadden dat we, met het overschrijden van de grens tussen Texas en Louisiana, toch in en heel andere wereld terecht waren gekomen. Dat duurde ongeveer een week of twee. En toen, nadat we de krokodillen in Cajun-country en de 'Coonassies' vaarwel hadden gezegd, vanaf dat moment werd alles anders.
Of... anders gezegd; iedere dag werd hetzelfde.
In ieder dorp en iedere stad staan precies dezelfde huizen met precies dezelfde keurig net gemaaide gazons waarop op elke zaterdagmorgen een precies dezelfde motormaaier rijdt.
In ieder dorp en ieder e stad staan precies dezelfde winkels die allemaal exact hetzelfde verkopen tegen precies dezelfde prijs als overal. Dollar General, Wal-Mart, K-Mart, Save-a-Lot, Piggly-Wiggly, Publix, Family Dollar.
In ieder dorp en iedere stad precies dezelfde restaurants, met exact dezelfde inrichting en hetzelfde personeel met dezelfde baseball caps die overal precies hetzelfde tegen je zeggen... 'Hello sir', 'How may we help you today sir?', Have a nice day, sir'. MacDonalds, Wendy's, Ardee's, KFC, Pizza Hut, Burger King, SubWay, Taco Bell. Overal hetzelfde en... om de keuze gemakkelijk te maken... overal op dezelfde plek; aan de rand van de stad en allemaal keurig naast elkaar.

Op ons tandvlees arriveerden we dus begin november op ons laatste WSL-adres in Fort Lauderdale. Hunkerend naar... naar... tja.... hunkerend naar iets anders. Hunkerend naar kleurige kleding, naar echte muziek, naar mensen op straat, naar eten in marktstalletjes, naar lachende kinderen, naar avontuur, naar afwisseling. Hunkerend naar de derde wereld en - voor ons part - naar alles wat daarbij zou horen... de diaree, de smerige hotelkamertjes, de herrie in de steden, het gebedel van kinderen en constant het middelpunt van de aandacht zijn.

Vrijdagmorgen 8 nov ember. Om kwart voor vijf gaat het alarm van de Psion. Dale, onze symphatieke gastheer van de afgelopen drie dagen staat in een oudemannenpyama in de keuken en maakt koffie. We nemen een douche, laden de fietsdozen en alle tassen in de bestelbus, smeren pindakaas op een bagel en even later zitten we zwijgend naast elkaar op weg naar het vliegveld.
Tijdens het inchecken van de bagage blijkt dat er sinds de gebeurtenissen op 11 september vorig jaar nogal wat regels veranderd zijn. Alle Amerikaanse maatschappijen hanteren een bagagelimiet van twee stuks bagage en twee stuks handbagage. Voor de handbagage is een formaatlimiet, voor de overige bagage een gewichtslimiet... tweeendertig kilo. Fietsen moeten in een doos en voor het vervoer daarvan wordt, ongeacht het gewicht, 50 dollar berekend. Voor ieder extra stuk bagage wordt honderd dollar extra in rekening gebracht. Ongeacht formaat of gewicht. Dat zijn de simpele regels en van regels weten we inmiddels dat er in de VS niet mee gesjoemeld wordt.
En daar staan we dan... als fietsers. Twee enorme fietsdozen en twaalf fietstassen. De fietsdozen worden goedgekeurd. Om de vierhonderd dollar voor de extra stuks bagage te ontlopen tapen we een paar tassen met duct-tape aan elkaar en nemen we, naast onze stuurtassen, twee voortassen mee als handba gage.
Dat mag.
Maar wanneer we even later, half opgelucht, naar de 'gates' lopen zien we een bord.
'No knives of any kind beyond this point'.
Tien meter verder nog een keer.
'No knives of any kind beyond this point'.
We kijken elkaar aan, schrikken, kijken naar de tassen en realiseren ons dat we de verkeerde tas bij ons hebben.
Tas nummer vier.
De tas waarin de keukenspullen... en dus de MSR-stove en het benzinetankje.
"Shit!"
"Wat is er?"
"In de keukentas... daar zit niet alleen de stove in, maar ook het zakmes!"
"Nou? Kunnen we die nog omwisselen?"
"Nee... dat is te laat. Zelfs de fietsen zijn al weggehaald".
"Wat nu?"
"Afwachten... misschien valt het mee".

Wanneer de tassen even later door de x-ray tunnel gaan zitten de twee mannen vrolijk met elkaar te kletsen. Ze kijken niet naar het scherm en daardoor gaat alles zonder problemen over de lopende band. Stomverbaasd lopen we door.
"Nou... dat stelt ook geen ruk voor... die extra veiligheidstoestanden".
"Verbijsterend! Die twee die naar die beeldschermen moesten kijken zaten gewoon een beetje met elkaar te kletsen".
"Ons geluk... doe maar net als of er niets aan de hand is".

Een uur later worden we, tijdens het aan boord gaan, allebei uit de rij gepikt voor een 'random check'. De eerste tas die opengemaakt wordt is nummer vier. Wanneer het keukenmes tevoorschijn komt wordt de luchthavenpolitie gebeld, een supervisor opgetrommeld en moeten er vragen worden beantwoord.
Even later komt tot overmaat van ramp ook het Zwitserse zakmes tevoorschijn, de twee boterhammessen, onze MSR-brander, het benzinetankje en een doosje lucifers.
De Sheriff's deputy is een chagrijnige vent met een varkenskop en niet erg beleefd. Bars vertelt hij ons dat we voorlopig gearresteerd zijn.
Gearresteerd omdat we messen aan boord van een vliegtuig wilden brengen.
"Knives?"
"Yes!"
"Kitchen knives and a Swiss army knive... come on..."
"You have read the sign... no knives of ANY kind!"

Tien minuten later arriveert de Airport Security Supervisor. Dat blijkt een redelijke man te zijn. Hij luistert naar ons verhaal, checkt de verschillende voorwerpen en geeft een pardon voor de brander en ook voor het tankje wanneer blijkt dat dat leeg is.
De messen worden vernietigd, we worden gevraagd door welke x-ray gat e we gegaan zijn en daarna mogen we - tot ergernis van de deputy - als allerlaatsten het vliegtuig in.
Met vijftien minuten vertraging vertrekken we.
We hebben weer geboft.
Dick en Els
Links: Het standbeeld van Columbus in het oude centrum van Santo Domingo.
Rechts: Onze route.

Na een tussenstop op Puerto Rico landen we halverwege de middag in Santo Domingo. Een prima vliegveld waar een gezellige drukte heerst. De mensen hebben kleurrijke shirts aan, er klinkt leuke muziek in de aankomsthal en er ruikt heerlijk eten.
We schroeven onze fietsen in elkaar en zien dat het al half vijf is wanneer we de koelte van het gebouw verlaten en in de vochtige hitte richting Santo Domingo fietsen.
De smalle vluchtstrook langs de zesbaans snelweg ligt vol afval en hoe dichter we bij de stad komen des te drukker het wordt. Vrij snel wordt ook duidelijk dat we een denkfout gemaakt hebben door er van uit te gaan dat het hier, omdat we in een andere tijdzone zitten, later donker zou zijn. Het is dan wel een uur later maar we zijn ook een stuk naar het oosten gereisd. Op de klok maakt het dus niets uit... ook hier zal het om zes uur donker zijn en dat komt slecht uit.

Met de schemer op de hielen trappen we ons richting stad.
Vergeefs.
Op vijftien kilometer voor de stad wordt duidelijk dat we het niet gaan halen. We stoppen, overleggen en gaan van de snelweg af in de richting van een groepje huizen. Na een paar keer links en rechts gereden te zijn en drie keer om een kampeerplek te hebben gevraagd stuurt een jonge vrouw ons een zandpad op in de richting van iets wat zij 'Casa Grusso' noemt.
"Es una casa muy grande... son Cubano's... pregunta por aya... pregunta por Gelena".

Het pad waarover we fietsen eindigt voor een roestige schuifdeur in een muur die volledig overwoekerd is met klimplanten. Daarachter staat, in een volledig verwilderde tuin, een bouwval van een villa. Een blonde vrouw in badjas sproeit water over een bed koolplanten.
"Hola, buenas tardes".
Ze kijkt verrast op.
"Si?"
"Desculpe... somos ciclistas de Holanda a una vuelta del mundo. Buscamos un lugar por acampar... possiblemente en esta jardin?"
"Bere you from?"
"Aaah... good! You speak English! We are from Holland and we are cycling around the world... we are looking for a place to camp out... may we put up our tent in your garden? It is only for one night".
"You Golland? Me Russia!"
"You are from Russia?"
"Si. No good speak ingli. My gusban he Cubano, he speak ingli. Why you sleep in my garden? You hotel in Santo Domingo!"
"It is getting dark... it is fifteen kilometer to town".
"Fy minits".
"Five minutes in a car, yes. We are on bicycles".
"Ah... claro... velocipeds. Why you not sleep in my gouse... huh, why?"
"In the house? Sure... but we have everything with us..."
"You sleep in gouse. Here my father... he speakie gherman. You speakie gherman?"

Een oude man in zwembroek en een vrolijk hoofd komt langzaam dichterbij.
"Willkommen!"

Binnen maken we kennis met de twee dochters van Elena en luisteren we naar het verhaal.
Elena komt uit Kiev, waar ze zestien jaar geleden haar man heeft leren kennen. Rolando komt uit Cuba en studeerde - net zoals duizenden andere Cubanen - in het kader van de Russische hulp aan Cuba aan een van de universiteiten.
Na z'n studie ging hij aan het werk in de Antonov vliegtuigfabriek maar moest - na de perestrojka en het instorten van de Russische economie - op zoek naar een andere baan. Na twee jaar als muzikant in Stockholm gewerkt te hebben werd hij vlieginstructeur voor Santo Domingo Airlines. Ze wonen als 'kraakwacht' in deze oude villa, waar geen stromend water is maar wel een zwembad, en hopen zo weer genoeg geld bij elkaar te sparen om een eigen plek te krijgen.
Ze wachten tot de situatie in Cuba beter wordt.
"When Fidel is dead all the Cubans will go back".

Elena en Rolando staan er op dat we een dag extra blijven, onze fietsen hier laten en dat we morgen naar de oude stad gaan en er een beetje rondkijken. Wanneer we hen van onze plannen vertellen... een klein rondje over het eiland fietsen, en dan naar Haiti om daar, vanuit Port au Prince naar Santiago de Cuba te vliegen haalt Rolando ons uit een droom. Air Caribbean is failliet en daardoor zijn er geen vluchten meer van Port au Prince naar Santiago de Cuba.
"That country is very bad. We have also stopped to fly to Port au Prince... too much trouble... no rules. Every time many problems. The airport is very bad".
We hebben geen redenen om aan zijn verhaal te twijfelen.

Met de onmogelijkheid om vanuit Port au Prince naar Cuba te vliegen vervalt er een van de redenen om naar Haiti te gaan. We kijken op de kaart en rekenen uit dat het bovendien een hele gestresste rit zou worden... lange dagen en weinig rust.
Is dat iets dat we willen?
Nu we de VS achter ons hebben en weer kunnen genieten van een leuk land?
Was dat niet waarvoor we hier kwamen?
Amerika ontdekken?
Nou dan.

Na een poosje wikken en wegen hakken we de knoop door... we laten Haiti vallen en kiezen voor een groter rondje door de Dominicaanse Republiek.
We kunnen vanuit Santo Domingo vier maal per week naar Santiago de Cuba vliegen. Bovendien biedt Rolando aan om zijn ouders te bellen en hen te vragen of wij er een paar dagen mogen logeren. Ouders die in Santiago wonen!
Daarmee is meteen een heel groot probleem opgelost... het probleem van het adres dat we op onze Cubaanse toeristenkaart moeten gaan invullen. Dat hoeft nu dus geen duur toeristenhotel te zijn.
Met deze wel heel toevallige ontmoeting zijn, zo lijkt het, een paar grote problemen opgelost. We hebben niet alleen een hele prettige logeerplek... we hebben ook een logeeradres in Santiago.
Het lijkt alsof het zo moet zijn.
Dick en Els
Links: Op iedere straathoek van de stad wordt domino gespeeld... om grof geld.
Rechts: hoewel er geen fiets op het eiland te zien is troffen we er wel een straatverkoper met een verzameling huisvlijt.

Na een dag in het oude centrum van Santo Domingo te hebben rondgeslenterd en er onze tickets naar Cuba te hebben gekocht vertrekken we de ochtend erna voor onze ontdekkingsreis door de Dominicaanse Republiek. Niet naar het noorden zoals we aanvankelijk dachten maar naar het oosten, langs dezelfde weg die we twee dagen eerder fietsten en ook hier over een vluchtstrook die vol ligt met afval.
Rechts ligt de oceaan, links raast een waanzinnige hoeveelheid verkeer.

Na ongeveer dertig kilometer wordt de weg beter. De vluchtstrook is dubbel breed en het verkeer niet half zo druk. We vinden zelfs een paar mooie ple kjes om op de koraalrotsen langs de oceaan uit te rusten. Glashelder water spuit er als schuim tussen de spleten omhoog. Pelikanen houden ons van een afstandje in de gaten en hier en daar zweeft een fregatvogel..
We kijken elkaar aan en halen opgelucht adem.
Het begint al ergens op te lijken.

Aan het eind van de eerste dag vinden we in San Pedro de Marcoris een hotel met de vertrouwde naam '24 horas'. In de 'lounge' liggen drie jongens onderuitgezakt naar TV te kijken. Een joint gaat rond.
Een van de drie gaat ons zwijgend voor naar een donker kamertje dat vijftien dollar moet kosten. Zevenenhalf voor de tijd tot acht uur 's avonds, zevenenhalf voor de nacht. Op het bed ligt een gerafelde handdoek, een half stukje zeep en een paar velletjes wc-papier. Op de TV zijn vijf kanalen; vier maal sneeuw en een pornovideo.
"Dat is een tijd geleden..."
"Wat? Porno?"
"Nee... dat we in zo'n neukhotel geweest zijn"
"Och... ja, dat was... eh... ergens in Noord Mexico?"
"Casas Grandes?"
"Ik denk het... ja".

Een ratelende ventilator, een wc die constant doorspoelt en een koude douche zonder sproeikop maken het geheel compleet. Achter het bed ligt een indrukwekkende verzameling condooms.
Gebruikt.
Moe vallen we op bed.
Eindelijk zijn we weer op vertrouwd terrein.
Vanuit de straat klinkt calypso en merengue, ieder meisje dat ouder is dan vijftien jaar is moeder of in verwachting, jongens scheuren op brommers of hangen bij elkaar op een hoek van het plein waar fanatiek domino gespeeld wordt. We eten kip met yucca voor een dollar terwijl een paar kaalgeschoren jongetjes in onderbroek toekijken.
We zijn weer thuis.
De enige blanken in teenslipperland.

Maandagochtend, zeven uur in het centrum van San Pedro de Marcoris. Buiten klinkt de disco. Binnen zijn er de vier kanalen vage sneeuw en het pornokanaal. De jongens van het hotel sloffen moe heen en weer of hangen loom op de bank. Er is niets veranderd.
We kopen vijf liter drinkwater, gespen onze spullen op de fiets en manouvreren door het pandemonium van de ochtendspits de stad uit.
Na vijf kilometer rijden we langs de suikerrietvelden naar het noorden.
In de berm zien we een overvloed aan fruitstalletjes... grapefruits, bananen, ananas, papaya. Halfvergane hutjes met golfplaten daken. In frisse kleuren geschilderd.
Kinderen in ondergoed, vrouwen met een emmer wasgoed op het hoofd.
Mannen op brommers.
Armoe.
Gelukkige armoe.

Els heeft het in deze omgeving geweldig naar haar zin. Ze is vrolijk, zwaait naar iedereen langs de weg en klaagt over niets. Zelfs niet wanneer we na de middag in de benauwde hitte de Cordillera Oriente op gaan. Twintig kilometer lang klimmen we door een vochtig woud omhoog. Het zweet druipt in straaltjes van onze hoofden. Het zout bijt in de ogen.
Zwaar is he t niet. Het is de vochtigheid die het lastig maakt.
We genieten van de overdaad aan vlinders en van de muziek die overal klinkt.
We stoppen voor grapefruits en Pipa Fria (dat hier weer gewoon Agua de Coco heet) en zijn voor we er goed en wel erg in hebben aan het dalen naar Sabana de la Mar dat negen kilometer verder ligt dan op de kaart staat aangegeven.
Negen kilometer langer feest.

Dick en Els
Agua de Coco. Vers uit de boom, vier voor een dollar.

Samana ligt aan de overkant van de baai. Een klein bootje steekt bij goed weer twee maal per dag de baai over. Met dertig passagiers, wat bagage, vijftig kippen, twee fietsen en een bromfiets is het scheepje vol.
Vijf kwartier later zijn we aan de overkant. In tegenstelling tot Sabana de la Mar is Samana een stuk drukker. Veel toeterende auto's en motorfietsen met aanhangers waarin vier volwassenen kunnen zitten. Een soort van koetsjes.
Columbus arriveerde hier op 12 januari 1493 , precies een maand nadat hij de kust van Hispaniola voor het eerst zag. Omdat hij er niet zo gastvrij door de Ciguyao indianen werd ontvangen noemde hij de baai 'Golfo de las Flechas', de pijlenbaai dus, en liet het gebied voor wat het was.
Het huidige Santa Barbara de Samana is in 1756 gesticht door families die daartoe speciaal van de Canarische eilanden naar hier zijn overgebracht.
De baai zelf is een van de beste walvisplekken in de wereld. Van februari tot april komen de bultrugwalvissen naar de baai om er te paren en te kalven en trekt in die periode tienduizenden toeristen.
Februari tot april.
We zijn dus te vroeg.
Of juist precies op tijd.
Want... het is er heerlijk rustig.

We houden een rustdag in een volksbuurt van Sanchez, wat, sinds de sluiting van de haven vijf jaar geleden, geen vissersdorp meer is. Het straatbeeld wordt bepaald door vrouwen met riante billen, door ronkende motortaxi's en schreeuwende kinderen. Mannen doen niets of hangen lusteloos op veranda's. Ons uitzicht bestaat uit roestige daken en palmen. Op het balkon staat een plastic kerstboom met gouden linten.
De schoonmaakster in ons pension heeft sinds een week een mobiele telefoon en laat deze aan iedereen zien. Wanneer het ding plotseling begint te rinkelen raakt ze helemaal in extase.
"Mi suena... mi suena!"
Uit de manier waarop ze in het apparaatje schreeuwt maken we op dat het familielid ni et in de straat woont.

Tot nu toe is het in de Dominicaanse Republiek heerlijk fietsen. Iedere dag zitten we fluitend op het zadel.
Het is niet alleen die heerlijke Caribische sfeer, of dat 'bijna Afrikagevoel'... het is van alles. Het komt ook door de wegen. Die zijn hier prima. Glad asfalt met een mooie vluchtstrook en weinig verkeer. Ook nadat we Sanchez verlaten hebben blijft het leuk. Een klimmetje om over de Cordillera te komen en daarna een mooie afdaling naar de Atlantische Oceaan waar we ons op een verlaten strandje vergapen aan de heuse surfgolven. Helderblauw water, een mooi strand, een koel briesje, wuivende palmen en prima weer. En opnieuw verbazen we ons over het ontbreken van toeristen.
Tijdens onze rit langs de noordkust van het eiland passeren we af en toe een golf court. Prachtig kortgeschoren gras, betonnen paadjes, nette bloemperken... en geen toerist te zien. De Dominicaanse Republiek is uitgestorven en wij genieten van elke meter.
We genieten van de mensen, die allemaal even vriendelijk en vrolijk zijn.
We genieten van het fruit en het eten.
We genieten van het weer.
We genieten van de muziek die overal klinkt.
We genieten ons te pletter!

Dick en Els
Helderblauw water, een mooi strand, een koel briesje, wuivende palmen en prima weer.

Op de middag van de 15e november passeren we een klein hotel in Punta Gorda. Honderd meter verderop ligt een blauwe oceaan en een verlaten strand met kokospalmen.
We keren om naar het hotel, huren voor acht dollar een appartement en vinden het wel geschikt.
Els duikt in zee.

Midden in de nacht, donker, halfslaap. Er loopt iets over m'n gezicht... scherpe pootjes... nagels... een spin! Een tarantula!
"Aaaarghhh!"
Gillend zit ik rechtop in bed, wild om me heen slaand. Els is meteen wakker...
"Wat is er... wat is er?"
"Een spin... zo'n enorme spin! Er liep zo'n spin over m'n borst, hals en dwars over m'n gezicht!"
"Een spin?"
"Ja... of een muis... ik weet het niet... brrr!"
"Wet je het zeker?"
"Ja... aaaargh!"

We knippen het licht aan en zien niets. Niets in bed, niets onder het bed, niet op de muur.
"Schuif het bed 'ns opzij... er moet iets zijn, ik weet het zeker. Ik voelde het zo lopen".
Terwij l ik het bed naar voren schuif kijkt Els er achter.
"Aaaaarghhh!"
"Wat is er?"
"Een muis... een hele grote muis! Zo eentje!"
"Waar?"
"Daar zit ie!"
"Dat is geen muis... dat is een rat!"

Tussen het hoofdeind van het bed en de matras zit een rat. Het beest is onze kamer binnengekomen, op het bed gesprongen en over m'n borst, hals en gezicht gelopen... een rat!.
Het beest sprint onder het bed door en verdwijnt achter de kast. Met een bezemsteel jagen we hem er achter vandaan waarna het in paniek een rondje door de kamer rent en vervolgens naar buiten schiet.
"Jezus... een rat!"
"Ik sliep half en voelde pootjes in m'n hals en op m'n gezicht... trip-trip-trip... en toen dacht ik dat het zo'n hele grote spin was. Zo een die we telkens langs de weg zien liggen".
"Een rat!"

De volgende ochtend, net wanneer we onze tassen op de fietsen binden, komt onze gastheer aangesloft. Ongeschoren en met een pistool tussen z'n buik en broekriem.
"Bien dormir?" vraagt hij, met twee gevouwen handen onder een scheef hoofd.
"No... hay una rata en la habitacion... en la cama!"
"No es possible..."
lacht hij breed "...es un raton!"
"Una rata!"
en om duidelijk te maken dat ik het verschil tussen een muis en een rat wel weet geef ik het formaat tussen twee handen aan.
"Una rata?"
"Si! Mire..."

Boven op de kamer laat ik 'm de rattenkeutels zien die overal liggen en de tien centimeter brede kier onder de deur waardoor het beest naar binnen gekomen moet zijn.
Francisco staart naar de keutels en knikt.
"Voy a comprar veneno... ahora".
"Lijkt me slim"

Dick en Els
San Felipe in Puerto Plata. Het eerste fort in de nieuwe wereld.

Het mooie van dit land is dat het massatoerisme is geconcentreerd in een betrekkelijk klein gebied. Langs een dertig a veertig kilometer lange strook aan de noordkant van het eiland is, in drie clusters, alles bij elkaar gebracht voor hen die hier voor hun 'tropische droomvakantie' komen.
Punta Cabarete is de plek voor het budgettoerisme. Hier is het waar de wind-, kite- en gewone surfers komen. In het dorpje wordt het straatbeeld bepaald door jongelui, het haar in rastavlechten met kraaltjes. V eel tattoo's, veel 'lange' korte broeken, veel fluor bikini's... veel van hetzelfde. Veel pizzarestaurants, winkeltjes met wikkeldoeken, zonnebrillen, teenslippers en zonnebrand. En veel touragenten die allemaal hetzelfde aanbieden; een 'onvergetelijk quad-avontuur', surfscholen, duik- en snorkelscholen.
Reggaemuziek.
Vijf kilometer verderop ligt het plaatsje Sosua wat volledig is ingenomen door de Duitse bouwvakkerscene. Bier und Bratwurst. Cafe's hebben namen als 'Bei Gunther', 'Manfred's Biergarten', 'Im Paradies' en de consumpties zijn er acht tot tien maal duurder dan op de rest van het eiland. In de krantenkiosken liggen roddelblaadjes, 'Die Welt' en 'Bild am Sonntag'. Er is een 'Bayerische Metzgerei' en daarnaast een 'Backerei' waar Sachertorte en Apfelstrudel verkocht wordt. Veel makelaarkantoortjes, veel wit vlees, veel buiken en veel joviaal geschreeuw.
Westelijk van Sosua, tot Puerto Plata, rijden we langs de grote resorts. Ommuurde golfcourts met sprinkler-installaties. Daar zien we geen mens. Die zitten binnen, veilig achter glas. Die zien niets van het eiland. Helemaal niets.
De hele rit door de Dominicaanse vakantie-industrie duurt minder dan vier uur, inclusief twee rusten.
Dan zijn we weer alleen.
En prijzen de dag.

In een restaurantje langs de weg eten we een prima dagmenu voor een prijs waarvoor we in Sosua nog geen glas cola kregen. Uit de herrie, in de schaduw en met echte wind i.p.v. airco.
De Dominicaanse Republiek is een fietsparadijs!
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Beelden uit het binnenland van de Dominicaanse Republiek zoals de doorsnee tourist het niet te zien krijgt.

Een paar dagen later rijden we door het centrum van Cotui. Aanvankelijk hadden we gepland om hier te overnachten. Maar omdat het in het stadje zo'n verschrikkelijke herrie is en de twee hotels niet echt sympathiek rijden we door... in de overtuiging dat we ook vandaag - net zo als altijd - wel weer een plek zullen vinden om te slapen.
En dat klopt.
Wanneer we in Jibe - zeven kilometer verderop - de weg vragen, worden we uitgenodigd door een vrouw om in haar huisje te overnachten.
Ze is arm, zo zegt ze.
Maar ook nogal druk.
En heel erg in de Heere.
Haar huisje is gemaakt van platen hardboard, go lfplaat en stukken bijeengewaaid hout. Er staan twee bedden waaruit we mogen kiezen.
Er is geen WC.
En er zijn zoveel kieren dat er niet geventileerd hoeft te worden.
We geven onze gastvrouw vijf dollar voor het bed en vijf dollar om eten voor ons te maken.
En daarna nog eens vijf dollar voor een nieuwe fles gas wanneer blijkt dat degene naast het fornuis leeg is.
Ze staat erbij en haalt haar schouders op... vergeten.

Het eten smaakt en er is zelfs voldoende voor een gedeelte van de zeker twintig nieuwsgierige dorpelingen die vanavond naar de 'Americano's' komen kijken. Want, hoe vaak we ook zeggen dat we uit Holland komen... we blijven 'Americano's'.
Twee van de vrouwen komen om te vertellen van hun medische problemen en de operatie waarvoor ze aan het sparen zijn. Ze vragen niet direct om geld maar blijven wel vertellen over hoeveel de operatie kost, hoeveel ze al hebben gespaard en wanneer ze denken dat ze de rest het geld bij elkaar hebben.
Wanneer we doorvragen naar de precieze aard van de problemen zijn de antwoorden vaag. Ze wijzen op hun buik, trekken er een jammerlijk gezicht bij en vertellen van 'mucho dolor'.
Ook Anna moet een operatie. Dat gaat haar tienduizend peso kosten, waarvan ze er nu vijfduizend heeft.
"Que problema es?" wil Els weten.
"Aqui" klinkt het klagend en ook Anna wijst op haar buik.
"Mucho, mucho dolor... siempre".

De volgende ochtend staan we vroeg op. Anna heeft haar nachtpon nog aan wanneer ze opnieuw om geld vraagt. Dit maal is het voor de kerk... dertig peso slechts, anderhalve dollar. Resoluut schudden we van nee.
"Nada por la iglesia!".
Ze schrikt van onze heftigheid en begrijpt meteen dat we het menen. Verongelijkt verdwijnt ze in het keukentje om daar van de goedheid van de Heere te gaan zingen.

We rijden dertig kilometer over een stille asfaltweg naar het zuiden, passeren een paar kleine dorpjes waar we door aardige mensen worden toegeschreeuwd en eten wat broodjes op een plaza, omringd door schoenpoetsertjes die ons met open mond aanstaren. Dit is het armoe-deel van de Dominicaanse Republiek.
Precies om twaalf uur openen we de poort van het huis van Elena, van wie we te horen dat er een wespenplaag is en dat de waterpomp kapot is. Het zwembad is leeg. Al het water, twintig kubieke meter, is in een week gebruikt voor was, afwas, bad en toilet.
Eergisteren zou de pomp gemaakt zijn.
"But when I call the man gie say 'manana'. Then I call yesterday... gie say 'manana'. When I call gim today gie say 'hoy es domingo... manana'. Every day manana, manana, manana. I go crazy!"
We kijken elkaar aan.
Terug naar de VS?
Geen denken aan.
Geef ons dit Amerika maar!

Dick en Els

Etappes in dit deel: