In Texas is Nederland veel groter dan China

Groeten uit Nederland, TX

Dick en ElsIn de vroege morgen van vrijdag 23 augustus verlaten we El Paso.
Niet in noordelijke richting (wat logisch zou zijn wanneer je op weg bent naar Alaska) maar over de vluchtstrook van de Interstate Highway 10 fietsen we naar het oosten.
De zeventien dagen die we nodig hebben om de hele staat Texas van west naar oost te doorkruisen zijn lang, stoffig en vooral heet. Op drie dagen stijgt het kwik zelfs boven de 107° Fahrenheit en de wind blaast iedere dag hard in het gezicht.
De zoveelste woestijn.
De zoveelste eindeloze vlakte met zand, stenen, stekelig gras en dorre doornstruiken.
Iedere dag is het uitzicht hetzelfde en iedere dag opnieuw verplaatst de streep van de horizon zich honderd kilometer zonder dat het landschap veranderd.
En iedere dag is er die knagende stem in het hoofd: Was ik maar thuis... was ik maar in Nederland.

Op 12 september is het dan eindelijk zo ver. Nadat we 's morgens dwars door China gefietst zijn rijden we even na de middag Nederland binnen, onze laatste stop in Texas. Volgens een bord wonen hier ruim zeventien duizend hardwerkende mensen en moet een bezoek aan het 'Windmill Museum' een hoogtepunt zijn.

De stad opent met het gebruikelijke industrieterrein en een vestiging van Walmart. Op de kruising bij de afslag een verzameling restaurants... KFC, Wendy's, Pizza Hut, McDonalds, Taco Bell.
We volgen de borden naar het 'historic centre', fietsen langs de brandweerkazerne en het politiebureau en staan plotseling voor een soort fabriekshal. Tussen twee telefoonpalen wappert een spandoek in de wind... 'Wellkom in de Holland House!'

Dick en Els
Dwars door China (population:517) naar Nederland (population 17422).
Volgens het bord op de parkeerplaats is de Holland House een antiekwinkel. De buitenkant van het pand is opgeleukt met een kruiwagen vol plastic tulpen en knullig geschilderde boerenjongens en -meisjes in Hollandse klederdracht. Eenmaal binnen blijkt echter dat de Nederlanders in Texas een bijzondere definitie van antiek hebben. Een vergaarbak van allerlei afgedankte rommel en naar bestrijdingsmiddelen ruikende kleding, vergelijkbaar met dat wat we thuis op rommelmarkten tegenkomen. Het oudste object is een electrische blender (14 speed, in need of repair).
De zes hoogbejaarde vrouwen die de winkel runnen kijken heel verbaasd op van onze komst. De meest kwieke van het stel legt een haakwerkje terzijde en strompelt op ons af.
"May I help you? Are you looking to find something?"
"Well... maybe. We're from Nederland, Europe... from Holland... and we were wondering what this 'Holland-house' is all about".
"Are you from Holland? Wonderful! I have been to Holland once".

Ze kijkt achterom en wenkt haar collega's.
"You hear this? These people are all the way from Holland. Ain't that nice?"
De andere vrouwen staan op, komen er bij staan en beginnen nu ook te vertellen van hún bezoeken aan Nederland... en Duitsland... en Belgium... in koor. Niet alleen aan ons, maar ook aan elkaar.
Na een kwartier zijn ze wat gekalmeerd en krijgen we antwoord op onze vraag. Het gebouw waarin we staan blijkt het allereerste huis van Nederland te zijn geweest. Hier is Gatze Rienstra (een Fries notabene) in 1897 met zijn vrouw en drie kinderen neergestreken als eerste van een groep van ongeveer vijftig Nederlandse pioniers.
"Did he built thís house?"
"Well... this is the spot where the first house of the settlement was built... it was demolished in the fifties and it was replaced by this building. But it is on the very spot and that makes it kind of historic in that way".
"That's all?"
"Yes...".
"That is all there is from our country?"
"Well... you could go and see the Dutch Windmill... it has a wonderful Museum with all kind of things from your country. You could also go to the tourist office. They know a lot about Holland".

Wanneer we vertellen dat we ons tweeënhalf jaar lang het laplazarus gefietst hebben om hier te komen maakt dat geen indruk. Pas wanneer we vertellen dat we daarbij dwars door Texas zijn gefietst, vanuit El Paso, klinken er zuchten als 'darn', 'amazing' en 'unbelievable'.
"You two pedalled all the way from El Paso to here?"
"Yes..."
"Through all of Texas?"
"Well... eh... yes...".

Ineens ontstaat er drukte. In plaats van door elkaar kakelen de vrouwen nu teg en elkaar en raken er twee zelfs behoorlijk opgewonden. Een van de vrouwen wijst naar een paar klapstoeltjes.
"Well, you just wait right here. Don't you go away! Let me make a few phone calls... the newspaper should come to meet you... the chamber of commerce too! All the way from El Paso... on a bicycle... amazing! I can't wait to tell my daughter!"
Een andere vrouw verdwijnt om thuis een fototoestel te halen en de achtergeb leven vier vertellen in koor opnieuw van de keren dat ze in Holland zijn geweest.
"I have got a cousin that is married with someone from Holland".
Na een poosje in de herrie gezeten te hebben vinden we het wel genoeg. We stappen op en rijden in de richting van het centrum waar we het museum in de molen èn het toeristenbureau gesloten vinden.
Closed for lunch!
Ook wij hebben trek.
Onder een afdak bij het Nederland Heritage Pavillon vinden we wat schaduw en een plek aan een picknicktafel met uitzicht op de 'Original Dutch Windmill Museum' (waarin ook het Tex Ritter Museum).
Uit onze fietstassen komen tortilla's met banaan en pindakaas.
Het is snikheet en benauwd.
Nederland, Texas.
Dick en Els
Het stadje Nederland is in 1897 gesticht door een groep van ongeveer vi jftig Nederlandse pioniers die - volgens het bord dat voor de molen staat - de overbevolking, onvruchtbare akkers en vervlogen hoop op een toekomst in het vaderland ontvlucht waren.
Overbevolking? Onvruchtbaar land? In Nederland in 1897?
De brandweerman in het midden heet George Rientstra, is de vierde generatie van de Rientstra's en spreek geen woord Nederlands.
Er stopt een auto.
Een jonge vrouw met een fototoestel en een blocnote stapt in onze richting.
"You are the cyclists from Holland?"
"Yes..."
"I'm from the local newspaper... do you mind if I ask you a few questions?"
"Of course not... go ahead and ask..."
"How many punctures did you have during your trip?"

Een uur later maken we in het Windmill Museum kennis met Miss Molly, een bejaarde Indonesische die meteen begint met ons haar levensverhaal te vertellen. Nog voor we onze namen in het gastenboek geschreven hebben weten we van haar jaren in het Jappenkamp, haar Friese man die veertien jaar gel eden is overleden, haar negen kinderen en de dertienhonderd dollar die ze kort geleden van de Nederlandse Staat ontvangen heeft vanwege 'Het Gebaar'.
Wanneer ze overnieuw begint met hetzelfde verhaal kijken we rond. Ruim de helft van de benedenverdieping van de molen wordt in beslag genomen door het 'Tex Ritter Museum'. In twee grote vitrines liggen de geborduurde showpakken van de zingende cowboy uitgestald. Er liggen een paar 78-toeren platen en aan de wand hangen tenminste honderd vergeelde zwart-witfoto's. Overdadig veel voor een man die maar een half jaar in dit stadje gewoond heeft.
De aandacht voor Nederland is pover. In de toonbankvitrine liggen een paar Delftsblauwe prullen, een doosje Koetjesrepen, wat stukjes Karnemelkzeep en drie rollen Bolletje Beschuit. In een hoek staat een Nederlandse vlag met oranje wimpel naast een etalagepop in klederdracht. In een kastje zien we een oude Oosthoek encyclopedie en aan de muur hangt een kaart van Nederland.
Op de tweede verdieping is er gelukkig meer ruimte. Een ingelijste puzzle (1200 stukjes) van de Alkmaarse Kaasmarkt, een handgeknoopt wandkleed van de Keukenhof, een Amerikaanse krant met nieuws over de kroning van Koningin Wilhelmina, een foto van Juliana en Bernhard en eentje van Beatrix.
C laus ontbreekt (een gemiste kans).
Er ligt een rijtje klompen (ter beschikking gesteld door V&V klompenmakers).
Twee kruiken Bols jenever (leeg).
Er hangt een Sinterklaaspak en een boekje met de bijbehorende versjes.
Twee Friese doorlopers en een prent van Anton Pieck, voorstellende 'IJspret'.
In een vitrine zien we typisch Nederlandse keukenhulpjes zoals de muskaatrasp, zand-zeep-soda bakjes, de kaasschaaf en de snijbonenmolen. Maar juist daar waar we de flessenlikker (en gebruiksaanwijzing) verwachten komen we bedrogen uit. Alweer een gemiste kans.
Ook zien we geen weckpot met 'Boerenjongens', geen achtergrondmuziek van Johnny Jordaan en Tante Leen, geen video's van Vlaggetjesdag, Open het Dorp of een aflevering van Dorus. Geen fles advocaat, geen Drosteblik, geen Brabants bont servies, geen speculaasplank, geen wc-tegeltjes met wijze spreuken, geen vergeeld kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool (opengeslagen op de pagina met het recept voor Griesmeelpudding met Bessensap), geen schaalmodel van de Deltawerken. Niets van al dat moois.
En wat ons nog het meest verbaast...
Er staat niet eens een fiets!
Dick en Els
De kaart van Nederland in het museum, waarop - echt waar - zowel Katwijk als Alphen aan de Rijn zijn ingetekend. De man op de foto rechts is Gatze Rientstra (first man to live in Nederland).
Dick en Els
Delftsblauwe prullen, twee kruiken Bols, klederdrachtpoppen en het prachtige ontwerp van de vlag van Nederland, Texas. Let vooral op de prachtige klompen.

Dick en Els
Over de vluchtstrook van de Interstate 10 van El Paso naar Junction... heet, heet, heet!
Dick en Els
Alles is groot in Texas... Coca-Cola komt in flessen van drie liter en in Fort Stockton staat het beeld van Paisano Pete; 's werelds grootste Roadrunner.
Rechts: 107
° Fahrenheit (41°C). Een wegwerker stopt om ons Cola en sandwiches te geven
Dick en Els
Crosswinds? Even verderop gewoon weer headwinds, net zoals altijd. Ondanks die wind, de hitte en de vele lekke banden (doorns zo groot als spijkers) fietsten we op zeven dagen meer dan honderd kilometer.


Luckenbach, Texas
Dick en Els
Het postkantoor, cafe en danslokaal van Luckenbach, Texas. Drie inwoners en wereldberoemd.

Luckenbach is niet meer dan een paar flinke weilanden tussen South Grape Creek en Snail Creek. Het oudste gebouw in het stadje is het postkantoor, winkel, danslokaal en bar dat in 1849 geopend werd door Minna Engel, de dochter van een uit Duitsland geimmigreerde dominee.

De gemeenschap die eerst bekend stond onder de naam Grape Creek, werd later hernoemd naar de echtgenoot van Minna, Carl Albert Luckenbach. Luckenbach was oorspronkelijk gesticht als een gemeenschappelijke handelspost en was een van de weinige waar de overeenkomst en met de Comanche Indianen altijd keurig zijn nagekomen.

Een jaar nadat het postkantoor gereed was werd er begonnen met de bouw van een gemeenschapscentrum. Dat gebouw staat er nog steeds en is nu de wereldberoemde Luckenbach Dance Hall. Een smidse en een stoomaangedreven katoenmolen volgend al snel en ook deze beide gebouwen staam er nog steeds.
Generaties lang kwamen de families uit de wijde omgeving naar Luckenbach om er reunies te vieren, trouwerijen, Schuetzen Fests (Schutterijfeesten), Saengerfests (Zangfestijnen), en de jaarlijkse schoolafsluiting.

De nijvere en vrolijke Duitse boeren beleefden er een prima tijd. Ze handelden met de indianen en met elkaar en en deelden verhalen en muziek terwijl ze bier dronken en braadworst aten. Daarin is niets veranderd.
Hondo Crouch, een locale veeboer en regionale Country en Westernheld kocht het stadje in 1970 nadat hij een kleine advertentie in de krant las: 'town- pop.3- for sale.'
Hij vormde Luckenbach om tot zijn persoonlijke podium en organiseerde er ook de allereerste Chili-kookwedstrijd voor vrouwen (tot dan waren er alleen wedstrijden voor mannen), en een Wereldtentoonstelling (nadat hij bepaald had dat Luckenbach het centrum van het universum was).
Na zijn dood in 1976 zschr even zijn vrienden het lied 'Luckenbach Texas' dat in de uitvoering van Waylon Jennings en Willie Nelson in 1978 op single werd uitgebracht. Het lied, nu al een klassieker, werd een nummer een hit en plaatste het stadje voorgoed op de kaart van Texas.

Luckenbach, Texas
(Waylon Jennings)

The only two things in life that make it worth livin'
Is guitars tuned good 'n' firm-feelin' women
I don't need ma name in the marquee lights
I got my songs and I got you with me tonight
Maybe it's time we got back to the basics of love

Let's go to Luckenbach, Texas with Waylon and Willie and the boys
This successful life we're livin' got us feudin' like the Hatfields and McCoys
Between Hank Williams' pain songs and Newbury's train songs
And blue eyes cryin' in the rain
Out in Luckenbach, Texas ain't nobody feelin' no pain

So baby let's sell your diamond ring
Buy some boots and faded jeans and go away
This coat and tie is ch okin' me
In your high society you cry all day
We've been so busy keepin' up with the Jones
Four-car garage and we're still buildin' on
Maybe it's time we got back to the basics of love

Let's go to Luckenbach, Texas with Waylon and Willie and the boys
This successful life we're livin' got us feudin' like the Hatfields and McCoys
Between Hank Williams' pain songs and Newbury's train songs
And blue eyes cryin' in the rain
Out in Luckenbach, Texas ain't nobody feelin' no pain

[Willie Nelson joins Waylon and his voice is prominent]

Let's go to Luckenbach, Texas with Willie and Waylon and the boys
This successful life we're livin's got us feudin' like the Hatfields and McCoys
'tween Hank Williams' pain songs and Jerry Jeff's train songs
And blue eyes cryin' in the rain
Out in Luckenbach, Texas there ain't nobody feelin' no pain



Dick en Els
San Marcos, Texas. De rivier die door het stadje stroomt is het grootste geheim van Texas. Koel, kristalhelder water dat uit tweehonderd bronnen opborrelt. We logeerden er bij de onvergetelijke Judy Telford (midden) en kampeerden er op een prachtig plekje in het bos.
Dick en Els
Postbussen komen in alle soorten en maten.
Dick en Els
Fietsers hebben hun eigen bier... Fat Tire Amber Ale. Het is bedacht door ene Jeff die het recept bedacht tijdens zijn fietstocht in Belgie (van brouwerij naar brouwerij).

The Louisiana alligator trail
Dick en Els
Vlak bij Grand Chenier, een gehucht van drie huizen in de vochtige bayou van Louisiana ontmoeten we twee aligatorjagers. In een aanhangwagen van hun pick-up liggen twee lijken onder een oude slaapzak. Een derde lijk bungelt over de schouders van een van de mannen, die juist uit het moeras de berm opklautert. Zwetend loopt hij op ons toe.

"We ain't got bigguns t'day. Six foot. Sometimes, when we're lucky, we have'm up to fourteen. Bill here had one over sixteen last fall. Ain't that right Bill?"
"Yep... sixteen eight it was. A mean old leapin' lizard that was!"
"Took us a whole lotta sweat to get the bastard in the boat... where are you guys from?"
"Holland, Europe".
"All the way on them here bicycles?"
"Yes... we've been riding for a few years now".
"Good God Almighty! Ain't that sumpin' Bill... these here folks 've been ridin' these here bike things for... how many miles you say?"
"Thirthy five thousand, sir".
"Thirty five thousand miles... whoowee!"

Het lijk wordt in de wagen gedumpt en er worden sigaretten opgestoken.
"Do you go hunting for aligators every weekend?"
"Wish we could... our wives won't let us... don't they Bill?"

Bill knikt en rolt het lijk van de krokodil, samen met drie ijszakken in de slaapzak, naast de andere twee.
"Besides that... it's expensive and there's a many restrictions".
"There are?"
"Yes... you see this here tag on the tail of the bastard?"
"Yes..."
"Well... if you own enough land here, or lease it, and them folks from Wildlife Guard and the National Parkrangers have checked the habitation of them gators on that land and find the stock suitable for hunting, they will issue a number of tags that you can buy. But... for every tag you buy you also have to contribute to a funds which will release five small aligators on that land for every biggun you shoot. Every tag is thirty bucks and every small croc is another ten".
"So every aligator you shoot will cost you eighty dollars".
"Good countin'! But if eighty bucks would be the case our wives wouldn't be makin' all that fuzz... there's a little bit more money involved".
"How does it go... aligator hunting? What's the fun in it?"
"Well... we just find them with our binoculars, shoot 'm with a twenty-two that has a scope on and then we throw in the boat to go and get the corpse. If it's not already dead we'll give it a headshot with this here pistol... Bam!".
"That's all... you just drive along the road and if you see one's eyes above the water you shoot it?"
"Yep..."
"And then what... what do you do with the body... you eat it?"
"Naaaw... we don't eat them gators! There's this guy in Pecan Island that'll buy 'm from us".
"How much?"
"This one does twenty. A seven footer does twentyfive. Times are bad you know. With the economy in Japan going down them geeks ain't buyin' skins no more and the gatorfarms are producin' enough for the regular market. But we don't really care, y'know. For us it's just the game thing... you know... a boy's thing. We like to have fun on the weekends".

Bloed drupt door een kier van de trailerbodem op het asfalt.
We kijken elkaar aan...
"There's not much fun for the aligators in this game... is there?"
Dick en Els
Lousiana...

Etappes in dit deel: