Dappere wereldfietsers overleven twee orkanen in tentje

Mississippi Heavy Weather Blues

Dick en Els

We worden wakker in een tentje op het gazon naast het kleine houten huis van Rusty en Julie Etheridge in Knoxville, Mississippi. Gisteravond hebben bij hen aangeklopt met de vraag of we mochten kamperen in een hoek van hun tuin.
Dat mocht.
Natuurlijk mocht dat.
Dat mag overal.
Sinds we in de Verenigde Staten fietsen slapen we niet meer op campings, in shabby hotels of bordelen maar genieten we bijna iedere dag opnieuw van de geweldige gastvrijheid van de mensen in dit land. Ook vandaag.
Rusty - een jonge vader van drie leuke kinderen - tikt op ons tentdoek.
"Y'all awake? Y'all like pancakes? Mah wife Julie's made a whole bunch of 'm for y'all. Naw... you'd better get up before they's a-geting cold".

Tijdens ons pannekoekenontbijt zien we het weerbericht op TV. Er is slecht weer op komst. De staten Louisiana en Mississippi maken zich op voor Isidore, de tropische orkaan die - naar nu blijkt - niet naar Mexico is gegaan maar koers zet richting New Orleans, waar hij over een dag of vier wordt verwacht. Het enige dat de ramp nog kan afwenden is de invloed van een koufront dat vanuit het noordoosten deze kant op komt. Wanneer dat front snel en sterk genoeg is lijkt er een kans dat de orkaan terug naar de Golf van Mexico gedrukt wordt.
Rusty klikt de TV uit. In zijn hand heeft hij een klein groen boekje.
"It all seems pretty unpredictable".
"What is the forecast for today?"
"Well... today it'll be dry but tomorrow there'll be some showers. There's a cold front coming in from the north east. The hurricane - if it will come ashore - will be here in the weekend".
"So the weather today wil l be nice?"
"Yes... it looks that way...".
"..."
"Listen... Julie and me have been talking about you guys last night. We want you to take this little book along with you. It is the New testament with the Psalms and Proverbs. Maybe - if the Good Lord will give you the light - you will find some strength in it for your travels".
"Thank you..."
"Do you mind if we would pray for you?"
"No... of course not".

De veertig kilometer naar Natchez fietsen we in minder dan drie uur. Even buiten de stad moet ik plassen. We zijn dan op een stille weg die omzoomd is door hoog struikgewas en bomen, er is geen gebouw in zicht en nauwelijks verkeer. Een paar honderd meter verderop zien we dat er een paar kleurlingen in de berm aan het werk zijn. Ze zijn gekleed in groen-wit gestreepte broeken en op de rug van hun witte T-shirts staan de letters M.D.O.C. Mississippi Department Of Corrections. Hun voeten zijn aan elkaar geketend.
Een chain gang?
Bestaat dat nog?

Wanneer ik mezelf uit heb laten druppelen en me omdraai staat er een politiewagen achter me. State Trooper staat in levensgrote letters op de zijkant en op het dak draait een rood zwaailicht. Achter het stuur zit een donkere officer. Uit een luidspreker klinkt een stem...
"Line up infranna the car!"
"Pardon?"
"Line up infranna the car!"

Verbaasd kijken we elkaar aan... we aarzelen even, halen onze schouders op en kijken de agent aan.
"What for?"
"Line... up... in front of the car... NOW!"

De man stapt uit en komt naar ons toe. Een hand op z'n pistool en de ander aan z'n pet. Hij grijnst breed.
"Nah... did ah seeya s'posin' yahself there?"
"Was I what?"
"Sposing yahself... you heard me!"
"Man... c'mon... I was having a pee... relax!"

Hij pakt een microfoon van z'n schouder en klikt in.
"This is eighteen thirtythree on one hunna niny... havun a sixteen twenny five right here, can I have sum asistuns o'here please..."
Binnen twintig seconden staan er nog eens twee politiewagens in de berm. Op de ene auto staat Police, op de ander Sheriff. Op alle drie de auto's flitst de volledige kerstverlichting. Uit de police-car stapt een blanke agent van nauwelijks anderhalve meter hoog. Hij heeft een Austin Powersgezicht en zijn riem en bretels hangen helemaal vol met wapens, zaklampen, tools en allerlei gadgets. De sheriff's deputy is de grootste van de drie.
Nadat ze even met elkaar hebben staan mompelen richt de donkere officer zich weer tot ons.
"Y'all have an ID a sumpin'?"
"ID... yes, sure... let me get it for you..."

Wanneer Els een fietstas wil openen om daaruit paspoorten te pakken doen de mannen twee stappen achteruit en houden ze hun handen op hun revolvers.
"OK... back up naw... easy does it!"
"Relax man... relax!"

Van een veilige afstand kijkt de chain gang geamuseerd toe.
Terwijl Els in de tas naar de paspoorten zoekt komt de deputy naar voren.
"So you were exposin' yerself..."
"I was not exposing... man... are you out of your freaking mind? I was answering nature's call... peeing! We were cycling here peacefully and I had to go to the can... and so I did... that's all".
"No you weren't... the awficer o'er there says you're showin' yer private parts to the gen'ral public. We have a name for that… exposin'… y'hear? Naw... inna State of Mussippi we have strict laws when it comes to nudity... very strict laws!"

Ik geef m'n paspoort - met daarin het groene I-94 document - aan de donkere agent, keur ig opengeslagen op de pagina met de pasfoto.
De deputy kijkt naar de fietsen.
"Papers fowa them motuhsickles... can I havum?"
"These are bicycles".

De man gromt iets onverstaanbaars, neemt het paspoort mee en verdwijnt in de auto.
Het blanke agentje met het Austin Powers gebit heeft inmiddels zijn geweer uit de auto gehaald en komt met opgeblazen borst dichterbij.
"Whera y'all frawm?"
"Why do you ask?".
"Innerestid in y'all… nod'nmoha"
"Your friendly colleague over there has my ID... if you really want to know where we're from you can go and have a look in it".
"Ya nawt bein' avary coopertive fella ahthink… huh"
"Should I? Is this the way you're told to treat tourists?"
"Naw… we could take ya in fawar restinarest… y'all relize that?"
"Resisting arrest… for having a pee on the roadside?"

De zwarte agent neemt het paspoort mee naar zijn auto en komt even later terug voor het paspoort van Els, die verbaasd reageert.
"Where do you need my ID for... I as not exposing myself... was I?"
De man reageert bits en schreeuwt...
"Your ID... NOW!"</ P>

Met het tweede paspoort verdwijnt de man in de auto van de deputy. Na tien minuten stapt de deputy uit. In zijn hand heeft hij de twee paspoorten. Hij gaat wijdbeens voor ons staan en slaat z'n armen over elkaar. Dan spuugt hij een straal tabakssap op de grond.
"Well... whada ya'll know... huh?"
"..."
"OK... well... frawm whadda we've figurred outta these here papers is... that cordin' to the I-94... this here waman has ennerd the US on August thirteen... iszad c'rect Ma'am?"

Els knikt.
"Yes sir...".
En dan richt de deputy zich naar mij... met een gigantische grijns.
"But as for you... saahr, as I'll plitely cahl ya... we caahnt find any proof of as to when y've ennerd the cuhntry... there's no I-94 caahrd in yer passport".
"There was when we gave it to your colleague officer over there..."
"Well... there ain't one anymore... so we caahnt do anything else than arrest ya".
"You... what?"
"I think y'heard me speakin'. Arrest you! You don't have an I-94, feller".

Op dat moment worden we allebei heel erg boos. We stappen naar voren, pakken het paspoort en bladeren het door. We zijn er honderd procent zeker van dat het groene stukje papier, de I-94, die elke buitenlander krijgt wanneer hij de VS binnenkomt, in het paspoort zat toen we het aan de donkere agent gaven.
"We entered in the US together, on the very same moment, and we have kept the card in our passport. The card was here when we handed it to that State Trooper Officer. He must have lost it in his car while he was browsing thru it!"
"Are you tellin' that this here pleece awficer is lyin'?"
"Yes... the I-94 was in the passport!"

De man schrikt van onze heftigheid. Hij draait zich om en vraagt de donkere agent of deze in z'n auto wil gaan kijken. Intussen kijkt hij ons grijnzend aan, zuigend op z'n pruimtabak.
Even later komt de donkere agent terug... een beetje bedremmeld... in zijn hand heeft hij het groene papiertje.
"It was onna flowah..."
Even is het stil.
Dan begint de deputy, die blijkbaar de hoogste rang van de drie mannen heeft, een preek over mijn wildplasactie.
"Naw... lissun kerfully... We dun care what y'all usta do in yer all faraway homeland ovathere and we dun wanna know about that either. Buffor as lawng as y'all are ovahere innuh State of Mussippi y'all 've tahbide the State o'Mussippi's laws. Naw.. 'cording ta this here awficer, you saahr, were clearly sposin' yerself to the gen'ral pahblic. Naw.. we, inna State o'Mussippi, will not allow noodty. Is that clear to you... do ya understand?"
"Nudity... I was peeing!"
"Naw, y're not doin' that, sahr... this here awficer said he saw you 'sposin' yer private parts. He said he saw ya fram bhind' his winsheel. Naw... if you were 'sposing yer nekkid parts to the public... this is, 'cording to ar Guvment laws, a crim'nal offense".
"Come on... man... get a life".
"Will ya please shut up yer face and listen ta ma leksjur? I'm a-tryin' tamake sumpin clear to y'all... ya hear?"
"Yes sir..."
"Naw... we'll let you offa the hook fowa this one time. But y'all gotta r'member that y'all are regstrud now and y'alla be in jail if y'all be cot doin' this again... 'nurstand?".
"I understand sir... it will not happen again! Not in the State of Mississippi! But let me explain, sir. We have to report to you that this here officer is making things up... he could not have possibly seen my dickie.
First of all you must understand that I was standing with my back to the road when the event happened. Then... secondly... I was holding my two hands closely around my little dickie to keep it from this here cold wind... and third... most important... my little dickie is probably the smallest dickie in the whole wide world and almost certainly in the State of Mississippi. In full glory it is about half the size of my little finger here. My wife over here will be glad to testify about that. If you want to check this out you are welcome. I will not resist.
Now, giving this here three facts, and the fact that this here officer was speeding by in his flashy car and thus watching the traffic, he couldn't have possible seen my little dickie from where he was when the peeing event happened".

De donkere man balt z'n vuisten. De deputy loopt rood aan, hapt naar adem en wil wat zeggen. Maar voordat hij z'n mond open doet gris ik de paspoorten uit z'n hand en richt me tot de donkere agent.
"And as for you... awficer... the next time you're handed over ID papers from tourists - who are to be treated as welcome guests in your country and in the State of Mississippi - you'd better be taking care of these papers more accurately. Your sloppiness almost got us in a case of real bad trouble. I hope you realize that".
"Naw you behave yerself ta me, y'hear. Ah can arrest yah fahw this!"

De deputy en de donkere agent snuiven woest en terwijl we op de fiets stappen horen we Austin Powers grommen...
"That dipshit fawrnur was real lucky to talk his arse outta this..."

Tien kilometer verderop staan we aan het begin van de Natchez Trace Parkway naast de kiosk van een informatiecentrum. Achter ons stopt een Harley Davidson. De bestuurder - een boom van een kerel, bakkebaarden, paardestaart, een slecht gebit, armen vol tattoo's, afgetrapte laarzen, kapotte jeans en leren jacket - stapt af, steekt een sigaret op en komt wijdbeens bij ons staan.
"Whera y'all from?"
"Well... we are from Holland, Europe and we are traveling around the world on these here bicycles telling everybody about the wond'rous works of the Lord. Now... do you know Jesus, sir?"
"..."
"I've got this little here book for you to read which is all about a guy who's just about a freewheeler as you and me. He travelled around his world, doing all kind of weird miracles and magic kinda stuff that nobody could understand in them days. It's a freakin'out kinda book man. You should read it... it's crazy stuff. It'll blow yer mind.
Do you love Jesus?".

Met een stomverbaasde blik pakt de biker het boekje aan dat we eerder deze morgen van Rusty en Julie gekregen hebben. Hij trapt z'n sigaret uit, knikt, draait zich om, start de motor en rijdt weg.

Ergens na Church Hill nemen we een verkeerde afslag waardoor we zeker twintig mijl omrijden en aan het eind van de middag niet in Rodney uitkomen maar in Fayette, een dorp met een volledig zwarte bevolking op zesentwintig mijl van Knoxville. Op het benzinestation hangt zo'n onvriendelijke sfeer dat we niet echt gestimuleerd worden om in het stadje rond te kijken voor een slaapplaats.
In plaats daarvan slaan we water in en rijden we verder tot we, anderhalve kilometer buiten het dorp, op een heuvel langs de snelweg een aardige wildkampeerplek vinden.
Wanneer de tent staat is de lucht betrokken.
Er steekt een wind op.
En net nadat we gegeten hebben en in onze slaapzak liggen vallen de eerste spetters.
"Dat zal die depressie zijn die uit het noorden zou komen"

De hele nacht regent het.. Soms plenzend hard, soms druilerig maar het is geen moment droog. Wanneer we de volgende ochtend onze hoofden om de hoek van de tent steken zien we een donkergrijze lucht en er waait een harde noordoosten wind.
"Yep... dat zal dat koufront zijn".
Omdat we voldoende eten en drinkwater bij ons hebben blijven we liggen in ons veilige tentje... in de hoop dat de ellende snel naar het zuiden trekt.
"Wanneer denk je dat het voorbij is?"
"Hmmm... op het weerbericht gisterochtend bij Rusty en Julie leek dit front ongeveer vier-, misschien vijfhonderd kilometer breed. De voorspelde wind zou twintig mijl per uur zijn. Met twintig mijl per uur passeert er vijfhonderd mijl slecht weer in een etmaal. Daarmee zijn we er aan het eind van de dag doorheen. Morgenochtend fietsen we verder en met een beetje geluk blijven we de orkaan voor".
"Let's hope so".

Die hoop blijkt ijdel. Gedurende de dag verslechtert het weer behoorlijk en wanneer er 's middags tegen vier uur opnieuw een harde wind opsteekt wordt het duidelijk dat we het nog een hele nacht zullen moeten proberen uit te houden.
Ons plekje lijkt niet gek. We staan in hoog gras op een klein heuveltje tussen jonge dennebomen op ongeveer tweehonderd meter van de snelweg. Het verkeer is door het noodweer sterk afgenomen maar wanneer er een vrachtwagen voorbij gaat kunnen we horen hoeveel water er op de weg ligt.
Doordat we op een heuveltje staan hebben we nauwelijks last van water in de tent. Onder het slaapgedeelte ligt een plas en in het woongedeelte zijn ook een paar natte plekken. Maar omdat we vier weken geleden, in El Paso, alle naden met siliconenspray gedicht hebben lekt er niets door.
Schade is er wel. Vanwege de windvlagen is er een scheur in de buitentent, op het bevestigingspunt van een scheerlijn. Onze eerste serieuze schade in drieeënhalf jaar kamperen. Het ziet er naar uit dat we dat op een van o nze komende rustdagen eenvoudig kunnen repareren.

 

Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els

Dick en Els

Het is halverwege de avond wanneer het weer zo ontzettend verslechterd is dat we ons zorgen gaan maken. Het regent dan zo ontzettend hard dat ook ons heuveltje het water niet meer verwerken kan. In de woontent staat een flinke plas. De meeste tassen liggen op elkaar gestapeld op dat wat het laatste droge stukje grond in de Staat Mississippi is en wij liggen stilletjes naast elkaar in een steeds vochtiger wordende binnentent.
De hele nacht doen we geen oog dicht.
Tegen vijf uur 's morgens knipt Els de zaklamp aan. Vanwege het vocht functioneert het ding niet meer goed en in de knipperde bundel zoekt ze naar naar iets.
"Wat wil je?"
"Weten hoe laat het is".
"Nog lang geen tijd".
"Er ligt water op jouw stuurtas".
"Shit... daar zit een gaatje in... m'n fototoestel! Geef maar hier... hier is het droog".

Wanneer ik buiten de binnentent reik en de tas naar binnen til en deze tussen m'n benen in de opengeslagen slaapzak zet valt er een donker wriemelende klodder van de tas. Het verspreid zich als een olievlek en bijt. M'n benen - en daar waar m'n benen m'n buik in gaan staan in brand.
Els begint te gillen.
"Fire ants!"
Duizenden mieren en duizenden eieren krioelen in de slaapzak.
"Aaaaagh!"
In het donker proberen we ze van ons af te slaan maar het is te laat. Het spul zit overal en overal worden we gebeten.
Honderden keren.
Els op haar armen en benen. Ik daar waar het grootste deel van de kolonie terecht gekomen is... in m'n kruis en op m'n bovenbenen. We slaan wild in het rond, gillen en jammeren en hebben pijn, pijn, pijn.
Bij Els ontstaat er vrijwel meteen een heftige alergische reactie waardoor ze in een lichte shock raakt. Haar lichaam trilt en ze klaagt over duizeligheid en moet overgeven.
In de medicijndoos vinden we een anti-histamine tablet.
Die helpt binnen een kwartier.

Buiten wordt het langzaam lichter. Een harde plensregen tegen de tent, die heftig heen en weer gaat.
Binnen is het een puinhoop. Er staat water in het woongedeelte, de tassen liggen door elkaar, de slaapzak en matjes zijn nat en zelf zijn we er ook niet best aan toe. We zien er uit als aardbeien.
"We moeten hier weg voordat het nog erger gaat worden".
"Ik ben ziek".
"Ja... dat zie ik. Maar we moeten hier zo snel mogelijk weg. Laten we voorzichtig inpakken en kijken of we terug kunnen komen naar Fayette. Desnoods laten we wat spullen hier. We kunnen het met een grandzeil afdekken".

In de stromende regen en striemende wind, slechts gekleed in onze onderbroeken breken we de boel af. Nu hebben we voor het eerst goed voordeel van het feit dat de tent een zelfdragende buitentent heeft. We pakken de tassen binnen droog in, brengen ze naar buiten waar we ze onder het grondzeil leggen en wanneer alles klaar is breken we pas de buitentent af.
In onderbroek en regenjas banen we ons een weg door het hoge gras naar de snelweg. De lucht is pikzwart, de regen striemt over het land en het stormt, stormt, stormt. Dit is geen gewoon koufront... dit is erg.

Het is acht uur wanneer we Fayette binnenrijden. In het benzinestation op de kruising komen we even bij voordat we naar het centrum fietsen. Daar horen we dat de orkaan het koufront heeft weggedrukt en niet andersom zoals voorspeld en dat we nu midden in de orkaan Isidore zitten. De overheid van de Staten Mississippi en Louisiana heeft een beperkte noodtoestand afgekondigd. De scholen zijn dicht en sinds anderhalve dag rijden er geen bussen meer. Misschien - zo vertelt de vrouw achter de balie - dat er vanmiddag rond half vier een bus komt die naar Vicksburg zal gaan... misschien.
Tegenover het busstation staat een klein gebouwtje. Fayette Police and Fire Station staat er op de gevel. Binnen staan overal blikken en emmers en twee kleurlingen vegen het lekwater naar buiten. Ze dragen groen-wit gestreepte broeken. Op de rug van hun T-shirts staan dezelfde zwarte letters als die op de rug van de chain gang die we twee dagen eerder zagen: M.D.O.C. convict, Mississippi Department Of Corrections. Wanneer ik binnenkom wenden ze het hoofd af. Achter de balie zit een dikke zwarte vrouw in een uniform dat om haar lijf zit als een rolladenetje. Ze heeft lange nagels, een belachelijke bril en is zwaar opgemaakt.
Ik vertel het verhaal van de storm, de regen, ons kamperen in de bush en dat Els ziek is van de mierenbeten en vraag haar of de politie misschien een plek weet waar we onze kleren kunnen drogen en bijkomen.
Het heeft geen effect.Ze kijkt naar haar nagels en vertelt dat het dichtstbijzijnde hotel tweeëntwintig mijl verderop is. De telefoon gaat en terwijl ze mij vraagt even te wachten begint ze een geanimeerd gesprek dat gaat over vriendjes, uitgaan en roddel over vriendinnen.
"Oh... did she say that?"
"..."
"And then what?"
"..."
"Did she really?"
"..."
"And what did Tricia do?"
"..."
"She did?"
"..."
"Oh my word... how many months?"
"..."
"And Jefferson is not the father?"
"..."
"Desmond Ford is? Skinny Desmond Ford?"
"..."
"Does his wife know about this?"
"..."
"Oh my word! Listen... I've got a fawrner waiting here with me... I'll be back with you as soon as I'm ready with this... give me three minutes..."
"..."
"Just a second... just hang on there!"

Ze legt de hoorn even neer en kijkt me aan.
"Sorry sir, for the inconvenience... but I can't help you... if you wil excuse me...".
Ze draait haar stoel een halve slag met haar rug naar me toe en gaat verder met haar gesprek.
"Tosh... I'm all ears..."

Om negen uur vinden we een droog plekje in de bibliotheek van Fayette waar we alle ruimte krijgen van Marilyn, een jonge zwarte vrouw die vrijwel meteen over de liefde van Jezus verhaalt. We mogen ons omkleden in haar wc en er onze natte kleding te drogen hangen. We vullen er de dag achter de computers in het internetlokaal.
In de krant lezen we dat er gisteren in New Orleans meer regen is gevallen dan er normaal in een jaar valt, dat Isidore vanochtend om 5 uur de kust zou bereiken en binen drie uur over Louisiana en Mississippi zou trekken. Er wordt gevreesd dat de rest van het katoen dat op het land staat verloren gaat en dat delen van New Orleans onder water komen.
In de afgelopen twee nachten zaten we dus niet in zomaar een depressie... we zaten in een heuse tropische orkaan!

Om half vier stopt de bus naar Memphis voor het benzinestation. De drie andere passagiers vertellen ons van het noodweer in het zuiden en dat ze twee dagen in Baton Rouge hebben gewacht, slapend op stoeltjes en op de vochtige vloer van het busstation.
En dan, eenmaal onderweg naar Vicksburg, zien we pas goed hoe ontzettend veel water er in de afgelopen twee dagen is gevallen. De katoenvelden staan blank en de oogst hangt als snotterbellen aan de struiken. Op sommige plekken staan de planten in een halve meter water. Oogstmachines hangen scheef, weggezakt in de modder en daar waar de weg een rivier kruist zien we woest kolkende modderstromen.
Even boven Forked Road rijdt de bus door een gebied dat volledig onder water staat. Wanneer er geen bomen en huizen zouden staan zouden we zweren dat we door een merengebied zouden rijden.
De lucht is grijs en donkere wolken jagen laag over het land. De regen striemt maar door en de wind rukt aan de bus. Thuis hebben we een boek met foto's die ons doen denken aan dat wat we nu zien. De Ramp. Zeeland 1953.

Meestal wanneer we noodgedwongen een bus nemen vinden we het jammer dat we niet gewoon fietsen. Nu niet. Want hier 'missen' we niets. Het landschap is vlak en uitgesproken saai. Urenlang rijdt de bus over een kaarsrechte weg lang de ondergelopen en overspoelde katoenvelden. Aan de randen staan de laatste balen van de oogst en hier en daar probeert men met grote machines nog een baal uit de blubber te redden.

De bus stopt in Vicksburg, Greenville en Delta en langzamerhand komen er steeds meer passagiers. Op vier na zijn het allemaal kleurlingen. Kleurlingen met hun eigen taal, hun eigen gewoontes en hun eigen cultuur. Ze leven in hun eigen wereld en doen alsof we niet bestaan.
Op de bank voor ons propt een dikke vrouw tientallen plastic zakjes van de ene naar een andere tas en begint daarna overnieuw. Achter ons hangt een jongen scheefgezakt op de bank. Op zijn hoofd heeft hij een glimmende badmuts en een koptelef oon waaruit snoeiharde hiphop klinkt. Daarachter zitten twee vrouwen die zo wanstaltig dik zijn dat ieder van hen twee zitplaatsen in beslag neemt. Ze praten in 'eubonics' over een bruiloft in Memphis waar ze naar toe op weg zijn. De tassen, waarmee ze het gangpad versperren, zitten vol met heerlijk ruikend eten.
Buiten is het donker.
De wind rukt aan de bus.
Het is noodweer.

We rijden door Tunica, de laatste stad in Missisippi voordat we Tennessee ingaan. Aan de rechterkant van de snelweg zien we protserige gebouwen in een zee van gekleurd licht. Kilometer na kilometer passeren we het ene billboard na het andere. Casino's, gokpaleizen en nachtclubs... honderden! Een stad vol licht! De stad Tunica ligt in de uiterste noordwesthoek van Mississippi, tegen het 'driestatenpunt' met Arkansas en Tennessee. Omdat die staten behoren tot de puriteinse Bible Belt en omdat gokken daar verboden is doet men dat hier. Het zegt veel over de bewoners van die staten... die dus falikant tegen gokken zijn maar het wel doen... daar waar de buren het niet zien (maar God wel).

Precies om kwart voor tien draait de bus de parkeerplaats van het Greyhound centre in Memphis op. Op de hoek van Third and Union. We krijgen er zo'n ruzie met de luggage handler die volkomen onnodig met onze fietsen smijt dat de politie tussenbeide moet komen om de boel te sussen.
Buiten het station maken we kennis met John en Brucia Mory die ons komen ophalen. We kennen hen nog niet maar net als wij zijn ook zij lid van de Warm Showers List.
Onze fietsen gaan op de aanhangwagen, de tassen achterin en wij op de achterbank van een vijentwintig jaar oude Mercedes 300D.
Opgewonden vertelt Els over haar ruzie om de fietsen, over de storm, over haar allergie, over de cops in Natchez, over alles van gisteren en vandaag. Ze raakt er bijna opnieuw van over haar toeren.
John en Brucia luisteren.
Ze begrijpen het.
We zijn oververmoeid.
Maar hebben een warm thuis.


Dick en Els
Mississippi, Tennessee, Alabama, Georgia , Florida... achtienhonderd kilometer fietsen door vijf staten.
Dick en Els
Het graf van Elvis Presley in Graceland, Tennessee.
Dick en Els
We fietsten maar een paar kilometer op de Natchez Trace Parkway en ontmoetten er de eerste fietsers sinds acht maanden... Doug en Bonnie Dirk uit Canada.
Dick en Els
Op een doodgewone zaterdagmorgen reden we rond tien uur door het gehucht Nesmith in Alabama. Op een oplegger naast het gemeenschapshuis stond een band te spelen... voor niets en niemand. Op verzoek werd Sweet Home Alabama ingezet

Dick en Els
Het is de tijd voor de tussentijdse verkiezingen in de VS. De bermen van de wegen zien rood-wit-blauw van het plastic en in een land waar elk derde gebouw een kerk kun je natuurlijk ook anders stemmen.
Dick en Els
Trick or treat? Behalve verkiezingstijd is het ook 'Haloween-tijd'. Overal zijn pompoenen te koop, de supermarkten liggen vol met snoep en 'enge dingen' en in veel tuinen zijn tableau's gemaakt van stroobalen, pompoenen en vogelverschrikkers.
Dick en Els
Fietsen door de VS... wat zien we? Herfstbloemen, reclame- en verkeersborden.
Dick en Els
Een fietspad in de Verenigde Staten. Om de mijl een overdekte picnicplaats met een gekoeld waterreservoir. Tussendoor, om de vierhonderd meter, een uitrustbankje... zestig kilometer lang. We ontmoetten er acht andere fietsers (maar ook drie Gopher-schildpadden).
Dick en Els
Zonsondergang in Stephen Foster Park, White Springs, Florida... morgen een nieuwe dag

Etappes in dit deel: