Tijdens doorsteek door het noorden van Argentinië en Paraguay

Alweer een jaar op weg!

Dick en Els

Tussen hen in ligt een stapel foto's. Foto's van bergen, rivieren, vlaktes, bruggen. We zien een tentje, twee jongens en twee zwaar bepakte fietsen. Een stapel nooit ingeplakte foto's, licht verkleurd al en met gekrulde hoeken. Iedere foto een verhaal. Honderden verhalen van een ongelofelijke reis. Een fietsreis van twee jonge Argentijnen naar Alaska. Vier jaar heen en twee jaar terug.
Benjamin, de jongen met wie we aan de tafel zitten, pakt de enige zwart-wit foto uit de stapel. Een portret van een jongen naast een racefiets. Er valt een stilte.
Een huiskamer in San Miguel de Tucuman. Antieke koloniale meubels waarop een vettig laagje stof ligt. Krakende stoelen aan een oude tafel onder een peertje licht. Drie mensen, drie glazen, een fles wijn.


"We waren met z'n drieën toen we vertrokken. Alle drie 21 jaar. We kenden elkaar al sinds we voor het eerst naar school gingen. Het was zijn idee. In Uruguay, toen we drie maanden gefietst hadden, kreeg hij heimwee en ging terug... met de bus. Een maand later was hij dood... longembolie".

Na z'n thuiskomst in 1996 besloot Benjamin Salinas de deur van dit huis te openen voor andere fietsers. Voor hen die onderweg zijn naar daar waar ze nog niet eerder waren. Op weg naar nieuwe verten, op zoek naar nieuwe verhalen. Sindsdien woont hij in een soort 'Hotel New Hampsire'.
Op de eerste verdieping wonen negen studentes. In een van de kamers op de begane grond wonen twee stokoude vrouwen, Negrita en Lilliane. Negrita heet eigenlijk Mercedes Concepción en is de oudtante van Benjamin. Dit huis is van haar. Lilliane is haar hartsvriendin. Ze zijn vroeger allebei heel mooi geweest maar nu verschrompeld als oude appeltjes en zo dement als een deur. Ze zingen kinderliedjes en maken zich de hele dag op als tieners. Negrita is er het ergst aan toe. Om de minuut vraagt ze ons of we het naar onze zin hebben, of we iets willen eten en of we misschien Frans spreken. Ze heeft namelijk Frans gestudeerd... heel vroeger.
Lilliane is klein en zegt niets. Maar wanneer je haar vaagt of ze al ontbeten heeft zegt ze steevast van nee en begint ze te klagen over de luiheid van het personeel.
In een tweede kamer woont Santiago, de oudere broer van Benjamin. Samen met zijn vrouw Evelyn en hun twee kleine kinderen hebben ze een ruimte van 3 bij 4 meter. Santiago heeft twee jaar geleden een ongeluk gehad. Zijn vriend heeft hem met een 9mm pistool in zijn rug geschoten. Per ongeluk. De kogel is er in de rugwervel ingegaan en naast het hart, aan de voorkant weer uit.
Sindsdien zit hij in een rolstoel.
In een andere kamer woont Carmen, de zeventigjarige huishoudster die al sinds haar jeugd bij de familie werkt en een pleegmoeder werd toen Benjamin's moeder stierf.
Carmen is de hele dag is ze aan het koken en bakken.
De heerlijkste dingen.
Studentes van boven lopen het huis in-en-uit.
Gaan aan tafel zitten, eten mee en gaan weer weg.
Een oude bouwvakker is intussen bezig een nieuw kamertje bij te metselen.
En dwars door dit pandemonium scharrelen de twee oude honden die de tuin volschijten..
Wanneer we er na een paar dagen afscheid nemen begrijpen we waarom er zoveel fietsers onderwe g zijn die dit adres aan elkaar doorgeven. Het is een warm nest vol hartelijke mensen in een huis dat bol staat van mooie verhalen.

Dick en Els
Links: Mercedes Concepción (Negrita) en Liliane.
Rechts: Benjamin Salinas, Negrita, Santiago, Leo, Evelyn en Guadeloupe, Carmen, Els.
Vier dagen later rijden we over de Argentijnse Chaco. Voor ons ligt een kaarsrechte tweebaans asfaltweg door een vlakte waarop onkruid staat.
Een bord in de berm geeft aan: Resistencia 523km.
Een mijmerweg.
Uitzichtloze armoede in het midden van schijnbaar onoverbrugbare afstanden.
Vijftig kilometer naar Yuchón.
Een kruispunt waar we een fles limonade kunnen kopen.
Zestig kilometer naar Quimili.
Hier en daar wat houtskoolovens waarin de laatste dunne boompjes verkoold worden.
Vlak voor Quimili een paar hectare katoen.
Verder niets.
Niets meer dan armoede.
Tandeloze vrouwen en mannen in oude kleren.
Kinderen op kapotte slippers, magere kippen en rillende honden.
Dick en Els
We rusten in de schaduw van cactusbomen in Catamarca en soms, héél soms zetten we de fietsen in de bus.

Ons enige hoogtepunt die week is het passeren van de politiepost op de provinciegrens tussen Santiago del Estero en Chaco. Het is niets meer dan een vierkant gebouwtje naast een radiomast in het midden van een weidse leegte.
We stoppen.
Maken een praatje met de twee agenten die aan de weg staan.
Aardige mannen aan wie we vragen of we naar de wc mogen.
Natuurlijk mag dat.
Binnen staat het restant van een maaltijd.
Chorizo, kip, vlees, brood en salade... cola en wijn.
"Que rico!"
Een vrouw maakt een uitnodigend gebaar.
"Tu gusto?"
"Si!"
"Adelante!"
"Momento!"

Even later zitten we samen aan tafel. Er is een mandje vers brood op tafel gezet, er staat salade en vlees en we mogen eten wat we willen.
Het is heerlijk.
De vrouw glundert bij ieder compliment dat we haar geven.
En terwijl wij ons volstoppen stellen drie van de agenten de gebruikelijke vragen.
En wij leren over hun bestaan hier in deze outback.
Een week op en een week af.
Vijf agenten en een vrouw.
De agenten voor het werk aan de weg, wat voornamelijk bestaat uit het heffen van de provinciale belastingen op in- en uitgevoerde goederen. De vrouw kookt, wast en houdt de boel schoon.
Er zijn drie slaapvertrekken. Ruwhouten bedden met oude matrassen.
Twee voor de mannen.
Een voor haar.
Er is een keukentje.
En buiten een onveranderlijk uitzicht.
Twee mannen aan de weg.
Eén in het kantoortje.
Twee 'off duty'.
Tomar maté.
Resistencia ligt 332 kilometer verderop.
"Nunca pasa nada aca?"
"Gracias de Dios no!"
"Es aborido?"
"No, no es... pero todo los dias son differente... hoy hay mucho camiones con soya... mañana hay algodon o maïz. Es diferente... todo los dias!"

De man grijnst van oor tot oor.
De vrouw ruimt de tafel af.
We zijn hun mejor gebeurtenis vandaag.
En dus moeten er foto's gemaakt en onze paspoortnummers worden ingeschreven voor we weg mogen rijden.
Onze reis gaat verder. Zij blijven achter.

Links sojavelden, maïsvelden, katoenvelden.
Rechts hetzelfde.
De percelen zijn genummerd en hun grootte staat aangegeven.
Percela 435, 515has.
Percela 437, 483has.
Percela 439, 490has.
Duizend voetbalvelden elk.
Maïs, soja, katoen.
Aan de rechterkant de even nummers.
Geen bebouwing.
Zo eens per dag zien we een golfplaten hangar en een landingsstrip waarop een sproeivliegtuigje staat.
Het miezert, de weg is nat, het modderwater spat omhoog, het landschap is saai en het enige wat wij doen is fietsen.
Dagenlang mijmeren.
Zoeken aan de horizon naar de radiomast van het volgende dorp.
Kijken of het volgende kilometerpaaltje al in zicht komt.
Een prettiger positie zoeken voor de handen op het stuur.
Even staan op de pedalen.
Benen strekken.
Rug rekken.
Weer gaan zitten.
Kijken op de kilometerteller.
21.7km/u, 98.3km.
21.3km/u, 98,3km.
21.6km/u, 98.3km.
21.5km/u, 98,3km.
21.7km/u, 98.4km.
Nog iets meer dan 25 kilometer vandaag.
Nog anderhalf uur dus.

Dick en Els
Een handvol genetisch gemanipuleerd katoen en een blik op de gevel van het soort hospedajes dat we prefereren... 'Wonderful Tonight!'.
Zo'n tien kilometer voor Formosa komen we langs een kapelletje. Van een afstand is door de overdaad aan rode vlaggen al zichtbaar dat het hier om een eerbetoon aan 'Gauchito Gil' gaat. Deze schijnheilige is de concurrent van de Diffunte Corea. Een gaucho uit Corrientes die stal van de rijken en de buit verdeelde onder de armen. Hij dook op waar de nood het hoogst was en verdween na zijn weldaad weer in het niets. Zijn hele leven lang bleef hij ongrijpbaar voor de lange arm van het wettig gezag. En nu nog geloven heel veel arme mensen dat deze Argentijnse Robin Hood nog steeds ergens over de Chaco rond rijdt.
Ook voor hem hebben we overal in Argentinië al veel kleine kapelletjes gezien.
Maar niet met flessen water.
Bij de kapelletjes van Gauchito Gil staan meestal stoeltjes.
En rode vlaggen.
Ook hier.
Er staan er zoveel in de kapel dat het al op een soort kerk lijkt. En ook hier zijn er naast de hoofdruimte kleine ruimtes waar dankoffers hangen.
Bruidsjurken.
Kinderschoentjes.
Autonummerborden en -sturen.
Te veel om op te noemen.
Ik rij m'n fiets de kerk in en we maken er wat foto's.
Een kilometer later worden we gestraft voor de schijnheiligschennis.
Lekke band.
Dick en Els
Gauchito Gil


Asunción, de hoofdstad van Paraguay. We slapen in een bordeel in een een zijstraat van Avenida Brasil, in het midden van de 'brillenwijk'. In de vier cuadra's tot aan het plaza Uruguaya tellen we veertig 'opticiens'. De meeste van deze winkeltjes zijn niet groter dan een tienerslaapkamer en bestaan uit een toonbank met monturen waarachter een zwaar opgemaakt meisje zit dat verveeld op een stuk kauwgom kauwt.
Voor iedere winkel staat een schoolbord met daarop de prijzen.
'Lectura 25.000Gs'.
"Dat is nog geen zes dollar voor een leesbril!"
"Wanneer je er een wilt dan moet je er een kopen".
"Ik zie geen klap meer... mijn ogen gaan zo hard achteruit. Deze bril is nu een jaar oud, veraf zie ik nog prima maar lezen kan ik er niet meer mee".
"Koop er dan eentje... zes dollar".
"Ja, maar hoe lang gaat dat dan wel niet duren?"
"Dat weet je wanneer je naar binnen gaat en het aan zo'n meisje vraagt".

We gaan naar binnen.
We wijzen naar de prijslijst op het trottoir.
Het meisje kijkt ons kauwend aan en toont ons een plastic leesbrilletje.
Dat is niet wat we bedoelen.
"Recetto?"

Een échte leesbril gaat dus alleen volgens recept.
En hoe lang gaat dat duren?
"Dos horas... maxima... depende el recetto".
Hebben we een recept?
Nee, we hebben geen recept.
Dan moeten we naar de oogarts... hier om de hoek.
Een licht kalende man van een jaar of veertig. Een hoofdlichtje met spiegel. Een sjieke spreekkamer, antiek bureau, meetapparatuur, een letterkaart aan de muur.
Klassieker kan het niet.
Els moet ze achter een meetapparaat gaan zitten en de kaart lezen.
Op de tweede rij gaat het al mis.
De 4 is een H.
"De donde son de ustedes?"
"De Hollanda"
"Si, de Hollanda, pero que ciudad. De Amsterdam?"
"Cerca de... cinquenta kilometros".
"Ah..."

De man schuift wat nieuwe glaasjes voor.
De derde rij komt in beeld.
"Rotterdam? Utrek, La Haye?"
"Si... La H aye! Veinte kilometros al norte de la Haye, al mar... un poblito muy pequeño".

Bizar... hier zitten we bij een opticien in centrum van Asunción, blijkt die man een topografisch beeld van Holland te hebben. Hij zal nu toch niet... Katwijk?
"La Reina de ustedes... es Beatriz... si?"
Els is blij, de onderste rij is scherp.
Ik verbijsterd.
"Si, es Beatrix".
"Y la madre de Beatriz es Julia, si?"
"Si, Juliana!"
"Y Wilgelmina es la abuela?"
"Si!"

Nu denkt hij even na. Tikt met een potlood op het apparaat...
"Y Henrico!"
Terwijl hij wat notities maakt vraagt hij Els om achter een ander apparaat te gaan zitten.
En vraagt vervolgens heel belangstellend hoe het toch met Claus is.
We vertellen hem van de ziekte van Parkinson.
En wat is er toch gebeurd met Irene? Daar horen we ook niets meer van.
We vertellen hem dat Irene zich van haar familie heeft afgezonderd nadat ze zo teleurgesteld was in het leugengedrag van haar vader tijdens de Lockheed affaire.
Ach.. ja... begrijpelijk... dat was ook een bijzonder onverkwikkelijke zaak.
"Christina... hoe is het daarmee?"
Gescheiden van die Cubaan. Ze woont i n New York.
Er is toch nog een vierde dochter?
Margriet!
Si, Margarita... de enige die met een Nederlander getrouwd is.
Het gesprek zou zo in een aflevering van Monty Python kunnen.
"Straks vraagt hij nog naar de affaire Greet Hofmans"
"Greet Hofmans?"
"Leg ik je nog wel 'ns uit. Wat een rare toestand is dit hier. Die man heeft schijnbaar een ingebonden jaargang van 'Vorsten Vandaag' op zijn nachtkastje liggen".
"La Beatriz, sa residir a Drakenstein?"
"No... a Noordeinde, La Haye!"
"Ah... que bueno!"

Hij schrijft een recept uit en schudt onze handen.
Gierend van de lach staan we op de stoep.
Vijf minuten heeft ons bezoek geduurd.
Terug in de optiek blijken de glazen 100.000 Guaranies te kosten, het montuur 60.000 en samen met het consult zijn de totale kosten voor een leesbril in dit ontwikkelingsland dus 55 dollar.
Twee uur later is de bril klaar.
Kom daar maar 'ns om in La Haye.

Vanuit Asunción fietsen we naar het zuiden en komen we in het gebied van de Missienederzettingen. De vogels worden per kilometer mooier van kleur en luidruchtiger, de vlinders groter en exotischer. We genieten van het landschap en zijn op weg naar Yaguarón, het dorp dat in de eerste helft van de zestiende eeuw het centrum was van de Franciscaner missie. Het ligt schitterend aan de voet van een aantal heuvels in een gebied dat vol staat met sinaasappel- en grapefruitbomen. Midden in dat dorp staat een vreemde kerk.
Wereldberoemd.
Franciscaner missionarissen zijn met de bouw van deze kerk (in Hispano-Guarani Barokstijl) begonnen in 1640. de boel was zestig jaar later klaar en sindsdien is er niets aan veranderd. Alles is nog precies zo als het toen was. De kleuren van de verf waarmee de houtsnedes zijn beschilderd zijn gemaakt door de indianen op basis van oude Gurani-recepten en nog steeds schitterend. In het plafond zijn de gezichten geschilderd van de indianen die destijds aan de bouw hebben meegewerkt.
Het altaar is bizar.
Groots als in een flinke Spaanse kathedraal.
Een overdaad aan bladgoud.
Maar geen madonna te bekennen.
Tientallen engeltjes.
Alsof je in een poëziealbum kijkt.
Hier staan we dan... zomaar in een piepklein dorp in het zuiden van Paraguay naar een beschermd stukje werelderfgoed te kijken.
En behalve een manke koster is er niemand die met ons meegeniet.

Dick en Els
Het altaar en het plafond van de Fransiscaner Missiekerk in Yaguarón
Dick en Els
'k ben Brahmaan maar we zitten zonder meid (J.A. Dérmouw)
In Encarnación steken we de Parana over en keren we terug in Argentinië. We volgen de rivier naar het noorden, op weg naar de ruïnes van de Jezuïtennederzetting bij San Ignacio Mine en de Cataratas de Iguazu. We fietsen door Missiones, onze laatste provincie in dit land. Het landschap is fantastisch. Oerwoud op rode aarde. maar van genieten komt het niet.
De smalle tweebaansweg, de belangrijkste verbinding tussen Argentinië, Paraguay en Brazilië, is met afstand de gevaarlijkste weg waarop we ooit gefietst hebben. Een vluchtstrook is er niet. Bussen en vrachtwagens jagen ons keer op keer met hoge snelheid en luid toeterend de berm in.
De ruïnes van de Jezuïtennederzetting bij San Ignacio zijn beschermd werelderfgoed, een Unesco World Heritage Site.
Het is adembenemend.
Waar we niets meer dan de resten van een stenen poort verwacht hadden staan hier , half in de jungle, bovenop een heuvel, de restanten van wat eens een heel dorp geweest moet zijn. Tientallen immense gebouwen.
De poort is tien meter hoog, twee meter dik,
Een klooster?
Zo ontzettend groot.
En zo onzuidamerikaans.
Met minutieuze preciesie zijn de uit rotsen gehakte stenen op elkaar gestapeld tot perfect rechte muren.
Een meter dik en van dieprode, bijna paarse zandsteen.
Alle daken zijn verdwenen.
In deze groene jungle geeft het geheel een bizarre en onwerkelijke indruk.
Pyramides... Maya tempels... Machu Pichu...
Het geeft te denken.
Met welke middelen indertijd de Jezuïten, dit - samen met de Guarani-indianen - gebouwd hebben.
Toen deze omgeving nog volledig regenwoud was.
Toen er geen wegen waren zoals nu.
Geen machines.
Slechts hand- en paardekrachten.
Bizar.
Dick en Els
Dick en Els
De ruïnes van de Jezuïtennederzetting bij San Ignacio Mini (Missiones, Argentinië).
In dit deel van Argentinië, Missiones, wordt Yerba verbouwd, de basis voor maté. En in Santo Pipó, een dorpje van een paar honderd inwoners, staat de 'Molina de Piporé', de fabriek waar Piporé gemengd en verpakt wordt.
Piporé is het Argentijns equivalent van Douwe Egberts.
Een groot bord in de berm nodigt ons uit voor een bezoek.
Maar bij de ingang van het fabrieksterrein blijkt dat dat alleen geldt van maandag tot vrijdag van 10 tot 12 en van 14 tot 16.
Dus niet op zaterdag.
En niet zomaar... er worden alleen groepen rondgeleid... en om in een groep te mogen moeten we eerst een afspraak gaan maken bij de mevrouw op het kantoor.
En het kantoor is dicht op zaterdag.
Omdat we uit Nederland komen en op de fiets zijn wordt er een uitzondering gemaakt. We mogen doorrijden, ons melden bij de expeditie waar we opgewacht worden door de chef van de afdeling produktie. Van wie we vervolgens een privé rondleiding krijgen.
Tien miljoen kilo maté wordt hier per jaar gemengd en verpakt.
Twaalfduizend kilo wordt geëxporteerd naar Europa.
We zien de twee kleine verpakkingsmachines, de droogzolder, de maalderij en de mengsilo's.
Het stelt eigenlijk geen ruk voor.
Dick en Els
Dick en Els
Beelden uit de Piporéfabriek bij Santo Pipó (Missiones, Argentinië).
De volgende morgen besluiten we dat ons leven ons liever is dan de wil om te fietsen. In de stromende regen stappen we van onze fietsen en nemen we de bus naar Puerto Iguazu. De kans op een ongeluk is op deze weg te groot.
De dag erna wandelen we over een catwalk door dichte bossen. Honderden felgekleurde vlinders fladderen om ons heen. Vogels krijsen in de bomen. We zien toekans, tientallen toekans.
Van achter een schijnbaar ondoordringbaar woud vult een groot geluid de omgeving. De lucht is vochtig. Het is benauwd.
Het is oerwoud.
Dan wordt het licht. De struiken wijken.
Een panorama van donderend water vult ons uitzicht.
Overweldigend.
Tot aan de horizon zien we watervallen.
Cataratas de Iguazu.
Zo ontzettend veel water.
Zo veel geluid.
Zo onbeschrijfelijk overweldigend.
Een paar uur lang wandelen we over prachtig aangelegde steigers en wandelpaden door een wereld die zich niet laat beschrijven.
Niet door ons.
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els

Dick en Els
Water en vogels in Foz do Iguaçu

Brazilië!

Ook deze maand is er weer een reden om dóór te fetsen. Op de grens van Paraguay, Argentinië en Brazilië liggen de Iguaçu watervallen. Deze watervallen zijn met afstand de grootste ter wereld. Op deze plek in de Rio Iguaçu zijn er meer dan 275 watervallen met een gezamenlijke breedte van meer dan drie kilometer. Het water valt er van een hoogte van meer dan tachtig meter naar beneden. Breder dus dan de Victoria watervallen, hoger dan de Niagara Falls en mooier dan beide samen. De beste tijd om hier te zijn is van augustus tot november. In de andere maanden stort het water met zoveel kracht naar beneden dat je op afstand moet blijven en door de waterdamp veel minder ziet.

Dat komt voor ons dus niet zo ontzettend goed uit maar wie weet zijn we er juist op een goede dag of hebben we dit jaar het geluk dat er wat minder regen is gevallen en de droge tijd wat eerder inzet. We zien wel... of juist niets. Het is tenslotte haast onmogelijk om zo'n fietsreis rond de wereld zó te plannen dat je óveral waar je wilt zijn precies op de juiste tijd bent en dan ook nog altijd (rekening houdend met het klimaat) in de zon fietst. En... àls dat zou lukken zou je juist op al die 'hotspots' samen met duizenden andere toeristen zijn... dat is ook niet erg leuk.