Post van het thuisfront is steun tijdens moeilijke periode

De zevenmaandsdip

Dick en Els

Coihayque, 19 februari. We logeren in een Casa de Familia aan het randje van de stad. Ons uitzicht is een aanzichtkaart. Boven ons pieken aan drie kanten sneeuwtoppen in een helderblauwe lucht waardoor witte wolken jagen. Beneden in het dal spuit gletscherwater over zwarte rotsen. En daartussen, tussen de rivier en het zwerk staan meer kleuren groen dan ik ooit verzinnen kan. Binnen is het warm. Er staat een houtgestookt fornuis te snorren, Els slaapt nog en ik probeer te schrijven.
Te schrijven.
Maar... over wat?


Ik blader door m'n dagboek en lees over onze moeilijke dagen tussen Ushuaia en Rio Grande. Over hoe we twee dagen lang allebei in ons eentje gefietst hebben. Kilometers uit elkaar. Ik lees over onze enorme ruzie.
Zou ik daarover schrijven? Zou ik schrijven over de oorzaken daarvan, over onze oververmoeidheid, de schrik voor het traject wat voor ons lag. En wanneer ik daarover schrijven zou, zou het jullie interesseren?
Zou ik schrijven over de dagen waarin we, samen met Mauro, van Rio Grande terug door Tierra del Fuego naar Punta Arenas fietsten? Door die uitgestrekte kale leegte. Over hoe we met de hulp van Robert van Agthoven in Puerto Natales kwamen?
Zou ik schrijven over het verschrikkelijke stuk van de 'Ruta Cuarenta' tussen het benzinestation van Tapi Aike en de asfaltweg naar El Calefate, over hoe we onze fietsen door de blubber probeerden voort te duwen terwijl we daar tot over onze enkels in wegzakten? Zou ik schrijven over hoe we drie uur later in een verschrikkelijke storm helemaal niet meer konden lopen en opgaven? Zou ik schrijven over de ontmoetingen onderweg met andere fietsers? Over hun uitgemergelde gezichten en holle ogen? De schade aan hun fietsen? Over hun demotiverende ervaringen op het restant van de Ruta Cuarenta, de vijfhonderd kilometer tussen El Calafate en Perito Moreno dat toen nog voor ons lag? Over hun verhalen, de ellendige staat van die weg, de dagenlange afstanden tussen estancia's, de verschrikkelijke wind, de urenlange eenzaamheid.
Zou ik schrijven over de honderden redenen waarom we uiteindelijk besloten hebben om de 'Ruta Cuarenta' niet te fietsen en waarom we uiteindelijk transport gezocht hebben voor het stuk tussen El Calefate en Coihayque. Maar... zou ik woorden kunnen vinden waarmee ik een aanvaardbaar excuus zou kunnen maken om onszelf te verontschuldigen. Andere woorden dan 'We hadden er gewoon geen meer zin in om onszelf nóg eens tien dagen lang te kwellen, we zijn moe'.

Ik blader door en lees verder. Ik lees over de andere dagen van de afgelopen maand. Zou ik dan daarover kunnen schrijven?
Over de leuke dagen?
Over onze dagen in Hotel Argentino in Rio Grande, over Daniël en Graciëla, over de feestmaaltijden aan de grote tafel. Ik lees in mijn dagboek over Don Emiliano, over Geoff Sykes, over Ruben, de schilder die ons probeerde te bekeren, over Jürg en Aline die bijna aan het eind van hun 21 maanden lange fietsreis van Alaska naar Ushuaia waren. Ik lees over Mauro... onvergetelijke Mauro. Ik lees een verhaal van een condoomautomaat en een desparate Chileense vrouw.
Ik lees over onze eerste ontmoetingen met Jochen en Anita, met Thomas, Jan en Uli. Over onze leuke ontmoeting met Dick, Ankie en hun dochter Luca op de ferry tussen Porvenir en Punta Arenas.
Zou ik daarover kunnen schrijven?
Of zou ik schrijven over de vier heerlijke dagen in Punta Arenas? Over onze dagen met Matthew, Mirko, Carles Lluch, Amaury en Heleen? Over het ontroerende verhaal dat Jean-Yves Fredriksen vertelde over de tientallen beklimmingen naar dat plekje vijftig meter onder de top van de Mont Blanc. En over de reden waarom hij nooit op de top zal staan. Zou ik daarover schrijven? Zou ik dat verhaal nu al weggeven?
Zou ik schrijven over onze dagen in Puerto Natales in Residencia Dickson? Over onze ontmoeting met Giovanni, de Italiaan die veertien jaar lang solo over de wereld zeilde om uiteindelijk in Kaap Hoorn te kapseizen. Over hoe zijn boot Joshua geborgen werd en hij hier twintig maanden lang werkte om het schip weer zeilklaar te maken. Over hoe hij in Ushuaia zijn Nancy ontmoette die vanaf volgende week met hem meegaat wanneer hij eindelijk weer vertrekt. Zou ik daarover schrijven?
Zou ik schrijven over de redenen waarom we niet door het Parque Nacional Torres del Paine fietsten?
Zou ik schrijven over onze dag en nacht in de gomeria van het benzinestation in Tapi Aike? Over het lam dat daar gegrilld werd?
Zou ik schrijven over de negen dagen die we doorbrachten in El Calefate, in 'La Cueva de Jorge Lemos'. Over de honden die 's nachts het huisschaap Frederica verscheurden?
Over de onverwachte ontmoetingen met 'oude bekenden', met Dick, Ankie en hun dochter Luca.
Zou ik schrijven over onze onvergetelijke dag en nacht aan de voet van El Glaciar Perito Moreno samen met Jochen en Anita. Over het geweld waarmee stukken ijs zo groot als flatgebouwen van twaalf verdiepingen van de gletscher afbraken en in het meer vielen. Zou ik het geluid kunnen beschrijven wat een werkende gletscher maakt. Het geluid van onweer. Zou iemand mij geloven wanneer ik zou beschrijven hoe hoog de golven waren?
Zou ik schrijven over het moment waarop de zon over de bergen kwam om de gletscher in het licht te zetten? Het oorverdovende gedonder maarmee het brekend ijs de stilte doorbrak.
Zou ik daarover schrijven?
Zou ik schrijven over Monte en Marieu?
Over hun poppen?
Zou ik schrijven over de feesten in La Cueva? Over Mario en Frederico, over los Fantoches, over Jorge I en Jorge II en over Jorge III en Veronique?
Zou ik schrijven over ons privétransport over de 'Ruta Cuarenta' naar Los Antigues met de Rotativa van Eduardo? Over de ferry van Chile Chico naar Puerto Ibañez. Over onze aankomst in Coihayque? Over hoe we daar opnieuw Thomas ontmoetten... en Dick, Ankie en Luca voor de vierde keer.
Over onze leuke dag met Werner en Regula.
Ik zou overal over kunnen schrijven.

Maar ik zou nooit kunnen beschrijven over hoe gelukkig we waren met de post die we hier in Coihayque kregen. Hoe emotioneel het was om voor het eerst sinds bijna vier maanden weer brieven te lezen van Jasmijn, van Sterretje, van Nellie, van Greet, en van m'n ouders. Van Els van Beelen, de Dessen, Renda en Monique, Oom Gerrit en Tante Riet. Van Klaas en Tiny, van 'de Veteranen', van Truus en Harry, An3s en Renate, Hannie en Adrie, Cor en Kees, Jacoline en Tante Nel, Hartger en Irene, Lisette en Marco, Lutz en Diana, Maartje Haasbeek, Kees en Cora Kruijt, Jordi, Montsé, Lluis en van Riet van Duin.

Buiten pieken aan drie kanten sneeuwtoppen in een helderblauwe lucht. Witte wolken jagen verder naar het zuiden. Beneden in het dal spuit gletscherwater over zwarte rotsen. Ik blader in m'n dagboek... uren, urenlang... en kan niets beters vinden waarover ik zou kunnen schrijven. Señora Tita steekt nog een blok hout in haar oven, Els wordt lui wakker en ik zit hier te stralen in het mooiste T-shirt ter wereld!

Dick en Els
Estancia Concordia - Vargas en zijn maten scheren de koppen van de éénjarige lammeren.
Dick en Els
Links: Mauro, onvergetelijke Mauro
Rechts: Daniël en Graciëla van Hotel Argentino in Rio Grande
Dick en Els
In het zuiden van Chili zijn de 'beste' zeevruchten verkrijgbaar... zo gaat het gerucht. Daar bedoeld men waarschijnlijk de 'grootste' mee.
Dick en Els
Het benzinestation bij Tapi Aike aan het begin van de Ruta 40. Dichtstbijzijnde bewoning op zestig kilometer
Dick en Els
Ruta 40 naar Perito Moreno... zeshonderd kilometer ripio en blubber.
Dick en Els
Op die weg blijft geen fiets heel. V.l.n.r.: de Blackburn lowrider van Matthew, de Tubus lowrider van Thomas en de LSN verende voorvork van Anita.
Dick en Els
Links: Amaury, Matthew en Heleen op de kade van puerto Natales. Op de achtergrond de Navimag ferry naar Puerto Montt.
Rechts: El Glaciar bij El Calafate.
Dick en Els
El Glaciar bij El Calafate.
Dick en Els
Anita, Jochen, Jorge III
Dick en Els
Links: V.l.n.r. Monte, Jorge I, Chako, Anita, Marieu, Jorge II, Jochen
Rechts: Monte en Marieu
Dick en Els
Links: Jorge I
Rechts: Parilla Cordero
Rechts: Mario, Frederico y los mejor Fantoches

Op weg naar Santiago

Naar Prudhoe Bay (Alaska), via de Noordkaap en Ushuaia. Dat is een flink stuk fietsen. Maar... we hebben geen haast. Iedere dag een stukje. Deze maand gaan we op weg naar Santiago de Chile, de hoofdstad van Chili. We schatten dat het ongeveer 1500 kilometer is en denken dat we de wind voor het grootste gedeelte schuin in de rug zullen hebben. Een redelijk vooruitzicht dus, ware het niet dat we iedere dag behoorlijke niveauverschillen zullen moeten overbruggen. In dit gedeelte van Chili wordt overigens door de bewoners geen Spaans maar Mapuche gesproken.
Plaatsen op onze route hebben namen als Puerto Montt, Valdevia, Temuco, Concepción en Ransagua.

De meeste van deze steden zijn gebouwd door Duitse immigranten die hier in het midden van de negentiende eeuw zijn neergestreken (dus in dezelfde periode als waarin veel Nederlanders naar Zuid Afrika zijn geëmigreerd). Temuco is de snelst groeiende stad van Chili en uitganspunt voor veel excusies naar de Andestoppen. Puerto Montt is een belangrijk toeristisch knoppunt omdat van hieruit boten vertrekken naar de Chiloé Archipel, een groep eilanden ten zuidwesten van de stad. We gaan ons best doen om daar een paar dagen door te brengen. O ja... in de tweede week van april zijn we in Santiago.