In Japans gezelschap via het Titicacameer naar Machu Picchu

Oishi... oishi kata!

Dick en Els
Onze weg ligt op ruim 3800 meter hoogte en voert ons langs de oevers van het Titicacameer. Aan de overzijde zien we, achter de silhouetten van het schiereiland waarop Copacabana ligt, de besneeuwde toppen van de Boliviaanse cordillera. Links heuvelt een dorre pampa. Er staat e en kalm windje en het is aangenaam fietsen. Op ons gemak trappen we de kilometers weg en voordat we het weten zijn we bij de heuvel waarop het plaatsje Juli ligt. Er klinkt feestmuziek. Op het sportveld, net buiten het dorp, spelen een aantal hoempabands. Tussen die muziekgezelschappen dansen honderden mensen waarvan de meesten behoorlijk aangeschoten zijn. Behalve feestgangers dansen er ook prachtig uitgedoste folkloristische dansgroepen. Hun kostuums schitteren in de zon.

 
Dick en Els
We reden het plaatsje Juli binnen juist op het moment dat er een volksfeest aan de gang was... kleurrijke dansgroepen aan de oever van het Titicacameer. Valse blaasmuziek, dronken mensen en een varkerskop op de trappen van de Kerk.
Binnen een paar minuten maken we ruim dertig foto's. Een stomdronken vrouw die dat probeert te verhinderen en om 'dolares' schreeuwt wordt door twee andere vrouwen weggesleurd.
"Respectar las turistas!"
Ze schreeuwt als een mager varken.
Even later dringen een paar dronken mannen zich aggressief aan ons op en vragen om geld. Over de besteding ervan zijn ze duidelijk... ze hebben nog steeds dorst. Nadat we opnieuw ontzet zijn bekijken we het spektakel van een afstandje en even later rijden we naar het centrum van het dorp waar we onderdak vinden in een hostal... San Pedro. Het ligt aan het Plaza de Armas en pal naast de San Pedro Catedral.
Ook hier is het feest. Valse muziek klinkt over het Plaza. Een hoempaband wordt voorafgegaan door een groep mensen die, net zoals hun dorpsgenoten op het sportveld, op z'n minst 'aangeschoten' zijn. De mannen slaan naast de maat van de muziek met stokken op emmers en teilen. De vrouwen hebben lichter keukengerei om mee te trommelen. Ze zingen iets wat nergens op lijkt maar dicht in de buurt komt van dat wat wij kennen als 'olé, oléhéé'. In het midden van die groep zeult een man met een varkenskop, anderen met de poten en het staartje van het beest.
Voor de kathedraal houdt de optocht halt. Het orkest neemt plaats op de trappen en de groep mensen, dertig misschien, danst rond het geslachte varken. Het is overduidelijk feest vandaag. La Fiesta de Los Santos de 24 Agosto.
Dick en Els
Koji Kubo en Emi Yatagay (ook al ruim twee jaar onderweg) fietsten twee weken met ons mee.
Dick en Els
Andere fietsers ontmoetten we onderweg. Klaus Graf uit Berlijn (aan z'n laatste continent bezig) en een Japanner met een onuitsprekelijke naam.
Samen met Emi en Koji, twee Japanse fietsers die we in Puno ontmoet hebben, fietsen we de dagen erna langs de oevers van het Titicacameer verder in noordelijke richting. Links kaalgevreten heuvels, rechts het water en de eindeloze rietvelden. Vrouwen hoeden schapen terwijl ze een wollen draad spinnen. Hun hoedjes zijn iets anders dan de Boliviaanse. iets hoger en getailleerd. Honden hollen blaffend met ons mee en kuieren teleurgesteld en vermoeid weer terug. Het is mooi weer, er is nauwelijks wind, de weg is vlak en er gebeurt niets.
Dan rijden we Santa Rosa binnen. Ook hier is het feest want het is 'el Dia de Santa Rosa de Lima'. En dus gaan er 'dansarina's' door de straten van het dorpje, achtervolgd door als duivels verklede jongens en horen we even later de klanken van een naderende processie.
Een ernstig kijkende pastoor gaat de bonte stoet voor. Sterke mannen dragen het volledige kerkmeubilair op hun schouders door de stoffige straten en daarachter speelt een harmonie-orkest valse folkloredeuntjes. Voor ieder versierd huis houdt de optocht halt. De beelden worden voor een paar minuten op de grond geparkeerd en de muziek stopt.
Dan stapt de pastoor, in gezelschap van een aantal misdienaartjes, naar voren en besprenkelt de voordeur van het huis met water. De hele stoet spreekt luidkeels een gebed uit.
Wanneer de optocht onze cantina nadert kan ik het niet laten.
Vier fietsen op weg van hot naar her...
Vier gringo's...
Ik maak een uitnodigend gebaar en zet m'n zieligste gezicht op...
"Señor padre... es possible?"
De man knikt en geeft een sein.
De meute houdt halt, de muziek stopt en voor het oog van de volledige verzamelde dorpsbevolking worden onze fietsen en wijzelf gezegend. De pastoor gaat voor in gebed en alles en iedereen bidt of deze vier estrangero's op hun verdere reizen door de onherbergzaamheid beschermd mogen worden tegen alles wat verschrikkelijk is.
Een ontroerend moment.
Voor Koji en Emi raakt de hele ceremonie kant nog wal. Zij komen uit een totaal andere cultuur en zijn niet bekend met het katholicisme en de daarbijbehorende kitscherige pracht en praal. Iedere andere westerling zou zich afvragen of wij zoiets nu zouden menen of niet. Bij onze twee Japanse vrienden komt deze vraag niet eens op.
Dick en Els
In het plaatsje Santa Rosa arriveerden we juist op tijd om er door de pastoor onze fietsen te laten zegenen.
Wanneer de stoet uit het zicht verdwenen is rijden wij de andere kant op. Ons wacht nog een lastige klus... de Abra la Raya, een pas van 4338 meter hoog. Dertien kilometer na de top liggen de warmwaterbronnen van Aguas callientes waar we onze fietsen een 'comedor' binnenrijden en er
voor tachtig cent per persoon overdekt mogen kamperen.
Terwijl de zon verdwijnt en de maan vol opkomt laten we ons in het hete water zakken. Zevenendertig graden. Rondom ons borrelt en spuit het. De dampen glijden als een dikke mistbank door de vallei en beperken het uitzicht op het rotsmassief rondom ons.
'Oishi!'
Dick en Els
Aguas Callientes... thermaal baden op 4000 meter hoogte... 's morgens om zes uur.
Peru is tot nu toe een prachtige belevenis. Alles is leuk. De mensen zijn mooi en vriendelijk en iedere dag rijden we wel een dorpje binnen waar een prachtig feest aan de gang is of kleuren spetteren op een drukke markt. Alles lijkt de overtreffende trap van Bolivia te zijn. De overtreffende trap van alles.
Ook het fietsen is leuk. De kwaliteit van de wegen is perfect. Mooi asfalt met een brede strook voor fietsers. En, wat ook telt: anders dan in Bolivia lijken de vrachtwagenchauffeurs iets meer respect te hebben voor fietsers.
Alles is leuk.
Ook ons gezelschap.
Koji en Emi vertellen veel over hun land, over vreemde, niet westerse gewoontes, over de cultuur en over de veranderinge n van de afgelopen vijftig jaar. Ze vertellen over de natuur in Japan, de bergen, de verschillende eilanden en over het vogel- en dierenleven. Hun 'wereldfietsvereniging' is goed georganiseerd. Er is een netwerk van 'guesthouses' waar ieder lid gebruik van maakt wanneer hij een rit over een aantal eilanden wil maken.
Ze maken ons iedere dag enthousiaster.
Want door van gasthuis naar gasthuis te fietsen wordt een reis door Japan natuurlijk wel interessant.
In ieder geval betaalbaar.
En een vlucht van Anchorage naar Tokio is spotgoedkoop.
Tokio-Bejing?
China-Pakistan-Iran-Turkije-Balkan-thuis?
Al fietsende merken we dat er plannen broeien.
Dick en Els
Dick en Els
Mensen onderweg. Bovenste rij: een Boliviaanse almuerzoverkoopster met een Fins petje op, marktvrouw in El Alto, dronken man in Juli, handwerkster in Cusco. Onderste rij: 'poseerders' op San Blas, Cusco.
Een paar dagen later, vlak voordat we Cusco bereiken stoppen we in het dorpje Tipón voor onze lunch.
Een vreemde plek.
Zowel links als rechts van de weg staan er cantina's en restaurants. De een naast de ander. En voor elk restaurant staat een bord met dezelfde aanprijzing: 'Hoy Cuyi con papas, 12Sl'.
Vreemd.
Wanneer we ons brood uitpakken en willen gaan eten worden we door een vrouw gewenkt. Ze vraagt ons of we niet op stoelen en aan een tafeltje willen zitten in plaats va n op een muurtje aan die ongezellige weg. In haar tuin is plaats genoeg en we kunnen daar veel beter rusten dan waar we nu zitten. Haar man komt er ook bij staan en dringt nog sterker aan.
Het is heel lief bedoeld maar... hun tuin is eigenlijk ook een restaurant... net zoals alle anderen hier in dit dorp. En ook hier kunnen we 'Cuyi' eten. Maar... wij hebben àl ons eten bij ons en hoeven dus niets te kopen... geen brood, geen coca-cola, geen 'cuyi'... niets.
"Tenemos todo las comidas por el almuerzo señor, desculpe".
"Adelante, no es necesita por a comprar comida... adelante por favor!"

En dus rijden we onze fietsen de tuin in en gaan aan een tafeltje zitten.
Een aardige tuin en het is mooi weer.
De man verdwijnt en de vrouw gaat verder met haar werk.
Ze maakt groenten schoon en schilt aardappels. Tegelijkertijd keert en draait ze een aantal aardewerk schalen en pannen die in een grote houtoven staan.
Haar man komt even later van achter in de tuin terug met zo'n zelfde schaal.
Er liggen geslachte beestjes op.
Konijn?
Nee... cavia's!
Cuyi is cavia en hier kun je het eten. In ieder lokaal dat in dit dorp langs de weg staat.
"Es rico?"
"Claro! Con papas es muy rico.. para probar?"
Even later staat ons voorgerecht op tafel. Een bord met maïs, zwarte bonen en iets dat op worstjes lijkt. Worstjes gevuld met kruiden.
Het blijken caviadarmen te zijn.
Heel erg lekker.
Of... zoals Koji het zegt... 'Oshi', héérlijk!
De cavia's zelf zijn ook lekker. Erg veel vlees zit er niet aan en het is er moeilijk af te krijgen omdat er bij dit gerecht geen bestek wordt bijgeleverd. maar smakelijk is het wel. Een smaak die vooral bepaald wordt door de manier waarop de beestjes geslacht worden.
In het schuurtje achter het restaurant krijgen we van Oscar aanschouwelijk onderwijs. In een betonnen bak, op een berg naar pis stinkend zaagsel, hollen een stuk of twintig cavia's. Het zijn precies dezelfde beestjes die in Nederland in elke dierenwinkel te koop zijn... dezelfde kleuren en met dezelfde fluitende geluiden.
Het geheim van een lekkere cavia blijkt een handigheidje. Met de duimen en wijsvingers wordt de nek van het beestje gebroken. Daarna, zo vertelt Oscar, moet er een uur gewacht worden tot het bloed van de cavia zich heeft opgestuwd onder de huid van de nek. Wanneer dat gebeurd is kun je verder gaan. Om de vacht te verwijderen moet de cavia in kokend water worden ondergedompeld waarna de haren kunnen worden ge plukt. Als laatste worden dan de darmen verwijderd wordt buikholte opgevuld met kruiden.
"Que hierbas?" willen we weten.
Met een geheimzinnige glimlach op zijn gezicht doet Oscar er het zwijgen toe.
Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Cavia's... een delicatesse in Peru, Andere culinaire ontdekkingen zijn Chicha, een troebel maïsbier wat in huiskamerbrouwerijen te koop is en Chicharron, spare ribs. Als voorafje wordt gefrituurde varkenshuid geserveerd.
Cusco is de gringohoofdstad van Peru, een soort Valkenburg aan de Geul. We vinden er een prettig hostal waar we eerst een dag of wat uitrusten en vervolgens op weg gaan naar Machu Pichu. Niet (zoals alle backpackers) in ganzenpas via de inka-trail en ook niet (zoals alle toeristen) met de luxe turist-train. We gaan met z'n vieren op de fiets!
De stad uitfietsen is simpel maar zwaar. Kinderhoofdjes. Bovendien is het steil... heel erg steil. Na een flinke klim over een lastige serpentine bereiken we na een dik uur trappen de inkaruïnes van Saqsayhuaman. De restanten van de tempels die hier staan zijn indru kwekkend. Massieve stenen, sommige tot honderdertig ton zwaar, zijn zodanig afgevlakt dat ze met perfecte precisie in elkaar passen. Er is geen speld tussen te krijgen. Drie gigantische muren lopen parallel aan elkaar, driehonderdzestig meter lang. Er zijn 21 bastions. Er is lang gedacht dat Saqsayhuaman een enorm fort geweest moet zijn maar de opzet en architectuur van het complex doet meer denken aan een offerplaats en een enrome zonnetempel. De tempel zelf staat exact tegenover de plek waarvan voorheen aangenomen werd dat het de inkatroon was - waarschijnlijk een offerplaats - uitgehouwen in massieve rots. Brede trappen leiden van weerszijden naar het altaar. De veronderstelling dat dit een offerplaats zou zijn geweest is gebaseerd op de ontdekking - in 1982 - van de graven van priesters. En het is onwaarschijnlijk dat priesters in een fort begraven zouden worden. De exacte functie van het complex zal waarschijnlijk altijd een raadsel blijven omdat het bewijsmateriaal (dankzij de eeuwenlange plunderingen) inmiddels verdwenen is.
Zo lopend over het complex raken we alle vier meer en meer diep onder de indruk van wat hier eeuwen geleden neergezet is. De enorme stenen, de precisie, de arbeid. Iedere stap roept meer vragen op. Met welke middelen? Hoe? Ongelofelijk indrukwekkend.
Dick en Els
Dick en Els
Boven, links: La piedra de los doce angulos, op San Blas, halverwege het Plaza de Arma's. Daarnaast de grootste steen op het complex in Sagsayhuaman. De foto rechtsonder is genomen in het tempelcomplex boven Pisac.
Na de overweldigende grootsheid van Saqsayhuaman stellen de overblijfselen bij Q'enqo niet zoveel voor. Het complex ligt in een bocht van de weg naar Pisac en lijkt grotendeels ingestort. Het blijkt schijn want aan de achterkant, onzichtbaar vanaf de weg, is namelijk een grote holle ruimte waarin - op de muren - prachtige figuren zijn uitgehouwen.
We fietsen verder en verbazen ons dat we hier geen enkele toerist zien. Iedereen komt naar Cusco voor de Inkaruïnes maar wanneer ze er zijn is Machu Pichu het enige wat men ziet.
Na een flink stuk klimmen komen we langs Puka Pukara. Vanaf de ruïne hebben we een geweldig uitzicht over de vallei die zich verder naar het oosten uitstrekt. De bergen op de achtergrond zijn bedekt met sneeuw.
Een paar kilometer verderop bereiken we het hoogste punt van de rit naar Pisac. Vanuit Cusco hebben we vierhonderdvijftig meter gestegen en nu laten ons dan vallen in een lange afdaling. Lang en langzaam met adembenemende vergezichten. We stoppen, maken foto's, genieten van het weer en van een geweldige dag.
In Pisac parkeren we onze fietsen in prima hotel aan het plaza. Hoog boven het dorp, in de bergen, is een prachtig inkafort waarvan we een geweldig uitzicht hebben op de terrassen en Pisac zelf, dat in de diepte van de vallei ligt. De eerste groep ruïnes is Pisaca. Tientallen huizen en een mooie ronde muur. Daarna klimmen we naar het centrale deel, Intihuantana. Een groep tempels en rotsformaties in een prachtige inka-setting waar het watersysteem nog steeds intact is. Via kleine zicht- en onzichtbare kanaaltjes wordt water aan- en afgevoerd. In de tempels wordt het opgevangen in kleine bekkens, op het plein voor de grootste tempel is een bekken uitgehouwen in een enorme steen.
In de grootsheid van het complex - een klein Machu Pichu - en het overweldigende berggeweld genieten we van de stilte. Ook hier zijn we - wonderlijk genoeg - de enige bezoekers.
Dick en Els
Onderweg naar Pisac

De volgende ochtend vertrekken we vroeg uit Pisac en gaan op weg naar Ollantaytambo. Een schitterende rit van bijna zestig kilometer lang door de Valle Sagrado, de heilige inkavallei. Aan de linkerkant kronkelt de rivier, bergen raken de wolken... aanzichtkaartenweer.
Ollantaytambo bestaat uit koloniale huizen die gebouwd zijn op de fundamenten van inka-ruïnes. De poorten die naar de binnenplaatsjes leiden zijn inka-poorten... enorme stenen poorten. Hier is, net als in Cusco, een nieuw dorp bovenop een oud dorp gebouwd.
Boven dat dorp, tegen de flank van een berg, ligt opnieuw een prachtige ruïne. De trap van ruim driehonderd treden naar de tempel voert langs twee prachtige terrassen die onder in het dorp eindigen.
Nadat we terug zijn in het dorp gaan we op zoek naar chicha. Op twee blokken van het plaza vinden we een 'very local place' waarin een tiental mannen en vrouwen in diverse stadia van dronkenschap tegen elkaar aan hangen. In een hoek van het lokaal waakt een vrouw over twee grote ketels borrelend brouwsel, op de vloer scharrelen cavia's. Het stinkt er naar verschaald bier en caviapis... 'very local'.

Licht aangeschoten stappen we 's avonds op de laatste trein naar Aguas Callientes. Tickets voor deze trein zijn half zo duur als de tickets voor de andere toeristentreinen maar we betalen nog steeds negen maal zoveel als dat wat Peruanen voor een rit betalen. Voor toeristen is het sinds mei van dit jaar onmogelijk om nog langer gebruik te maken van 'normale' treinen voor het 'normale' tarief en zich, samen met de localo's, op en in elkaar gepropt in de 'economico' te laten vervoeren. Een aanhoudende stroom van klachten over gebedel, intimidatie en diefstal heeft er toe geleid dat toeristen nu in aparte treinen reizen of dat er, zoals in ons geval, aan de lokale treinen een aparte 'toeristenwagon' gekoppeld is.

De volgende ochtend wordt er om half vijf op onze hoteldeur geklopt. De bedoeling is dat we vandaag de vijftienhonderd treden gaan lopen over de trap die naar Machu Pichu leidt. Vroeg omdat we de verwachte stroom toeristen voor willen zijn die rond het middaguur op het complex arriveren .
Vroeg ook, omdat het licht 's mogens vroeg het mooiste is.
Maar eenmaal boven lijkt het er op dat wij vandaag pech hebben.
Het is bewolkt.
Grauw.
Mistig.
Heel erg mistig.
We zien helemaal niets.

Een half uur lang, bijna drie kwartier, wachten we op verandering van het weer maar het lijkt er steeds meer op dat het alleen maar erger wordt. Het is jammer, maar zulke dingen gebeuren nu eenmaal. Dit is tropisch regenwoud en het kan zelfs gebeuren dat het hier drie of vier dagen achter elkaar regent.
Na een poosje hebben we ons al verzoend met het feit dat we voor de volgende dag nogmaals de wandeling naar boven zullen moeten maken en dat we dan opnieuw twintig dollar entree zullen moeten betalen.
En dan... ineens... zomaar... wijken de wolken en prikt de zon er doorheen. Binnen vijf minuten hebben we zicht op een wereldwonder.
En dan ook weten we ineens waarom wereldwonderen 'wereldwonderen' zijn. Aan onze voeten ligt een complete stad. Een stad die gebouwd is bovenop het topje van een berg. Al de bedenkingen die we aanvankelijk hadden over het al dan niet bezoeken van deze 'toeristenattractie' zijn in één klap verdwenen.
Dit is fan-tas-tisch!
Een halve dag lang wandelen we door straatjes en steegjes, beklimmen we de 'Puente Inca' en genieten we van alles.
En opnieuw hebben we geluk... andere toeristen zijn er nauwelijks.
Het is rustig.
En schoon.
Maar vooral indrukwekkend.

Dick en Els
Machu Picchu... een wereldwonder!
Dinsdagochtend 11 september. In het internetcafé naast ons hostal lezen we onze mail. Koji en Emi komen even later ook het lokaal binnen met de mededeling dat er 'iets aan de hand is in New York' en dat we misschien even op de site van CNN moeten kijken... het duurt lang voordat we verbinding hebben.
Vanaf dat moment is alles onbelangrijk.
De rest van de dag brengen we door in 'Bar Gipsy', het lokaal op Carmen Alto waar men een televisie met een satelietaansluiting heeft en waar we dus naar CNN kijken. Ademloos... samen met tientallen andere toeristen. Ademloos en met open monden. Iedereen is het met elkaar eens... vanaf vandaag leven we in een andere wereld.
Dick en Els
Kleurrijke draagdoeken... overal te koop en in elke kleur.
Twee dagen later nemen we afscheid van Koji en Emi. Zij gaan, net als wij, op weg naar Nazca. Maar zij reizen verder met de bus waar wij toch liever met de fiets gaan. Ondanks alle bergen die ons op het traject wachten. Vanuit de stad gaat het meteen flink omhoog. In zeven kilometer stijgen we 350 meter. Daarna wordt het vlak en kunnen we even uitpuffen.
Even voor het punt waar de weg zich splitst in die naar Urubamba en Abancay komen we door een gehucht waar Chicharron verkocht wordt. Voor de restaurantjes zien we dezelfde glazen vitrines staan die we eerder in Salya zagen. Vitrines waarin grote stukken uitgebakken varkenshuid klaarliggen.
Het is kwart over elf.
We twijfelen.
Eigenlijk moeten we het gewoon proberen... chicharron eten. Het is net zo Peruaans als cuyi en chicha... maar het is nog zo vroeg op de dag.
Kwart over elf.
We maken wat foto's.
Kijken elkaar aan.
"Vooruit dan maar, laten we het maar gewoon proberen. Misschien is het wel lekker".
Voordat we onze fietsen op de standaard hebben gezet wordt er al een bord klaargemaakt... gepofte maïs, een paar uiensnippers, spekjes en vier grote stukken gefrituurde varkenshuid.
Kroepoek.
Dat is waar het het meeste op lijkt... op kroepoek. Met dat verschil dat er op deze variëteit nog kleine zwarte haartjes zitten.
Waar je overigens niets van proeft.
Tot onze grote verrassing blijkt dit echter niet de chicharron te zijn.
Die komt later.
Dit is pas het voorgerecht.
Chicharon is niets anders dan Spare Ribs.
Spare Ribs met gekookte maïs, muntblaadjes en een koriandersaus.
Oshi kata!
Héérlijk gegeten.
Dick en Els
Onderweg tussen Cusco en Nazca. Nog steeds op grote hoogte.
In de negen dagen die daarna volgen rijden we berg op en af. Tot driemaal toe dalen we af naar 1800 meter hoogte om daarna weer tot boven de 4000 te klimmen. Onuitsprekelijk vermoeiend maar overgetelijk mooi. We kamperen langs de rivier en worden lekgestoken door zandvliegen. We slapen in wrakke schuurtjes bij vriendelijke mensen en staan op met vlooienbeten. Negen onvergetelijke dagen.
En dan staan we op de top van de laatste pas. Drieënveertighonderdnogwat meter hoog. Een lege pampa die we delen met honderden vicuña's. Achter ons ligt de Andes, voor ons ligt een honderd kilom eter lange afdaling naar Nazca.
In een beekje vullen we onze bidons en dan rijden we weg. In de uren daarna verandert het pampalandschap langzaam naar dat van een bizarre onwerkelijkheid. Het gras verdwijnt. Alles wordt dor en droog. De glooiingen verdwijnen ook. De heuvels worden bergen en de bergen worden ruiger en ruiger. Wanneer we veertig kilometer lang afgedaald zijn en rond 3300 meter hoogte zitten fietsen we door iets waarvan we ons voorgesteld hadden hoe het er in het hooggebergte van Pakistan of Oezbekistan uit zou zien. Onmetelijke grijze ruigheid.
Eindeloze grijze bergen waarop niets groeit.
Helemaal niets.
Af en toe stoppen we om wat foto's te maken maar tegelijkertijd, bij iedere klik, realiseren we ons dat het landschap waarin we staan niet te fotograferen is. Een landschap zo onwerkelijk weids, zo onbeschrijfbaar leeg en groot. Bovendien zijn alle kleuren grijs, staat de zon pal boven ons, is er geen schaduw die een fotografisch contrast kan geven en is het heiig.
Na nog een uur dalen komen we in de cactuszône. De grijsheid is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor bruinheid. Bruingrijze bergen met daarop af en toe een cactus.
Dick en Els
Op bezoek in een schooltje bij Chaluancha. Een lemen lokaal en een prehistorisch meubilair.
Tussen die bergen kronkelt een honderd kilometer lange asfaltweg in sierlijke serpentines naar beneden. Op die weg rijden wij... geluksvogels. Al dalend denk ik na over hoe dit te omschrijven... hoe duidelijk te maken aan hen die zoiets nooit gezien hebben wat het is hier te zijn, te fietsen... hoe het eruit ziet... hoe het voelt. Meer en meer realiseer ik me dat dat onmogelijk is en dat we het alleen maar kunnen delen met hen die zoiets ook gedaan hebben... met M arco en Lisette, met Dagmar en Ruud, met Hartger en Irene, met andere fietsers.
Is dit de mooiste afdaling die we ooit gereden hebben? Is dit het meest bizarre landschap?
Dick en Els
De afdaling naar Nazca. In 100 kilometer dalen we ruim 3000 meter... onvergetelijk

Aan het eind van de serpentines is het nog twintig kilometer naar de stad. Het eerste stuk gaat nog bergaf maar de laatste tien kilometer zijn vlak en blaast er een snoeiharde tegenwind. We passeren het hoogste zandduin ter wereld, ruim 2800 meter hoog. We rijden langs de Nazcaruïnes en de beroemde aquaducten die de Nazca's hier gebouwd hebben, lang voordat er een inca-beschaving was. Ze werken nog steeds en worden nog steeds gebruikt.
We zijn fysiek te moe van de afdaling en zitten te vol met indrukken om nu af te stappen en er een kijkje te gaan nemen. In plaats daarvan trappen we door naar de stad, door de smerige outskirts die vol staan met vervallen en half ingestorte huizen, langs het vuil en afval langs de weg.
Dan splitst onze weg zich en komen we op de 'Panamericana'. Linksaf naar Arrequipa en Chili, rechtsaf naar Lima en de USA. Even fietsen we langs dat wat ons de komende twee maanden te wachten staat... toeterend vrachtverkeer, stof en hitte. Dan slaan we opnieuw rechtsaf in de richting van Nazca.

De volgende dag bezoeken we het Nazca-kerkhof in Chauchilla. Hier liggen, in de woestijn, botten en schedels uit de Nazca-kultuur. Graven zijn opengebroken om er de kostbaarheden uit te roven. De menselijke overblijfselen - door de droogte perfect gemunmmificeerd - en potscherven liggen hier verspreid in het zand. Een stuk of tien graven zijn 'gerestaureerd'. Me n heeft er op knullige manier mummies en botten in uitgestald maar had het beter kunnen laten zoals het was. Meer indruk maken de botten en schedels die gewoon los in het zand liggen. Dijbeenbotten, vingerkoontjes, rugwervels, ribben en schedels. We scharrelen er een poosje ongestoord rond, vinden van alles en krijgen een redelijk beeld van ons eigen chassis..

Dick en Els
De Nazcabegraafplaats bij Chauchilla. Schedels en botten liggen er voor het oprapen
Zonder dat we een vlucht over de Nazca lijnen gemaakt hebben verlaten we twee dagen later de stad en rijden de Panamericana op, de asfaltweg die in Anchorage, Alaska begint en (voorlopig nog) op Chiloë in Chili eindigt. We passeren de lijnen, het museum en huis van Maria Reiche en rijden de woestijn in... nog 440 kilometer naar Lima.
Dick en Els
Op weg naar Lima op de Panamericana ontmoetten we een schilder. Net als wij had hij nog ruim 300 kilometer te gaan.

 

Richting Ecuador... maar hoe?

Er ligt inmiddels al een aardig rood lijntje op de kaart. Telkens wordt dat langer. Ook deze maand weer. Maar... op het moment dat we dit schrijven zijn we er nog niet uit... We willen naar Chiclay en kunnen daarvoor de vierhonderd kilometer lange kustweg nemen via Chimbota. We kunnen ook een enorm stuk omfietsen, weer omhoog het Andesdak op, naar 3500 meter en hoger. Die route is ruim duizend kilomter langer. De route over de kustweg is bijna vlak maar heeft twee enorme nadelen. Hij gaat dwars door de woestijn en er huizen nogal wat bandieten. Bandieten die het ook op fietsers hebben voorzien. Op dit moment kennen we al twee nare verhalen van reizigers die daar alles zijn kwijtgeraakt. Op het (relatief) kleine aantal mensen die gek genoeg zijn om daar te gaan fietsen is dat een hoog percentage. Bovendien kennen wij nu ook niet zoveel mensen.