Het belangrijkste bedevaartsoord van Argentinië

Diffunte Correa... gracias!


Dick en Els

Rondom ons een dorre droge vlakte. Waar we ook kijken... links, rechts voor of achter ons, overal ziet het er hetzelfde uit. Een ronde horizon. Zand, cactussen en kleine droge struikjes. We zijn doodmoe. Al drie dagen duwen we onze fietsen door het mulle zand. Hoeveel hebben we afgelegd? Vijftig kilometer? Onze huid is verbrand. De vellen hangen erbij. Sinds twee dagen is ons water op en ons laatste eten - een half pak droge biscuitjes - hebben we vanochtend verdeeld.

Het ziet er niet best uit.
Onze tongen zijn van leer en onze voeten kapot. We sloffen langzaam vooruit.
Maar waar naar toe?
Geen flauw idee.
Ons kompas is kapot.
Dan schuift er een donkere schaduw voor ons over het zand. We kijken omhoog en zien vijf gieren cirkelen.
Allebei hebben we de boeken van Karl May gelezen en we weten dus wat dit betekent.
We kijken we elkaar aan. Ik zie in de betraande ogen van Els dat ook zij weet dat dit zo ongeveer ons einde moet zijn.
Hoe lang hebben we nog?
Een paar uur?
Hier?
Twee kilometer verderop?
Wie gaat ons hier ooit vinden?
En wat zal ik nog zeggen?
Zijn er eigenlijk nog laatste woorden?
Ik wil wel maar mijn mond kan niet meer... wat ik ook probeer... ik kan niets meer zeggen... ik... ik...


En dan wordt ik zwetend wakker.
Alles draait.
We liggen naast elkaar op een zolder van een chalet aan de voet van de Paso Christo Redentor in Los Andes in Chili. Het is het beroemde Casa de Ciclistas van Eric en Kelo Sarvard. Gisteravond hebben we beneden de 42e verjaardag van Els gevierd met Kelo, haar twee kinderen, Carter, Ruud, Dagmar, Stephan, Tim en een Zwitsers stel. Allemaal fietsers.
Tim had voor de gelegenheid heerlijk gekookt.
Wij brachten de wijn in.
En voor deze speciale gelegenheid bovendien nog een paar flessen van Chili's nationale drank... Pisco. Pisco Sour.
"Jezus, wat een gemeen spul is dat zeg...!"
"Heb jij ook zo'n hoofdpijn?"
"Ja"
"Hoeveel glazen heb jij op?"
"Vier of zo... vijf misschien... pfff... heel gemeen spul!"
"Maar het was wel gezellig!"
"Ja... zo zie je maar... dat het mèt drank óók gezellig kan zijn!"
"Maar voorlopig was dit de laatste keer!"
"Vind ik ook".

Dick en Els
Links: Het Casa de Ciclistas van Eric en Kelo Savard in Los Andes.
Rechts: Deense helmplicht in Chili?

Een dag later nemen we afscheid van iedereen en beginnen we aan de klim naar de pas die ons terug naar Argentinië zal brengen. Paso Christo Redentor, 3185 meter hoog.
Oorspronkelijk hadden we het plan om via de Paso Agua Negra terug te gaan, hondervijftig kilometer noordelijker en bijna 4800 meter hoog. Maar helaas is deze pas sinds een paar dagen dichtgesneeuwd en zit er dus niets anders op om ons hiermee tevreden te stellen.
Dit is ook mooi.
Mooier dan de mooiste in Europa.
Dus moeten we niet zeuren.
We hebben geluisterd naar het advies van Carter en gaan er tw ee dagen over doen. Twee middagen. De eerste middag in vijftig kilometer naar 2000 meter en de tweede dag de 32 haarspeldbochten naar de tunnel.
Middagen omdat er 's morgens een koude wind van de berg naar beneden komt. 's Middags, na twaalf uur, verwarmt de zon de oostkant van de Andes en draait de wind. Die heb je dan dus in de rug.
Dat eerste stuk gaat prima.
Met een windje in de rug maar onder een brandende zon beginnen we de tweede dag aan de zware klus. Net als op l'Alpe de Huez zijn ook hier alle bochten genummerd. En net als op die beklimming is ook hier het eerste deel het steilst.
De rest valt mee.
We rusten veel.
Fietsen twee, drie bochten per keer.
En komen om drie uur in de middag bij de Argentijnse grenspost op bijna drieduizend meter.
Daar blijkt dat we niet verder mogen.
De laatste vier kilometer, tweehonderd hoogtemeters, mogen we niet fietsen. We mogen vandaag niet per fiets door de tunnel maar moeten een lift nemen.
De grensbeambten wijzen de eerste vrachtwagen aan en vertellen de chauffeur doodleuk dat hij ons mee moet nemen.
En zo zitten we een poosje later in de cabine van een Braziliaanse trucker. Zijn vriendin is slank, blond en sexy.
De cabine zelf is ingericht als een nachtclub in kerstsfeer.
Pluche, glitter en lichtjes.

Aan het eind van de tunnel laden we de boel af en beginnen we aan de afdaling.
We hoeven geen trap meer te geven. Heerlijk rustig rollen we over een bijna kaarsrechte weg die door een brede vallei naar beneden gaat. Heel anders dan de haarspeldbochten aan de andere kant.
Kouder ook.
En veel meer besneeuwde toppen.
En dan, ineens, na een bocht in de weg zien we aan de linkerkant het silhouet van de Agoncagua. Deze berg, de Mount Everest van de Andes, is met 6959 meter de hoogste berg van de America's. Helaas gaat, ondanks het mooie weer, de echte top in de wolken schuil.
Maar het blijft indrukwekkend.
Vooral wanneer we ons realiseren dat we hier op iets meer dan drieduizend meter hoogte staan en dat die berg nog ruim eens zo hoog is.

Dick en Els
Tijdens de afdaling van de Paso Christo Redentor naar Puente del Inca.
De volgende ochtend vroeg is het licht slechts voor een uur mooi genoeg om foto's te maken van de 'Puente del Inca', een natuurlijke brug over de Rio Mendoza die hier in de vallei stroomt. Eén van de 'wonderen van Zuidamerika' en dus een grote toeristische attractie van Argentinië.
Negentien meter boven de riviertje heeft zich een natuurlijke brug gevormd. Een spanwijdte van 21 en ruim 27 meter breed. Bovendien zijn er op dezelfde plek een aantal thermale bronnen.
Die aanprijzing 'een van de grootste toeristische attracties' valt wel mee. Gisteravond was er niemand te zien en ook vanochtend ben ik de enige.
Bijna de enige blijkt even later.
Twee Australische meisjes zitten in slip en bh in het poeltje naast de bron.
"It's great... very hot!"
Het licht is goed.
Het zou een geweldige foto kunnen zijn.
Maar ze willen niet.
De meisjes.
En kleden zich helaas al weer aan.
Jammer.
Dick en Els
Links: Puente del Inca.
Rechts: De thermale bron onder de brug.

Vlak buiten het plaatsje is het kerkhof waar de meeste van de omgekomen andinisten liggen die verongelukt zijn op de flanken van de Aconcagua. Een klein, bescheiden kerkhof. Veel graven. Veel nationaliteiten. Argentijnen, Brazilianen, Duitsers, Zwitsers, Amerikanen, Engelsen, een Koreaan, Japanners... Veel gedenkstenen voor hen die daar boven nog ergens liggen.
De gedenksteen voor de Koreaanse jongen grijpt ons het meest aan.
Waarschijnlijk omdat zijn lichaam nog ergens daarboven ligt maar zijn gympen hier staan... naast zijn steen.
De meesten zijn omgekomen tijdens de afdaling.
Dat geeft te denken.
Voor ons, straks.
Want net als met klimmen is ook de afdaling met fietsen het gevaarlijkst.
De hoge snelheden.
Stenen en gruis op het asfalt.
Slipgevaar.
Het verkeer.
Tijdens zo'n afdaling rijden wij vele malen sneller dan het vrachtverkeer.
Dat betekent dus dat wij die moeten inhalen.
Soms met snelheden van 70 à 75 per uur.
Terwijl we het kerkhof verlaten en aan de afdaling gaan beginnen probeer ik daar maar niet aan te denken.

Maar deze afdaling is lang zo steil niet als de beklimming aan de Chileense kant van de pas. De weg slingert met grote slagen door de vallei. Soms gaat het zelfs weer omhoog en moeten we een stuk klimmen.
Spectaculair zijn de uitzichten wel.
Wanneer we bedenken dat we hier op 2700 meter hoogte zitten en de enorme bergen zien die aan weerszijden van de vallei omhoog rijzen... adembenemend.
En we hebben vandaag geluk.
Het is aanzichtkaartenweer.
En dus gaan we niet harder dan zeventig want om de vijf à tien minuten stoppen we.
Omdat er na iedere bocht die de weg maakt een nieuw spektakel op ons wacht.
Een blauwe lucht, de rode bergen, de witte toppen.
Achter ons de Aconcagua, 6959 meter. Rechts de Tupungato, 6550 meter.
En nauwelijks verkeer.
De hele dag genieten we.
In zeventig kilometer dalen we achthonderd meter. Heerlijk rustig dus. Geen stress, geen geknijp in de remmen, geen wegspattend grind... gewoon heerlijk fietsen door een adembenemend stuk van de Andes.
Fan-tas-tisch!

Dick en Els
Kleine altaartjes voor de Diffunte Correa vind je in Argentinië overal langs de weg.

Een paar dagen later rijden we op een mooie middag het plaatsje Caucete binnen. We zijn er precies op tijd. Twee dagen voor goede vrijdag, twee dagen voor de bedevaart naar de 'Diffunte Correa'.
Ons hospedaje blijkt ook een 'motel'. Acht genummerde kamers en drie ongenummerde. Die kamers zijn klein, zonder raam, tweepersoons bed, toilet en douche. Ze worden per uur verhuurd.
Er komt van alles.
Voornamelijk jonge stelletjes.
Maar ook een ouder stel.
Duidelijk getrouwd.
Maar niet met elkaar.
Want waarom zou je dan hier... en niet thuis?
Hij type bouwvakker.
Zij type moeder van vijf kinderen.

In het centrum van het plaatsje hangt de dreiging van Pasen, van Semana Santa. Zwanger van onheil.
Er gaat iets gebeuren.
Maar wat?
In de namiddag wordt de weg afgezet.
Volgens de groenteman uit het stalletje naast het hospedaje gaat het zo dadelijk beginnen... de stroom wan delaars.
"Veinte, treinte mil".
Wanneer dat waar is zou dat alleen al een wonder zijn want zoveel mensen wonen er in deze hele streek niet.
Maar vreemd genoeg heeft hij gelijk.
Er komt leven in de brouwerij.
En nadat we gegeten hebben gaan we eens aan de weg kijken.
Wandelaars in groepjes of alleen.
Vrouwen met baby's in hun armen.
Bejaarden, gezinnen, jonge stelletjes, invaliden... er komt van alles voorbij.
Fietsers.
Piepende, stokoude fietsen.
Ruiters te paard.
Vrouwen met wandelwagentjes.
Bussen, veel, heel veel bussen.
Een onafgebroken stroom mensen die vanuit hier allemaal op weg gaan naar het altaar van de Diffunte Correa.
Duizenden mensen.
De meesten met een piepklein rugzakje en een opgerolde deken.
Het lijkt op een elfstedentocht.
En volgens de groenteman gaat dit de hele nacht nog door.
Met een fles wijn onder handbereik gaan we op de stoep zitten kijken.
Een kalme, aangename sfeer.
En dramatische muziek uit de pizzeria.
De man heeft gelijk. Het houdt niet op. Andere gasten in ons hospedaje vertrekken halverwege de nacht voor hun wandeling van vijfendertig kilometer. De vrijgekomen kamers worden meteen weer verhuurd aan nieuw binnengekomen vermoei de wandelaars die eerder vandaag van elders zijn vertrokken.
Wij staan om half zes op.
En ook voor onze kamer staat al een nieuw echtpaar klaar.
We haasten ons niet.
Om half zeven rijden we de nacht in.
Hier en daar zien we de flikkerende achterlichtjes van fietsers en de zaklantaarns van lopers.
Het zijn er slechts een paar die een lampje hebben.
De meesten vinden hun weg in het donker.

Pas om half acht wordt het licht.
We zijn dan al halverwege de afstand naar Vallecito, het dorpje waar het bedevaartsoord is. Het is dan inmiddels druk geworden en kunnen we zien met wie we samen op weg zijn.
Autobussen die afgeladen zijn met pelgrimsvaarders.
Vrachtwagens waarvan de bak ook vol zit.
Auto's met soms acht of meer mensen er in.
Fietsers.
Wandelaars.
Een paar rolstoelers.
Alles wat maar lopen of rijden kan is vandaag op weg.
Duizenden, tienduizenden mensen.
Verbaasd over alles wat we zien proberen we ons al een voorstelling te maken van hoe het er straks uit zal zien.
Hoe immens groot het parkeerterrein wel niet zal zijn.
Waar al deze mensen moeten poepen en piesen.
En hoeveel bedden er in de ehbo-post zullen staan.
Wan t hoe dichter we bij Vallecito komen des te groter is het leed wat we zien.
Mensen, vooral jonge mensen, die nauwelijks meer kunnen lopen.
Strompelend langs de kant van de weg.
Sommigen op hun kousen... met de schoenen in de hand.
Anderen steunend op een stok of elkaar.
Gezinnen met huilende kinderen.
Vrouwen met een baby op de arm.
Fietsers lopend naast hun kapotte fietsen.
Auto's staan met pech langs de weg.
Want dat wat hier rijdt is meestal heel erg oud.
Dat wat we zien valt nergens mee te vergelijken.
Niet met de vierdaagse, niet met de Camino de Santiago, niet met een elfstedentocht, niet met vluchtelingen die een oorlogsgebied ontvluchten.
Het is van alles wat.
Bizar.
In onze outfit en op onze fietsen vallen we volledig uit de toon.
Dat ziet ook een televisieploeg.
En dus worden we gefilmd, geïnterviewd... de gebruikelijke vragen.
"De donde son de ustedes?"
"Russia!".
"De donde vienen?"
"Russia!"

Maar wanneer de camera loopt proberen we serieus te doen.
Op het fotograferen van de cameraploeg na.

En dan zijn we er.
En ook dat valt nergens mee te vergeli jken.
Een heuvel.
Een enorme lange rij mensen die achter elkaar op een lange trap staan.
Het gaat niet vooruit.
We zien huilende mensen.
Mensen in extase.
Mensen die de laatste honderden meters op hun knieën naar boven kruipen.
Een man die zich liggend op zijn rug voortbeweegt... centimeter voor centimeter. Twee mensen houden hem met doeken in de schaduw.
Allemaal zijn ze op weg naar een kleine kapel bovenop een heuvel.
Een voor een mag men naar binnen.
En er weer uit.
De meesten van hen volledig in de war.
Want ze zijn op de plek van het wonder Gods geweest.
Hier gebeurde het, hier op deze plek vond het drama plaats.
Het was op deze plek dat een mooie jonge vrouw verdorstte in de woestijn.
Haar kind bleef echter leven.
Omdat het zich nog na haar dood aan de moederborst kon laven.
Een groot wonder dus.
Een wonder Gods!
Sindsdien brengen op deze plaats mensen uit heel Argentinië dank voor grote en kleine wonderen in hun leven.
Of komen ze er voor eentje smeken.
Niet zomaar smeken maar hartstochtelijk smeken.
Smeken met passie.
En wanneer dat wonder is geschied dan brengt men dank en offers.
Maar niet alleen hier
Overal langs de wegen in dit land zagen we kleine kapelletjes waarbij tientallen, soms honderden plastic flessen met water lagen uitgestald.
En ook autonummerborden.
Want deze 'heilige' is er vooral een van de Argentijnse chauffeurs en truckdrivers.
Er is nauwelijks een truck te vinden waarop niet staat: Gracias Diffunte Correa.

Dick en Els

Dick en Els
Dick en Els
Het eind van de pelgrimsweg... Vallecito, Diffunte Correa.
Rondom de heuvel staan allerlei andere kappellen... tientallen. Daarin is een wonderlijke verzameling 'dankvoorwerpen' uitgestald.
Keurig gesorteerd per kapel.
Zo is er een kapel met daarin honderden bruidsjurken en trouwfoto's.
Een grote kapel met foto's van autowrakken en auto-ongelukken, autosturen, -spiegels en allerlei andere dingen die met auto-ongelukken te maken hebben.
Er is een kapel met sportprijzen... bekers... duizenden bekers en tienduizenden medailles.
Een kapel met voetbalfoto's e n voetbalkleding... met en zonder handtekeningen. De meeste aandacht gaat daarin uit naar het shirt van Maradonna... Mexico '86.
Een kapel met protheses... kunstbenen, glazen ogen, kunstgebitten, stukken gips, krukken en orthopedische schoenen.
Een kapel met duizenden babyfoto's, -kleding en -schoentjes.
Een kapel met wandelstokken, krukken en rolstoelen.
Een kapel met honden- en paardenfoto's, zadels, rijlaarzen, hoefijzers.
Een kapel met circusvoorwerpen... met een miniatuur circus.
Alles is uitgestald in glazen vitrinekasten. Op en in elkaar gepropt. Er kan niets meer bij.
Iedere kapel is vol.
En al die kapellen zijn aan de buitenkant tot op de laatste vierkante centimeter volgeplakt met metalen en stenen bordjes.
'Gracias Diffunte Correa por...'
Op de heuvel staan nog eens duizenden kleine kappelletjes... de meesten niet groter dan een hondehok.
Overal nummerborden... uit de hele wereld.
Een veld met autowrakken.
Een veld met fietsen, brommers, motoren.
En daaromheen is het kermis.
Stalletjes met plastic prullaria.
Teveel om op te noemen.
En daartussen duizenden, tienduizenden mensen.
Verbaasd kijken we het circus aan.
Een uur, anderhalf uur lang.
En dan is het genoeg.
We gaan ve rder.
Dick en Els
Links: Kamperen in een droge rivierbedding bij Marayes.
Midden: De eerste cactussen verschijnen in het landschap.
Rechts: Een landschap waar de paarden sterven van dorst.

Nadat we in San Augustin een dag voor de regen geschuild hebben vertrekken we er. Het is de maandag na pasen, de lucht is grijs maar gelukkig is het droog. Els heeft een dag eerder uitgezocht dat we beter via San Ramos naar Patquia kunnen fietsen dan via Las Lunas. Het scheelt ons dertig kilometer en een nare klim. Een nadeel is dan wel dat we bijna vijftig kilometer 'tierra' moeten rijden.
'Tierra'.
Een aarden weg.
Geen 'ripio' dus, geen stenen, maar leem.
Het klopt.
Na acht kilometer houdt het asfalt op.
En inderdaad... leem.
Een mooie vlakke lemen weg.
We suizen eroverheen met een lekker gangetje.
Het rijk alleen.
Geen auto's... niets.
Veertig kilometer lang.
En net wanneer we ons een beetje zorgen beginnen te maken over het feit waarom we hier zo alleen rijden, waarom er vandaag niemand anders deze mooie weg met ons deelt, zien we waarom.
Blubber!
Eerst een klein beetje.
En dan heel veel.
Blubber!
Bovendien begint het te regenen.
De kunst van het rijden door blubber is dat je moet blijven trappen... met zo veel mogelijk kracht als je hebt. Wanneer je stilvalt en van de trappers moet is het foute boel.
Binnen een kilometer zijn onze fietsen onherkenbaar.
De tassen, de wielen, onze benen... alles zit onder een dikke laag blubber.
Els is de eerste die uit het zadel moet.
Tussen haar wielen en het spatbord heeft zich een prop gevormd waardoor de boel klem is komen te zitten.
Ze moet afstappen en de boel vrijmaken.
Meteen zakt ze tot haar kousen in de smurrie.
Ik blijf doorfietsen.
Door de natste delen.
Soep.
Dat gaat het best.
Na een paar kilometer komen we langs een truck die zich heeft vastgereden.
In de pogingen om vrij te komen is er een groot deel van het wegdek kapotgegaan.
Dat verklaart ook meteen waarom er vandaag geen ander verkeer was.
We kunnen niet helpen.
'Disculpe'.
Op dit stuk is de troep het ergst.
En hier moet ik er ook af.
Lopen.

Een paar kilometer verderop komt de antenne van San Ramos in zicht. Het regent en we zijn onherkenbaar smerig.
"Een douche... eerst een douche... en dan gaan we een slang vinden om de boel schoon te spuiten. Moet je eens zien jôh... die tassen".
"Een douche? Als er een douche is!".
"Hoezo?"
"Nou... erg groot is San Ramos niet... kijk maar eens".

Op het kruispunt staan drie lemen hutten en een radio-antenne.
Meer niet.
In een veedrinktrog spoelen we de tassen en de fietsen af.

Dick en Els

Dick en Els
Ruta de Tierra: Blubber!
Daarna gaan we op zoek.
Er is niets.
Niets te koop.
Helemaal niets.
Behalve de hutten staat er een bord:
Patquia 65km.
"Hoe laat is het?"
"Over tweeën".
"Da's ruim drie uur fietsen".
"Met dit weer?"
"Vier uur dan".
"We gaan tegenwind krijgen .
"Vijf uur dan".
"Ik had het eigenlijk wel gehad in die blubber... en nu moeten nog verder".
"Wou je hier blijven? Kamperen? In deze modderzooi?"
"Nee... dat gaat niet... laten we maar gaan".

En dus rijden we even later in de striemende motregen naar het noorden. Na een uurtje wordt het droog en zien we aan de horizon zien een streep licht.
Het is kwart voor zes wanneer we Patquia binnenrijden.
Waar ook niets is.
Twee blokken lemen hutten rond een busterminal.
Halfnaakte kinderen die met niets in de plassen spelen.
Een armoedig motel.
Voor ons is het genoeg.
We koken in de wc een aardig maal met champignonsoep, bataten, een stuk pompoen en carne molida.
Blussen dat met een tetrapak Mendocino tinto... Borgoña.
En vinden allebei dat we in topconditie zijn.
Geen buiken meer en strakke billen en bovenbenen.
Dick en Els

Nieuwe vrienden, v.l.n.r. Victor Radamacher (7 jaar onderweg), Louis uit Lille (4 jaar onderweg), Carlo Castilla (die de hoogteslag uit ons voorwiel toverde).

Naar Paraguay!

De etappe van deze maand is met ongeveer elfhonderd kilometer behoorlijk korter en ook een stuk eenvoudiger dan het traject van de vorige drie à vier maanden. Dat mag wel een keer. Het betekent wel dat het saaier is... een vlak landschap. Toch is er ook nu iets om naar toe te fietsen... een nieuw land. Dat betekent: nieuwe stempels in onze paspoorten. Vanuit Tucuman fietsen we eerst naar het zuidoosten, naar Santiago del Estero. Santiago is een flinke stad met ongeveer 150.000 inwoners. Van hier fietsen we verder over redelijk vlak terrein - we zijn dan weer op de pamapas - naar het oosten. Bij Resistencía staan we dan opnieuw aan de oevers van de Rio Paraná. Vanuit Resistencía fietsen we naar het noorden langs dezelfde rivier die dan ineens Rio Paraguay heet.

In Clorinda steken we die rivier over naar de andere oever waar de hoofdstad van Paraguay, Asunción, ligt. Een van de dingen die we er zeker zullen zullen doen is het Museo del Barro bezoeken. In dit museum is een behoorlijke hoeveelheid onconventionele moderne kunst tentoongesteld, bijzonder dus. Als alles verder goed gaat fietsen we in de eerste week van juni in Paraguay. Een nieuwe Fietskoerier volgt kort daarna. Tot dan!