Aan tafel met landgenoten in Brazilië

Rode kool met een bal gehakt

Dick en Els

Brazilië... het vierentwintigste land dat we tijdens onze 'world-tour' bezoeken en waarvan we een klein stukje gaan bekijken. Een piepklein stukje d eze keer want van de vijfentwintig departementen die het land telt gaan we er slechts twee zien... Parana en Mato Gross do Sul. We trekken een dun lijntje van ongeveer twaalfhonderd kilometer lengte door een land dat groter is dan de Verenigde Staten. Maar op dat lijntje liggen wel drie van onze reisdoelen. Over de eerste, de watervallen van Iguaçu, hebben we in Fietskoerier 13 al geschreven. Het tweede is het 'achtste wereldwonder', de grootste waterkrachtcentrale ter wereld... de dam bij Itaipú.


Els heeft een tour kunnen regelen. Niet zomaar een tour maar een speciale technische rondleiding die alleen gegeven wordt aan mensen die kunnen aantonen beroepsmatige interesse te hebben. Hebben wij 'aantoonbare beroepsmatige en technische interesse'? Nee, niet echt. Maar een rondritje in een touringcar vol Japanners en Amerikanen langs het meer en over de dam - hoe enorm groot ook - trekt ons niet zo. Wij willen eigenlijk best zien wat er daarbinnen gebeurt.
Hoe toon je nu aan dat je 'beroepsmatige en technische interesse' hebt. Met het visitekaartje van Harry. Daarmee is zoiets vrij snel geregeld.
Harry van Rijswijk... verantwoordelijk voor de elektriciteitsvoorziening van de zes grootste olieproduktieplatforms die bij Salvador v oor de Braziliaanse kust liggen. Harry is ons hier in Iguaçu een paar dagen komen opzoeken en samen met hem melden we ons bij mevrouw Goretti in het bezoekerscentrum.
De toeristen verdwijnen in een touringcar richting dam. Wij blijven achter, samen met een Zwitser die speciaal voor een bezoek aan dit project naar Zuid Amerika is gevlogen.
Mevrouw Goretti is een blonde dame van begin veertig die heel beroerd Engels spreekt. Haar taaltje lijkt veel op dat van de postbode uit de Engelse Comedy 'Allo, Allo'. Ze overhandigd ons een helm en een bezoekersbadge en neemt ons mee in een VW-busje.
Een dam van acht kilometer lengte.
Driehonderd meter hoog.

Dick en Els
Samen met Harry bij de Itaipu dam in Foz do Iguazu
Onderweg krijgen we een stortvloed aan technische informatie over ons heen.
Zo zit het: De grootste waterkrachtcentrale ter wereld heeft achttien turbines. Negen voor Paraguay en negen voor Brazilië. Veertig procent van de negen Paraguaanse turbines leveren 95% van de stroomvoorziening van Paraguay. De resterende zestig procent wordt verkocht aan Brazilië. Maar omdat men in Paraguay 220V/60Hz heeft en in Brazilië 110V/50Hz moet dat eerst nog even worden omgevormd. Het totaal, de opbrengst van de negen eigen turbines en het Paraguaanse overschot, is voldoende voor 25% van de electriciteitsbehoefte van Brazilië. Vijftien turbines in deze dam leveren dus electriciteit voor 40 miljoen mensen.
Na een blik op het stuwmeer en de spillway en een bezoek aan het verdeel- en omvormterrein rijden we de dam in en worden we rondgeleid in de controleruimtes.
Pas daarna komt het echte werk.
We mogen een turbine in.
Harry vertelt ons dat deze achttien turbines heel bijzonder zijn. Deze dam is niet alleen de grootste ter wereld, ook de turbines zijn de grootste ter wereld. Tien meter in doorsnede. Zo groot dat ze niet vervoerd konden worden en dus hier, ter plekke, gebouwd zijn. Ook de 'tools' voor turbines van dit formaat bestonden niet. Dus moest er hier &eacu te;érst een fabriek gebouwd worden, daarna gereedschap en machines op dit onwezenlijke formaat en pas daarna kon men met de vervaardiging van negentien turbines beginnen. Eén reserve-exemplaar.
Gaandeweg krijgen we een indruk van de omvang van dit project.
En dan staan we ineens voor een turbine.
Een reusachtige koperen tol die met hoge snelheid ronddraait.
Op dat moment voelen we pas de kracht van de centrale, hoe dit enorme blok beton, deze berg, trilt.
Op dat moment voelen we ook hoe warm het hier is.
Hier voor ons in deze ene turbine, op drie meter van ons af, wordt de energie voor ruim twee miljoen mensen opgewekt.

Dick en Els
Onderweg in de Mato Grosso
Dick en Els
Termietenheuvels... twee? Drie misschien?
Dick en Els
Een cafeetje en een hotel in de Pantanal
Twee weken later fietsen we door het heuvellandschap van Mato Grosso do Sul. Links en rechts van de weg groeit maïs, eindeloze velden maïs. Duizenden hectaren maïs.
Ooit dachten we, toen we door de Achterhoek fietsten, dat er daar voldoende maïs geteeld werd om de halve wereldbevolking te voeden.
Dat is dus niet zo.
Dat groeit hier.
Dagenlang zien we niets anders dan heuvels vol met maïs.
Ongeveer vijftig kilometer ten westen van het stadje Maracajú zien we een reclamebord langs de weg waarop een papegaai staat en waarmee een lunchgelegenheid wordt aangekondigd.
Suquero Papagaio.
Het restaurantje ligt schitterend op een heuvel waarvan je een weids uitzicht hebt over de heuvels. Heuvels vol met... maïs.
Juist wanneer we afstappen komt er een auto aangereden.
Er stapt een man uit.
"Dat is een Nederlander of een Duitser!"
"Hoezo?"
"Let maar op... die kop... dat kan net anders".

De man laadt een paar dozen uit en overhandigd deze aan het personeel van het restaurantje.
"Hij praat anders gewoon Portugees hoor..."
"Hij ziet er zo ontzettend Hollands uit".
"Nou, deze keer vergis je je dan".

De man kijkt naar ons en onze fietsen, doet een paar stappen naar voren en vraagt vervolgens, een beetje verlegen:
"Zijn jullie Nederlands?"
"Zie je wel!"

Jan Maljaars is geboren in het Walcherse Westkapelle en opgegroeid in de Flevopolder. Hij woont sinds zestien jaar in Brazilië, is hier gekomen met niets meer dan een koffer met kleren en het idee om hier een boerenbedrijf te gaan beginnen.
Acht jaar heeft hij gewerkt met een Nederlandse collega in een maatschap.
Is getrouwd, een gezin gesticht en heeft daarna deze fazenda gekocht.
Honderddertig hectare landbouwgrond, wat veeteelt.
Hu n prachtige huis staat van binnen vol met typisch Hollandse kitsch. Foto's van molens, koperen beddepannen en Delftsblauwe borden.
Hun tuin is een lustoord.
Het is een echte Zeeuw. Zuinig met zijn woorden en geld en hard werkend.
En alles op dit bedrijf marcheert.
In het restaurant aan de weg gaat alles in een lui tempo door.
De kinderen spelen in de tuin.
En het maïs groeit.
"Dit jaar is het ongelofelijk. In de zestien jaar dat ik hier ben hebben we nog nooit zo'n mooie winter gehad. Andere jaren hadden we nogal veel regen en zelfs wel eens nachtvorst waardoor je hele oogst verloren ging. Dit jaar hebben we alleen maar zon!"

Hij is niet echt een vlotte en enthousisaste prater maar desgevraagd vertelt hij van alles over de Braziliaanse manier van leven, over zijn bedrijf en over de andere Nederlandse families in dit gebied.
En dan vraagt hij ons of we geen zin hebben om een avondje te blijven en onze tent hier neer te prikken.
Een aanbod waarvan we graag gebruik maken.

Dick en Els
Nog een hotel... 'the food we serve never will be forgotten...
Dick en Els
Bewoners van de Pantanal
Dick en Els
Op rode aarde door maisvelden... Els pompt een bandje op.
De volgende dag neemt hij ons mee naar één van die families. Na een bolderrit over een stoffig pad stappen we een half uur later uit in een klein paradijs. Een lustoord dat een kilometer of vijf van de weg verscholen ligt in ee n perceel bos.
Een struise vrouw van een jaar of vijftig komt ons breed lachend tegemoet.
"Annemieke Wielemaker, welkom".
Tijdens de rondleiding over haar fazenda krijgen we een indruk van hoe het leven vijftig tot honderd jaar geleden geweest moet zijn op verlaten plekken zoals dit. We zien de theedrogerij, de koffiebranderij, de suikerrietmolen en de coral. Het meest onder de indruk zijn we van het riviertje dat via een ingenieus kanaalsysteem dwars door het woonhuis wordt geleid en waaronder gedoucht kan worden. Ook veel indruk maakt de maïsmeelstamper op waterkracht.
In de keuken van het huis vertelt Annemieke hoe ze hier terecht gekomen is.
Als zesjarig meisje en dochter van een predikant die 'geroepen' werd door een kolonie Nederlandse boeren in de omgeving van Rio grande do Sul.
Daar maakte ze jaren later kennis met de jongen die nu haar man is... Krijn Wielemaker.
Krijn vertelt in onvervalst plat Zeeuws hoe hij in 1970 vanuit Koudekerke naar Brazilië vertrok met niets meer dan een tweedehands combine en het idee om hier een akkerbouwbedrijf te gaan beginnen.
Op het moment dat hij rond Rio Grande op zoek ging naar een stuk grond waren de grondprijzen te hoog en moest hij noodgedwongen verder het binnenland in op zoek naar nog niet ontgonnen gebied.
Zodoende kwamen ze in 1972 met zes jonge Nederlandse pioniers in dit gebied terecht. Onontgonnen prairie. Ze konden er grond kopen voor de prijs van twintig zakken soya per hectare.
Met twee oogsten per jaar was de opbrengst veertig zakken soya per hectare.
Na aftrek van alle kosten konden ze binnen twee jaar grondeigenaar zijn.
Anders dan in Nederland, waar er een hypotheek van vijftig jaar op landbouwgrond zit en waar er maar heel weinig boeren ooit eigenaar worden van hun grond.
Krijn heeft de wind meegehad.
De Amerikaanse soya-exportstop van 1973-1978 had als gevolg dat de wereldhandel naar Brazilië uitweek voor de inkoop van soya. Ze boerden goed en hun succes trok andere jonge boeren uit Nederland naar dit gebied.
Men ging behalve soya ook katoen, tarwe, haver en maïs verbouwen.
Het een met meer, het ander met minder succes.
Geweldige jaren werden afgewisseld met jaren waarin de hele winteroogst van een gebied verloren ging als gevolg van één nachtvorstje.
Nu, na bijna dertig jaar boeren hebben ze de goede rassen en de perfecte formule voor dit gebied: 's zomers soya en 's winters maïs.
Twee oogsten per jaar.
"Toen ik in Brasil kwam heb ik me vrijwel meteen lat en naturaliseren tot Braziliaan. Annemieke was al 'omgevormd' en haar deed het geen kwaad dus ik dacht... als het haar geen pijn heeft gedaan waarom zou het mij dan wel pijn doen. Bovendien houd ik niet van half werk.
Als buitenlandse boer kan je hier geen grond in bezit hebben. Als Braziliaan wel. Ik kon hier dus grond kopen en dat verhuren aan collega's die het niet aandurfden om volledig te emigreren. Van hun aarzelingen heb ik dus gebruik gemaakt. Je kunt ook zeggen dat ik veel collega's daarmee heb kunnen helpen. Het is maar hoe je het bekijkt.
Soya is een vaste waarde... de Real gaat nogal op en neer en daarvan weet je niet wat je er aan hebt wanneer je een huurprijs afspreekt. Soya brengt altijd hetzelfde op. Je kunt het opslaan, wachten tot de tijd gunstig is voor handel en het is een valuta die de boer begrijpt. Negen dollar per zak van zestig kilo. Dit jaar kan de prijs zelfs op gaan lopen naar elf omdat er in de Verenigde Staten veel verregend is en we hier een hele mooie kwaliteit hebben".

Hij schenkt zichzelf nog eens een borrel in en staart over het land.
"En zeg nou zelf... is het hier geen paradijs?"

Dick en Els
Nederlanders in de Pantanal... de familie Wielemaker
Dick en Els
En Albert en Ria Remijn... rode kool met een bal gehakt
Een paar dagen later rijden we in het plaatsje Bonito het terrein van de pousada Moinho do Vento op en maken we kennis met Albert en Ria Remijn. Een Zeeuws/Westbrabants echtpaar dat in dezelfde tijd geëmigreerd is als Jan Maljaars. Zij hebben twee jaar geleden hun akkerbouwbedrijf verkocht en zijn hier 'iets begonnen in het toerisme'. Op een terrein van 65.000 vierkante meter grasland omzoomd door mangobomen hebben ze acht luxe bungalows neergezet.
In de keuken van het receptiegebouw drinken we een bak Hollandse koffie en luisteren we naar hun levensverhaal.
Albert is opgegroeid op een boerenbedrijf dat te klein was om door vier zoons te worden opgedeeld.
Dus ging hij werken in de chemie op het Sloeterrein bij Vlissingen.
Zestien jaar lang vijfploegendienst.
Daar wordt een mens niet vrolijk van.
Albert wilde boeren.
Maar waar kan zoiets in Nederland?
Na heel veel gevijf en gezes zijn ze in 1984 als jong gezin met hun twee kinderen naar Maracajú vertrokken met idealen die gevoed werden door de succesverhalen van een aantal andere jonge Zeeuwse boeren.
Dertien jaar boerden ze er.
maar de toekomst liep anders dan verwacht.
Hun kinderen gingen in Nederland studeren, werden er verliefd en besloten er te blijven met andere toekomstplannen.
Wat te doen?
Geen opvolging in het bedrijf... dus waarom zou je je dan nog sappel maken?
En zo ontstond pousada 'Moinho do Vento'.
Om zes uur staat het eten op tafel. Gekookte aardappels, rode kool en gehaktballen met jus. Hadden we iets anders verwacht in deze keuken waar we overal Delftsblauwe niemendalletjes, winterpolderlandschappen en foto's van de Keukenhof zien? Het bord gele vla ontbreekt er nog maar aan.
Hoewel het een geweldige tractatie is zijn we voor een Hollanse prak niet naar Bonito gefietst. We zijn er om er te gaan zwemmen in een van de zijriviertjes van de Rio de la Prata. Riviertjes met kristalhelder bronwater met een temperatuur van 25°C die barstensvol zitten met schitterende vissen.
Omdat we ook willen fotograferen wachten we op goed weer.
Want hoewel het in de keuken van Albert en Ria warm en gezellig is, is het buiten donker en nat.
Hollands herfstweer.
Samen met Katja en Jeroen, een jong stel uit Vlaardingen, wachten we op znlicht en vullen we de dagen met kaarten en de Hollandse pot.
Vijf dagen wachten we.
Daarna breekt, eindelijk, de zon door en gaan we op stap.
Na een rit van zestig kilometer in het VW-busje van onze nieuwe vrienden en een wandeling van drie kilometer staan we op een mooie morgen aan de rand van een soort meertje. Hier blijkt, onder water, de bron van de Rio de la Prata te liggen.
We laten ons in het warme water zakken en zweven weg... in een betoverde wereld. Volkomen gewichtsloos als een ruimteschip in een onzichtbare vloeistof. Een nat universum dat je deelt met tienduizenden vissen.
Schitterende vissen.
Vissen van een meter en meer lang, gemarmerde meervall en.
Gemeen kijkende Dourado's
Zwarte vissn van het formaat autoband.
Zilverkleurige karpers.
En tientallen aquariumvissen die we nog kennen uit de Rizla boekjes.
Hyphesssobrycon Roberti, Gymnocorymbus Ternetzi, Zwarte Neons, Lantaarndragers, Corydorassoorten.... fantastisch.
Op twee plekken in het meertje borrelt het zand op en komt het water met een temperatuur van 26°C aan de oppervlakte.
Betoverend!
Wat daarna volgt is nog leuker.
Onze gids wenkt ons hem te volgen. Met een tussenruimte van een meter of vijf laten we ons door de stroming van het riviertje mee door de jungle drijven.
Telkens wanneer we ons hoofd even oprichten om van de bovenwaterwereld te genieten zien we wel een nieuwe vreemde vogelsoort of horen we apen krijsen.
Boven ons een heuse volière.
Onder ons een aquarium.

Dick en Els

Dick en Els

Dick en Els
Snorkelen in de Rio de la Plata
Vanuit Bonito fietsen we de Pantanal in, ons derde reisdoel in Brazilië. De Pantanal is een moerasgebied van 150.000 vierkante kilometer dat helemaal propvol zit met de schitterendste vogels, met slangen, met apen, met kaaimannen, met miereneters en met wat al niet meer. Het Amazonebasin heeft de naam, maar nergens ter wereld zie je zo ontzettend veel dieren als hier. Gewoon fietsend is het al een feest om rond te rijden.
De vogels. Felgekleure spechten en vliegenvangers. Kardinaalmutsen met felrode kopjes. Blauwgele gaaien, zwarte gaaien en al die tientallen verschillende ara's, papegaaien en macaws.
Op een mooie ochtend zien we een troep van bijna honderd wilde varkens de rivier Aquidauana in onze richting overzwemmen. Ze passeren ons op een paar meter afstand. Volwassen dieren, kleintjes, beren en zeugen... alles door elkaar. Een tafereel zoals we dat uit natuurfilms kennen speelt zich 'live' voor onze ogen af. Prachtig.
In de poeltjes die langs de weg liggen zien we honderden krokodillen. Lui in de zon maar met een grote plons het water induikend wanneer we te dichtbij komen.
Onze grootse verrassing zijn de capivari's. Veel groter dan we dachten. Eerder zo groot als wilde zwijnen en niet zo klein als een poedel. Ze lijken niet te luieren maar steeds op hun qui-vive te zijn. Alsmaar op de uitkijk naar een hongerige kaaiman. Spiedend met een 'indianenblik'. En wanneer ze zwemmen doen ze dat voornamelijk onder water.
Op donderdag 28 juni fietsen we in de richting van Corumbá. We rijden een stukje achter elkaar en genieten ieder op onze eigen wijze van de dag en het uitbundige leven om ons heen.
Onbezorgd.
Niets aan de hand.
Uit de tegenoverliggende richting komt een landrover aangereden. Wanneer hij vlakbij is vliegen er uit de struiken twee papegaaien op. In en fractie van een seconde tekenen ze met hun kleuren een spetterende regenboog laag over de weg... te laag.
De achterste van het paartje komt met een doffe klap tegen de voorkant van de auto en valt in het stof.
De auto rijdt door.
De vogel sterft in mijn handen.
Dood.
Terwijl alle levens in de omgeving doorgaan is dit leven voorbij.
Voorgoed voorbij.
In de struiken blijft het vrouwtje krijsend achter.
Hartverscheurend.
Een paar dagen later bereikt ons het verschrikkelijke bericht van de dood van Christiaan.
Tien jaar oud.
Donkere krullen.
Hondsbrutale ogen.
En minstens zo leuk en open als zijn vader.
Tien jaar oud.
Zomaar, in zijn slaap.
Dood.
Egens in de Pantanal schreeuwt een vrouwtjespapegaai wanhopig om haar lief... onze gedachten zijn bij Paul en Jasmijn.

Dick en Els

Dick en Els

Dick en Els

Dick en Els

Door de Mato Grosso naar Bolivië

We gaan naar Bolivia! Maar eerst hebben we nog een stuk van acht à tien dagen Mato Grosso voor de boeg waarvan het stuk door de Pantanal do Rio Negro tussen de plaatsen Mirando en Corumba Ladario nogal lastig is. Moeras! Dat betekent: insecten! Eenmaal in Corumba is het mogelijk om vandaar met boten trips te maken en vier tot acht dagen het moeras in te gaan. Als we tijd genoeg hebben zullen we dat zeker doen.
In Puerto Suarez, een havenplaats aan de Rio Paraguay, zullen we de Boliviaanse grens passeren. Hiervandaan gaan we weer klimmen. Tot aan Santa Cruz, aan de voet van de Boliviaanse Andes gaat het eerst nog langzaam maar daarna flink omhoog. Van Santa Cruz verder naar Lagunillas en vandaar naar Sucre waar we weer behoorlijk op hoogte zijn. De stad zelf ligt op 27 90 meter hoogte en dat is voor Boliviaanse begrippen nog laag. Potosi, de volgende plaats waar we naar toe gaan, ligt op 3977 meter.