Zuid Zweden blijkt saai. Maar wat een bloemen!

Rijdend door lupineland

Dick en Els

Sinds er op de ferries tussen Zweden en Denemarken geen belastingvrije alcohol en sigaretten meer verkocht worden is het voor de Zweden veel minder aantrekkelijk geworden om de boot te nemen. En dus is het aantal afvaarten van de veerdiensten tussen Frerikshavn en Göteborg behoorlijk verminderd.

We hebben niettemin geluk. Binnen het half uur nadat we de haven van Fredrikshavn in de regen zijn binnengefietst vertrekt onze 'fast ferry'. In tegenstelling tot de gewone veerdienst doet deze er geen vier, maar slechts anderhalf uur over om de andere oever te bereiken.


Die overtocht is een saaie bedoening. Iedereen zit braaf in zijn stoeltje te wachten tot het over is, doden de tijd met het lezen van folders of slaan hun laastste Deense kronen stuk met de aankoop van worstebroodjes, dun bier of slappe koffie.
Een paar jaar geleden was dat nog anders... dan zou iedere stoel op zo'n boot binnen het halve uur nadat de taxfree shop geopend was, bezet zijn door een laveloze lallende Zweed. Maar nu niet. Zelfs het handjevol Zweedse voetbalsupporters aan boord gedraagt zich voorbeeldig.
We verlieten Denemarken in de troosteloze regen. Wanneer we de overkant bereiken is het schitterend weer. Warm zelfs. In het centrum van Göteborg trekken we Zweedse kronen uit de muur van een bank en kopen een wegenkaart van Zweden. Het is een slechte kaart... alleen de goede wegen staan erop, geen kleine- en zeker geen fietspaden. Maar we hebben helaas geen keuze. Omdat het zaterdagavond is zijn de boekhandels gesloten.
Daarna proberen we onze weg te vinden die ons uit de stad zal leiden. En dat valt niet mee. Iedere richtingwijzer van de 'Sverigeleden' - het systeem van fietspaden in Zweden - die we proberen, voert ons de verkeerde kant op en telkens weer opnieuw komen we terecht op een autoweg of een drukke reuzenrotonde waarop auto's toeterend langs ons razen.
Uiteindelijk komen we toch in Lerum, dertig kilometer ten oosten van de stad, en vinden we een camping. Die avond opent Zweden het Europees voetbalkampioenschap tegen België en verliest met 1-2. Dat valt vies tegen!
Dick en Els
De reddende Bäverpatrulje.
Sporen uit het verleden: de Inlandsbanan.
De Veteraan.

Die eerste paar dagen, in het zuiden, rijden we door lupineland. De bermen, weitjes, tuinen... alles staat in dit deel van Zweden vol met prachtige lupine's. Wat in Nederland rond deze tijd het boerenwormkruid is zijn hier lupines. De bermen staan er vol mee. Het is een schitterend gezicht. Deze bloemen groeien hier gewoon overal in het wild en dat zou dus in Nederland ook wel kunnen. Dikke blauwe slingers die door een groen landschap lopen. Blauw, verreweg de meeste lupines zijn blauw maar af en toe piept er een bosje roze, witte of zelfs gele tussendoor. Deze bloemen moeten het in Nederland toch ook goed doen? Waarom doen we er dan niets mee? Het zou een stuk leuker staan dan dat saaie boerenwormkruid.
En graan... eindeloos graan! Het landschap wordt vlakker. Dit zo best eens de graanschuur van Zeden kunnen zijn. Uitgestrekte tarwe- en roggevelden met daarin grote boerderijen. Bij de boerderijen staan de schuren met het 'torentje' die ik herken van de tekeningen van Pim van Tend. Echt indrukwekkend is het niet, dit landschap, maar gelukkig wel vlak!

Over het algemeen proberen we op onze weg naar het noorden de 'Sverigeleden' te volgen. Dit zijn fietspaden die wat weghebben van onze LF-routes (lange fietspadenroutes). Vaak zijn deze aangelegd op de taluds van oude - in onbruik geraakte - spoorlijntjes. Op precies dezelfde manier zoals men dat in België en Engeland gedaan heeft. De bewegwijzerig is niet altijd even goed. Dat merkten we al op onze tweede dag toen we, na een stuk van twintig kilometer, ineens voor een enorme greppel stonden. Een kuil van vijf meter diep en vijf meter breed... de weg was weg! Maar... zoals altijd was ook hier tijdens onze grootste nood de redding nabij!
Vanuit het niets stonden daar, aan de andere kant van de kuil een troep jonge scouts. De 'Bäverpatrulje'. Met vereende krachten hielpen ze ons naar de overkant en konden we onze weg vervolgen. Zij ook... nadat ze ons de padvindersgroet gebracht hadden.

Dick en Els
Kakbuffe?
Gammelkyrka.
Een Zweedse mijlpaal.
Het geografisch middelpunt van Zweden.
Ergens langs de route stoppen we voor koffie in een leuk restaurant. Een schoolbord beveelt 'kaffe og kakbuffe' aan. Kakbuffe... klinkt spannend... Els trekt verbaasd haar wenkbrouwen op... "kakbuffe?". Dat lijkt ons dus wel wat.
We zitten buiten, in een mooie tuin. Aan het tafeltje naast ons zit een bejaard stel. Waarvan de vrouw niet erg op haar gemak lijkt, nerveus.... ze kijkt angstig naar ons, op een manier aslof ze bang is dat we haar iets willen aandoen. Dan staat ze op en komt ze met ferme stappen naar ons toe...
"Are you smoking cigarettes?" vraagt ze... nee... beveelt ze bijna, met een bozig paniekgezicht.
"Well eh... no..." antwoord ik, nogal verbaasd... "I'm sorry... but perhaps one of the other people..." in de veronderstelling dat ze een peuk of een vuurtje wil bietsen.
"Oh... good..." klinkt het opgelucht "I hate the smoke of cigarettes!"
Ze draait zich om, loopt terug en gaat weer zitten.

We zijn stomverbaasd.
Wat krijgen we nu? We zitten buiten... in een tui n... dat mens zit zeker vijf meter van ons af. En wat zou ze gedaan hebben wanneer we wél zouden willen roken? Zou zij dan weggegaan zijn? Of zou ze verlangd hebben dat wij ergens anders zouden gaan zitten?
We kijken rond en zien nergens een 'niet roken' bordje.
Achterlijk mens.
Een meisje in pront voorschoot komt naar ons tafeltje.
Ze heeft een leuke glimlach.
"Can we have two of those please?" vragen we, wijzend naar het schoolbord met de kakbuffe tekst.
"Off course, I will bring the coffee in a minute, the buffet is inside...".

Ja natuurlijk... een bufet... daar hadden we zo snel niet aan gedacht... maar een kakbufet... wat moeten we ons daar dan bij voorstellen?
Binnen, in het restaurantje, staat een grote tafel met daarop allerlei soorten koek, met taart en zoete broodjes. Een lust voor het oog! Kak is dus koek. Dat is een mooie meevaller! En dus gaan we allebei nog drie keer terug.
Dick en Els
Zomaar langs de kant van de weg:
een visvergunningautomaat.

Het bedevaartsoord Sanne.
We rijden verder omhoog, verder noordwaarts, mijl na mijl. Overal langs de kant van de weg zien we nog de oude 'mijlpalen' staan. Zweedse mijlen, die geen 1,6 maar 10 kilometer zijn. En overal zien we aardige kerkjes.
Aan de oostoever van het Vännern - een meer zo groot als heel Nederland -stoppen we in Sjötorp. Hier mondt het Göta-kanaal in het Vännern. Het Göta-kanaal is de scheepvaartverbinding tussen de oost- en de westkust van Zweden. Tegenwoordig wordt het nauwelijks meer gebruikt om handelswaar mee te vervoeren. Het is nog slechts van toeristische waarde. Antieke passagiersboten leggen in het seizoen het traject tussen het oosten en het westen van Zweden in twaalf dagen af en passeren tientallen sluizen waarmee een hoogteverschil van 88 meter wordt overwonnen. Toeristen kunnen op deze boten een hut boeken en de reis - of een gedeelte daarvan - meemaken. Het is - voor de Zweden - een geweldig populaire happening.
Vlak naast de sluis in Sjötorp is een visstal waar gerookte vis verkocht wordt. De keuze wijkt af van die in Nederland. Natuurlijk is er gerookte paling - rökt Svenska ål - maar er is meer... forel en zal m... en ook baars. dat heet hier rökt aborre. Er is ook een vis die we niet herkennen. Het lijkt op een haring maar omdat hij in het meer voorkomt - en dus een zoetwatervis is - kan het geen haring zijn. De vis heeft ook een 'vetvin' en is dus een zalmachtige. Nieuwsgierig kopen we er een. Het is het een 'sik'. En we kopen ook een gerookte baars. Eén 'rökt sik' en één 'rökt aborre' dus. Heerlijk!

We rijden steeds verder naar het noorden, passeren de grens met Vårmland en speuren iedere dag tussen de bomen of we de eerste eland al zien... niets! Het landschap wordt saaier en saaier, langzaam verdwijnen de lupines uit de berm. Er komt niets voor terug. Bomen, bomen, bomen. Alleen maar bomen. We verbazen ons erover dat de Zweedse vlag niet groen is.
Regelmatig zien we een ree lopen en op een ochtend schuift er ook een slang over de weg. Het beest is ongeveer een meter lang, grijs en heeft een gelige band achter zijn kop. Waarschijnlijk een ringslang dus. Maar wie he t beter weet mag het zeggen.

De dagen worden langer en langer en dan is het ineens zover... het wordt 's nachts niet meer donker! Om één uur 's nachts is het nog klaarlichte dag en begint de zon vlak boven de horizon weer aan een keurige boog omhoog.
Die zon laat zich overigens alleen 's avonds zien. Overdag is het vaak zwaar bewolkt en valt er ook regematig een flinke bui regen. De zomer wil maar niet beginnen. De Zweden zelf klagen over het weer alsof het dit jaar een 'groene winter' is. Het is te koud en te nat. We zijn het daar mee eens. We hebben twee dagen gehad van negen graden Celsius!
Het landschap is eindeloos eentonig. Dag na dag zien we alleen maar bomen, bomen, bomen. De afstanden tussen de dorpen wordt alsmaar groter en het verkeer is verdwenen. Wat we zien op de weg zijn kampeerauto's en reusachtige trucks die beladen zijn met boomstammen. En het weer blijft koud en nat.

Dick en Els
De grens met Lappland. Knöttblaren!
Vervelender dan het weer is de allergie van Els voor insectenbeten. En insecten zijn er hier zat... We hebben het meest last van drie soorten: de muggen... kleine groene aggresieve muggen die aanvallen als paardevliegen: landen en steken!
Dan zijn er de kleine vliegjes die de Zweden 'Knøtt' noemen. Deze gaan op je huid zitten, maken een klein gaatje en zuigen zich vervolgens vol met je bloed. Daar merk je niets van... totdat er ineens een druppel bloed vloeit.
En dan zijn er de 'noseeme's', de 'kaniesienievliegjes'. Die zijn zo klein dat je ze nauwelijks kunt zien. Die kruipen door je haar op je hoofdhuid en maken je gek van de jeuk.
Els heeft het meest last van knøtt. Een dag nadat ze gebeten is ontstaat er een grote zwelling rond de beet met daarop een flinke blaar waaruit veel vocht komt.
Dit baart ons veel zorgen want het zou een reden kunnen worden waardoor we misschien onze Noordkaapexpeditie zouden moeten afbreken.
Vooralsnog echter zijn we dat niet van plan en rijden we gewoon door. Vanaf volgende week gaat het landschap - eindelijk - veranderen. We komen dan op de Lofoten. Daar zijn ook minder insecten.

Nog verder; van Storuman naar...

Aan het eind van het volgende traject ligt ons eerste doel, het meest noordelijke puntje van Europa, de Noordkaap! Tussen half mei en eind juli gaat de zon hier niet onder. Maar, net zo als met andere reizen is het ook hier niet het doel maar de reis zelf. Op de Noordkaap zelf is namelijk niets te zoeken en wanneer je er bent kun je alleen maar terug.
De Noordkaap dus... vanuit Storuman fietsen we in noordwestelijke richting naar Mo i Rana in Noorwegen en vandaar naar Bodø. Ergens halverwege passeren we de poolcirkel, polarsirkelstötte heet dat daar.
In Bodø stappen we dan op de boot naar Moskenesvåg op de zuidelijke Lofoten.

Daar, op de Lofoten, tien kilometer ten zuiden van Moskenesvåg ligt de plaats met de kortste naam ter wereld: Å (een hoofdletter A met een rondje er boven, dat spreek je uit als aaaa. Het klinkt dus langer dan het is). Vanuit Å fietsen we dan in noordelijke richting over de Lofoten naar Narvik en vandaar gaat het verder naar het noorden.