Tropische temperatuur op Noordkaap: 29 graden Celcius

Magistraal stralende zon!


Zo saai als het fietsen door Zweden over het algemeen was, zo fantastisch was de afgelopen maand, waarin we langs de kust en door de fjorden in het noorden van Noorwegen naar de Noordkaap zijn gefietst.

Vanuit Storuman reden we in twee dagen naar Mo i Rana in Noorwegen. Onderweg zagen we de eerste rendieren en viel het ons op hoe in tweehonderdvijftig kilometer de vegetatie veranderde. De naaldbomen verdwenen uit het landschap en de stammen van de berkenbomen werden steeds dunner. Totdat er, op de grens tussen Zweden en Noorwegen, geen begroeiing meer was. We zaten boven de boom- en sneeuwgrens. Voor eventjes... want in de afdaling naar Mo i Rana kwam alles weer terug. Tot de lupines toe.

 


Kystriksveien 17, op weg naar Utskarpen Wachtend op de ferry in Kilboghamn
Vanaf Mo fietsten we verder noordwaarts over de 'Kystriksveien'. Dit is de voormalige Noorse rijksweg 17 die vanaf Steinkjer naar Bodø gaat. Een schitterend traject door een prachtig fjordengebied. Deze weg volgt het ruwe terrein en gaat dus behoorlijk 'op“““ en af' en dat zorgt weer voor adembenemende vergezichten. De stukken waar men geen weg heeft kunnen aanleggen worden overbrugd met veerdiensten of tunnels. Die veerdiensten zijn een leuke, de tunnels een minder leuke onderbreking van ons dagritme. Tijdens een van die boottochtjes, Van Kilboghamn naar Jektvik, passeerden we op 1 juli bij het plaatsje Langnes de poolc irkel. Hoewel het weer niet alle dagen even mooi is maakt het landschap alles goed. Vooral tijdens het eerste stuk, tussen Stokvåg en Örnes genieten we volop.
Vlak voor Bodø passeren we de Saltstraumenfjord met de sterkste getijdenstroom ter wereld. Iedere zes uur dwingt zich hier ruim 400 miljoen kubieke meter zeewater door een hondervijftig meter nauwe opening tussen Saltenfjord en Skjerstadtfjord. De snelheid waarmee dit gebeurd loopt op tot twintig knopen en de draaikolken die tijdens dat natuurgeweld ontstaan kunnen een diameter van 10 en een diepte van 4,5 meter bereiken.
Het meest spectaculaire moment is eigenlijk het moment waarop het tij wisselt. Eventjes - een kwartier maar - staat het water stil om dan eerst langzaam en dan steeds sneller de andere kant op te gaan stromen.
Je kunt er ook vissen... op koolvis, de locale specialiteit. Vanuit een bootje of gewoon vanaf de oever. Iedere worp is prijs!
Vanuit Bodø, dertig kilometer verderop, namen we op 3 juli in bereslecht weer de ferry naar Moskenes, op de Lofoten. Op het moment dat we die grote grauwgrijze rotsmassa uit de mist op zagen doemen sloeg de angst ons om het hart... zoiets onvriendelijks hadden we nog nooit gezien. Mist en regen, guur novemberweer en aggressieve muggen. Nadat we een doorwaakte nacht in de tent hadden doorgebracht en het de andere morgen droog en wat helderder was, zag het er allemaal heel anders uit. Héél anders! Leuk... Kleine naar vis en teer stinkende havenplaatsjes met rode, gele en blauwe huisjes die op palen half boven het water staan. Er waren meeuweneieren te koop en ook vers walvisvlees. En daar hadden we het toch even moeilijk mee... walvisvlees. Normaal gesproken zijn we allebei voor alles in en zullen we juist die lokale dingen eten waarvan anderen misschien kokhalzen... maar walvisvlees... nee! Dat gaat over een ethische grens. We eten hond, aap, hagedis en muskusrat, desnoods geitendarmen, maar walvis... nee!
Downhill, op weg naar Kilboghamn Oksberget, ruim boven de boomgrens
De zuidelijke Lofoten met de eilanden Moskenesöya, Vestvågöy en Austvågöy vonden we het mooiste. De Nordelijke Lofoten (die eigenlijk Vesterålen heten) zijn wat minder ruig en daardoor misschien wat minder interessant. Vooral het eiland Andöya vonden we een beetje saai. maar misschien komt dat ook wel omdat we daar, op weg naar Andenes, een dag lang tegen een gierende noordenwind in hebben moeten fietsen en eigenlijk alleen maar diep over ons stuur gebogen naar het asfalt hebben gekeken.
Andenes ligt op het meest noordelijke puntje van de Vesterålen en is het voormalige centrum van de Noorse walvisvaart. Tegenwoordig is het de thuishaven van drie schepen waarmee de toeristen op walvisvaart gaan. Niet gewapend met harpoenen maar met camera's.
De dag die wij gekozen hadden om de zee op te gaan was het weer niet al te best. Harde wind en regen. En zo'n oude walvisjager blijkt op volle zee heel wat minder stabiel dan een veerpont. Met als logisch gevolg dat ruim de helft van de passagiers kotsend over de railing hing.
Drie maal hebben we een potvis gezien en het is toch wel een bijzondere gebeurtenis wanneer je zo'n enorme zwarte staart tussen de golven ziet verdwijnen. Jammer genoeg kwam het schip er - vanwege het slechte weer - niet dichter bij dan ongeveer 150 meter en besloot de schipper terug te keren naar de haven omdat er te veel mensen zeeziek waren.

Een paalwoning met grasdak in Saltstraumen Reine, Lofoten Stokvisdroogrekken - kvålitåt 'prima'
Via de 'Whale Route', de zomerveerdienst tussen Andenes en Gryllefjord kwamen we op het eiland Senja terecht, opnieuw in de striemende regen. De zon brak door en voor het eerst sinds lange tijd gingen de jassen uit. Een paar minuten later zagen we zeeadelaars zweven en tussen het wier beneden in de fjord zwom een zeehond.
Het weer werd eindelijk beter en in korte broek en T-shirt fietsten we door Tromms en Finnmark. Fantastische ruige en ongerepte natuur. Inmiddels merkten we wel aan verschillende dingen dat de grote vakantie was begonnen. Op de weg verschenen steeds meer kampeerauto's van het formaat waarop de gemiddelde SRV-man jaloers zou zijn en 's avonds werd het op de campings steeds drukker. Voor ons een reden om 'in het wild' te gaan staan en slechts alleen een camping op te zoeken wanneer we een wasmachine nodig hebben.
Nog een huisje met grasdak Pas op voor overstekende rendieren Deze dus...
In Noorwegen geldt, net als in Zweden, het 'Allemansrecht'. Dat betekent dat iedereen mag gaan en staan waar hij wil. Dat hij of zij, zonder het aan de eigenaar te hoeven vragen, over landerijen en door bossen mag wandelen en (en dat is héél leuk), dat je overal vrij mag kamperen... waar je maar wilt... mits dat niet binnen 150 meter van een bewoond huis is.
Een mooi plek je aan een stil meer bij Takelvmoen, een hoge plek met uitzicht over de Lyngenfjord bij Nordmannvikk... heerlijk vrij kamperen zonder dat je last hebt van naaste buren.
Alleen van muggen... miljoenen muggen. Vanwege het natte voorjaar zijn er deze zomer naar schatting vijf maal zoveel muggen als voorheen. Els heeft gelukkig genoeg antistoffen opgebouwd tegen knøttbeten en reageert daar inmiddels niet meer zo heftig op. De muggen zijn gewoon vervelend. Er is niets dat echt afdoende helpt. Alle smeerseltjes helpen maar voor een beperkte tijd. Het enige waarmee je kunt voorkomen dat je gestoken wordt is door twee lagen kleding aan te trekken.
De buitenkeuken tijdens het wildkamperen Of gewoon zitten bij de waterleiding
"Ja, naar de Noordkaap... mooi hoor... maar dat laatste stuk hè...". Van verschillende collega-fietsers hadden we dit gehoord en we begrepen daar niets van... 'dat laatste stuk... welk laatste stuk?". Wij dachten iets te moeten verwachten in de zin van 'saai' of 'kaal' of 'eentonig' en begrepen er ook niets van dat de laatste honderden kilometers alleen maar mooier en mooier werden. Met steeds mooier weer werd het landschap alsmaar mooier. Waar we eerst nog verheugd waren toen we voor het eerst een rendier zagen, liepen er nu zomaar op de weg... moesten we er voor uitwijken. Vlak voor Olderfjord zagen we een visser met een vliegenhengel een prachtige zalm vangen en op een avond zagen we ook elanden... drie stuks! Twee volwassen dieren en een kalf wadend door het riet. Genieten! Op honderd kilometer van de kaap, bij Olderfjord, begint een traject waarbij we vijftig kilometer lang langs een stijle klif fietsten, in de zon en uit de wind... in korte broek en singlet! Wat anderen dan toch met dat 'laatste stuk' bedoelden daar begrepen we helemaal niets van...
Totdat we, vlak na Låholmen, in de 'Noordkaaptunnel' fietsten. De laatste drieënhalve kilometer van deze tunnel gaat steil omhoog... 11%! 'Zou dit het dan zijn... dat laatste stuk?' vroegen we ons af.
Nee dus!
Lumpi aus Slovakia (Kapitalisti schmeißen allles weg, wir proletarier brauche alles wieder

 

Anna (I used to be a balet dancer you know... long time ago).
Met dat 'laatste stuk' bedoelt iedereen de laatste twintig kilometer naar de Noordkaap. De laatste twintig kilometer op het eiland Mageröya, het gedeelte vanaf de camping bij Honningsvåg. Tot twee keer toe moet er geklommen worden. De eerste keer is dat drie kilometer met een gemiddelde stijging van 10%, dan volgt een plateau, een afdaling en vervolgens opnieuw een lange klim met twee hele nare stukken.
Halverwege vinden we een bamboe stokje.
"Dat kan geen toeval zijn... een teken Gods!"
Het is de perfecte vlaggestok voor de Nederlandse vlag die we een dag of tien eerder gevonden hebben. We monteren de boel met 'duct-tape' aan de achterdrager... onwrikbaar. 'Duct tape is like 'the force'... it has a dark side, it has a white side and it holds the universe together'.
"Ik ga voor m'n land!"
Zwetend en vloekend ploeteren we onder een fier wapperende nationale driekleur over het eiland... een dramatische zegetocht... muziek zwelt aan... Rogier van Otterloo... in de strakblauwe lucht verschijnen dreigende wolken... alles verandert in zwart-wit en Philip Bloemendal doet voor het Polygoon-journaal verslag.
Voor volk en vaderland! 18 juli 2000: de meest noordelijke fietsen ter wereld!
Daar is het einde van de klim. Na een stukje vals plat volgt een bocht en daar zien we in de verte een ronde koepel...
"Daar moeten we zijn..." juicht er iets van binnen en tranen wellen op... "...daar is het!". De weg heuvelt verder... en wanneer we er dan bijna zijn blijkt het gezichtsbedrog. Dan blijkt de koepel niet de 'Noordkaapkoepel', maar die van het weerstation. De Noordkaap ligt drie kilometer verderop... Opnieuw een flinke afdaling en dan nog een verschrikkelijk nare laatste klim.
"Welcome to the Nordkapp!" De jongen uit het hokje waar iedereen die gemotoriseerd arriveert 45 gulden toegang moet betalen (iedereen, kinderen ook!), holt ons tegemoet... "Welcome to Nordkapp! Go on... go on!". Wij worden begroet met een uitbundige 'high five' en mogen gratis door.
"Are you tired?"
"Yes, we are! Føkking tired!"


De afdaling van de Noordkaap naar Honnigsvåg

We draaien de fietsen om...

Rond 22 augustus willen we Helsinki bereiken. Voor ons liggen deze keer vijftienhonderd vrij saaie kilometers waarin we in het eerste gedeelte door Lapland door het poolgras zullen fietsen en in het gedeelte dat daarna volgt weinig meer zullen zien dan naaldbomen en water. Grote bomen, kleine bomen, grote meren en kleine meren. Meer niet. Dus niet echt spectaculair.
Na ongeveer zevenhonderd kilometer passeren we opnieuw de poolcirkel, acht kilometer ten noorden van Rovaniemi, met ongeveer 22.000 inwoners de hoofdstad van Lapland. Rovaniemi is bovendien de officiële woonplaats van de kerstman en dus belanden alle brieven die kinderen van over de hele wereld naar de kerstman versturen uiteindelijk op het postkantoor van Rovaniemi.

Santa haalt ze hier iedere dag op. Dus: als er onder jullie nog speciale wensen leven laat het ons dan weten. Wie weet kunnen daar eventueel nog een goed woordje doen.