Een wonder: vier weken Finland en geen spatje regen

Bomen, bessen en cantharellen


De haven van Honnigsvåg lijkt volledig uitgestorven. Niets wijst erop dat hier over een kwartier de 'Harald Jarl' zal aanleggen. Dit schip is de laatste nog originele 'Coastal Steamer' van de Hurtigrute maatschappij. De andere dertien schepen van deze maatschappij die deze continue lijndienst verzorgen zijn veel moderner.


Even later klinkt een scheepshoorn en draait het schip de haven in. En ja... het is inderdaad een hele oude boot. Vol butsen en deuken en op de wanden zijn overal de rijen klinknagels te zien. Het geluid van de motor klinkt zoals een scheepsmotor moet klinken. De scheepshoorn ook. Die rolt zwaar door de havenkom.
Alles op deze boot ademt vergane glorie. Klinknagels en scheepsbetimmering. Blanke scheepslak. Koperbeslag. De belettering. Echt touw. Onze fietsen staan in het gangpad op het benedendek. Naast allerlei postpakketten, dozen en kratten. Daar tegenover is ook het loket waar we onze plaatsbewijzen moeten kopen. Bij een mevrouw die net zo oud is als het schip.
Links: De ijsbeer in Hammerfest
Rechts: Op de poolcirkel en voor het hoofdkantoor van de Kerstman!

"Are you married?"
"Why do you ask? Are you searching for a husband?"

Ze kijkt verbaasd omhoog... door haar opgetrokken wenkbrauwen, doet haar le esbril naar beneden en kijkt me aan... lang.
"No... I am not! I ask you this because I wanted to give you a reduction... you can only get this if you are married with your wife. So... do you want a reduction... or not?"
"Yes m'am... please?"

Ze doet haar bril weer goed en kijkt nog een keer streng over de glazen. Dan glimlacht ze.
En krijg ik een knipoog.
En mag Els mee voor een kinderprijsje.

Het is nog vroeg. Zeven uur. Behalve het personeel en drie andere passagiers is er nog niemand aan dek. Iedereen slaapt nog. We lopen door de eetzaal, waar de tafels keurig gedekt staan voor het ontbijtbuffet. Het personeel aan boord is ook in stijl geuniformeerd. En sommigen hebben zelfs hun kapsel aangepast... krulsnorren en bakkebaarden.
Els wijst me erop dat de clubfauteuils in de salon met een stalen veer en kabel aan de vloer bevestigd zijn.
"Dat is natuurlijk voor het schuiven... wanneer het slecht weer is..."
"Ik denk eerder dat het is om te voorkomen dat mensen gewond raken wanneer deze boot kapseist... dan blijven de stoelen aan het plafond hangen en vallen ze niet op de mensen".
"Dit is nog een echte boot hè?"
"Ja... een beetje Agatha Christie stijl... je zou zo verwachten dat Hercule Poirot om de hoek komt kuieren".
"Mrs. Marple".
"Peter Ustinov!"
"David Niven!"
"Marlène Dietrich!"

In onze strakke fietsbroeken en -schoenen vallen we in deze mahoniehouten omgeving volledig uit de toon. Maar we genieten van de sfeer. En van de langvergane glorie.

Ons wereldbeeld gedurende de laatste maand: berken, wilgenroosjes en dennen.

Vijf uur later varen we de haven van Hammerfest binnen. In deze stad is het redaktiekantoor van het Finnmark Dagblad, de meest noordelijke krant ter wereld. Els w ordt er geïnterviewd en er worden foto's gemaakt. In de hoofdstraat en op het kerkhof grazen rendieren.

De volgende dag fietsen we verder. Langs de oevers van prachtige fjorden. Het is windstil en prachtig weer. Een helderblauwe lucht. We boffen geweldig. Bovendien gaat het niet al te zeer omhoog en omlaag. Ook dat valt mee. Het is heerlijk om hier zo te kunnen fietsen.
Na een kilometer of vijftien zie ik in een flits iets onder water duiken... zo'n vijftig meter van de oever. Een vin... een zwarte vin!
"Wacht... stop... ik zie iets! Stop!" En opnieuw zie ik het. Twee vinnen, naast elkaar... een grote en een kleine.
"Kijk daar... let op... daar zijn ze weer!" en opnieuw komen ze boven. We horen nu ook gesnuif.
"Ja... ik zie het nu ook! Wat zijn het?"
"Geen walvissen... ook geen orka's... ik denk dolfijnen".
"Jeetje zeg, wat leuk!"
"Fantastisch!"

Ik probeer te fotograferen maar zelfs met een 200mm objectief lijken de vinnen niet meer dan kleine zwarte vlekjes in een grijsblauwe zee.
We blijven een kwartiertje staan om er naar te kijken en gniffelen bij iedere kampeerwagen die ons met een snelheid van 80km/uur passeert.
"Die sukkels missen dit allemaal!"
"Ja, stom hè? En heb je die klaver geroken? Missen ze ook!"
"Kijk, daar zijn ze weer!"
"Volgens mij is het een moeder met haar kalf".

Een paar kilometer verderop zien we nog meer dolfijnen. Telkens is het een groter dier wat naast een kleiner dier zwemt.

Op weg naar Lakselv verandert het landschap. Boerenland. Grasland en akkertjes. Links een baai waarin we na een poosje weer dolfijnen zien. Opnieuw zijn het er telkens twee... een grote en een kleine, vlak naast elkaar. Bij een Samitent zit een oude vrouw in traditionele Lappenkleding te wachten. Op toeristen. Toeristen zoals wij. We kopen er een rendiergewei dat we voorop mijn fiets binden. Het is zo'n maf gezicht, die takkenbos op het stuur, dat zelfs de oude vrouw aanstekelijk begint te grinniken.
Ze is hier niet alleen. blijkt nu. In haar tent is ook een jongetje. Een donker jongetje, nauwelijks ouder dan een jaar of elf.
"Do you speak English?"
"Yes, I do.."
"What is your name?"
"My name George"
"Where do you come from?"
"From Ghana."
"Accra?"
"No... small v illage... country".

Het zet ons een beetje aan het denken hoe een klein kind uit Ghana terecht komt in een barre uithoek van de wereld, zo'n 150 kilkometer ten zuiden van de noordkaap... een gebied waar het 's winters drie maanden lang donker is en dat dan verdwenen is onder een metersdikke sneeuwlaag. Het is al vreemd om dat kind hier nu te zien... in de zomer... op die kale heuvel... in gezelschap van die oude sami-vrouw.

Een blik op de weg van achter het multifunctioneel rijwielinformatiecentrum van de wereldfietser:
Gewei (op de fiets gemonteerd met semipermanent rendiergeweibevestigingssysteem) kaart, bel, computerinformatiemodule met hoogtemeter, scarabee (van Maria), toversterretje (van Sterretje) en fluorescerende hellinghoekmeter.

Verder zuidelijker in Lappland komen we in Inari. Siida is de naam van het nationale museum wat de 'Sami' hier in deze stad hebben gebouwd. In het gebouw zelf wordt in een zeer duidelijk en overzichtelijke expositie aandacht geschonken aan de geschiedenis van de Lappen, hun leefwijze, hun cultuur en zelfs hun eetgewoonten. Daarnaast zijn er een aantal andere exposities. Een hele mooie permanente tentoonstelling over de natuur in het noorden van Scandinavië, een fototentoonstelling met portretten van Samen en een indrukwekkende over het Noorderlicht.
Het openluchtmuseum, wat op een zeven hectare groot terrein achter het gebouw ligt, laten we voor wat het is. Er zijn gewoon teveel muggen.

Hier, ruim driehonderd kilometer boven de poolcirkel, is het onbewolkt en windstil en ongeveer vijfentwintig graden. Zoiets hadden we tevoren ook niet kunnen weten. Na alle kou van de eerste weken toen we door Zweden en Noorwegen omhoog fietsten hebben we nu al bijna drie weken bijzonder mooi weer.
Maar, vanwege de warmte gaat het fietsen moeilijker dan normaal. En hebben we ook veel meer last van muggen. En dat is niet alles... hier in Finland is er een nieuw probleem bijgekomen... horzels! Hier noemt men ze 'Parrma', 'rendiervliegen'. Ze leggen hun eieren in de achterpoten van rendieren. Wanneer deze uitkomen vreten ze zich vol en maken daarbij lange gangen vlak onder de huid van het dier waarbij ze ook 'ventilatiegaatjes' maken. We hebben dat, op de natuurexpositie in het Siida, heel mooi kunnen zien. Gelukkig doen ze dit niet bij mensen. Die bijten ze alleen maar. Ze landen ergens, voorzichtig, zodat je er nauwelijks iets van merkt. En dan is het vaak al te laat want op dat moment heeft het beest al toegehapt en een stuk uit je lijf gebeten. Zo'n beet in je arm of been voelt alsof er een spijker in geslagen wordt.
Muggen zijn lastig... zo'n piepklein prikje veroorzaakt een allergische reactie die behoorlijk kan jeuken. Een beet van een horzel is iets anders. Daar zijn we beducht voor!
Vervelender is dat hun 'vliegsnelheid' beduidend hoger ligt dan die van muggen. Die fietsen we er met 7km/u al uit. Horzels zwermen nog om je heen wanneer je 25 rijdt.

Bosbessen, aalbessen en kruisbessen

Het landschap verandert snel. Er zijn weer naaldbomen in het landschap en het water dat we zien is zoet en staat stil. Meren! Links het Inarijärvi, wat op zich al de oppervlakte heeft van Nederland en rechts het Rahajärvi. Het is dus inderdaad zo dat Järvi 'meer' betekent in het Suomi. Of misschien iets als 'grote vlakte zoet water'. Aan deze taal is overigens geen touw vast te knopen. Van de verkeersborden en aanwijzingen die we langs de weg zien kunnen we geen chocola maken. De woorden die erop staan zijn zonder uitzondering erg lang. Vijf à zes lettergrepen, soms zelfs meer.
En de weg naar het zuiden wordt steeds vlakker. De hellingen worden langer en minder steil. Het rijden minder vermoeiend. Het is nog steeds warm en de wind is zwak. We rijden dagenlang in het centrum van een hogedrukgebied. Wie had dat kunnen denken? Dat we vanaf de Noordkaap naar Helsinki, drie weken lang in een hemdje en korte broek zouden fietsen... in temperaturen van 25 graden Celsius.

Er komt ons een tandem tegemoet.
Bepakte fietsers begroeten elkaar altijd uitbundig.
Ook nu.
Ze steken over en maken er een feestje van.
We delen informatie over het traject wat we al gedaan hebben en stellen vragen over dat wat ons nog te wachten staat.
De camping in Vuotsko is dicht.
Dat is prettig om te weten.
Bij het goudzoekersmuseum in Tankavaara kun je kamperen.
En het traject dat voor ons ligt wordt in de komende dagen steeds vlakker.
Dat soort informatie.
Waar je wat aan hebt.

Maar de kampeerplekken bij het museum zijn beroerd.
Tussen de bomen en struiken.
Miljoenen muggen.
En dus rijden we door naar Vuotso om daar een plekje te zoeken aan de rivier en 'op de wind'.
Maar dat mag daar niet.
De eigenaar van het 'Kahvila' heeft een beter idee.
"You can sleep in my house!"
en neemt ons mee naar buiten.
Achter het café staat een grote lappentent.
"This is my house!!"

Binnen ruikt het naar huiden en naar de vuurplaats in he t midden van de tent. Maar het is er aangenaam en er zijn geen muggen.
"How much... for one night?"
"Just buy two beers in the café".

'Lapin Kulta', the golden beer from Lappland.

De mooiste plekjes zijn de wilde... of de gekraakte. Deze hut met uitzicht over een geweldig mooi meer ‘leenden’ we voor een nachtje.

We rijden verder naar het zuiden. Door een saai landschap. Waarin niets gebeurt.
Na vier weken valt dan toch ons eerste buitje regen en schuilen we in een bushokje. Tegenover ons is een man aan het werk in zijn tuintje. Wij zwaaien. En hij zwaait terug.
Even late r vraagt hij ons mee te komen... "just one kilometer... come...". Daar staat, aan de oever van een sprookjesachtig mooi meer, een vakantiehuisje met open haard, sauna en roeiboot. "For you... you can sleep!". Hij wijst ons waar het brandhout ligt, overhandigt ons de sleutels en verdwijnt. Die nacht slapen we, terwijl de regen op het dak klettert, voor het eerst sinds bijna drie maanden in een echt bed.
De volgende morgen, wanneer we de sleutels terugbrengen, is de lucht weer smetteloos blauw en krijgen we van onze gastheer een kilo bessen mee. Rode en zwarte.

De allermooiste kampeerplekjes vinden we in het wild. We zetten ons tentje op aan de oevers van riviertjes en meren en in verlaten zandafgravingen. We zwemmen in koel water, zonnen in de poolzon en zien de nacht iedere dag een stukje dichterbij komen, totdat het, op een nacht, ineens weer écht donker is. Voor het eerst sinds zes weken.
We fietsen veel. Zes uur per dag. Op ons gemak. Verder naar het zuiden. Zonder een dag te rusten. Daartoe nodigt het landschap ons niet uit. Want Finland is beslist niet spectaculair. Het is vooral groen.
Vol bomen.
Links, rechts, voor en achter.
Bomen.
Berken en naalbomen.
Want die zijn teruggekeerd sinds we in Rovaniemi de poolcirkel weer passeerden, de naaldbomen. Dun nog, dat wel, maar ze zijn er weer en een paar dagen verder zuidwaarts zijn ze al weer behoorlijk dikker.
En onder die bomen... bosbessen! meer dan een kilo per vierkante meter. Het is een super bessenjaar! Iedere dag plukken we handenvol, die we dan mengen met yoghurt. Yoghurt met bosvruchten.
En de bermbloemen die we op onze weg naar het noorden een voor een kwijt raakten. Die komen ook allemaal weer terug. Stuk voor stuk. Margrieten, Erika, Boterbloem, Ereprijs, Boerenwormkruid, Korenbloemen en Klaprozen. De lupines zijn verdwenen. Daarvan resten slechts de zaadpeulen.
De bermen zijn nu paars. Overal bloeit het wilgenroosje. Harig wilgenroosje. Enorme velden en minstens zo mooi als de lupines.
Twee jaar geleden fietsten we in de vroege zomer door Frankrijk naar het zuiden. Tégen het seizoen in. Met ongeveer 80 à 90 kilometer per dag.
De zonnebloemen stonden toen net op het veld.
De eerste twee dagen waren dat nog kleine plantjes. Vijf, tien centimeter hoog. Maar de volgende dagen werden ze steeds groter. Verbazend hoe snel dat ging. Als raketten spoten ze de akkers uit. Dat kwam natuurlijk door onze rijrichting.
Toen we deze keer, begin juni, in het zuiden van Z weden fietsten, toen waren de wilgenroosjes 30 cm hoog. Op onze weg omhoog zagen we ze groeien. Héél langzaam. Dat ging met een centimeter per dag. Pas vlak voordat we op de Noordkaap waren zat de knop erin.
En nu... binnen een paar dagen staat alles in volle bloei!
Uitbundig paars.
Dat komt natuurlijk door de rijrichting.

Gratis cantharellen... iedere dag en zoveel als we willen!
Over de Finnen niets dan goeds. Koel maar vriendelijk, behulpzaam, kalm. Ze zijn als het landschap waarin ze wonen... niet uitbundig, niet spectaculair.
Dan moet je wat gaan verzinnen om het fietsen leuk te maken. Mijmeren.< BR> Els vertelt dat ze broodrecepten aan het verzinnen is. Heerlijke broodrecepten. Met noten, rozijnen, abrikozen en zaden. En dat terwijl ze nog nooit een brood gebakken heeft.
Ik denk ook aan graanprodukten.
Lapin Kulta!

Links: De wonderbaarlijke Kieg Eicholz.
Midden: Porkki het wandelvarken
En rechts: ... Dick heeft een nieuw petje

Naar Estland, Letland, Litouwen...

Hoe fietsen we verder?

Naar Prudhoe Bay (Alaska), via de Noordkaap en Ushuaia. Dat is een flink stuk fietsen. Maar... we hebben geen haast. Iedere dag een stukje.

Negentienhonderd kilometer door Estland, Letland, Litouen, een stukje Rusland, dwars door Polen en Duitsland naar Keulen.
Het hele traject is onbekend terrein, we hebben geen enkel idee wat het landschap ons zal brengen. Na de oversteek vanuit Helsinki fietsen we van Talinn (Estland) zuidwaarts naar Pärnu. In Letland volgen we de kustweg langs de golf van Riga naar Riga zelf. Hier zullen we waarschijnlijk een paar dagen blijven.

In ieder geval zullen we er proberen een transitvisum voor Rusland te krijgen. Tussen Litouen en Polen ligt namelijk nog een klein stukje Rusland. Als dat lukt rijden we in zuidwestelijke richting door Litouen verder naar Klapeida. Als dat visum niet lukt moeten we via een andere route naar Polen en dat betekent dat we een flink stuk moeten omrijden. Wat ons interessant lijkt om te fietsen is de honderd kilometer lange landengte tussen Klapeida in Litouen en Kaliningrad in Rusland. Maar... zoals gezegd, als dat niet lukt dan rijden we om. We vervolgen onze reis dwars door het noorwesten van Polen naar Berlijn en steken Duitsland dwars door om uiteindelijk in Keulen terecht te komen. Daar zullen we een paar dagen blijven...