Danzij rugwind dagafstanden van meer dan 130km

Fietsend door het oog van de orkaan

Dick en Els

Oegstgeest, Warmond, Oude Wetering, Nieuwveen, Vinkeveen. Met een pittig windje in de rug speren we door het Zuidhollands en Utrechts veenplassengebied. Het is schitterend weer. Links en rechts zien we allerlei weidevogels: grutto, kievit, scholekster. Hier en daar zien we een zwaan op haar nest en in de slootjes zwemmen de eerste jonge eendjes. Het is nog steeds lente! In de komende drie jaar zullen we geen herfst en winter meemaken. Drie jaar lente en zomer... zes zomers achter elkaar. Met de seizoenen mee rijden we omhoog en omlaag over de wereldbol. Lente en zomer in Scandinavië, in Patagonië en Vuurland, in Canada en Alaska. Maar nu... in Nederland!

Onze eerste stop is Spakenburg, waar de campingwaard ons vrijwel meteen komt waarschuwen voor de herrie en eventuele ongeregeldheden die hij 's avonds verwcht. Het blijkt dat de plaatselijke amateurvoetbalvereniging die avond een wedstrijd moet spelen om het kampioenschap van Nederland tegen... jawel... Katwijk! De man is behoorlijk opgewonden.

"Het hele dorp zit vol met die Rooinekken... je haalt ze d'r zo uit... met vijftien bussen vol zijn ze hier gekomen... tuig is het... verleden week hebben ze de doelman van Urk het ziekenhuis in geschopt... Gelukkig is de ME er ook... vijf busjes... Waar komen jullie eigenlijk vandaan?"
"Eh... uit Katwijk meneer..."
Spakenburg wint met 3-0.
Het bleef nog lang onrustig in het dorp.

De volgende dag logeren we in Zwolle, bij Jaap en Mieke (en Daan en Luuk). We vieren er Dick's vijfenveertigste verjaardag... met kip-pir-piri en (natuurlijk)... wijn. Die nacht begint het te waaien. En dus rijden we de volgende morgen, met een lichte hoofdpijn, via een mooie route langs de Overijsselse Vecht naar Emmen. De wind wakkert aan tot kracht zeven en we vliegen werkelijk de weg over. Vooral op het stuk langs het Stieltjeskanaal vanaf Coevorden naar Zandpol halen we flinke snelheden. We gaan zó snel dat we bijna het Dommerskanaal voorbij fietsen. Toch maken we er eventjes een klein lusje. Het huis waar Dick vijf jaar gewoond heeft staat er nog steeds en blijkt nauwelijks veranderd.
In Emmen pikken we de volgende dag de Jutland Fietsroute op en rijden door de Drentse veenkoloniën naar Ter Apel. Het Oude Klooster en het stuk bos waar dat in ligt is een on-Groningse parel. Voor wie daar nooit geweest is: het is de rit waard. Net zoals de koffie met appeltaart in het gezellige hotel dat naast het klooster ligt.

De Jutland-route voert ons verder door het noordwesten van Duitsland. Hier is alles hetzelfde als in Groningen en Drente met het verschil dat de schaal behoorlijk groter is. Als Nederlander ontwikkel je hier met gemak een behoorlijk minderwaardigheidscomplex. Vrijwel een dag lang rijden we door veenkoloniën... Zuid-oost Drente krijgt hierdoor iets Madurodam-achtigs.

Hetzelfde idee krijgen we in de volgende dagen over de zogenaamde uitgestrektheid van onze Hollandse weidegebieden. Wanneer je hier, in het noorden van Duitsland, fietst en honderden kilometers achter elkaar alleen maar koeien, koeien en koeien ziet, dan vraag je je op een gegeven moment wel af waarom wij in Nederland nog zo nodig moeten boeren.
Hetzelfde geldt overigens voor het zuiden van Jutland en Funen, in Denemarken. Deze gebieden zijn zo uitgestrekt en er is hier zoveel ruimte voor de boer en zijn bedrijf dat we ons goed kunne n voorstellen dat er steeds meer Nederlandse boeren zijn die ons kleine verkavelde landje vaarwel zeggen en hier aan de slag gaan.

Maar voordat we de Deense grens passeerden zijn we nog door enkele hachelijke uren gegaan. We hebben ons eerste avontuur beleefd! Vanaf Zwolle stond er een stevig windje, dat schreven we al eerder. Dat windje hadden we overigens in de rug en dus viel er niets te klagen. maar op zondag 28 mei - we fietsen toen ten noorden van Bremen - viel ons op dat het ineens wel heel erg hard waaide. In de ochtenduren vlogen er hier en daar wel wat bladeren van de bomen maar later, in de middag werden dat hele takken en lag er zelfs - hier en daar - al een boom dwars over de weg. Gelukkig regende het niet en fietsten we dus - nietsvermoedend - door. Aan het eind van de middag, aangekomen op de kampeerplek, werden we aangekeken of we gek waren... hadden we werkelijk die middag gefietst? En dachten we er serieus over na om die nacht in een klein tentje te gaan kamperen? Wisten we dan niet dat er die nacht een heuse orkaan over dat gebied zou trekken?
Echt serieus namen we die Duitsers niet... maar uit voorzorg zetten we ons tentje toch op in de beschutting van een gebouw. En inderdaad... die Duitsers wisten het beter... die nacht deden we geen oog dicht. Windkracht twaalf tot dertien! Gelukkig is onze tent van prima kwaliteit... net als met de keuze van onze fietsen troffen we ook hiermee geen halve maatregelen. Onze Super Nova bleef overeind! Het bos niet. De ravage de dag er na was enorm. Overal omgewaaide bomen en afgerukte takken.
In die nastorm fietsten we voor het eerst deze reis meer dan 130km en werd Els prompt verkouden.
Dick en Els
De oversteek van de Elbe, bij Glückstadt. Daarnaast:
Zondagmiddag 28 mei... de eerste takken gaan van de bomen.


Een paar dagen later, tijdens ons bezoek aan Mona, Søren en Peter in Gelsted op het eiland Fyn kon Els op haar gemak uitzieken. We bleven er vier dagen. En konden we ons nog nuttig maken met het bouwen van een nieuwe broeikas in de tuin.
Dick en Els
Søren bakt een nieuw soort donuts en... in december ging de kas van Mona verloren... in een orkaan. We konden haar helpen een niuwe te zetten.

Vanuit Gelsted fietsten we via de oude brug over de Lille Belt in Middelfahrt terug naar de hoofdroute op Jutland. Via Vejle naar Jelling. In Jelling staat een oud kerkje en zijn twee grafheuvels waaronder Gorm de Oude en zijn vrouw Thyra begraven zouden zijn. Voor de ingang van het kerkje staan twee grote stenen met daarom een runeninscriptie. De stenen zijn meer dan duizend jaar oud en daarop wordt - voor het eerst - melding gemaakt van de Deense staat. De geboorte van de oudste democratie ter wereld.
Dick en Els
Op  het eiland Fyn staat de klaver in bloei.
Dick en Els
In Jelling  (Jutland) staat een typische  Deense Krø.
Dick en Els
De runenstenen bij het kerkje van Jelling.

Vanuit Jelling fietsten we verder naar het oorden via de Hærvejen. Deze oude handelsweg leidt door het centraal heuvelgebied van Jutland. Het landschap hier doet ons een beetje denken aan dat in zuidwest Engeland. Korte, nijdige klimmetjes met stijgingspercentages tot 13%. Voor het eerst moesten we ons 'circusverzetje' van 173cm aanspreken. En ook, voor het eerst, een stukje lopen. Tweehonderd meter.  

Inmiddels hadden we ook de kunst van het goedkoop kamperen ontdekt. De eerste keer dat we in Denemarken op een camping gingen staan bleek ons dat een volledig dagbudget te kosten... 35 piek voor het gebruik van twee vierkante meter gras... exclusief de kosten voor de douche en wc-papier. Belachelijk!Sindsdien kamperen we op 'lejrepladsen'. Dit zijn kleine natuurkampeerplekken waar een toilet en vuurplaats is. In de meeste gevallen is er ook droog hout waar je een kampvuur mee kunt maken.
En - ook leuk - voor het eerst in ons leven sliepen we in een hooiberg! Een aardige boerenfamilie liet ons in hun hooischuur bivakkeren. Buiten regende het dertig uur aan één stuk.

Maar, zoals altijd, komt na regen weer zonneschijn. En met de zon kwam ook de wind weer terug. In de rug... In Vodskov logeerden we eerst nog twee dagen bij Thorskild en Britte Nielsen, leden van de Warm Showers List. Hartelijke en warme mensen. De dag erna, en bijna zonder te trappen, reden we in de richting van Frederikshavn waar de ferry naar Zweden vertrok. Daarmee zat ons eerste deel er op. Tot nu toe gaat dus alles goed.

Dick en Els

Dick en Els

Er is hout op de natuurcampings, maar je moet het wel zelf zagen. Wanneer dat gebeurd is kun je 's avonds - met z'n tweeën in het vuur staren.

Verder naar het noorden, van Göteborg naar...

Naar Prudhoe Bay (Alaska), via de Noordkaap en Ushuaia. Dat is een flink stuk fietsen. Maar... we hebben geen haast. Iedere dag een stukje.
Het stuk wat deze maand voor ons ligt gaat van Göteborg naar Storuman in midden van Zweden. Een afstand van ongeveer elfhonderd kilometer door de provincies Götaland en Svealand naar het zuiden van Norrland. Die afstand willen we we in ongeveer drie weken overbruggen. Het betekent dat we daar rond de 26e juni zullen arriveren.
De grote lijn van de route loopt ten westen van het Vänern, het enorme meer dat ten noordoosten van Göteborg ligt. De plaatsen die we waarschijnlijk zullen aandoen zijn Trollhättan, Amål, Lökene, Uddeholm, Malung, Mora, Älvdalen, Sveg, Östersund, Hammerdal en Vilhelmina.

Een van de leukste plaatsen op de route is Östersund dat aan het Storsjön ligt. In dit meer leeft een enorm monster dat zich helaas zelden vertoont, net zo aan het exemplaar dat in Loch Ness huist. In 1986 is Dick hier al eens geweest, samen met Sander, die toen 11 jaar was.