Op zoek naar El Quichote en Dulcinea in Consuegra

De windmolens van La Mancha

Dick en Els

Een klein wonder! We worden wakker en de hemel is onbewolkt. Bovendien is het windstil. We ontbijten snel en dan gaan we op weg. Wat een geluk na gisteren! Het is niet alleen windstil maar ook vlak. De kilometers vliegen onder onze wielen door.
In Fernancaballero drinken we chocolademelk en rusten we even uit. Daarna gaat het verder. Alles schijnt mee te zitten vandaag want wanneer het even later wel gaat waaien dan komt de wind van achteren!

17-03-1999 onderweg naar Consuegra 78 km 14470 km
Wanneer we in Fuente el Fresno vijfendertig kilometer gereden hebben stoppen we. In het parkje van het dorp zetten we koffie en maken we ons brood klaar. Het is een prettige manier om op ons budget te sparen. Sinds we in Spanje terug zijn hebben we dit er zo in gebracht en het bevalt ons prima. Bovendien zijn de bocadillo's die we zelf klaar maken minder vet dan de exemplaren die we in een café open.
In veel van de Spaanse parkjes zijn ook toiletten en kun je jezelf zelfs wassen. Zo ook hier. Voor het gebouwtje staan een aantal oude mannen. Eéntje maakt er opmerkingen over Els. Ze begrijpt niet wat hij bedoelt. Met gebarentaal maakt hij de strekking duidelijk: 'Una mujer forte!' Spaanse vrouwen zie je niet op een fiets, zeker niet op eentje met bagage.
In het laatste stukje van de 401 zit nog een lastige klim. Deze is bovendien erg lang, helemaal tot de afslag naar Urda. Daar, bij die afslag, begint voor ons de rondrit door het gebied van Don Quichotte.
Door een licht heuvelachtig landschap dalen we langzaam naar Urda en vandaar naar Consuegra. Het wordt steeds vlakker. Langzaam ook beginnen we te begrijpen waarom veel mensen dit stuk Spanje het meest deprimerend van alles vinden. De weg is lang en recht en voert langs eindeloze kale akkers.
Dan, na vijftien kilometer doemen ze ineens voor ons op. De molens! Eerst een, dan nog een en dan nog een. Zeven stuks. En dan zien we ook het Castillo. Schitterend zoals het daar ligt, bovenop die puist in dat verder akelig kale en vlakke landschap. Langzaam fietsen we er naar toe. Het is indrukwekkend omdat er verder in de kale weidsheid van de omgeving niets te beleven valt.
In het dorp nemen we de eerste weg naar rechts die naar boven voert. Het is erg steil, zeker na de vlakke rit van vandaag een moeilijk stukje. Wanneer we even voorbij de picknickplaats zijn, halverwege de heuvel, breekt de fietsketting van Els. Normaal gesproken een vervelend klusje maar eigenlijk komt dat op dit moment niet zo slecht uit. Ik kan de boel repareren en Els kan tegelijkertijd brood klaarmaken. Bovendien rusten we nu even uit.
Net wanneer we klaar zijn komt er een grote touringcar vol toeristen naar boven. Vlak daarna een tweede, gevuld met Nederlandse bejaarden. Shit! Net nu wij ook naar boven rijden staat het daar vol met toeristen. Even was ik weer vergeten dat ik niet alleen op de wereld ben en de dingen - vooral deze - moet delen met anderen.
Boven gekomen blijkt al snel dat het meevalt. Van beide bussen draaien de motoren nog, een teken dat de terugtocht niet lang op zich zal laten wachten. De reisleidster van de Nederlandse bus klapt al in haar handen... "Instappen! We gaan weer verder!" Als ze vijf minuten boven zijn geweest is het veel. Er is nauwelijks tijd geweest om een foto te maken. In de molen die is ingericht als snuisterijenwinkel zijn ze zeker niet geweest.
Tegelijkertijd stijgen ook de Spaanse bejaarden weer in. Ze hebben twee minuten meer tijd gehad.
En zo krijg ik, veel vlugger dan gehoopt, toch nog tijd om de foto's te maken die ik gehoopt had te maken. Foto's van de molens en het Castillo die niet ontsierd worden door de storende aanwezigheid van andere toeristen.

Elke dag weer is het de vraag: 'waar slapen we vanavond?'. In Consuegra is een hotel maar dat is natuurlijk te duur, zoals dingen al snel voor ons te duur zijn. De picknickplaats halverwege de heuvel waarop het Castillo ligt is perfect. Maar volgens de man die er de mensen rondleidt is het er heel erg gevaarlijk... er zitten wilde honden en het is er vooral heel erg koud! We moeten er zeker niet gaan kamperen. We doen het lekker toch...
Maar... eerst rijden we nog even naar beneden om inkopen te doen en op het schitterende Plaza de España wat in de zon te zitten. Het is er heerlijk... We schrijven bij en eten er een ijsje. Voor het eerst in Europa worden we met open monden aangestaard door een groepje schooljongens. Wanneer ze horen dat we een andere taal spreken worden ze luidruchtig en vervelend. Het is overal hetzelfde. Een gebrek aan verstand wordt gecompenseerd met luidruchtigheid. Hoe dommer het volk hoe harder het schreeuwt.

Dick en Els

Dan, na vijftien kilometer doemen ze ineens voor ons op. De molens! Eerst een, dan nog een en dan nog een. Zeven stuks.


18-03-1999 onderweg naar El Tobolos 81 km 14551 km
Er zijn van die ochtenden dat ik me voorneem nooit meer goedkope wijn te drinken. Of veel. Of allebei. Dit is er zo eentje. Gelukkig nog onderin de stuurtas een paracetamoltablet gevonden. Bezuinigen is prima maar er zijn grenzen. Wanneer dat een schitterende slaapplek oplevert zoals vandaag dan is dat helemaal uit de kunst maar we gaan vanaf nu geen Viño de Mesa meer drinken. Geen wijn uit pakken en geen flessen met schroefdoppen meer. Afgelopen! We drinken vanaf nu wijn uit de streek waar we doorheen fietsen. Flessen met een kurk erop! Vanavond wordt dat dus Valdepeñas en we houden het bij twee flessen. Gewone flessen... geen liters.
De eerste kilometers van vandaag zijn vooral fris. Gisteren, in Ciudad Real, liepen we langs een Intersport winkel en op dat moment wist ik dat ik er nog iets wilde kopen. Zoals zo vaak kwam het niet in me op wàt precies. Nu we op de fiets zitten weet ik het weer: handschoentjes! Om de paar honderd meter moeten we onze vingers warm blazen. Het is hier volop lente maar de nachten en de ochtenden, vooral de ochtenden, zijn bar fris.
De weg van Consuegra naar Alcázar de San Juan is een van de meest deprimerende waarover we gefietst hebben. Rechte wegen door armzalig bouwland waar langs de weg veel bedrijven staan. Achtereenvolgens rijden we door saaie plaatsen als Madridejos, Camuñas en Villafranca de los Caballeros. Schitterende namen, daar niet van, maar de saaiheid is omgekeerd evenredig. In Alcázar de San Juan is het centrum opgebroken. Het standbeeld van Don Quichotte en Sancho Panza is tijdelijk van z'n sokkel gehaald. De helden van de streek staan in een hoek van het Plaza d' España te wachten tot ze hun plek weer mogen innemen. Don Quichotte heeft men zelfs z'n lans ontnomen. De lentezon maakt het allemaal wat minder triest dan het zou moeten zijn.
Vervelend is wel dat we vanwege het opgebroken centrum  èn de slechte bewegwijzering  een volledige cirkel over de rondweg om de stad fietsen voordat we op de weg naar Campo de Criptana zitten. Een nodeloze omweg van acht kilometer.
Wanneer we bijna de stad uit zijn valt ons oog op een groepje vreemde bouwsels een paar honderd meter van de weg op een industrieterrein. Er staat een haag van coniferen omheen en er is een immens parkeerterrein. Wanneer we dichterbij komen lijkt het ons dat het een uitgaanscentrum is, een soort openluchtdiscotheek. Op de binnenplaats van het terrein staan een paar treinwagons en de stuurhut van een oude sleepboot. Er is een dansvloer en schijnwerpers. Het geheel is sfeervol aan elkaar gebouwd met moderne kunststof objecten tot een surrealistisch geheel. Het lijkt verlaten, een spookoord. In de voegen van de tegels groeit teveel onkruid. Dit is al zeker een jaar niet gebruikt. Op de treeplank van één van de wagons eten we onze lunch. Een heerlijk plekje.
In Campo de Criptana zou Don Quichotte tegen de windmolens hebben gevochten. De stad is, net zoals alle plaatsen in deze streek, op een heuvel gebouwd. Deze heuvels liggen als puistjes in een landschap dat verder zo plat is als een peseta. Boven de stad, op de top van de heuvel, staan acht of negen Moliños de Vienta. Exacte kopieën van de exemplaren die we de dag ervoor in Consuegra hebben gezien. Hier staan ze er verlaten bij, kaal. In het seizoen zal het wel drukker zijn, meer toeristen, bussen vol. Nu zijn we, samen met een Duits echtpaar, de enigen.
We besluiten door te fietsen naar El Toboso, achttien kilometer verderop. Maar het is inmiddels gaan waaien. Die molens zijn hier niet voor niets gebouwd. Wanneer het waait  en dat doet het hier vaak  dan waait het meteen flink hard. De hele weg van Campo de Criptana naar El Toboso hebben we de wind pal van voren. Kracht zes à zeven. Links en rechts van ons steken de grillige wijnstronken uit de rode aarde omhoog. Wijngaarden... tientallen kilometers uitgestrekte wijngaarden. Eindeloze vlakten. Ik probeer me voor te stellen hoe dat er hier driehonderdvijftig jaar geleden uitgezien moet hebben toen Cervantes er aan zijn magnum opus werkte. Wát een fantasie moet die man gehad hebben om zo'n meesterwerk uit dit sfeerloze landschap te trekken. Er is niets, in de verste verte niet, helemaal niets wat ook maar een beetje inspirerend zou kunnen werken. Eindeloze vlakten waar een kaarsrechte weg doorheen voert.
Van bovenop een flauwe heuvel zien we El Toboso al liggen, veel eerder dan verwacht. Een toren met wat huizen er omheen. Het blijkt nog tien kilometer te zijn die we, met onze ruggen krom tegen de harde wind in, in ruim een uur overbruggen. Tergend langzaam wordt de toren groter, komt de stad dichterbij.
El Toboso. Hier is het dat Dulcinea gewoond zou hebben. De edelvrouwe waar Don Quichotte verliefd op was, zijn muze. Op het plein staan ze postmodern vereeuwigd als twee metalen beelden. Dulcinea ziet eruit als een struise boerendochter met enorme heupen. Quichotte knielt voor haar neer, alsof hij haar een aanzoek doet. Vreemd is het toch dat alle Don Quichottes over de hele wereld sprekend op elkaar lijken. Ze zijn altijd broodmager met sluik blond haar en een woeste wijd uitstaande snor. Ook deze wijkt daar niet van af. De kunstenaar heeft beide beelden ver uit elkaar geplaatst om de onbereikbaarheid van Dulcinea voor Quichotte duidelijk te maken.

Dick en Els
Dick en Els
In Campo de Criptana zou Don Quichotte tegen de windmolens hebben gevochten. De stad is, net zoals alle plaatsen in deze streek, op een heuvel gebouwd. Deze heuvels liggen als puistjes in een landschap dat verder zo plat is als een peseta. Boven de stad, op de top van de heuvel, staan acht of negen Moliños de Vienta. Exacte kopieën van de exemplaren die we de dag ervoor in Consuegra hebben gezien. Hier staan ze er verlaten bij, kaal. In het seizoen zal het wel drukker zijn, meer toeristen, bussen vol. En zo krijgen we de gelegenmheid om foto's te maken die we gehoopt hadden te maken. Foto's van de molens en het Castillo die niet ontsierd worden door de storende aanwezigheid van andere toeristen. Hooguit door twee geparkeerde Vittorio's

Dick en Els
Half maart in midden Spanje... overal bloeien de amandelbomen


19-03-1999 El Toboso 0 km 14551 km
Klusjesdag. Eerst doen we de wasjes en maken we die dingen schoon waar we eerder geen tijd voor hadden. Zoals bijvoorbeeld het grondzeil van de tent. Hier hebben we nu een perfecte plek voor... het zwembad. Els heeft tijd en ruimte om de wasjes te doen, zelfs voor die dingen die normaal gesproken meer tijd nodig hebben om te drogen.
Rond half twaalf lopen we terug naar het dorp. Vandaag is een dia de feria, een feestdag dus, een dag waarop alle winkels gesloten zijn. Het is dia del padre een soort vaderdag maar niet echt. Op deze dag geven de mannen de vrouwen een bloem en de vrouwen de mannen een boek. Een schitterend initiatief. Wanneer zou dit in Nederland navolging kunnen vinden.
In het dorp bezoeken we eerst het Centro Cervantino, een soort museum waarin driehonderd verschillende uitgaven van de 'lotgevallen van de vernuftige Don Quichotte' in meer dan 50 talen zijn tentoongesteld. Elke uitgave is geschonken en gesigneerd door bekende persoonlijkheden. Zo zien we de handtekeningen van Prins Bernhard, Margaret Tatcher, Ronald Reagan, Francois Mitterand, Walther Scheel, Peron en vele, vele anderen. Ook Benito Mussolini is van de partij. Allemaal hebben ze een vertaling van Cervantes' werk aan het museum geschonken. Ook zien we de handtekening van Adolf Hitler. Hij heeft het Nibelungen Lied geschonken. En Khaddaffi is ook van de partij met zijn groene boekje, gesigneerd en wel in drie verschillende talen.

Dick en Els
Een romaanse brug ebij Campo de criptana het kaalgeslagen landschap van La mancha

Dick en Els
Uitzicht over Toledo De stad van zwaarden en harnassen

Dick en Els
El Ventano del Diablo, het venster van de duivel,
Encantada Ciudad
een een beklimming in de buurt van Cuenca

Dick en Els
Molina de Aragon De Pyreneeën op

Dick en Els
Een beklimming in de buurt van Víu en een brug in de buurt van Graus