Met de lente mee naar het noorden

Terug in Europa

Dick en Els

We varen! Onder een zwaar bewolkte hemel draaien we de haven uit en laten Tanger achter ons. We zien dat de stad gebouwd is op een aantal heuvels. Op de grootste ervan ligt het oude gedeelte van de stad. De medina ligt in een kuil die naar de haven loopt. Links ervan, aan de boulevard, staan tientallen hoge gebouwen. Dan volgt er een kleiner heuveltje met wat villa's en bomen. Dan, opnieuw, een rijtje flats en daarna, helemaal links ligt de heuvel waarop de wijk Bella Vista gebouwd is. Hier hebben we nu twee maal een week gelogeerd.
Vooral deze laatste week was perfect. Karen bleek een geweldige gastvrouw te zijn en -belangrijker nog ­ een echte keukenkoningin. Hoe meer mensen we ontmoeten die koken, hoe vaker ik moet bekennen dat het gerotzooi van mij in de keuken niets voorstelt. Heerlijk was het. Ze heeft gekookt en gebakken en ze heeft zich daarvoor nauwelijks ingespannen. Ze doet het moeiteloos, met de grootste vanzelfsprekendheid.

05-03-1999 onderweg naar Jimena de la Frontera 57 km 13686 km
We varen dus weer. We zijn op weg. Afrika ligt achter ons en het laatste stuk ligt voor ons. Zesduizend kilometer. Drie maanden zal het nog duren voor we thuis zijn. Vanmiddag nog beginnen we aan een moeilijk traject: de klim naar Ronda, waar we twee dagen over zullen doen.

Het valt ons op dat de laatste dagen de lucht boven Tanger zwaar bewolkt is geweest. Het heeft regelmatig geregend. Aan de overkant was het onbewolkt. Ook nu. We varen dus het mooie weer tegemoet! Zou het zo zijn dat we ook nu weer al het geluk van de wereld hebben en in de zon verder kunnen fietsen?
Een man staat te kotsen. Zeeziek zeker. Hij hangt over de railing en ziet er bleek uit. Ik heb medelijden met hem. Een paar weken geleden, in Abéné, voelde ik me ook zo.

Die laatste week in Tanger is rustig en uneventful voorbij gegleden. We hebben onze fietsen schoongemaakt, de kettingen vervangen en beschadigingen van de laklaag bijgetipt. De meeste tijd heb ik achter de computer van Dave gezeten. De post en E-mails bijgehouden. Ook is het 'Afrikaans dagboek' op diskette gezet. We zijn een paar keer downtown geweest maar dat mag geen naam hebben.
We fietsen lichter dan ooit. Alles wat we niet meer nodig hebben tijdens het vervolg van onze reis hebben we in een grote doos gedaan en vervolgens hebben we deze naar Nederland laten verzenden. Dat was overigens nog een aardige belevenis.
Omdat we niet het vernederende 'ter plekke inpakken' wilden ondergaan dachten we dat te kunnen omzeilen door niet met de PTT maar via DHL te verzenden. Bovendien gingen we ervan uit dat dat goedkoper zou zijn - en sneller. Nou, dat bleek dus een misrekening. Want ook in het katoortje van DHL moesten we de hele boel uitpakken, elk item dat in de doos zat moest bekeken worden door een moddervette, ongeïnteresseerde Marokkaanse bimbo en daarna kon de hele boel weer dicht. Vervelend hoor. Vervolgens duurde het een drietal telefoontjes en lang gereken met diverse tarieflijsten alvorens er een prijs kwam: 3200 dirham... 640 gulden. We schrokken ons helemaal kleurenblind.
Het postkantoor lag aan de overkant van de straat. Zonder verder een woord met het mens te wisselen lieten we haar verbaasd achter om bij de EMS balie van de PTT opnieuw de boel uit- en in te gaan pakken. Eén van de medewerkers herkenden we als de jongen die in oktober nogal beledigd reageerde toen we niet op de gewenste manier reageerden bij de ontvangst van onze tentstokken (wij begrepen toen niet zijn hints omeen klein cadeau, een paar dirham, waardoor de transactie veel vvlotter zou verlopen).
De Marokkaanse PTT was bereid onze achttien kilo zware doos voor 406 dirham naar Nederland te transporteren. Iets meer dan 80 gulden dus. Een enorm verschil. Behalve de jongen die ons in oktober geholpen had zat er nu een mevrouw achter de balie. Toen ik haar tien dirham aanbood voor haar hulp reageerde ze nogal beledigd en schoof het biljet weer terug over de balie. Iets soortgelijks gebeurde er zojuist ook in het laadruim van de boot waar we nu op naar Europa varen. De medewerker van de ferrydienst die ons hielp met vastzetten van de fietsen tegen de zijwand van het cardeck accepteerde ook geen fooi.
We varen dus weer. We zijn weer op weg. Onder een inmiddels wolkenloos zwerk. Gibraltar komt dichter- en dichterbij.

Dick en Els
Onder een inmiddels wolkenloos zwerk. Gibraltar komt dichter- en dichterbij.


06-03-1999 onderweg naar Ronda 59 km 13745 km
Wát een fantastisch landschap! Het fietsen is zwaar, dat wel, maar het landschap... geweldig! Bij het verlaten van de camping breken we en passant het snelheidsrecord van deze reis... 70.3 kilometer per uur! Het duurt maar een kilometer of twee maar het telt! Het vorige record stond op 69 kilometer per uur en dat reden we in de afdaling van de Puerto el Canton in de Spaanse Pyreneeën, verleden jaar in juni.
Maar dit landschap... het is echt héél erg mooi! Tegen de bergen zijn links en rechts van de weg witgekalkte dorpjes geplakt. Deze weg stijgt maar en stijgt maar en achter elke bocht ontvouwt zich weer een nieuw gigantisch panorama. Vooral wanneer we Gaucin naderen. Hier kijken we zelfs tot ver op de Middellandse zee. Het is vandaag extreem helder.

Dick en Els
Andalucië in maart. De lucht is er helder, de uitzichten weids en de dorpjes wit. Een fietshemel. Vooral wanneer we Gaucin naderen.

Dick en Els
Lente! Een blauwe lucht, heldergoen blad en frisgele citroenen


07-03-1999 onderweg naar Garganta del Chorro 66 km 13811 km
Ronda is een geweldig mooie plaats. Vooral wanneer je het, zoals wij nu, in de vroege lente bezoekt. Natuurlijk zijn er ook nu al toeristen, die zijn er tegenwoordig op iedere dag van het jaar. Maar het is te doen... er zijn er maar een paar en ze zijn erg rustig. In de stad staan overal de amandelbomen in volle bloesem. Schitterend. En de brug in Ronda is natuurlijk geweldig. Net zoals de rest van het stadje. Wanneer weooit een kans krijgen om er een stierengevecht mee te maken in de schitterende arena dan zouden we het zeker doen. Wat een schitterend monument is dat.
Vanuit Ronda Fietsen we naar het noorden. Andalusië is heel erg mooi. Het landschap is behalve indrukwekkend ook heel afwisselend. Ruig gebergte wisselt af met weides en heuvels. Wat moet het hier in april mooi zijn. Nu genieten we al!
In Cuevas del Becerro rusten we uit in een bushaltehokje. We hebben dan ruim twintig kilometer geklommen. Wanneer we weer verder gaan blijkt het dat we een onverwachte meevaller hebben. De twintig kilometer naar Teba daalt de weg heel licht. We hoeven nauwelijks te trappen, ook al omdat we een windje in de rug hebben. Godverdomme, wat is het hier mooi! Ik zou iedere fietser in Nederland hier wel naar toe willen sturen!
In Teba eten we karbonades en hebben we uitzicht op het Castillo de la Estrella. Daarna rijden we iets terug en slaan we af in de richting van Ardales. Meteen gaat het fel omhoog. Drie kilometer lang moeten we op de pedalen staan. Dan hebben we de hoogte en dalen we negen kilometer lang naar Ardales. Heerlijk zijn dit soort heuvels waar je een korte inspanning levert waar je relatief lang plezier van hebt. Wanneer het andersom is dan is dat heel erg. Ik herinner me een keer in midden Frankrijk, verleden jaar, waar we achtendertig kilometer geklommen hadden. Alle hoogte die we daarmee gewonnen hadden ging in een afdaling van vijf kilometer verloren. Verschrikkelijk is dat. Dit hebben we ook eens in de Tarn meegemaakt... een hele dag klimmen om dan aan het eind van de middag met dichtgeknepen remmen langs een weggetje met dalingspercentage van 15% naar de camping terug te zakken.

Dick en Els
Ze staan inmiddels over de hele wereld... de Osborne-stieren Andalusië is heel erg mooi. Het landschap is behalve indrukwekkend ook heel afwisselend. Ruig gebergte wisselt af met weides en heuvels.