Van Gambia zuidwaarts, richting Guinee Bissau

De Senegalese Casamance

Dick en Els

Een week vakantie! Echte vakantie! Het strand van Abéné strekt zich veertig kilometer naar het noorden uit tot aan de grens met Gambia. Zes kilometer naar het zuiden, aan het einde van de asfaltweg, ligt Kafountine dat groter is dan Abéné. Daar liggen ook pirogues op het strand, nog veel meer dan hier. Er zijn meer campements en kleine hotelletjes en dus ook meer toeristen. De meeste van hen zijn rasta's, hippies, Franse bejaarden en avonturiers. Even ten zuiden van Kafountine steekt een dertig kilometer lang schiereiland de oceaan in, een volledig verlaten vogelreservaat.

Abéné is een slaperig dorp dat alleen vanaf de asfaltweg te bereiken is via een stoffig zandpad van twee kilometer lengte. Vanaf de kruising in het midden van het dorp is het nog eens twee kilometer verder door mul zand naar de drie campements die vlak bij de oceaan liggen.
De eerste dagen wandelen we over het verlaten strand en liggen onszelf in de schaduw van palmen te vergapen aan de exotische schelpen en vogels. We genieten van de vissers in hun schitterend beschilderde pirogues. Elke ochtend duwen ze hun boten door de hoge golven het strand af en de oceaan op. Ze zijn nauwelijks groter dan een flinke kano. Pas wanneer ze het witte schuim van de branding achter zich gelaten hebben gaat de buitenboordmotor aan en schieten ze vooruit. Het zijn er niet veel die hier liggen, hooguit tien stuks. Iedere boot heeft een bemanning van vijf of zes vissers. Elke ochtend legen ze de netten die nauwelijks een paar honderd meter voor de kust zijn uitgezet en gemarkeerd zijn met vlaggen. Na het middaguur keren ze dan terug naar het strandje waar de lokale jeugd meehelpt om de boten het droge op te trekken. Rollend over ronde stukken palmstam duwen en trekken ze de boot omhoog. Pas in het droge mulle zand achter de vloedlijn zijn de boten veilig en daar wordt de vangst uitgesorteerd. Tong, zeebaars en langousten verdwijnen in kratten die aan handelaars verkocht worden. Kleinere vissen, slakken en inktvis worden door de dorpsbewoners meegenomen. Ik wil een keer mee de zee op.

We hebben kennis gemaakt met Malik, een lokale rasta die niets anders doet dan wiet blowen in een Djèmbé-bandje spelen. Volgens eigen zeggen heeft hij een baantje als tuinman maar daar merken we een week lang niets van. Malik heeft zijn oog laten vallen op Judith, één van de Nederlandse vrouwen uit de schilderscursus. Net zoals veel van zijn jonge landgenoten is Malik op zoek naar een 'sponsor', een oudere blanke vrouw die hem zal onderhouden in ruil voor sex. Lenie, een andere vrouw uit de cursus, heeft zich verzekerd van de discutabele diensten van Pierrot, een jongen met een grappig hoofd die jong genoeg is om haar kleinzoon te kunnen zijn. Ze is hier nu voor de tweede keer en helemaal verliefd. Iets wat ze na haar scheiding, nu al weer een aantal jaren geleden, nooit meer gedacht had te kunnen zijn. De twee zijn onafscheidelijk.
De schilderscursus wordt gegeven in O'Dumbeyeland, een centrum waar allerlei activiteiten verzorgd worden. Nu is dat schilderen, maar over veertien dagen is er een Djèmbé-workshop.
De leiding van het centrum is in handen van Adri, een van oorsprong Rotterdamse vrouw van achter in de zestig. In haar vermoeide gezicht staan een paar dieptrieste ogen. Wanneer ze praat rammelt haar kunstgebit. Alles wat aan haar lijf hangt heeft de strijd tegen de zwaartekracht verloren.
Ze is getrouwd met Thomas, een Senegalese rasta die op z'n minst veertig jaar jonger is dan zij. Toen ze twee jaar geleden nog niet getrouwd waren was Thomas nog danser en verzorgde ook hij de djèmbé-workshops in dit centrum. Nu hij met Adri getrouwd is voert hij niets meer uit. In zijn Feyenoord-trainingspak hangt hij lamlendig rond. Voordat ze met elkaar trouwden heeft hij Adri de plechtig belofte gedaan dat hij er nooit een tweede vrouw bij zou nemen. Deze belofte heeft hij geen jaar lang vol kunnen houden. Z'n tweede vrouw leeft inmiddels op kosten van Adri samen met Thomas in het centrum. Ze is veel te dik voor de fluwelen jurk die haar vetrollen strakker dan een rolladenetje omspannen. De lakleren fluorescerend groene slippers die ze draagt zijn drie maten te klein. Er zitten plateauzolen onder van tenminste tien centimeter dik. Ze strompelt zich er door het mulle zand op voort als een klein kind tijdens een verkleedpartij.

De dagen breng ik door met het schrijven van een nieuwsbrief die we over een paar weken vanuit Tanger naar Nederland zullen sturen. Een lastig karwei. Er is veel te veel gebeurd en ik wil zo veel mogelijk vertellen. De ruimte die we onszelf gegeven hebben  vier A-viertjes, misschien zes  is krap. Bovendien heb ik er moeite mee om de teksten, zoals deze in het dagboek staan, om te zetten naar de vorm die ik voor de nieuwsbrief wil gebruiken. Gelukkig heb ik alle tijd. Onder de boom die voor ons appartement groeit, staat een bankje. Hierop breng ik de dagen door... liggend in de schaduw. Els heeft ook iets te doen. Ze volgt batiklessen. Samen met Alexandra, een Nederlandse vrouw, wandelt ze iedere morgen naar het centrum van Abéné, waar Lamin naast de moskee heeft een 'school' heeft.. School is een graat woord. Het bouwsel bestaat uit vier palen met daarop een dak van palmbladeren. Eigenlijk is het geen school... het is zijn werkplaats. Hij maakt hier zijn kleding... shirts, broeken en jurken. Aan de wanden hangen doeken met kleurige voorstellingen. Lamin is een kunstenaar. Els en Alexandra mogen er ook fröbelen, hun eigen gang gaan. Lamin is geen leraar maar helpt de twee vrouwen met de dingen die ze willen doen. Hij geeft technische assistentie.
Om deze week ook wat anders te doen dan schrijven, er ook eens even uit te zijn, heb ik afgesproken om een ochtend de oceaan op te gaan in een pirogue... vissen. Malik heeft het voor me geregeld. En dus sta ik vanochtend in het schemerdonker op het strand bij een pirogue met de naam 'Frener' te wachten op de bemanning. Vergeefs, zo lijkt het. De rest van de boten is al een half uur op zee en het strand is leeg.
Net wanneer ik begin te vermoeden dat ik er tussen ben genomen komt er een groepje jonge mannen het pad af, het strand op. Ze lopen rechtstreeks hier naar toe. Dus toch... gelukkig.
De jongens trekken hun waterdichte kleding aan en gaan aan het werk. De pirogue wordt omgedraaid en naar de branding gerold. Ik wil helpen maar heb het idee dat ik niets aan hun inspanningen toevoeg. Ze werken zwijgzaam en doen hun handelingen met zo'n grote vanzelfsprekendheid dat ik me er nutteloos door ga voelen. Vlak voordat de boot door de branding geduwd wordt roepen ze me. Ik moet in het midden op een bankje plaatsnemen en daar stil blijven zitten... me niet verplaatsen. De voorkant van de boot is al los en gaat hoog op en neer... golven water komen de boot in. Er wordt geschreeuwd, geduwd... de buitenboordmotor wordt aangetrokken. Dan komt de hele boot los van het strand en schieten we naar voren... omhoog... omlaag... hoog, hoog omhoog en dan weer neer. En dan wordt het rustig... Kalm gaan we op en neer... we varen... en ik zit braaf op mijn bankje.
Zij staan.
Ik kijk omhoog, recht in hun grijnzende gezichten. Hun blik voorspelt weinig goeds.
Na een minuut of tien varen stoppen we bij een geïmproviseerde boei. Hij wordt binnen gehaald en het net wat er aan vast zit wordt binnenboord gehesen. Meter voor meter trekken de vissers de boot langs het net verder de oceaan op. De vissen die zich tussen de mazen hebben verstrikt worden losgewrikt. Er zit van alles tussen... horsmakreel, zeebaars, tong, langousten... Hoewel de zee vlak lijkt gaan we behoorlijk heen en weer... links, rechts, hoog, laag. Zij blijven staan, op de smalle bankjes en houden hun evenwicht, hoe erg de boot ook heen een weer gaat. Ze blijven verticaal ten opzichte van de horizon. Hun benen zijn van elastiek, alles in hun lijven scharniert. Ik niet. Ik zit braaf op mijn bankje en wordt ziek.
Twee foto's maak ik in de anderhalf uur dat we op zee zijn. En dan zetten de mannen me weer terug op het strand. Ze hebben de grootste lol want ik ben ziek. Alles draait. Ik wil kotsen maar kan het niet. Mijn hoofd, mijn maag, mijn lijf, alles draait... zeeziek... zo zeeziek.

Dick en Els
Dick en Els

Op het strand in Abené

"Hoe was het?"
"Verschrikkelijk!"
"Hoezo?"
"Zeeziek... heel erg zeeziek..."
"Nog steeds?"
"Het gaat maar heel erg langzaam over. Het voelt als een likeurkater. Beroerd dus."
"Jammer... was het niet leuk?"
"Leuk... leuk... leuk... ik was al na vijf minuten ziek en pas na anderhalf uur hebben ze me weer op het strand gezet..."
"Jôh... en hebben jullie nog wat gevangen?"
"Nou, dat stelt niks voor hoor... zo'n net leeg binnen halen en weer uit zetten."
"Goh..."
"En jij... ben je nog wat opgeschoten?"
"Nou nee... ik heb ook wat meegemaakt!"
"Wat dan?"
"De school is afgebrand..."
"Afgebrand..."
"Ja, helemaal afgebrand..." ze kijkt ernstig. "Zullen we wat gaan eten?"

Onderweg naar het restaurant vertelt Els wat er die ochtend is gebeurd. Dat Lamin weg moest om te gaan kijken bij het huis dat er voor hem gebouwd werd... een uurtje maar. En dat hij instructies had achtergelaten hoe Alexandra en Els de wadjan met gloeiende was van de houtskoolstoof moesten verwijderen wanneer deze ging walmen en dus te heet werd. En dat dat niet ging...
"Lamin die pakt die schaal gewoon met zijn blote handen beet... die heeft zeker vuurvaste vingers ... maar toen wij dat probeerden toen was die schaal gewoon veel te heet... er was ook nergens iets te vinden wat we als pannenlappen konden gebruiken... en die schaal ging steeds meer walmen."
Het was misgegaan toen ze een laatste poging waagden om de schaal van het vuur te halen. Een scheut van de vloeibare was ging over de rand heen en vatte vlam... vlam in de pan!
"Nou, toen stond die pan dus in de fik... en toen zeiden we tegen elkaar 'laten we er maar niets meer aan doen, laat het maar gewoon uitfikken, het kan geen kwaad', en toen hebben we de spullen van Lamin van de wand gehaald en zijn er maar bij gaan zitten... het zou van zelf wel uit gaan ja toch?"
"Maar er zit toch heel erg veel was in die pan, zoiets kan wel uren duren..."
"Zover is het niet gekomen... want toen een van de vrouwen zag dat die pan in de fik stond begon ze te gillen. Een jongen heeft toen een grote schep zand in de pan gegooid waardoor er een flinke golf was over de rand ging, dat vloog natuurlijk ook in de fik. Eigenlijk was er toen nog niets aan de hand hoor. We hebben toen wel meteen de rest van de lappen en kleding weggehaald maar er was nog niets aan de hand. Er kwamen wel allemaal mensen omheen staan en er was wel paniek... maar er was nog niks aan de hand. Maar toen kwam er ineens iemand met een emmer water. Die gooide dat in het vuur en toen had je moeten zien... het leek we of de boel explodeerde! Een enorme steekvlam schoot omhoog en meteen stond het dak in de fik en ook de takken van de boom begonnen te branden en die muren die stonden in brand... het gebeurde in een ogenblik."
"Nou, en toen?"
"Toen begon iedereen met blussen... ze gooiden met zand en sloegen met takken en tokken de muren om en toen was het binnen een paar tellen voorbij... de hele school was afgebrand!"

Els vertelt verder van Lamin. Hoe bezorgd hij was geweest toen hij hoorde dat er brand was en dat hij als eerste naar Els en Alexandra gevraagd had. Dat het leek alsof zijn school hem niet zoveel interesseerde maar het welzijn van de vrouwen wel. Ontroerend dus. Ze vertelt hoe de vrouwen van het dorp meteen aan de slag gegaan zijn om de rotzooi op te ruimen en dat een uur later de timmerman was komen kijken hoe de boel weer opgebouwd kon worden, welke materialen opnieuw gebruikt zouden kunnen worden en wat er nieuw moest komen.

Die avond eten we vis. Na het avontuur op zee heb ik twee enorme zeebaarzen mee mogen nemen. Als pleister op de wonde. Die zijn in de keuken verwerkt tot een fantastisch maal. Gelukkig voel ik me beter. Els en Alexandra ook... ze vertellen in geuren en kleuren hoe er vanmiddag binnen een paar uur een nieuwe school gebouwd is. Een school die er veel beter uit ziet en groter is dan de vorige.
"Ja, en telkens komen er mensen langs en die zeggen dan: 'Gôh, mooi Lamin... dat had je veel eerder moeten doen'... hij is er gewoon ontzettend op vooruit gegaan."
"Batikschool Phoenix!"


Dick en Els
Batikschool Phoenix twee werken van Lamin

Dick en Els
Onderweg naar Bandjikaki Op het strand van Abené