Opzwepende trommels, dansende vrouwen, stoere krijgers en een bosgeest

Het dorpsfeest van Bandjikaki

Dick en Els

In Bandjikaki wordt vanmiddag feest gevierd... een enorm feest. De kraamkliniek in het dorp heeft dankzij een gift van de Sittardse Rotaryclub een vrieskist kunnen aanschaffen die op zonne-energie werkt en vanmiddag is de feestelijke ingebruikname. Le inauguration du grand frigo. Het is vijf kilometer fietsen naar het dorp waar, als we er binnen rijden, niets te merken is van voorbereidingen voor het geweldige feest wat er een uur later moet gaan beginnen. Helemaal niets. Een dorp zoals we er al zoveel hebben gezien... lemen hutten, strooien daken... rondscharrelende kippen... kinderen... 'loeloem... loeloem'. Er is niets aan de hand.
Na een paar keer vragen staan we voor het gebouwtje van de maternité. Een paar mannen hangen schijnbaar verveeld tegen het hek dat rond het pleintje staat.
"Oui, oui... le grand frigo... c'est ici... oui... oui"
"La fête... cet après-midi?"
"Oui... ici..."


05-02-1999 naar Diouloulou 21 km 12856 km
Els heeft ontdekt dat er in het dorp een naaiatelier is en wil haar batikdoeken laten zomen. Ze verdwijnt en keert even later terug om een fototoestel te halen. Ik blijf achter bij de mannen. Ze tonen me de frigo. Ik krijg ook een rondleiding in het kraamcentrum... het is leeg. De conversatie verloopt moeizaam omdat geen van de mannen Frans spreekt. Op zich is dat geen beletsel want ik spreek het ook niet maar toch... Wanneer Els er bij zou zijn dan loopt zoiets beter. Zij kent de woordjes en ik doe er de gebaren bij. Samen spreken we Hints, een universele taal die overal begrepen wordt.
Ik wordt op mijn rug getikt. Of ik mee wil komen... er is daar iets aan de hand wat ik moet zien. Buiten klinkt gegil. Kinderen vluchten weg of staan verscholen achter bomen. De blikken van de mannen zijn naar het midden van het plein gericht. Daar staat, in een stofwolk, een figuur. Zijn hoofd lijkt op dat van een wolf maar vanwege de hoorns ook op dat van een stier. Het lijf is bedekt met dierenhuiden en bont. Het zwaait met twee stokken. Wanneer ik op de figuur af loop om foto's te maken wordt ik tegen gehouden... Géén foto's! Het is een bosgeest... die wil niet gefotografeerd worden... geen foto's! Vanaf de overzijde van het plein komen nog meer mannen aangerend die boos worden... géén foto's. De figuur verdwijnt in het bos. Het wordt weer stil.

Even later arriveren er een paar auto's. Het zijn de Nederlanders uit Abéné. Een grote delegatie. Behalve de schilders zijn ook Adri en Thomas meegekomen. En met Thomas is zijn hele hofhouding meegereisd. Zijn tweede vrouw en tenminste acht rasta's. Terwijl het blanke deel van het bezoek naar het dorpshuis wordt geleid blijven zij achter in de auto's. Bob Marley gaat voluit, rook stijgt omhoog.
De burgemeester gaat ons voor door het volkstuincomplex en de kwekerij, we zien het naaiatelier en daarna worden we uitgenodigd voor de maaltijd. In het dorpshuis staan salades klaar en wordt er een barracuda gegrild. De eersten die aan tafel zitten en de schalen plunderen zijn de kompanen van Thomas. Een pijnlijke situatie. Jan en Ton, het echtpaar waar dit voor bedoeld is, staan er een beetje verloren bij. Het wordt nog vervelender wanneer Adri in een korte toespraak de eer van de dorpsbewoners naar zich toe trekt door de veronderstelling dat zij dit allemaal geregeld heeft... pijnlijk. Jan en Ton hebben te veel klasse om zich hier wat van aan te trekken. Zij zijn hier niet voor zichzelf.
Later, tijdens de officiële ingebruikname van de frigo houdt Jan een leuke toespraak. Hij is ervaren en doet het leuk. Adri zit er verloren bij. Thomas en zijn tweede vrouw hangen verveeld en ongeïnteresseerd onderuit. Ik erger me.

En dan barst het feest los. Op het grote dorpsplein wordt een grote kring gevormd waar in een hoek muzikanten staan. Er is een saxofonist en een stuk of wat djèmbé-spelers met grote en kleinere trommels. De vrouwen van het dorp slaan ritmisch op stukken hout en ijzer. Het is een enorme opzwepende herrie. In de kring dansen vrouwen. Hun benen gooien ze hoog in de lucht. Stof waait op. Hun dansen lijkt op paardrijden. Hun armen bewegen ze alsof ze teugels vasthouden en met hun benen lijken ze een paardendraf na te doen... hoger... sneller. Het is een fantastisch kleurenfeest waar we helemaal in mee gaan.
In een andere hoek van het plein maken de mannen zich gereed om te gaan dansen. De jonge mannen uit het dorp zijn allemaal verkleed. Ze dragen strooien rokjes en kleurige kettingen. Op hun hoofd dragen ze een veren tooi en hoorns. Geel, rood, blauw, groen. Andere mannen zwaaien met houten messen en drinken uit flessen waarin kruiden zitten. In deze hoek van het plein hangt een mysterieuze spanning.

Dan komt de mannenstoet in beweging en gaat langzaam de kring binnen waarin de vrouwen dansen. De jongens voegen zich bij de meisjes en ook zij beginnen nu met hun opzwepende gedans. Hun benen gaan omhoog, nog hoger. De lucht vult zich met stof.
De drank die de mannen drinken maakt onschendbaar... na een paar slokken van het goedje kun je jezelf met messen proberen te snijden of te steken... er vloeit geen bloed. Om hun onschendbaarheid te tonen maken ze overdreven snijbewegingen op hun armen, benen en buik. Er gebeurt niets... een wonder. Sommige mannen gaan zelfs zo ver dat ze in hun tong proberen te snijden... een spektakel.
Dan verschijnt ook de bosgeest weer... de kinderen in de kring stuiven weg en verschuilen zich achter hun ouders. Een paar minuten lang jaagt de figuur iedereen de stuipen op het lijf. Dan verdwijnt het weer tussen de struiken.
Het feest duurt uren... onvermoeibaar gaan ze door... dansend, springend, joelend. Telkens opnieuw komen er nieuwe dansers in de kring. Ze worden aangemoedigd en wanneer ze te ver gaan en hun hart op hol dreigt te slaan worden ze door omstanders overmeesterd en afgevoerd. Om even later opnieuw de kring in te gaan. Els en Judith raken ook in de ban van het ritme en staan samen te dansen onder luide aanmoedigingen van de dorpelingen. De leider van de schildercursus loopt gearmd met het dorpshoofd. Op zijn gezicht heeft hij een gelukzalige glimlach. Hij is verliefd.
In de berm staan twee auto's vol met rasta's. Bob Marley zingt nog steeds. Iedereen is stoned. Thomas hangt slap tegen een boom en steekt twee vingers op.

Dick en Els
In Bandjikaki wordt vanmiddag feest gevierd... een enorm feest

Dick en Els
In de kring dansen vrouwen. Stof waait op... ...en hun benen gooien ze hoog in de lucht.

Dick en Els
De jonge mannen uit het dorp zijn allemaal verkleed.
De drank die de mannen drinken maakt onschendbaar, zo gaat het gerucht.
Na een paar slokken van het goedje dreigen ze zichzelf met messen te snijden of te steken... er vloeit geen bloed.

Dick en Els
Ze dragen strooien rokjes en kleurige kettingen. Op hun hoofd dragen ze een veren tooi en hoorn.