Corrupte douanebeambten... in Gambia? Nee toch?

Gedonder aan de grens

Dick en Els

Op het marktplaatsje van Diouloulou eten we ons ontbijt. Brood met chocoleca en een beker slappe koffie. Op het pleintje hangt, net als overal in Senegal, een prettige en ontspannen sfeer. Vandaag rijden we terug naar Gambia en we hebben daar gemengde gevoelens over. Na een week niets doen hebben we erg veel zin om weer te gaan fietsen maar na onze eerdere ervaringen zien we er een beetje tegenop om weer naar het gehustle en gebedel terug te moeten keren. Zeker na zo'n heerlijke week in Abéné.


06-02-1999 naar Serekunda (Gambia) 58 km 12914 km
Maar, ook Senegalezen kunnen vervelend zijn. Dat merken we wanneer we vijftien kilometer verderop het land willen verlaten en langs een politiepost komen. De dienstdoende beambten, die in niets als douaneambtenaren te herkennen zijn, behandelen ons als grof vuil. Wanneer er dan nog naar de eigendomspapieren van onze fietsen gevraagd wordt ontplof ik bijna. Els moet er aan te pas komen om de boel weer met diplomatie te redden. Ik heb hier een grote afkeer van en verlaag me niet tot dit soort gelijm en geslijm.
Tien kilometer verderop arriveren we bij hun Gambiaanse collega's. In het gebouwtje is het druk en er hangt een gespannen sfeer. Vier mannen, Ghanezen, wordt de toegang tot Gambia geweigerd. Wanneer ze een behoorlijk bedrag betalen mogen ze wel door. Eén van de vier mannen onderhandelt met twee politieagenten over de hoogte van het bedrag. De anderen kijken van een afstandje gelaten toe. Ze kunnen niets doen, hebben geen enkele keuze.
Van achter een bureau wenkt een jonge man me naderbij te komen. Bars vraagt hij me om onze paspoorten. Hij bladert er lang in. Wanneer hij ziet dat onze toeristenvisa nog een aantal dagen geldig zijn vraagt hij wanneer we van plan zijn Gambia te gaan verlaten. De twee dagen die we er nog willen doorbrengen vallen binnen de geldigheidsduur. Hij is zichtbaar teleurgesteld. Dan legt hij de paspoorten terzijde en gaat iets anders doen. Ik blijf braaf wachten. Na een paar minuten vraag ik aan de man die naast hem staat wanneer ik onze paspoorten terug krijg.
"If you give the man his money he will give them back immediately" is het antwoord.
"Pardon me sir, I don't understand this, can you please repeat this?"
"If you pay the man his two hundred dalassi you will get your passports back!"
"This is my second entry in the Gambia mister. I did not need to pay to enter the first time"
"This time you need to pay."
"Why?"
"Because this man is working for you. Everybody needs to get paid for his job, you know, we do as well. What is your job?"
"I am a journalist"

Even is het stil in het gebouwtje en dan ontstaat er een behoorlijke paniek. De Ghanezen worden naar buiten gestuurd. In hun eigen taal overleggen de mannen met elkaar. Het zijn er een stuk of zes, zeven merk ik nu. Drie mannen in uniform, drie zonder uniform en een vrouw. De toon waarop ze met elkaar spreken wordt steeds luider. Er wordt naar buiten geschreeuwd, waar ook nog een aantal mannen staan in een andere kleur uniform.
Een jonge man in spijkerbroek en een baseball-cap op gaat voor me staan, zet een brede borst op en vraagt bits "What do you write about?" Zijn gezicht is nauwelijks vijf centimeter van het mijne verwijderd.
Ik veeg zijn spuug van mijn gezicht en kan een triomfantelijke lach niet onderdrukken... "About these things the things I see right here."
Weer wordt er van alles geschreeuwd in een taal die ik niet kan volgen. De mannen zijn boos en in paniek. Ik zie de bui al weer hangen. Het lijkt me beter wanneer Els het nu gaat overnemen. Zij is in deze situaties meer plooibaar dan ik.
Ik loop naar buiten. Els is in een vrolijk gesprek verwikkeld met een man in een blauw uniform.
"Het gaat fout binnen. Het lijkt me beter dat jij het even van me over neemt" onderbreek ik het gesprek.
"Wat is er aan de hand?" vraagt ze bezorgd.
"Ze willen geld, tweehonderd dalassi, en ze zijn nogal boos dat ik schrijf".
In het gebouwtje is het inmiddels bijzonder onrustig geworden. De vier Ghanezen staan angstig met hun bagage bij de taxi te wachten op wat er verder gaat gebeuren. Binnen is er ruzie.
Els loopt naar binnen en krijgt te horen dat ze 'a very bad husband' heeft 'who is making problems'. In allerlei toonaarden wordt haar uitgelegd dat zij heel goed betaald krijgen en dat ik de waarheid moet schrijven "He must write about the truth you know... These journalists are always turning things around and never telling the truth." Ze staan met z'n allen om Els heen en praten druk door elkaar heen.
Wanneer ik door de deuropening kijk en naar binnen wil stappen komt de jongen met de baseball-cap driftig in mijn richting. In zijn arm draagt hij het enorme register waar hij kort daarvoor nog zat te schrijven. Ruw duwt hij me naar buiten. "You can not come in here... you have walked out and now you cannot come back in... we are dealing with your wife now".
De man is ontzettend boos. Aan alles merk ik dat hij me het liefst te lijf zou willen gaan. Nu staat ook de man in het blauwe uniform op van zijn bankje.
"Open your bags" schreeuwt hij naar me en wijst naar de fiets van Els. "Open your bags, now!".
"Can you please open your bags mister?"
verbeter ik de man op vriendelijke toon...
"Can you please open your bags mister?" herhaal ik mierzoet... "I am a guest in your beautiful country you know, and not a criminal."
Het is olie op het vuur... "Open your bags!"
"I am sorry sir, I can not do this, these are not my things."
glimlach ik hem vriendelijk toe.
"What do you mean..." schreeuwt de man terug "not your things?"
"These things are my wife's things."
"Open them, immediately!"
"I am sorry mister, I cannot do this."

Op dat moment komt Els naar buiten en ik vertel haar wat er aan de hand is. De man in het blauwe uniform wacht niet af en begint nu ook tegen Els te schelden. Hij gaat weer op zijn bankje zitten en eist van haar dat ze haar fietstassen demonteert en voor zijn voeten legt waar ze ze stuk voor stuk zal moeten openmaken. Hij wil alles zien, alles!
Els is stomverbaasd over de grove manier waarop ze geïntimideerd wordt. Eerder hadden ze nog geanimeerd met elkaar staan praten. Ze valt bijna uit haar rol... "Pardon, could you please treat me with a little respect?"
"Open your bags... all... here... now"
Het vuur spuit uit zijn ogen en het schuim staat op zijn mond. Stampvoetend wijst hij gebiedend naar de grond... "All... here... now!"
Ze pakt haar hele fiets op en tilt deze, niet zonder moeite, het stoepje op. "No, not your bike, your bags!" Het gezicht van de man loopt zwart aan.
Ze doet net of ze hem niet begrijpt en zet de fiets voor z'n neus neer. Een tweede man, in sportkleding en een wijde bos rastahaar heeft zich bij het blauwe uniform gevoegd. Ook hij doet zijn duit in het zakje... "Open them NOW!".
Zwijgend doet ze haar eerste tas open... "This is a T-shirt...", "These are a pair of socks...", "These are my underpants..." langzaam en zorgvuldig haalt ze, één voor één haar kleding uit de tas, vouwt elk stuk open, houdt dat omhoog en vouwt het weer op. Na een paar stukjes worden de mannen zichtbaar ongeduldig. Het moet sneller vinden ze. Op dat moment komt er vanuit het douanegebouwtje één van de mannen naar buiten. Ze willen praten, "To explain things." Els verontschuldigd zich vriendelijk tegen de man in het blauwe uniform, vraagt of deze even wil wachten en gaat mee naar binnen. De man richt zich meteen tot mij, begint weer te schelden maar ik besluit hem verder te negeren en loop weg.
Binnen wordt Els tot wel tien keer toe uitgelegd dat het loon van een douanier meer dan voldoende is en dat alles op een misverstand berust. Over de wijze waarop ze het haar duidelijk maken zijn ze het niet eens. De drie uniformen hanteren de diplomatie. De man met de baseball-cap kiest voor een andere tactiek...
"I have two uncles in The Netherlands, you know, and if they will read anything about the Gambia that is not true they will look you up".
"Are you threatening me?" vraagt Els verbijsterd.
"I will see you will never get back to the Gambia again!"
"I think you are threatening me..."

Op dat moment springt er een uniform tussenbeide. "No, please, this man is not threatening you. Please, calm down!"
"Can I have our passports back please?"
"Yes, we are working on it"

En dan verlaat ze het gebouwtje weer om terug te keren bij haar fiets en verder te gaan waar ze gebleven was...
"This, is a pair of bicycle shorts..."
"These are socks..."

Kalm en zich niets aantrekkend van de kokende woede van de twee mannen op het bankje maakt ze één voor één haar tassen leeg en vertelt ze bij alles wat het is en waar het voor dient. Wanneer er een tas leeg is houd ze deze ondersteboven en voordat ze verder gaat met de volgende pakt ze eerst alles keurig netjes weer in. Eindelijk is ze ermee klaar. De tassen gaan weer op de fiets en vriendelijk vraagt ze "Can I go back inside now?"
"No, the other bags too... Open the other bags!"
"I cannot do that. Those are his bags."
antwoord ze en wijst naar mij.
"I must arrest you!"
wendt het uniform zich nu naar mij. De man is woedend.
"Arrest me? Why?"
"You have been lying to me"
"Lying?"
"Yes, you told me that all these things where from your wife. Now she says that this is yours."
Hij wijst daarbij naar mijn fiets.
"No mister, I must correct you... you have asked me to open the bags of the other bicycle and those bags don't belong to me. This is my bicycle and therefore these bags belong to me."
Ik maak de man duidelijk waar hij de verkeerde vragen heeft gesteld, waarop ik de juiste antwoorden heb gegeven. Z'n compagnon wil me aanvliegen "You journalists are always lying, always turning the truth around... you are telling lies!"
"Open these bags NOW!"
schreeuwt het uniform. Speeksel vliegt in het rond.
Op precies dezelfde manier als Els eerder, open ik nu ook - met m'n allerzoetste glimlach - de eerste fietstas. "This, mister, is a pair of black underpants... These are my socks... This here is a singlet, black". Ik word steeds kalmer en ga rustig door de tassen heen. Ook ik ruim eerst alles weer op voordat ik een volgende tas open. Het gaat de mannen duidelijk te langzaam maar ze kunnen er niets aan doen. De rasta staat vlak naast me... hij is woest. Ik verwacht dat hij nu ieder moment zijn geduld zal gaan verliezen en zal gaan schoppen en slaan. Wanneer ik bij de medicijnkit aangekomen ben een ook de pleisters en verbandgaasjes wil laten zien hoeft het niet verder meer lopen ze woedend weg.
Els heeft inmiddels binnen voor de tiende maal gehoord dat alles op een misverstand berust en dat haar man moeilijkheden zoekt door te dreigen over corruptie te schrijven. We moeten duidelijk begrijpen dat er in Gambia geen corruptie bestaat. Gambia is niet zo'n land als bijvoorbeeld Nigeria of als Senegal... dáár is de politie pas corrupt. Gambia is een beschaafd land álle mensen spreken Engels. Eindelijk krijgt ze onze paspoorten terug en nemen we joviaal zwaaiend afscheid van de mannen.
"Als je nog eens wat weet" sist ze me op de fiets toe.
"Els... dit is een schitterend verhaal... toch?"

Dick en Els
De Transgambian ten noorden van Banjul Dezelfde weg maar dan in Senegal

Dick en Els
Baobabs langs de weg tussen Mbour en Dakar Pinda's
Dick en Els
en nog meer pinda's (vlak bij Ziguinchor)


14-02-1999 Rufisque 0 km 13205 km
We hebben een leuke plek op een camping in Rufisque, een paar kilometer buiten Dakar. Daar stappen we om negen uur in Mustafa's taxi, op weg naar Keur Moussa en Lac Retba. We zijn met ons zessen. Drie Japanse fietsers, Yusuke, Shihinzi en Kaoro; Stephan, de Duitse backpacker en wij. In het benedictijner klooster wonen we de hoogmis bij. Het klooster zelf is eigenlijk niet zo interessant hoewel het heel erg mooi beschilderd is. De veertien afbeeldingen van Jezus Christus op de muur achter het altaar. Het bijzondere is dat alle figuren, Jezus, zwart zijn.
Er wordt veel muziek gemaakt en weinig gepreekt. Indrukwekkend en af en toe zo mooi dat we er kippenvel van krijgen. De traditionele Gregoriaanse zang wordt begeleid door zwarte monniken die de Kora, Djèmbé, Sabaa en Tabala bespelen. Die Tabala is een soort bastrommel die gemaakt is van halve kalebas van ongeveer zestig centimeter doorsnede. Deze ligt omgekeerd op de grond. Hij wordt bespeelt met de knokkels en de handpalmen van iemand die er op de knieën achter zit. De abt en de oudste monniken zijn allemaal blank. Dertig jongere monniken zijn allen zwart. We beleven een heel aparte ervaring.
Van Keur Moussa rijden we over een laterietweg naar Lac Retba, een zoutmeer dat ook bekend is als Lac Rose. Het is een meer dat tien keer zo zout is als de oceaan, ongeveer hetzelfde als de Dode Zee. Het opmerkelijke is dat het water roze gekleurd is.
We hebben er een beetje pech. Op het moment dat we er zijn laat de zon verstek gaan en is de kleur van het water niet zo als het zou kunnen zijn. Toch is het indrukwekkend om de manier te zien waarop de zoutwinning hier plaats vindt.

Dick en Els
Lac Retba, een zoutmeer dat ook bekend is als Lac Rose


15-02-1999 naar Casablanca (Marokko) 0 km 13205 km
De fietsen staan ingepakt klaar en alle bagage is gecomprimeerd tot vijf Ortliebtassen en twee rugzakjes. Er is niets anders te doen dan wachten. De beheerder van de camping heeft aangeboden om ons naar het vliegveld te rijden en de hele familie zwaait ons uit.
We komen ruim op tijd op het vliegveld waar we op ons gemak de fietsen verder gereedmaken voor de vlucht en onze laatste CFA's terugwisselen naar Franse francs. Er heerst een onwaarschijnlijke rust. Er zijn in de vertrekhal nauwelijks meer passagiers aanwezig dan op het station van Veenendaal-West op een herfstachtige zondagochtend. Alles verloopt normaal. Er is geen enkel probleem met de fietsen, we hoeven niet bij te betalen voor het overgewicht en de rest van de formaliteiten verlopen ook zonder incidenten. Op het platform staan onze fietsen keurig naast elkaar... alles is nog helemaal in orde. We vertrekken precies om vijf uur... kalm, geruisloos. Onze reis door het donkere gedeelte van West Afrika zit er op.