Wereldfietsers na 75.000 km terug in Katwijk aan Zee

Weer thuis... of toch niet?

Dick en Els

Wanneer je de twee stukken van hun omdewereldfietsreis aan elkaar plakt zijn Dick Verschuur en Els Schaap nu ruim vierenhalf jaar onderweg geweest. Ze trapten door eenenveertig landen en legden daarbij ruim vijfenzeventigduizend fietskilometers af. Op 18 oktober 2003 fietste het stel hun woonplaats Katwijk aan Zee weer binnen. Ze waren thuis... eindelijk. Maar daarna werd het stil. Waarom?
Het is de hoogste tijd voor een interview.


Dick, Els... het is een eeuwigheid geleden dat we iets van jullie gehoord hebben. Het laatste nieuws kwam ­ eind september 2003 - uit Vancouver. Hoe is het jullie daarna vergaan?
Dick:
Vanuit Vancouver zijn we naar Engeland gevlogen, naar het vliegveld Gatwick. Daar zijn we op de fiets gestapt en op ons gemak in twee dagen richting Het Kanaal gefietst. Vanuit Dover zijn we met een veerboot overgestoken naar Frankrijk, naar Calais. Vanuit Calais zijn we vervolgens met een flinke omweg in ruim twee weken naar huis gereden.

Dus jullie zijn niet direct naar huis gegaan?
Dick:
Nee. Hoewel de afstand Calais ­ - Katwijk aan Zee via de LF1 in ongeveer drie dagen te overbruggen is hebben we dat niet gedaan. Die LF1, de Noordzee Fietsroute, is overigens heel prettig en ligt in Katwijk zelfs pal voor onze voordeur. Dus eigenlijk zou het logisch geweest zijn wanneer we gewoon via Oostende, Brugge, Vlissingen, Maassluis en Hoek van Holland naar huis gefietst waren. Maar... de Omweg naar Alaska zou de Omweg naar Alaska niet zijn wanneer de weg terug naar huis ook niet via een grote boog zou gaan.
Dus zijn we vanuit Calais dwars door België gefietst en hebben onderweg vrienden opgezocht in Wevelgem en Opwijk. Vervolgens zijn we in Strijbeek, onder Breda, de Nederlandse grens gepasseerd. Ook daar, in Strijbeek dus, wonen lieve vrienden van ons. Bij hen hebben we een paar dagen gebruikt om onze omweg door Nederland te plannen en om onze terugkomst aan te kondigen bij de bedrijven die ons onderweg gesteund hebben.

Kun je daar iets meer over vertellen?
Dick:
We zijn eerst naar Maarsbergen gereden, naar Birdland, het bedrijf waar indertijd onze tent gemaakt is. De relatie die we met het bedrijf hadden en de manier waarop men ons onderweg heeft bijgestaan was genoeg waard om hen daarvoor persoonlijk te gaan bedanken. Onze Super Nova staat daar nu in de showroom. Iedereen kan daar dus nu gaan kijken hoe een tent eruit ziet die vierenhalf jaar lang vrijwel elke dag en in allerlei weersomstandigheden gebruikt is. We hebben uitgerekend dat, wanneer je zo'n periode omzet naar 'normaal gebruik', onze tent uiteindelijk meer dan vijfenzeventig jaar oud is geworden.
Els: Na ons bezoek aan Birdland zijn we, via allerlei omwegen, langs vrienden in Schoonrewoerd, Capelle aan den IJssel, Nieuwerkerk aan den IJssel, Amsterdam, Haarlem en Noordwijkerhout getrapt. We zijn ook twee dagen in Alphen aan den Rijn geweest, bij de kinderen van Dick. Dat was heel erg leuk. Tenslotte zijn we, aan het eind van de rondrit door Holland, naar Alkmaar gefietst; naar AGU. En vandaar, als feestelijke afsluiter van onze reis, naar Vittorio in Heerhugowaard.

Hoe was dat, bij de Vittorio's?
Dick:
Geweldig natuurlijk! Iedere fietser die een beetje bekend is met het 'Vittoriogevoel' kan zich wel een voorstelling maken hoe je daar dan ontvangen wordt. Ontzettend leuk dus. Iedereen was er! Ton en Anita, Frank en Sonja, Nico en Roos, John, Leo, Dick, Jaap. Het werk wordt meteen stilgelegd en je zit daar dan met z'n allen in de kantine... met koffie, taart en verhalen. Geweldig!
Voor ons was het extra leuk omdat we kennis maakten met Ton en Anita Berkhout, de nieuwe eigenaren van het bedrijf. Die zijn dus net zo enthousiast als Frank en Sonja.

Staan jullie fietsen daar nu ook in de showroom?
Dick:
Niet in de showroom, nee. En ook niet in het Vittoriomuseum. Hoewel we inmiddels ruim 75.000 kilometer op die fietsen hebben afgelegd zijn ze nog in perfecte conditie. Goed... er mist hier en daar een streepje lak en een stuk spatbord. Er zitten wat krassen op en er zal een kettingblad vervangen moeten worden. Van die dingen. Maar dat is dan ook alles. We zouden er, na een servicebeurt, zo weer opnieuw voor een paar jaar op wegfietsen.
Maar... wanneer je er in geïnteresseerd bent hoe een wereldfiets er na vierenhalf jaar en 75.000 kilometer uitziet dan kun je op 5, 6 en 7 maart a.s. naar de Op Pad Beurs komen in Utrecht. Wij staan daar, met onze fietsen, op de stand van Vittorio.

Leuk!
Ja, vinden wij ook. Kom je ook?

Naar de Op Pad Beurs?
Ja...

Dat was ik wel van plan.
Nou, dan kun je daar niet alleen ons maar ook onze fietsen zien. Stand 189.

Om maar bij een cliché te blijven; jullie reden Katwijk binnen... wat ging er toen door je heen?
Dick:
De laatste tien kilometer van onze reis kregen we gezelschap van Paul van de Putte, journalist van de Katwijksche Post. Die fietste met ons mee om 'de emoties op het laatste stukje vast te leggen'. Dat was zó gezellig en we gingen zó op in de vragen die Paul ons stelde dat het helemaal niet tot emoties kwam. Er ging dus niet zoveel door ons heen. Goed, je verbaast je over de kaalslag in de duinen en hoe je woonplaats in zo'n korte tijd kan veranderen. Een nieuw stadshart dat volgepropt is met gebouwen die je foeilelijk vindt. Ieder tiende huis blijkt te koop te staan en iedere vijfde winkel leeg. In je eigen omgeving valt een veranderd modebeeld op. Je ziet een bekend bedrijf met een vernieuwde huisstijl in een ander pand.
Dat je even denkt van... hé, kijk nou eens.
Van die dingen.

En dan rijd je de straat in, naar je voordeur... was er een ontvangstcomité?
Els:
Nee, dat was er niet. Gewoon de sleutel in het slot, twee slagen draaien... klik... en dan naar binnen.

Stond niemand bij jullie huis? Helemaal niemand?
Els:
Nee. Daar verbaasde Paul van de Putte zich ook al over. Die had ook verwacht dat we het leuk zouden vinden om het binnenkomen van ons eigen plekje te delen met slingers en ballonnen, met champagne en het feestgedruis van vrienden en familie. Daar hadden we helemaal geen trek in. Dat moment wilden we juist met z'n tweetjes beleven.
Je moet niet vergeten dat we op onze Omweg door Holland al langsgefietst waren bij hen die we graag wilden zien. Vanaf het moment dat we België binnenreden zijn we drie weken lang in het gezelschap van vrienden of familie geweest.

OK, dan ben je thuis... wat dan?
Dick:
Dan loop je een beetje vervreemd rond door het huis waarin je zoveel jaren hebt gewoond. Je verbaast je erover dat alles nog hetzelfde ruikt als toen je wegging en dat alles nog op precies dezelfde plek staat. Je gaat voor het eerst weer op je eigen stoelen zitten, aan je eigen tafel, kijkt door het raam naar buiten en stelt vast dat er- op wat details na ­ aan het uitzicht niet zoveel veranderd is. Je ziet buren door de straat lopen... die zijn ouder geworden, grijzer, dikker en dragen andere kleding.
Vervolgens begin je voorzichtig en nieuwsgierig aan een soort ontdekkingsreis door je eigen huis. Bij alles wat je ziet voel je de herinneringen boven komen. In laden en kasten ontdek je allerlei vergeten niemendalletjes die ondergesneeuwde gevoelens oproepen. Je gaat voor je boekenkast staan en kijkt naar dat wat je gelezen hebt of nog niet. Daarbij stel je jezelf de vraag waarom je ooit zoveel hebt vergaard, waarom je ooit zoveel hebt nodig hebt gehad. Want... vierenhalf gelukkige jaren op de fiets leef je samen uit de inhoud van tien tassen en hier thuis heb je een zeecontainer vol rompslomp nodig.

Els: Ik weet nog dat we onze eerste CD draaiden... Lamento Negro van Susana Baca. Daarop staat het nummer Te Quiero. De tekst van dat nummer is een gedicht van Mario Benedetti en is zo'n beetje het motto van onze reis geweest:

Si te quiero es porque sos
Mi amor mi cómplice y todo
Y en la calle, codo a codo.
Somos mucho mas que dos
Toen we dat hoorden kregen we het allebei toch wel een beetje moeilijk.

Dick: De volgende dag zijn we begonnen met het uitpakken van alle spullen die we onderweg naar huis gestuurd hadden, het sorteren van de post van drieënhalf jaar (een bananendoos vol brieven en aanzichtkaarten) en van de dia's. Dat bleken er twaalfduizend te zijn.
Intussen pak je de fietstassen uit en berg je vol weemoed de spulletjes op zolder. Je voelt tranen opwellen bij het contrast van een gebutst kampeerpannensetje en een geblakerde MSR brander op een strak aanrecht.

Els: Vrijwel meteen begon onze agenda vol te lopen. Verbijsterend hoe snel dat gebeurd. Je hebt degenen van wie je houdt jaren niet gezien en daar wil je tijd mee doorbrengen... en zij met jou. Je wilt meer dan zo maar een avondje want je zoekt de diepgang in elkaar. Dus... binnen een vloek en een zucht waren alle weekenden van drie maanden volgeboekt met bezoekjes van en aan vrienden. Door de week eet je de ene avond bij die en de andere avond bij die. Bovendien hebben we tijdens onze reis nogal wat nieuwe namen in onze agenda bijgeschreven. Nieuwe vrienden die we onderweg ontmoet hebben en waar we ook onze dingen mee willen delen. Geweldig leuk, maar ook heel vermoeiend.
Overdag, thuis, probeer je het dagelijkse leven op de rails te zetten. Je komt bij de groenteboer de mensen uit de straat weer tegen. Je schudt handen, ziet hoe hun gezichten veranderd zijn, hoort de nieuwtjes uit de buurt, wie er gestorven is en wie nog leeft.
Het was verbazend dat ik in de eerste maand nadat we thuisgekomen waren op straat door zoveel mensen werd aangesproken . Wildvreemde mensen kwamen naar me toe, begonnen een praatje, stelden vragen over onze reis en over fietsen. Dat kwam omdat Dick tijdens de laatste twee jaar van de reis maandelijks een halve pagina in de plaatselijke krant, De Katwijksche Post, gevuld heeft met verhalen en foto's. Die stukjes, die overigens geen enkel doel dienden, werden dus veel gelezen. Ik vond dat heel erg grappig, die onverwachte aandacht.

Dick: Veel tijd gaat ook stuk aan het ordenen en archiveren van de foto's en de dia's die we onderweg gemaakt hebben. Ga maar na: Toen we thuis kwamen lagen daar behalve die twaalfduizend dia's ook nog ruim zesduizend digitale foto's. Voordat je alleen die dia's allemaal één keer gezien hebt ben je vierentwintig avonden verder. Dan spreek je over vijfhonderd dia's per avond... gewoon één keer zien. Flits, flits, flits. Daarna moet je dat ordenen en archiveren en er een zoeksysteem in aanbrengen omdat je selecties wilt maken. Een deel weggooien, de rest nummeren, omschrijvingen aanbrengen in een database. Zoiets kost maanden. Dat is bijna een levenstaak. Pas wanneer je daar mee bezig bent realiseer je pas hoeveel tijd dat gaat kosten. Je ziet dan ook de zinloosheid van het fotograferen in... dat alle tijd die je nodig hebt om die beelden te ordenen afgaat van 'leef'tijd.

Els: Dick besloot om al z'n dia's in te scannen. Op een volle werkdag, van 's morgens zeven tot 's avonds elf, deed hij er zevenhonderd. Inscannen... stofjes corrigeren... bijwerken... wegschrijven op cd's. Nu staan daar dus ruim zestig cd's met dia's.

Daarmee vul jij inmiddels je dagen, Dick?
Daar lijkt het wel op, ja. Ik heb m'n Brooks zadel verruild voor een bureaustoel en m'n horizon voor het scherm van mijn Mac. Mijn wereldbeeld bestaat uit de interface van Adobe Photoshop. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zit ik achter m'n bureau. Ik eet een boterham, drink koffie en werk door. Het lijkt op een suffe baan en ik vraag me dagelijks af wat ik eigenlijk aan het doen ben. Daarover kun je filosoferen.

En jij Els, wat heb jij gedaan?
Ik ben, na een week of vijf, eens op zoek gegaan naar een baantje. Nou... dat viel beslist niet mee. Uiteindelijk heb ik wel iets gevonden maar dat is niet in een veld waarin ik ambitie heb carrière te maken. Ik werk nu in een instelling voor verstandeijk gehandicapten. Op dit moment is dat heel leuk en bevredigend maar het is niet iets voor de rest van m'n leven.

Inmiddels zijn jullie nu drie maanden thuis, maar jullie geven nog niet echt de indruk dat jullie weer 'gesetteld' zijn. Klopt dat, of vergis ik me daarin?
Dick:
Ja, dat klopt. Het wil niet echt vlotten. We zijn behoorlijk stuurloos. Letterlijk en figuurlijk. Het kost veel moeite om de emoties te verwerken die gepaard gaan bij het weerzien met iedereen. En... het leven in deze maatschappij blijkt veel gecompliceerder en kost veel meer energie dan het leven onderweg. Bovendien is het netto rendement van al die dagelijkse inspanningen behoorlijk veel lager dan dat van een simpel leven in een tunneltentje. Je spant jezelf voor het grootste deel van de dag in om 's avonds moe voor de tv neer te zakken zonder dat je tijd over houdt voor leuke dingen. Dat motiveert niet. Het grote contrast van dat toekomstbeeld met dat wat we nu vierenhalf jaar gedaan hebben veroorzaakt een diep zuchten.
We kunnen ook niet zeggen dat het leven er in Nederland nu leuker op geworden is. Heb je wel eens geprobeerd om iemand aan de telefoon te krijgen... bijvoorbeeld bij de kabelexploitant of je ziektekostenverzekeraar? Dan wordt je doorverbonden naar een callcenter in Hengelo of zo, waar je eerst door een keuzemenu met dertig mogelijkheden moet worstelen om er aan het eind van die mogelijkheden achter te komen dat jouw keuze er niet bij zit. Vervolgens kun je doorverbonden worden met een echt persoon maar moet je wel eerst 45 minuten naar muziek van Lionel Ritchie luisteren... à 10 eurocent per minuut.

Is dit, om maar weer op bekend terrein te komen, de allerlaatste Fietskoerier?
Dick:
Ja en nee. Weet je, aanvankelijk hadden we het plan om onze eerste reis, die van Katwijk naar Timboektoe en terug, na onze thuiskomst ook op deze manier te publiceren. Omdat jullie dat zo leuk vonden. Maar... daar hebben we helaas geen tijd voor. Het maken van één Fietskoerier kost drie lange werkdagen. Dat retourtje Timboektoe was dertien maanden en dat zou in zeven of acht Fietskoeriers kunnen. Dat is vierentwintig dagen werk. Die dagen hebben gewoon niet. Bovendien hebben we ook geen webruimte meer.

Geen tijd meer?
Dick:
Nee... geen tijd meer. Om terug te komen op je vorige vraag: dit is wel de laatste Fietskoerier over onze Omweg naar Alaska maar we hopen wel terug te komen met een nieuwe serie.

Een nieuwe serie? Vertel!
Els:
We hebben plannen. Inmiddels hebben we ruim vierenhalf jaar door de wereld gefietst. Met veel plezier, dat mag duidelijk zijn. In die vierenhalf jaar hebben we genoten van de prachtige uitzichten, van mooie passen en van geweldige afdalingen. We hebben gekampeerd tussen kariboe's op de toendra, in nooit ontdekte bossen, op de oever van een bladstil meer in de Chileense Andes, en onder de wiegende palmen van Caraïbische stranden. We hebben onze matjes uitgerold in het Saharazand en op het dek van een wrakke vrachtboot op de Niger. We hebben gastvrijheid gevonden in de overdadige luxe villa's in de USA en in karige strohutten in de Sahel. Die vierenhalf jaar fietsen zijn ­ kortom ­ de gelukkigste jaren van ons leven geweest.

Dick: Maar... behalve alle avonturen die we hebben meegemaakt tijdens die twee lange fietsreizen hebben we ook vaak kunnen zien hoe ongelijk het in de wereld verdeeld is.
Als Nederlandse wereldfietsers hebben we de ruimte, de vrijheid en het budget om te kunnen reizen. We hebben de luxe om te kunnen kiezen. Terwijl dat juist in die gebieden waar wij zo graag willen fietsen vaak niet het geval is.
Wanneer je bijvoorbeeld geboren bent in Mali of in Senegal, op de Boliviaanse altiplano of in een vergeten bergdorp in Guatemala en je ouders kunnen geen schoolgeld betalen, dan heb je niets te kiezen. Helemaal niks. Dan heb je niet eens een kans. Dan houdt je toekomst, nadat je een beetje hebt leren lezen en schrijven, op. Dan ben je kansloos en dan blijft er meestal niets meer over dan voor de rest van je leven met een tak in je hand achter een kudde magere geiten aan te lopen.
Als fietser kom je zo'n kind dan tegen, je lacht vriendelijk, maakt er een foto van en je rijdt weer door.
Zo gaat dat.
En thuis vindt men dan dat je van die mooie, van die aandoenlijke, foto's gemaakt hebt.
Tja...
Op die momenten spreekt dan, zo af en toe, bij ons toch het geweten.
Dan denk je na... dat je eigenlijk toch iets zou moeten doen.
Maar wat?
En dus fiets je weer door.

Dat klinkt niet erg vrolijk.
Dick:
Nee. Maar gelukkig zijn er ook mensen die zich het trieste lot van deze kinderen aantrekken en daar, vanuit hun hart en met heel hun ziel en zaligheid, wel iets aan doen. Die mensen zijn wij op onze omzwervingen gelukkig ook tegengekomen. Mensen, vaak jong nog, die hun luxe thuissituatie eraan geven om ter plekke een verandering in een kinderleven te bewerkstelligen. Mensen die, vanuit zichzelf en zonder hulp van grote, logge liefdadigheidsorganisaties, een project starten.
Mensen die iets doen.
Mensen met, zoals dat heet, een roeping.
Op die momenten spreekt opnieuw, en vaak veel harder nog, bij ons het geweten.
Zo van: 'zij doen het toch maar' en dan voel je jezelf soms heel erg klein worden.
Dan denk je na... dat je eigenlijk zou moeten meehelpen.
Want... je hebt tijd... en in je fietstas heb je soms genoeg geld om zo'n project een jaar lang te financieren of zelfs, wanneer je eerlijk bent, genoeg om al de kinderen van zo'n dorp door de middelbare school te helpen.
Waardoor ze tenminste een kans hebben.
En toch fiets je weer door.
Maar... bij ons bleef het knagen.
Dat er toch iets niet klopte.
Dat je, zelfs als fietser op een strak budget, niet zomaar freewheelend door deze landen kunt gaan en thuis, in vrijblijvendheid, je foto's kunt laten zien.
Want... welk doel dient dat?
Dat je kunt laten zien hoe ver je kunt fietsen?
Kunt afzien?
Of dat je zo mooi kunt fotograferen?

Els: Ons geweten zat ons steeds dwarser en allebei waren we van mening dat we best iets konden gaan doen.
Maar wat?
Al fietsend door Zuid en Midden Amerika is bij ons uiteindelijk het plan ontstaan om tenminste één jaar van ons leven volledig te geven aan de scholing van kinderen in de derde wereld.
Want wij geloven dat kinderen met een opleiding een kans hebben.
Een kans om meer te worden dan geitenhoeder.

Wat is precies jullie plan?
Dick:
Wij willen, vanaf 4 september 2004 t/m 3 september 2005, op dezelfde manier door Nederland gaan fietsen als hoe we door die veertig andere landen gefietst zijn. Twee fietsen, een set tassen, kampeerspullen, een tent. Op precies dezelfde manier zoals al die andere wereldfietsers door de wereld gaan willen wij twaalf maanden lang door Nederland trappen.
Van Dinxperlo naar Bovenkarspel, van Bennekom naar Oss, van Kloosterhaar naar Enschede, van Veenendaal naar Emmen, van Goes naar Nieuwerkerk aan den Ijssel, van Den Bosch naar Enzovoort.
Herfst, winter, lente, zomer.
Tijdens die reis door Nederland willen we dialezingen geven over hoe het is om op de fiets rond de wereld te trekken. We gaan met ons verhaal bij zoveel mogelijk regionale en plaatselijke kranten en dagbladen langs, we kloppen aan op de avonden van de Lions en de Rotary en doen sponsordagen bij fitnessclubs waar we spinning marathons opluisteren.
We fietsen mee met de Drentse Rijwielvierdaagse en de LAURA in Alphen aan den Rijn.
We staan met onze tent en fietsen op de FietsRai, op de ANWB Tentenshow, de Fietsvakantiebeurs en op de Op Pad Beurs.
Een heel jaar lang, twaalf maanden, door weer en wind, dag in dag uit, van hot naar her.
Tijdens dat jaar willen we geld inzamelen en dat geld willen we besteden om een flink aantal van die kleine en kansrijke projecten een financieel rugwindje te geven waardoor er een aantal kinderen een kans op een betere toekomst krijgen.
Dat is ons plan.
Omdat de mensen die daar zomaar een deel van hun leven geven om het verschil te brengen in de toekomst van die kinderen, de mensen die het wél doen, geen tijd hebben om hier aandacht te vragen voor hun nood. Die mensen doen daar wat ze kunnen, maar kunnen er niet weg.
Dat gaan wij dus doen.

Dat klinkt geweldig.
Els:
Ja, dat klinkt inderdaad geweldig en we hebben er ontzettend veel zin in. We hebben voor dat doel een stichting opgericht... Stichting Klein Verzet. Klein omdat we ons op de sponsoring van kleine projecten gaan richten. We hebben namelijk gezien dat het rendement van kleine projecten vele malen groter is dan dat van grote organisaties , dat de bevlogenheid van de mensen die zelf een project opstarten veel meer uit het hart komt en dat daar met veel meer liefde gewerkt wordt. In grotere organisaties verdwijnt verreweg het grootste deel van de fondsen in de instandhouding van de organisatie zelf. En wanneer je ziet waar die molochs zich ter plekke soms mee bezig houden dan schieten ook vaak de tranen in je ogen.
Vandaar dus klein. We gaan niet zelf een project starten, we gaan geld ophalen om daarmee de projecten te steunen die door deze mensen gerund worden. Kleine projecten die vaak ­ met een beetje meer middelen ­ nog succesvoller kunnen zijn.
Deze mensen verzetten bergen werk.
Vandaar dus: Stichting Klein Verzet.
Want met een klein verzet kom je elke berg op.

Kunnen jullie voorbeelden geven?
Dick:
Neem bijvoorbeeld het project van Jolanda van den Berg en Titus Bovenberg. In 1997 vertrok Jolanda naar Cusco in Peru, met de bedoeling zich daar te vestigen en iets te gaan doen voor de straatkinderen in die stad. Ze huurde er een kamer, ging op Spaanse les en sloot vriendschap met een schoenpoetsertje die ze in huis nam en waarvoor ze ging zorgen. Zij nam, vanuit haar hart en met eigen middelen, het initiatief om het verschil te maken in een kinderleven. Dat initiatief is inmiddels uitgegroeid tot een schitterend project. Wanneer je daar meer over wilt weten moet je maar eens kijken op www.ninoshotel.com
Els: In Teculutan, in Guatemala logeerden we bij Chad en Cheri Hacker, een jong Amerikaans stel dat daar een kinderdagverblijf opgezet heeft waar de kinderen van ongehuwde moeders scholing krijgen, maaltijden en waar ze kunnen douchen. Gratis. De moeders hebben daardoor op hun beurt de handen vrij om te gaan werken... waarmee ze een bestaan kunnen opbouwen. De kinderen krijgen scholing. Met dat wat ze leren hebben ze later een grotere kans om voor zichzelf te zorgen. Chad en Cheri doen dit vanuit hun levensovertuiging. Vanuit zichzelf, vanuit hun hart. Daarom hebben ze succes. En met een heel klein beetje steun kunnen ze doorgaan.
Dick: In Kanchipuram, India, is er het Kattaikuttu project. Dat is een theaterschool waar voormalige straatkinderen behalve regulier onderwijs ook een vakopleiding krijgen. Ze leren er alle facetten van het straattheater. Ze maken poppen en leren er speeltechnieken. Met die vaardigheden kunnen ze een bestaan opbouwen. Geweldig!
Els: Frans Baartmans geeft in zijn Khrist Panti Ashram Project in het Indiase Varanasi onderwijs aan straatkinderen. Hij begon in 1979, met een paar gulden steun van wat vrienden, overdag een kleine kleuterklas en gaf 's avonds een kleermakerscursus voor meisjes. Wanneer een meisje de cursus met succes afrondt wordt ze beloond met een naaimachine. Daarmee heeft ze een inkomen en een toekomst. Met bijna niets heeft Frans daar een kostschool gebouwd. Met iets meer kan hij verder.
Dick: Mik Diepenveen en Margriet Ronkes beginnen met eigen middelen een weeshuis in Pokhara, Nepal. Ze beginnen gewoon en vertrouwen er op dat er voldoende geld binnenkomt om een paar kinderen een toekomst te geven.
Tja... en dat geld vragen ze dus aan mensen zoals wij.

Jullie richten je hoofdzakelijk op onderwijsprojecten.
Els:
Ja. Kinderen die vooruit willen moeten een kans krijgen. Zonder scholing of opleiding heb je geen kans, daar is iedereen het wel over eens.

Maar, nu denk ik... waarom zou ik dan aan jullie stichting schenken wanneer ik dat misschien ook rechtstreeks aan die projecten kan doen?
Daar is niets mis mee. Natuurlijk kun je dat doen. Het gaat ons ook helemaal niet om het succes van onze stichting, van ons werk. Ons plan is het middel... niet het doel. Maar... vergeet niet dat het merendeel van de projecten waarvoor wij ons inspannen particuliere initiatieven zijn waarvan de uitvoerders geen tijd hebben om fondsen te werven. Zij werken daar en kunnen er geen dag weg. Wat wij willen doen is fondsen werven voor die projecten. Projecten die succesvol zijn maar die hier niet in beeld komen. Wij willen op een ludieke manier aandacht vragen voor die initiatieven zodat de uitvoerders zich ter plekke kunnen bezighouden met hun roeping, met dat waar zij goed in zijn. Zij willen iets doen, wij ook... en wij denken dat wij dat heel goed op deze manier kunnen doen.

OK. Dat snap ik nu. Ik begrijp dat er mensen zijn die gewoon iets doen en ik begrijp ook dat die mensen, wanneer ze daar eenmaal zijn en zien hoe de situatie is, niet zomaar terug naar Nederland komen om hier te gaan bedelen om geld.
Els:
Precies. Bovendien kunnen wij het leuk verpakken. We hebben genoeg aardige verhalen en mooie plaatjes. Daarnaast kunnen we een link leggen met De Fietskoerier. Wij brengen, op de fiets, een boodschap rond. Wij koerieren tussen hier en daar. We brengen verhallen van daar naar hier en fondsen van hier naar daar. Wij zijn het middel. Dus komt die Fietskoerier in het najaar terug. Wij doen daarin maandelijks verslag van onze fondswervingsavonturen. Dick en ik hebben daar zin in en ik denk dat het heel leuk gaat leuk worden.

Hoe komen jullie eigenlijk aan de projecten?
Dick:
De projecten waarmee we gaan starten ­ dat zijn er nu een stuk of zes ­ komen van onszelf en van andere reizigers. Vooral als wereldfietser kom je op plekken in de wereld waar de doorsnee toerist niet zo snel verzeild raakt. En op die plekken fiets je soms tegen zo'n project aan. We stellen ons voor dat andere wereldfietsers dezelfde ervaringen hebben. Vanuit die gedachte mikken we er op dat er uit die hoek meer projecten worden aangebracht.

Dat andere wereldfietsers contact met jullie opnemen om zo'n project aan te dragen.
Els:
Precies! Dat we vanaf nu mails gaan krijgen van wereldfietsers die soortgelijke projecten kennen. Projecten die gerund worden door bevlogen mensen die nog succesvoller zouden zijn wanneer ze wat steun zouden krijgen.

Lezers van de Fietskoerier?
Die kunnen ook projecten aandragen. Graag zelfs.

Nu?
Ja. Nu! Bellen naar 06 45072089 of mailen naar \n // --> Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. \n // --> Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spam bots, u heeft Javascript nodig om het te bekijken

Kunnen de lezers van de Fietskoerier jullie nog op een andere manier helpen?
Dick:
Natuurlijk. Iedereen kan in zijn of haar eigen omgeving een zaaltje afhuren en daarin familie, vrienden, bekenden en collega's uitnodigen. Wij rijden naar binnen, zetten onze fietsen neer, laten onze dia's zien en doen ons verhaal. We hebben geweldige avonturen meegemaakt in Senegal, Mali en in Zuid Amerika. Uit de bergen diamateriaal hebben we een paar hele leuke voorstellingen samengesteld. Daar komen we graag mee langs.

Etappes in dit deel: