Van Montana (USA) naar British Columbia en Alberta (Canada)

De schreeuw van de loon


Dick en Els

Het is onze eerste nacht in Canada. We liggen naast elkaar in de tent aan de oever van North Star Lake, een klein stil meertje in het midden van een dennenbos, op ongeveer twee kilometer afstand van de dichtstbijzijnde weg. Het is doodstil, op het gezoem van de muggen na en dat van de forellen die af en toe een meivlieg van het wateroppervlak happen.
Plotseling horen we een ijselijke schreeuw.
Meteen zitten we rechtop in de tent en kijken elkaar aan... "wat in 's hemelsnaam was dat?

Het was de schreeuw van de Loon. Zij die ooit in dit deel van de wereld geweest zijn en bekend zijn met het geluid van dez e wonderlijke vogel zullen beamen dat er geen ander geluid is wat de eenzaamheid van de Canadese wildernis beter symboliseert als dit.
De naam Loon is waarschijnlijk afgeleid van het Zweedse woord Lom of Lum, wat zoiets betekent als klungel of sukkel. Hiermee wordt gerefereerd aan de klungelige manier waarop de vogel zich op het land voortbeweegt. Het zijn ook niet de beste vliegers en het landen stelt ook al niet te veel voor. In en op het water zijn ze het best thuis. Het is een heel ongewoon gezicht wanneer je aan de rand van zo'n meertje zit en je een Loon langzaam onder water ziet zinken. Door de lucht in z'n lichaam te compresseren kan de Loon zichzelf heel langzaam, zonder dat er een kringetje op het water komt, laten zinken... ongeveer zoals een onderzeeboot dat doet. Door dezelfde techniek te gebruiken kan hij ook tot vlak onder het wateroppervlak stijgen zodat het niet door eventuele belagers gezien kan worden maar dat het die wel, met z'n ogen vlak onder de oppervlakte, inde gaten kan houden.
De Common Loon heeft nog meer fascinerende eigenschappen: rode ogen, die het licht onder water kunnen filteren, heel zware botten (vandaar het moeilijke vliegen) om te duiken to meer dan honderd meter diepte en het dier kan ook drinkwater uit zout water filteren wanneer het overwintert op de oceaan.

De Common (algemene) Loon is Canada's nationale vogel en een duidelijke favoriet van de Canadese Munt. Het dier is afgedrukt op zowel het dollarmuntstuk als op het biljet van twintig dollar.Dat laatste is wel gepast omdat het biljet het meest algemeen gebruikt wordt in cash transacties. Het dollarmunststuk wordt in de spreektaal zelfs 'Loonie' genoemd. Ook daar, net als op het biljet van twintig dollar, heeft de vogel koninklijk gezelschap. Het deelt de munt met Konining Elisabeth II. Dick en Els

Dick en Els
De grensovergang tussen de VS en Canada is een van de meest simpele ooit. Er is geen exitcontrole aan de US-kant en aan de Canadese zijde is slechts één loket waarachter een vriendelijke meneer zit.
"How long are you planning to stay in Canada?"
"Hmmm we don't know really... four weeks maybe? As long as it will take to reach the Alaskan border".
"OK, that's fine. Well... have a nice trip. Enjoy yourselves".
Hij stempelt de passen en geeft ze met een brede glimlach terug.
Even later rijden we Canada in.
De borden geven kilometers aan... 'ThinKMetric!'... en alles is tweetalig, zowel in het Frans als in het Engels.


Dick en Els
Na het passeren van de grens rijden we door de Kootenay Valley naar het noorden. De omgeving is prachtig. We fietsen door een brede vallei met lentegroen gras, daarachter aan weerszijde een strook met donkergroene dennebomen, ruige bergen met een witte top en daarboven een helder blauwe lucht.

Dick en Els
We verbazen ons over hoe, met het overschrijden van de grens, de vegetatie is veranderd. De weides staan vol met paarde- en boterbloemen in de weides gekomen en er staan prachtige paarse pluimen in de berm. Er zijn ook margrieten... de eerste sinds Chili.

 

Dick en Els
We kruisen rivieren over oude bruggen die niet meer door het autoverkeer gebruikt worden. Het levert aardige plaatjes op.

 

Dick en Els
Fort Steele. Ooit een boomtown in het zuiden van British Columbi, nu een toeristische attractie in de stijl van de Zaansche Schans.
In Radium Springs, net voordat we Kootenay Park inrijden, fotograferen we dit uit boomstammen gemotorzaagde cafe. Het was, helaas, nog gesloten.
Dick en Els
De rit langs de Kootenay River is er een uit een sprookjesboek. Links en rechts steken ruige bergen met sneeuwtoppen in een blauwe lucht en op de flanken staan oerbossen.
"Weet je... we rijden al een week door een gebied met de mooiste landschappen. Afgezien van een aantal losse dagen kan ik me niet herinneren ooit door zo'n mooi gebied te zijn gefietst".
"Dat vind ik ook. Voor één dag is het al geweldig maar dit duurt nu al een week en het wordt met de dag mooier. Bovendien hebben we ook heel veel geluk met het weer. Dit is nu al de zevend e dag op rij dat we onder een blauwe hemel fietsen".
"Het is ge-nie-ten".
Dick en Els
Op vijfhonderd meter van de parkeerplaats bij Floe Lake vinden we een prachtige kampeerplek. We kunnen ons tentje naast een stroomversnelling van de Vermillion neerzetten en vlak naast de brug water scheppen. Op het pad zien we berensporen... grote en kleine.
Dick en Els
De weg tussen Lake Louise en Jasper, over de Sunwapta Pass, heet de Icefields Parkway en gaat langs talloze gletchers. Van veel mensen hebben we gehoord dat deze weg 'de mooiste ter wereld' is. Misschien hebben ze wel gelijk. Er zijn niet veel wegen in de wereld die tweehonderddertig kilometer lang door een World Heritage Site landschap gaan en volledig opgenomen is in twee Nationale Parken.
Dick en Els
Helaas hebben wij de pech dat het op de dagen dat wij er fietsen bereslecht weer is. Het regent, hagelt, sneeuwt en waait. Novemberweer. Van het indrukwekkende landschap zien we genoeg om er ooit nog een keer naar terug te keren.
Dick en Els
Twee maal passeren we de waterscheidingslijn (die hier ook meteen de grens tussen de provincies Alberta en British Columbia is). De eerste keer op de Sinclair Pass, tussen Kootenay en Banff National Park, de tweede keer wanneer we over de Yellowhead Pass Robson National Park inrijden.
Dick en Els
Wild Sheep?
Dick en Els
Het is lente in dit deel van de wereld en de bermen staan vol bloemen.
Dick en Els
Niet alleen bloemen... het barst hier van het wild. Kleine schilpadden met een kleurig schild bijvoorbeeld. Grote edelherten, waarvan het gewei in deze tijd van het jaar juist begint te groeien. En... beren! Sinds we Jasper achter ons gelaten hebben zitten we op een gemiddelde van zes zwarte beren per dag. Soms passeren we er eentje op anderhalve meter afstand.
Het leukst zijn natuurlijk de kleintjes.