Eén straat, achtennegentig inwoners en een badhuis

Tenakee Springs, 99820 AK

Dick en Els

Op vrijdagmiddag 28 augustus staan we de kade van de ferry terminal in Auke Bay te wachten op de aankomst van de Le Conte. Het is druk. Omdat het aanstaande maandag Labor Day is heeft Amerika een lang weekend. De mensen uit Juneau die een zomerhuisje in Tenakee hebben gaan dit weekend gebruiken om dat af te sluiten en hun spullen voor de winter op te bergen. Het volgende jaar is er het weekend van Memorial Day waarop de boel weer uitgepakt kan worden.
Bovendien blijkt er dit weekend een bruiloft op het eiland gepland te zijn. Ook dat levert een aantal extra passagiers op.
En... dan is er ook nog de opening van het jachtseizoen.
Kortom... wanneer we eenmaal op de boot zijn blijkt dat we te lang getreuzeld hebben en zijn de mooiste plekjes ingenomen door mensen die vaker op deze boot gevaren hebben.

Beteuterd kijken we toe hoe de locals hun slaapzakken uitrollen en zichzelf installeren. Een plekje op het dek van dit schip is geen optie omdat het binnen een kwartier nadat we de ha ven uit zijn begint te regenen.
Voor ons rest niets meer dan een stoel zonder rugleuning in de tocht van het gangpad.
Het klassieke beeld van een tussen de golven verdwijnende staart van een bultrugwalvis maakt gelukkig veel goed. Even later zien we zelfs een school dolfijnen door de golven klieven.
Daarna verslechterd het weer snel en na anderhalf uur maakt de invallende duisternis het onmogelijk om nog verder over de golven te staren. Nog twee keer zien we een vage zwarte vlek en een witte fontein op een paar honderd meter afstand van de boot.
Daarna geven we het op.
Het is te koud, te nat en te donker.
Dick en Els
Chichagof Island, Admiralty Island, Juneau en Tenakee Springs.

Het is twee uur in de nacht wanneer we aanleggen aan de houten pier van Tenakee Springs. De regen stroomt met bakken uit de lucht, het waait en het lijkt in niets op het vakantieweer waar we op gehoopt hadden.
Roger en Leba staan bij de bagagekar te zwaaien wanneer we de wal oplopen. Ze zijn net zo enthousiast als toen we begin maart in het warme zuiden van California afscheid van hen namen. We krijgen een hug, ze zwaaien naar andere passagiers, laden intussen de doos met levensmiddelen en onze tassen in de bak van hun Mexicaanse driewielfiets en terwijl we door de blubber van de hoofdstraat naar hun huis banjeren kletsen ze d oor elkaar heen over van alles en nog wat.
Over wie waar woont (Tenakee heeft maar 104 inwoners en iedereen kent iedereen).
Over hun nieuwe huis (dat het nog niet klaar is en dat de vloerbedekking deze week gelegd gaat worden en dat we dus in de rotzooi zullen zitten).
Over de bultrugwalvissen (dat we met onze neus in de boter vallen omdat deze de laatste dagen zo'n show hebben opgevoerd dat zelfs de dorpsbewoners over niets anders praten).
Over de grizzlyberen bij de rivier.
Over de jaarlijkse hardloopwedstrijd, morgen (en dat we mee kunnen doen).
Over de trouwerij van aanstaande maandag (een stel uit Seattle dat hier regelmatig komt).
Over de komst van de Esperanza, het vlaggeschip van Greenpeace (dat hier deze week verwacht wordt en waarvoor Roger ceremoniemeester is).
Kortom... in het honderdjarig bestaan van Tenakee Springs is er nog nooit een week geweest waarin zoveel te doen is als de komende week.
"You couldn't possibly have picked a better week to be here this whole century!"
"Well... we sort of had the intention to be here and do like... nothing at all... enjoying a sort of 'vacation' maybe?"
"Forget it!"

We laten de laatste lantaarnpaal achter ons en vinden in het schijn sel van een zaklamp de weg rond een bocht in het pad. Vlak achter elkaar lopen we over het smalle droge stukje tussen de plassen en de struiken tot het pad opnieuw een bocht maakt. Daarachter zien we een huis.
Een groot huis.
Twee grote verdiepingen met een balkon en grote ramen.
"It is huge!"
"We told you, didn't we? But wait untill you see the view tomorrow... that's the hugest ever!"

Wanneer we de volgende ochtend wakker worden regent het buiten nog steeds. Het water stroomt door de regenpijp naast het raam en druppelt op de veranda. Hoopvol en nieuwsgierig naar het uitzicht openen we een gordijn.
Uitzicht?
Een strookje gras, een strandje waarop wat roestige delen van iets wat misschien ooit een scheepsmotor geweest kan zijn, een meter of tien water en daarachter een grijze wolk.
"Nou?"
"Mist... er is helemaal niets te zien. Het regent dat het giet en er ligt een dikke wolk voor het huis".
"Misschien klaart het nog op".
"Kom... we gaan er uit..."
"Eruit, nou al? Hoe laat is het?"
"Negen uur..."
"Hmmmm".

Boven, in dat wat over een paar weken de woonkamer gaat worden, maar wa t nu nog een ruimte is die helemaal gevuld is met rollen vloerbedekking, treffen we Roger.
Hij staat voor het raam en drinkt koffie.
"Breakfast?"
"Yes, please..."
"Would you guys like crab?"
"Crab?"
"For breakfast?"
"Yes, sure... we have a whole bag of Dungeness crab and it's gotta go because we'll be pulling more crab pots today and you guys will have to eat it all".

Op de veranda ligt inderdaad een enorme zak met krab. Ze zijn al gekookt en even later zitten we samen aan de keukentafel te kraken. In tegenstelling tot de noordzeekrab gaat dat heel eenvoudig. Het vlees komt er in grote brokken uit en is heerlijk zoet. Terwijl wij onze eerste honger stillen bakt Roger een omelet.
"Did you guys hear the whales this morning?"
"No... what should we hear?"
"Their breathing and sometimes you will hear them roar. There is one which we call 'Old Grumpy' who will wake you up in the middle of the night if he breaches close to shore".
"Will we be able to see whales from here?"
"See them? They are right in front of the house... hundred yards maybe. We have whalefront property here. The clouds will be gone in an hour or so... just w ait".

De krabben zijn groot. Reusachtig bijna. Vier stuks leveren ongeveer een kilo vlees en wanneer we klaar zijn met het ontbijt hebben we er zes op. Het begint er dan juist op te lijken dat het gaat opklaren. De regen klinkt niet meer zo hardnekkig als vaonchtend en we krijgen ook langzaam maar zeker wat meer zicht over de baai.
En verdomd... we zien ook de eerste bultrugwalvissen.
Vlak voor het huis, op ongeveer tweehonderd meter uit de kust gaat juist een groep voorbij. We horen heel duidelijk de adem, het gesnuif en de kracht waarmee ze spuiten. Het is zo'n mooi gezicht en ze zijn zo ontzettend dichtbij dat we bijna juichend voor het raam staan.
Roger is veel rustiger.
"You ain't seen nothing yet... you will see things this week that you will never forget. It is a thing that's called 'bubble net feeding' and it's so spectacular and unique that it attracts biologists from all over the world to this bay".
"Do they jump too?"
"Breaching? Yes... sure they do. Look... there is a seal... right at the shore line".

En ja... terwijl de walvissen langzaam voorbij zwemmen zoekt een grijze zeehond langs het strand naar mosselen.

Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els

Het is het einde van de zomer en alles bloeit nog uitbundig. In het regenwoud groeien felgekleurde bessen en prachtige koraalzwammen. Langs de Hoofdstraat groeien'thimbleberries', een soort frambozen die naar rabarber smaken.

Tenakee Springs bestaat uit één pad dat parallel langs het strand loopt. Daaraan zijn aan weerskanten huizen gebouwd. De strook vlak land is zo smal dat de huizen aan de zeekant op palen staan die bij vloed in het water staan. Sommige huizen aan de boskant staan ook op palen... vanwege het uitzicht, over de andere huizen heen, op zee. Het dorp heeft honderdvijf inwoners en er is één auto... de plaatselijke brandweertruck. Voor de rest maken de inwoners gebruik van fietsen en karretjes en sommige ouderen hebben een golfcart of fourwheeler. Er is een school (waar we later deze week een voordracht gaan houden), er is een winkel (Snyder Mercantile) waar alles te koop is wat je je maar kunt bedenken, er is een postkantoor (dat maniakaal gerund wordt door Leba) en er is een haven (waar Bruce, de broer van onze gastheer, havenmeester is).
Rond een uur of elf lijkt het nog meer op te klaren en wandelen we naar het centrum. Onderweg komen we ogen en oren op te kort. Terwijl in de baai de walvissen hijgend en snuivend voorbijzwemmen en we allerlei soorten vreemde bessen van de struiken eten zien we het ene leuke huisje na het andere. Van de oude zalmconservenfabriek alleen al zouden we honderd foto's kunnen maken. Van het wasgoed achter een rijtje cabins ook. De met zeepokken en mosselen begroeide palen, de kleurige houten huisjes en de indrukwekkende General Store en Old Bakery. We zijn in een fotoparadijs beland geraakt en hebben maar zes rolletjes bij ons.

Dick en Els
Dick en Els
Dick en Els
Tenakee Springs bestaat uit één pad dat parallel langs het strand loopt. Daaraan zijn aan weerskanten huizen gebouwd. We zouden er honderden foto's kunnen maken. Van het wasgoed achter een rijtje cabins. De met zeepokken en mosselen begroeide palen van de zalmconservenfabriek, de kleurige houten huisjes en de indrukwekkende General Store en Old Bakery. We zijn in een fotoparadijs beland geraakt en hebben maar zes rolletjes bij ons.

Roger heeft voor vanmiddag een afspraak gemaakt met een vriend om samen een 'skate' te gaan zetten. Een skate is een lange lijn met een dertigtal zijlijnen waaraan haken met een dode haring als aas. Hiermee wordt heilbot gevangen. In de haven beazen we de haken en maken we de lijn in gereedheid. Daarna varen we naar een stille baai waarin we met behulp van de dieptemeter een geul in de oceaanbodem localiseren. Daar varen we de lijn uit. Aan weerszijden komt een loden ankerbal en een boei markeert de plek waar we hem later vandaag weer kunnen terugvinden.

Wanneer we terug in de haven zijn is het tijd voor een kop thee en dus wandelen we richting huis. Het is dan inmiddels prachtig weer geworden. De grijze lucht is opengebroken, de zon schijnt en het is bijna windstil.

We zitten met z'n vieren naast elkaar voor het grote raam in de woonkamer en gapen in een uitzicht dat te mooi is om te fotograferen. Het huis van Roger en Leba staat aan het breedste gedeelte van de baai, recht tegenover een klein eilandje waarop een lichtbaken staat. Aan de overkant stroomt een waterval tussen de bomen naar beneden.
We kijken naar de walvissen.
Vlak voor ons is een vreemd spektakel gaande.
Een groep van ongeveer tien bultruggen jaagt er op jonge haring. Ze doen dat niet individueel maar als groep. Ze duiken onder een school haring en zwemmen in een steeeds kleiner wordende cirkel rond. Intussen laten ze massaal lucht ontsnappen waardoor er een soort muur van luchtbellen ontstaat. Wanneer de school bij elkaar gedreven is duiken ze met wijdopengesperde bekken door het midden van de school naar de oppervlakte, waar ze briesend en brullend boven komen. Het wateroppervlak kookt en kolkt over een oppervlakte van vele honderden vierkante meters en daartussen happen de walvissen de verdoofde haring op.
Wanneer er niets meer te eten is organiseert de groep zich opnieuw, om in formatie weer onder te duiken. Soms komen ze op vrijwel dezelfde plek weer boven soms vijftig meter of wel tweehonderd meter verderop.
Keer op keer komen ze weer boven.
Keer op keer klinkt het gebrul over de baai.
En keer op keer is het mooier dan de keer daarvoor.
Het lijkt op een reusachtig vuurwerk van zwarte en witte explosies tussen de blauwe golven.
Niet alle bultruggen in de baai jagen op deze manier op haring. Er z ijn er ook die alleen zwemmen. En... er zijn er ook die springen.
Gevaartes van veertigduizend kilo die volledig boven de waterspiegel uitkomen.
Drie uur lang genieten we van een ongeëvenaard spektakel.
En ondertussen?
Ondertussen vliegen adelaars af en aan, ligt de zeehond van vanmorgen te zonnen op het strand en zwemt er ook nog een groepje zeeleeuwen langs.

Dick en Els
Dick en Els

De bultruggen duiken onder een school haring en komen met wijdopengesperde bekken door het midden van de school briesend en brullend naar de oppervlakte. Het wateroppervlak kookt en kolkt over een oppervlakte van vele honderden vierkante meters en daartussen happen de walvissen de verdoofde haring op.


Dan gaat de telefoon. Het is Phil. Die wil weten wanneer we de skate gaan lichten. Roger kijkt ons met vragende ogen aan. Met al die walvissen voor de deur hebben we eigenlijk geen zin om weg te gaan.
"Can't we do that tomorrow morning?"
"No... we can't. If there's a halibut on the skate it will be eaten by crabs and parasites within a few hours".
"Well, let's go then..."

Even later staan we bij Phil voor de deur. Die heeft de afgelopen uren samen met z'n broer een fles whisky leeggedronken en is behalve vrolijk ook een beetje onwankel en overmoedig. Onderweg naar de haven vlat hij binnen honderd meter twee keer van z'n fiets en wanneer hij een derde keer bij iemand de tuin instuurt geeft hij het op. Hij laat z'n fiets achter en loopt slingerend achter ons aan naar de haven.
Daar zien we dat de walvissen inmiddels voor de havenpier op jacht zijn. Een groepje mensen staat er gefascineerd naar te kijken en hoewel zij dit ieder jaar kunnen zien zijn hun reacties precies als die van ons.
Op veilige afstand liggen twee zeekayaks. In een ervan herkennen we de grijze krullen en baard van Bruce. 

Van de wandeling naar de haven is Phil een beetje opgeknapt. Hij is minder luidruchtig en krijgt zowaar iets serieus over zich. Ook Roger lijkt gespannen te zijn. Ik herken in de twee mannen de zelfde jongensachtige vastberadenheid waarmee ik als kind de polder in trok, er vast van overtuigd dat ik deze maal toch écht die metersnoek zou gaan vangen, dat er deze keer niets mi s kon gaan. Het doet denken aan het spreekwoord van de huid en de beer. Ze maken afspraken over wie de lijn opvist en wie de heilbotten moet gaffen en hoe ze deze in de boot moeten tillen.
"Did you bring the gun?" wil Roger weten.
Phil slaat zich voor z'n kop.
"Do you want to go back?"
"No... let's check it first. We can always return".

Verbaasd kijk ik de mannen aan.
"A gun? What do you need a gun for?"
"To kill the fish! Can you imagine what it is to have a two hundred pound and very angry fish in you boat?"
"Well... no... but..."
"Well... it will smash everything to pieces... everything. So that's why you want to be sure it's dead before you hoist it aboard. That's why you shoot it... bang... thru the head while it's in the water".

Roger knikt.
"You don't wanna shoot it in the boat... bang!"
"No. That would be very, very stupid!"

We zijn dan inmiddels bij de boei aangekomen. Phil stopt de motor en Roger begint met het binnenhalen van de lijn die weer opgerold moet worden in de wasteil. De eerste zestig meter van de lijn is kaal. Dan komt de eerste haak. Ook die is kaal. De haring is verdwenen.
Ook de twe ede haak is leeg.
En de derde.
En de vierde.
En de vijfde.
En de volgende tien haken zijn ook allemaal leeg.
Bij iedere haak hoor ik een teleurgestelde zucht en elke zucht lijkt van dieper te komen dan degene ervoor. Het verhaal van het pistool wordt met de minuut absurder.
Dan, bij haak nummer achttien, klinken de zuchten anders.
"We have fish!"
"Yep... there is food tonight".

Met een zure grijns tilt Phil een heilbot van een centimeter of veertig in de boot. Die krijgt meteen een klap op z'n kop, waarna de mannen er samen naar kijken.
"Jeez... that wasn't really necesary was it... it's only a todler".
"It was a reflex... sorry".

Zwijgend gaan de mannen verder.
Een haak of vijf later is het opnieuw raak.
"This one is better. Fifteen pound maybe".
De vis wordt gegaft en binnenboord getild waarna ook deze een klap op z'n kop krijgt.
"We will have food on the table tonight... that's for sure".
Meteen is de stemming aan boord een stuk opgewekter. En hoewel het laatste gedeelte van de lijn heel moeilijk naar boven komt en ze samen moeten trekken maken ze al plannen over wie de vis moet fileren en hoe ze die verdelen.
Dan slaakt Phil een enorme kreet.
"Jesus Christ... look at that!"
Ook Roger kijkt over de rand. Hij houdt z'n hand voor z'n mond en laat bijna de lijn schieten.
"What's wrong?" wil ik weten.
"We have another fish... a monster!"
Wanneer ik over de rand kijk zie ik daar een wijdopengesperde bek van het plastic emmerformaat. De haak, ongeveer tien centimeter groot, valt bijna volledig in het niet en lijkt meer op een veiligheidspeld.
"Well... get it in!"
"Get it in? We can't... we don't have no gun!"

Nadat de mannen overlegd hebben wat te doen... de vis achter de boot aan naar de haven slepen of te proberen om hem naast de boot dood te slaan kiezen ze voor het laatste. Dat is makkelijker gedacht dan gedaan want telkens wanneer Roger de kop van het beest boven water tilt begint het te spartelen. Toch lijkt de klus na een keer of tien meppen geklaard. Met twee gafs tillen we de vis naar binnen en daar begint het monster toch te spartelen. Nu ook wordt me duidelijk dat het veiliger is om een pistool mee te nemen.
"Ho much do you think it weighs?"
"Eighty... ninety maybe. It is a very good fish!"
"Too bad we killed the toddler..."
"We can't go back to the harbour with that... let's throw it back".

Een kwartier later leggen we aan de havenpier. Daar slepen we de vis naar de plek waar we hem kunnen wegen en schoonmaken. Met z'n drieën tillen we het beest omhoog om het aan de schaal te hangen. Honderdvijftien pond weegt het gevaarte.
En dan willen we natuurlijk ook een foto.
Eerst een van Roger en Phil.
Dan eentje van Phil en mij.
En op dat moment gebeurt het. met eenlaatste stuiptrekking kromt de vis z'n lijf en zwiept heen en weer. De paal waaraan de weegschaal hangt kraakt en er breekt iets. Er klinkt een knal en even later ligt de paal, samen wet de weegschaal en de vis op de steiger.
Phil ligt ernaast en lijkt plotseling weer net zo dronken als op het moment dat hij z'n fiets een tuin in stuurde.
"Did you get that in the picture?"
"Yes!"
"I want to have a print of that!".

Dick en Els

In de haven beazen we de haken en maken we de lijn in gereedheid. Daarna varen we naar een stille baai "Did you get that in the picture?"
Dick en Els
Ook Els vangt... eh...plastic heilbot. Een van de dingen die we in Tenakee Spings doen is het houden van een voordracht over onze omdewereldfietsreis in de plaatselijke school(12 kinderen). Topografie, fgeografie, maatschappijleer en motivatie verpakt in een twee uur durende feestles.

Dick en Els
We legen twee fuiken met Dungeness crab. Twee stuks leveren ongeveer 500gram heerlijk zoet vlees (op de achtergrond de Esperanza). En ze zijn warm het lekkerst.


De volgende ochtend regent het opnieuw. Minder dan gisteren en het is ook minder mistig, maar toch regent het. In de baai voor het huis duiken de bultruggen hun voedsel op. Het zijn er zoveel dat we in één blik soms meer dan twintig stoompluimen zien. Overal zien we staarten tussen de golven verdwijnen maar het meest spectaculaire (op het 'bubble net feeden' na) is toch wel wanneer zo'n enorm beest zich helemaal uit het water verheft. Soms ook staan ze op hun kop in het water en slaan ze met hun staart op het wateropervlak.
Met een kop koffie in de hand genieten we van het spektakel dat zich voor het huis afspeelt.
Na de middag komt Bruce langs met de vraag of we, wanneer het droog is, vanmiddag zin hebben om een wandeling te maken door het bos, naar Indian River.
"With a bit of luck you might see grizzly feeding on the salmon".
"We will?"
"If you're lucky... sure".
"OK... what time ?"
"One thirty... two?"
"Deal".

Precies om half twee lopen we bij hem binnen. Het hokje waarin hij woont is niet groter dan drie bij zes meter en verdeeld in twee ruimtes. In het ene deel staat een werkbank die vol ligt met gereedschap en onduidelijke onderdelen. In de andere ruimte staat een bed. Het ruikt naar patchouli en wierrook en aan de wanden hangen afbeeldingen van Shiva en Buddha. Er klinkt muziek van Ravi Shankar.
Het is moeilijk voor te stellen hoe iemand van het formaat van Bruce (het evenbeeld van Jerry Garcia, twee meter en ruim honderdtwintig kilo) in een hokje zo klein als dit kan leven... vooral tijdens de lange winters in Alaska, waarin niets gebeurd en waarin het maandenlang donker blijft. Wanneer we er onze verbazing over uitspreken haalt hij z'n schouders op en terwijl hij een revolver omgespt wijst hij naar een met piepkleine kraaltjes geborduurde afbeelding van een adelaar.
"I have my beading... that is what I do all winter. There is music... and, one becomes one with himself after a while. You will need about three winters here to never wanna leave".
"Where do we need the gun for?"
"Just to be safe. We will probably not use it, but if you do and you ain't got one you probably ain't gonna live to tell others about the stupid mistake you made".
"Do you always carry one?"
"When I walk the trail... yes. Do you want to carry it today?"
"No... oh no! I don't like it"
"Neither do I... but it is the only way to protect myself from a really bad bear".

Wanneer we even later op pad gaan is het windstil en zo goed als droog. De enige geluiden zijn die van druipende struiken en het water dat door de goot strromt. De eerste vrouwen gaan naar het badhuis. Ze groeten ons alsof we hier al jaren wonen. In de bakkerij zitten een paar toeristen achter een bak koffie.
Vlak voor de haven slaan we linksaf en wandelen we het pad op dat na een paar honderd meter in het bos verdwijnt. Vanaf dat moment veranderd de wereld. De bomen die hier staan zijn groot, dik en begroeid met een dikke laag mos. Ze staan zo dicht bij elkaar dat er nauwelijks licht tot de grond doordringt. De enige andere begroeiing bestaat uit grote varens. Hier begint het allerlaatste regenwoud van Noord Amerika. We wandelen in Tongass National Forest.
In het uur dat volgt doen we ons uiterste best om Bruce bij te houden. Die loopt veel sneller dan wij en heeft allang geen aandacht meer voor al die dingen die voor ons nieuw en spectaculair zijn. Al die geweldig dikke honderd jaar oude en met mos begroeide bomen zijn voor hem niets meer dan een bos. En wij vergapen ons nog aan ieder individueel exemplaar. De dikke laag mos op de stammen, de varens, de manier waarop een zonnestraal de waterdruppels op een paddestoel laat glinsteren... alles is voor hem normaal. We krijgen dan ook geen tijd om te stoppen en op onze eigen manier, in ons eigen tempo, van deze wonderlijke wereld te genieten. Nog nooit eerder waren we in zo'n donker woud. Nog nooit eerder zagen we van deze oude bomen. Nog nooit eerder zulke schitterende varens.
Wij zouden om de tien meter willen stoppen... foto's maken... alles in ons op willen nemen.
Bruce niet.
Bruce banjert door, met grote stappen... vastberaden en met een duidelijk doel.
Bruce heeft ons hiermee naar toe genomen in de hoop dat we een grizzly zullen zien en loopt als een tamboer-maitre over het pad. Hij wijst ons de plekken waar hij verleden week een beer gezien heeft... en eerverleden week... en waar hij een maand geleden een heel stuk om moest lopen omdat er een beer op het pad liep. Hij stopt om ons sporen te laten zien. Sporen waar een beer de grond heeft omgewoeld, pootafdrukken...
"You see... this is a paw. You can see the claw, the nails. You can also tell that it isn't a really fresh track because there's some spruce leaves in it. Fresh tracks don't have leaves in it".
We kijken elkaar aan... het klinkt logisch.
Een eindje verderop vinden we wel verse sporen. Daar zien we ook uitwerpselen.
Bruce stopt en kijkt ons met ernstige blik aan.
"From this point on you can expect a bear any minute. We will need to be quiet if we want to see it... but we need to talk to let it know we are there. We don't want to surprise it".
Na nog een paar honderd meter gelopen te hebben komen we bij een hangbrug die over een rivier gaat. Bruce legt een vinger op z'n mond en gebaard ons stil te zijn. Voorzichtig, zonder een geluid te maken, lopen we de brug op en gaan voetje voor voetje verder. Beneden ons, in de rivier, zwemmen duizenden zalmen. Het stinkt naar rotte vis en paddestoelen, het is vochtig en kil en er is geen beer te zien.
Bruce zucht. Hij lijkt teleurgesteld. Terwijl wij in verrukking van de brug in het water turen naar hoe de zalmen hun voortplantingsfeest vieren verdwijnt Bruce aan de overkant van het water in het bos. Even later komt hij terug met een pluk bruin haar.
"You see... there are bears here... this is bear hair. They are here. I can't understand why there ain't no one around he re. Usually I see one or two... I just can't understand why they aren't here now".
"Well... you can't be lucky all the time. We are having a good time anyway, so don't worry".

Aan alles is te merken dat hij zich schuldig voelt. Hij blijkt zich zo vast voorgenomen te hebben ons een beer te laten zien dat hij nu teleurgesteld dat dat niet gelukt is. Hij stelt ons voor om nog een stukje verder te lopen en daarna terug te gaan en het morgen of overmorgen nog een keer te proberen.
Met een diepe zucht stemmen we in.
Het pad aan de andere kant van de brug gaat door een stuk van het bos dat tachtig jaar geleden gedeeltelijk is gekapt. De bomen zijn jonger, dunner en er groeien struiken tussen de stammen. Het is veel minder indrukwekkend dan het eerste stuk. Na drie kwartier staan we aan de oever van de baai, precies op de plek waar we gisteren de heilbotlijn hebben uitgezet.
We zijn moe en hebben eigenlijk spijt dat we hebben ingestemd om dit hele eind nog verder te gaan. Nu moeten we ook weer terug... opnieuw bijna twee uur lopen... door de inmiddels neerdruilende regen.
Een kwartiertje rusten we uit. Bruce vertelt nog een paar spannende verhalen over z'n ontmoetingen met de grizzlies in dit bos en stelt dan voor om terug te gaan. Onderweg wijst hij op iedere hoop stront en elke pootafdruk die hij kan ontdekken.
"See... another one... and another one. And this is scat from a bear that's been feeding on berries... see the seeds?"
We naderen opnieuw de brug.
Bruce loopt voorop, kijkt links en rechts en duikt plotseling in elkaar.
"Sssssssst!"
"A bear?"
"Yes... upstream. A big mamma!"

Voorzichtig schuifelen we de brug op en daar zien we, onder de struiken, op ongeveer vijftig meter afstand, vaag een bruine beer scharrelen. En... honderd meter verderop nóg eentje.
"We've got to be quiet. It is feeding on salmon and will probably step out of the bushes into the stream. Just wait..."
En dat is precies wat er gebeurd. In het half uur dat volgt zien we de grizzly, die inderdaad heel groot is en veel groter dan de zwarte beren die we eerder zagen, door de rivier banjeren en achter de zalmen jagen. Het is duidelijk dat ze niet geïnteresseerd is in de zalmen die uitgepaaid en halfdood tussen de keien spartelen. Ze wil duidelijk alleen die exemplaren die nog niet gepaaid hebben. Vette vissen die nog vol kuit zitten.
Maar die zijn moeilijk te vangen.
Het is een prachtig gezicht hoe dat grote, logge beest door de rivier rent en hoe ze, wanneer ze een vis heeft, alleen het lekkerste gedeelte daarvan opeet. Een paar happen uit de buik. Daar zit het kuit, daar zit het buikvet. Met zo'n overvloed aan eten is de rest niet interessant.
Inmiddels is er aan de andere kant van de brug ook een beer gearriveerd. Deze is jonger, veel slanker en leniger. Ook deze heeft aan een paar happen uit elke zalm genoeg.
We weten niet waar we kijken moeten. Twee grizzlies die, op vijfentwintig meter afstand van ons, zalm vangen. Dan wijst Bruce in de richting van de riviermonding. Daar zien we hoe er een grote kudde walvissen juist aan de oppervlakte komt voor de meest spectaculaire bubble feeding show die we tot nu toe zagen. 

Een kwartiertje later lopen we terug. We plukken een paar kilo paddestoelen en zijn onze vermoeidheid vergeten. Bruce is opgetogen en huppelt zingend over het bospad.
"See... I told you... I told you. I told you I would bring you to the bears".
"Yes... you did...".
"You wouldn't believe me, huh? I knew you didn't believe me... but I told you".

Twee meter groot, honderdtwintig kilo zwaar en zo opgetogen als een kind van acht.

Dick en Els

Op nog geen twintig meter afstand zien we de grizzly, die inderdaad heel groot is, veel groter dan de zwarte beren die we eerder zagen, door de rivier banjeren en achter de zalmen jagen.

Twee dagen later zijn we uitgenodigd voor een rondleiding op de Esperanza, het vlaggeschip van Greenpeace dat op de kop van de haven ligt. We maken er kennis met Vincent, de Nederlandse stuurman, en met Arjen, de helicoptertechneut. De jongen die de Zodiac vaart blijkt uit het noorden van Argeninië te komen waar we drie jaar geleden doorheen gefietst zijn en is verrukt dat er eindelijk iemand is die weet waar zijn dorp ligt.

De rondleiding die we krijgen is interessant. Arjen laat ons de machinekamer en de generatorruimte zien. We mogen in de computerruimte en de slaapvertrekken en zien de videopresentatie van de actie tegen het omzagen van het laatste oergedeelte van de Tongass. Ontroerend is het om te zien hoe de campagneleider bijna begint te huilen van boosheid wanneer hij vertelt waarom dit stukje wereld nu zo uniek en waardevol is. Meteen ook is ons duidelijk dat deze organisatie veel meer s ucces zou kunnen hebben wanneer ze zich meer zouden toeleggen op diplomatie en overleg. Met emoties en tranen bereik je niet veel meer dan symphatie van soortgenoten.
De strijd win je in de rechtzaal.
Bovendien lijkt het ons dat zo'n organisatie als Greenpeace te prat gaat op de eigen successen. Voor wat dat betreft zijn we het helemaal eens met Roger wanneer deze (later op de avond en in een andere context) zegt: Als je wat gedaan wilt hebben moet je iemand anders de credits geven.
Dat klopt.
Wanneer je voor eigen succes gaat zijn er altijd mensen die je dat misgunnen of je tegenwerken om het tegenwerken zelf. Wanneer je iemand anders de credits geeft van datgene wat jij graag zou willen dat er gebeurt dan heb je veel meer kans van slagen.


Dick en Els

We zijn we uitgenodigd voor een rondleiding op de Esperanza, het vlaggeschip van Greenpeace dat op de kop van de haven ligt. Samen met Roger krijgen we een rondleiding.


Aan alles komt een eind. Ook aan ons verblijf in Tenakee. Een week lang zijn w e hier geweest en in die week hebben we kennis genomen van een heel bijzondere gemeenschap op een heel bijzonder plekje van de wereld. We gingen hier naar toe met het idee er een heel rustige vakantieweek te houden. Een beetje luieren, wat lezen, bijschrijven en luisteren naar de verhalen van Leba en Roger.
Daar is allemaal niets van terecht gekomen.
In plaats daarvan hebben we vanuit hun huis naar de meest spectaculaire walvisshow ter wereld gekeken. We hebben zeeleeuwen en zeehonden gezien. Adelaars en beren. We hebben heilbot gevangen, krabfuiken geleegd. King Crab en Dungeness Crab gegeten, vier soorten zalm en heilbot. Leba heeft elke dag heerlijk voor ons gekookt en de meest hilarische verhalen verteld. Els heeft zich laten masseren. We zijn naar een badhuis geweest, hebben een boottochtje gemaakt en een voordracht op school gegeven.
We hebben thimbleberries geplukt en gegeten.
We zijn tijd tekort gekomen.
En... ook ons vertrek uit Tenakee Springs is in stijl!
In plaats van met de suffe ferry (waar we drie dagen terug al mee hadden moeten vertrekken) gaan we nu met een watervliegtuig!

Wanneer de Beaver aan het ponton achter Snyder Merc afmeert en de vracht wordt uitgeladen nemen we afscheid van Roger en Leba. We spreken af dat we hier over een paar jaar terug gaan komen (wat we echt van plan zijn) en stappen dan in. Door het patrijspoort zwaaien we nog een keer, zetten de oorschelpen op (tegen de ongelofelijke herrie) en voelen dan hoe het toestel langzaam in beweging komt.
Langzaam gaat het sneller.
Het draait met de neus tegen de wind in, maakt nog meer snelheid en komt dan van de golven los. Meteen maken we een scherpe bocht en dan klimmen we naar de wolken. Tenakee verdwijnt achter ons uit het zicht en beneden ons zien we nog juist de opengesperde bekken van een groep bultrugwalvissen boven water komen. De tranen springen ons allebei in de ogen.
Dick en Els
In plaats van met de suffe ferry gaan we nu met een watervliegtuig!

Dick en Els
We vliegen vlak boven de wolken en zien dat de bergtoppen hier op eilanden lijken.Ook de Mendenhall gletcher is vanuit de lucht heel imposant en de delta van het smeltwater lijkt het meest op een boom. De terugvlucht naar Juneau is behalve heel indrukwekkend ook nogal turbulent. Vooral op de momenten wanneer het toestel vlak rond de bergtoppen scheert worden we nogal heen en weer geschud. De grootste verrassing echter komt wanneer we Juneau naderen. Daar neemt het toestel een te wijde bocht en komt het niet boven de landingsvijver uit maar recht boven het beton van de landingsbaan. Ervan overtuigd dat de piloot dat nooit meer herstellen kan houden we onze adem in en bereiden we ons voor op de klap.
We zijn dan vijf meter boven de grond.
In plaats van gas te geven en weer op te trekken dalen we nog iets.
En nog iets.
En nog iets.
En dan... net als we elkaar aankijk en met een blik van 'is die piloot nu helemaal gek geworden?' rijden we ineens op de landingsbaan.
Het blijkt dat er in de drijvers van de Beaver een landingsgestel opgevouwen zit.