665 laatste kilometers over poolvlakte naar Prudhoe Bay

Ons laatste kunstje?

Dick en Els

We zijn inmiddels ruim drie jaar onderweg. Samen met de dertien maanden van het eerste deel van onze fietsreis om de wereld is dat zelfs bijna vierenhalf jaar. We trapten door vier continenten, door eenenveertig landen en door vijftien Amerikaanse staten. We passeerden de Kreefts- en de Steenbokskeerkring, de Evenaar en de Poolcirkel. We stonden met onze Vittorio's op de Noordkaap en in Gibraltar, in Timboektoe en Cuba en nu, na bijna vijfenzeventigduizend kilometers, staan we op de drempel van dat wat misschien wel het moeilijkste stuk van ons hele avontuur is... de beruchte Dalton Highway tussen Fairbanks en Prudhoe Bay.
Op het bijna achthonderd kilometer lange stuk weg naar de Arctic Ocean, waarvan het dek hoofdzakelijk ui t stukgereden steenslag bestaan, zijn geen dorpen, geen winkels, twee café's en één benzinepomp. Levensmiddelen zijn er niet te koop.

Tijdens ons verblijf bij de Mitchell's in North Pole bereiden we ons voor op dat deel waarvan we denken dat het het laatste is van onze vreemde onderneming. We mesten onze tassen uit en laten een groot gedeelte van onze uitrusting achter om ruimte te maken voor voedsel voor twaalf dagen fietsen...

9000 gr tortilla's (18 pakken van 500 gr)
6 pakken bagels (à 6 stuks)
2450 gr spaghetti
750 gr couscous
6 blikjes tomatenpuree
4 blikjes cream of mushroom/chicken
3 blikjes corned beef
2 rookworsten
3 blikjes champignons
6 blikjes kip (of 3 grote)
6 blikjes boontjes
4 blikjes gemengde groenten
80 granola bars
2 pak vruchtensappoeder
2 kilo pindakaas

Wanneer we terugkomen uit de Safeway van Fairbanks tillen we ons bijkans een breuk aan de doos met eten. Bijna veertig kilo weegt het geheel. Zelfs nadat we voor een tweede keer onze tassen hebben nagelopen en er nog een kilo hebben uitgehaald blijkt dat we dit onmogelijk kunnen meenemen.
We staan voor een keuze... òf onze plannen wijzigen en niet naar Prudhoe Bay fietsen, maar naar bijvoorbeeld Anchorage... òf langere dagafstanden fietsen en niet in twaalf dagen maar in negen of minder naar het noorden rijden waardoor we voor minder dagen mee hoeven te nemen.
Maar... de Dalton Highway is berucht.
Een desolate weg over steile heuvels, een slecht wegdek, regen, mist, sneeuw en meedogenloos hard rijdende truckers die voor niets en niemand uitwijken.
Achthonderd kilometer in negen dagen... dat zijn negentig kilometers per dag.
Kan dat?
Nee.
Een vierwiel aangedreven auto doet er veertien uur over. De grote trucks doen het in zestien en van de paar fietsers die wij kennen die deze weg gereden hebben weten we dat het stuk tussen Fairbanks en Deadhorse meestal in elf tot veertien dagen gereden wordt.
Meestal.
Wanneer je het haalt.
Er zijn veel, veel meer klimmers op de top van de Mount Everest geweest dan dat er fietsers zijn die Prudhoe Bay gehaald hebben. Verreweg de meesten keren op de poolcirkel gedesilusioneerd om.
Want... de Dalton Highway is absoluut niet te vergelijken met bijvoorbeeld de laatste achthonderd kilometer naar de Noordkaap.

Dan gebeurt er een wonder.
De Mitchell's zijn bevriend met een wegwerker die op 'de Dalton' werkt... halverwege... vlak bij Coldfoot. Een week op en een week af.
Toevallig weten ze ook dat zijn nieuwe dienst, volgende week, ongeveer op de dag dat wij daar gepland hebben te passeren, gaat beginnen.
Willen zij hem misschien bellen en vragen of hij de helft van onze supplies mee wil nemen... zodat wij het in Coldfoot op kunnen halen?
We kijken elkaar aan...
Yes!

Dick en Els
Voedsel voor twaalf dagen fietsen. Met volle tassen gaat de Holland-America Tour op weg voor het laatste kunstje... ... verder naar het noorden!

Dick en Els
Onderweg passeren we oude mijnstadjes die inmiddels zijn verlaten. Olmes City bijvoorbeeld... population: 1 Ook ontmoetten we oude bekenden. Allan, Geana, Brian en Valerie uit Fort Worth, TX zijn met hun Landrover Discovery drie maanden onderweg door Canada en Alaska. Hun avonturen (en prachtige foto's) zijn te zien op hun website: http://www.northbyrover.com

Dick en Els
Welcome to Joy, Alaska staat er op het bord. Het dorp bestaat uit 1 huis en de Arctic Circle Trading Post. Het echtpaar dat er woont heeft er 23(!) kinderen grootgebracht. Hun auto is inmiddels te koop.

Dick en Els
Ongeveer vijftig meter na de junction met de Elliott Highway houdt het asfalt op. Hier begint onze laatste vierhonderdveertien mijl naar de Arctic Ocean. De weg gaat bijna recht omhoog en verdwijnt, nog voordat het de top van de heuvel heeft bereikt in een wolk.

Dick en Els
De eerste viftig mijl, tot aan de Yukon River Bridge, zijn verschrikkelijk. H et wegdek is iets dat op bruine bonensoep lijkt en er is geen droog spoor te vinden. Het grootste stuk ervan moeten we lopen omdat het gewoon te steil is. Het is koud, de regen gutst neer en het modderwater stroomt in kleine riviertjes over de weg. De borden langs de weg waarschuwen voor alles waar je niet aan wilt denken. Riviertjes hebben namen als 'No Name Creek'.

Dick en Els
Op 1 augustus, even na de middag, bereiken we de poolcirkel. Arctic Circle, Dalton Highway, Alaska.66.33°NB en een heel stuk kouder dan de twee keer dat we de poolcirkel in Noorwegen en Finland passeerden.

Dick en Els
Nadat we de Yukon River Bridge gepasseerd zijn is het wegdek beter geworden. Hier en daar ligt zelfs een stukje asfalt. Aan de rechterkant van de weg ligt de Alyeska pijplijn waarin de olie vanuit Prudhoe Bay naar de ijsvrije haven van Valdez gepompt wordt. Het vreemde is dat die pijplijn niet recht door het landschap gaat. Er liggen rare bochten en zig-zaggen in de indrukwekkende constructie (we krijgen steeds meer bewondering voor het technologische wonder en de mannen die dit gebouwd hebben). Die zig-zaggen moeten voorkomen dat de pijp breekt bij een aardbeving en vangt ook de verschillen tussen rek en krimp op bij de enorme temperatuurverschillen die er in dit deel van de wereld bestaan ('s zomers af en toe hoger dan 25°C, 's winters kouder dan -50°C). Hoe verder we naar het noorden gaan des te korter het groeiseizoen en dus wordt alles wat er groeit steeds kleiner. Kleinere bomen, kleiner bloemen, kleinere struiken. De uitzichten worden echter steeds grootser en we krijgen een steeds breder zicht op de wereld waarin we fietsen. Heuvels... heuvels... heuvels die vol staan met naaldhout.
En zo af en toe zien we een eland grazen.

Dick en Els
Twee paar sokken hebben we aan. Plus waterdichte Goretex oversokken. Het is niet genoeg.
"Die wind... die verschrikkelijke wind".
"Heb jij het ooit kouder gehad?"
"Nee... ik geloof het niet. Zelfs op de altiplano niet. Hoe koud is het?"
"Twee onder nul... maar met die wind en die mist... het is de chill factor".
"Het voelt als twintig onder nul"
"Kom... van het fietsen wordt je warm"
"Je moet je tenen blijven bewegen!"
"Kan niet... ik heb teveel sokken aan".
"Kom... laten we nog een stukje gaan".

Dick en Els
De wind blaast zo hard dat we, zelfs in deze steile afdaling, heel hard moeten trappen om vooruit te komen. Het zicht is kort, de wolken vliegen langs en voor het grootste deel zien we bijna niets. Om de paar kilometer stappen we af, zoeken we bescherming in de berm en rusten we uit.
We praten nauwelijks.
En het knaagt.
Wat doen we hier?
Halverwege de middag zijn we allebei helemaal op. We zijn dertig kilometer verder en zijn zeshonderd meter gedaald. Het is inmiddels wat minder koud maar de wind blaast ons inmiddels nog meedogelozer in het gezicht. Auto's hebben we, sinds we van de pas vertrokken zijn, niet meer gezien.
"Dit is waanzin".
"Ja... vind ik inmiddels ook".
"Hoe ver is het nog?"
"Tweehonderdvijftig kilometer".

Dick en Els
We passeren de allerlaatste denneboom die hier langs de weg staat... ... en zien de eerste muskusossen. Prehistorische gevaartes met hoorns die droevig langs de hoofden hangen. Wanneer we buiten staan kunnen we onze ogen niet geloven. De hele lucht, van horizon tot horizon, is blauw. Helemaal blauw. Bovendien is het windstil.
In het zuiden zien we de bergen van de Brooks Range waar we gisteren langs gefietst zijn. Grote steenkolossen met een dikke sneeuwlaag. Door de mist en regen hebben we, toen we er midden in zaten, alleen de onderkant kunnen zien.
Onze wereld is betoverend mooi.

Dick en Els
Het wegdek is opnieuw verschrikkelijk. Er ligt een dikke la ag modder waardoor de ruimte tussen de spatborden telkens volloopt. Nadat we voor de vierde keer de prut er met een stokje tussenuit gepeuterd hebben zijn we het zat en nemen we een rigoreuze beslissing... De voorspatborden gaan eraf!
Daarna gaat het beter.
We kijken rond.
Eindeloze heuvels met toendragras.

Dick en Els
Er zit een gapend gat in de voorband - waarschijnlijk door een scherp stuk steen of metaal - en natuurlijk hebben we juist nu geen reserveband bij ons. Duct tape is like The Force... it has a light side and it has a dark side and...it holds the universe together.

Dick en Els
Het weer is ongeveer het tegenovergestelde van dat wat we gisteren hadden. De hemel is volledig blauw en we hebben een harde wind in de rug. En met het vorderen van de dag worden ook de heuvels minder stijl. Per kilometer gaat het gemakkelijker... per kilometer krijgen we meer vertrouwen... per kilometer voelen we ons beter. En onze motivatie, om de vergelijking met de achtbaan (zoals de Dalton ook wel genoemd wordt) compleet te maken, vliegt weer omhoog.
Dips?
Nee...

Dick en Els
Dan, ein-de-lijk, zien we aan de horizon de eerste prefabgebouwen en containers van Deadhorse. De weg maakt een bocht, en nog een en dan moeten we het laatste stuk tegen de wind in vechten om er te komen.
In de laatste bocht stoppen we en geven we elkaar een zoen.
"We hebben het gehaald!"
Bij de noordelijkste supermarkt ter wereld maken we foto's van onszelf onder het fameuze bord dat het einde van de Dalton aangeeft: Deadhorse, Alaska!