Dick en Els verwisselen asfalt voor steenslag en modder

Accross the Great Divide


Dick en Els

Twee dagen nadat we de Camino Real hebben verlaten bereiken we Abiquiú, waar we de aan ons avontuur over onverharde wegen, bospaden en singletracks langs de waterscheidingslijn van de Verenigde Staten willen beginnen. De waarschuwing om het stuk door New Mexico en Colorado beslist niet te rijden voor juli, omdat het dan te koud zou zijn en er te veel sneeuw zou liggen slaan we in de wind. Dat is misschien wel zo in een normale winter maar er is hier al jaren geen 'normale' winter geweest. Al jarenlang klaagt men over droogte. Bovendien is het al maandenlang te warm voor de tijd van het jaar en zien de bergtoppen er prachtig uit.
Met voor tweeënhalve dag eten in de tassen en het idee 'we zien wel' gaan we op weg.

Bij het gehucht El Ritogeeft de hoogtemeter 1900 meter aan. Het is het mooiste weer van de wereld en onze onverharde weg is breed en prachtig glad. We fietsen door een heerlijk geurend dennenbos, de vogels fluiten en er is geen auto te zien.
Dat blijft de volgende vier uur zo.

Geurende dennen, fluitende vogels en niemand te zien.
De weg is dan helaas wel een stuk minder geworden. We zijn gestegen naar 2550 meter, hebben ons verbaasd over de hoeveelheid sneeuw die er nog ligt, zijn met moeite over allerlei bevroren sporen gehobbeld. We dalen langs een lastig pad af naar het gehucht Vallecitos, dat op 2300 meter hoogte ligt. Een groepje verspreid liggende houten huizen aan een smalle kreek. De meeste leeg en verlaten, sommigen half of helemaal ingestort en overgroeid met struiken. Bij iedere hut staat een indrukwekkende verzameling vooroorlogs landbouwgereedschap, roestige tractoren en kapotte auto's. Geen Walmart te zien.
Achter één van de huisjes zien we twee vrouwen die bezig zijn hout te hakken. Een opgeschoten jongen staat er slungelig naar te kijken. Het zijn een vrouw van middelbare leeftijd en haar moeder. Ze spreken Spaans en we krijgen water. Wanneer we antwoord geven op hun vraag waar of onze reis naar toe gaat kijken ze ons ongelovig aan. Via de Carson Mountains naar Buena Vista... in deze tijd van het jaar? Madre!

Dick en Els
Abiquiú is het begin van ons onverharde avontuur. Het weer is mooi, de weg is glad.

We laten het stel achter en rijden weer omhoog. Eerst vijf mijl over asfalt naar Cañon Plaza en vandaar steil omhoog over een pad van stenen en gruis dat nijdig meer op dan neer gaat en met de kilometer slechter wordt. En dan, wanneer we denken vlak voor de pas te zijn, slaan we af naar links. We komen op een dubbel spoor terecht en lopen na anderhalve kilometer duwen vast in de natte sneeuw en modder. Het indrukwekkende spoor van een beer kruist ons pad.
"Ik ben heel erg moe"
"Ik kan ook niet verder meer"
"Hoe hoog zitten we?"
"2700 meter volgens mij"
"En morgen moeten we naar hoeveel?"
"Naar 3450"
"Ik geloof niet dat dat een slim plan is. Als er hier al zoveel sneeuw ligt en de paden zo ontzettend modderig zijn dan ligt er zevenhonderd meter hoger nog veel meer. Bovendien is het niet alllen de conditie van de paden... het is ook de hoogte".
"Ik heb een paar k ilometer geleden al bedacht dat we maar beter over asfalt verder kunnen gaan. Het is hier heel erg mooi maar we zijn - net zoals er op de kaart staat - misschien wel een beetje te vroeg in het seizoen".
"Ja... tien weken! En wat nu? Terug?"
"Volgens de kaart moeten we hier op een mijl of tien van de '64' zijn. Daar kunnen we morgenochtend naar toe proberen te komen en via die weg kunnen we naar de '285'. Die gaat door de San Luis Valley naar het noorden. Aan het eind van de vallei kunnen we via een asfaltpas naar de andere kant van de Sangre de Christo naar Colorado Springs"
"Ja... maar wat nu... wat wil je nu?"
"Ik denk dat we hier moeten kamperen"
"In die blubber?'
"Ja... er zit niets anders op"
"Mij best".
"Dat berenspoor..."
"Ja, wat is daar mee?"
"Groot hè?"
"Ja... best wel".

We vinden een plekje bij een ijskoude kreek, koken een maal, praten lang over of we het eten wel of niet in een boom moeten hangen, kiezen uiteindelijk voor het laatste en vallen moe in slaap.

Dick en Els
Gaandeweg wordt het pad slechter en boven 2200 meter ligt er sneeuw.

Halverwege de nacht begint het zachtjes te regenen. De regen gaat over in natte sneeuw en hagel en langzaam wordt het kouder en kouder. Wanneer we 's morgens de tent opendoen is deze bevroren. De toppen van de bergen boven ons gaan schuil in een zwart wolkendek. Het is negen graden onder nul.
"Ik geloof dat hier ons avontuur op de trail eindigt".
"Dat hadden we gisteravond toch al afgesproken?"
"Ja... maar wanneer je dan in je tent ligt hoop je toch dat je er de andere ochtend anders over denkt".
"Over een paar uur kan het een prachtig zonnetje zijn".
"Ik geloof niet dat we risico's moeten nemen. Ik ben gisteren vier keer bijna op m'n snuit gegaan. De hele dag hebben we geen ziel gezien en toen bedacht ik me dat je hier in serieuze problemen bent wanneer je met een gebroken been naast het pad ligt".
"Daar heb ik ook aan gedacht".
"En verder is er het probleem dat we in deze omstandigheden niet binnen twee dagen in Polaris zijn. Dat betekent dat we een extra dag met ons eten moeten doen".
"Maar we hadden toch al afgesproken dat we verder zouden gaan over asfalt?"
"Ja... maar... sneu is het wel".
"Het is nu eenmaal zo"
"Yep".


Dick en Els
Poncha Springs heeft een ijswinkel en een hondenkerkhof.

Dick en Els
De San Luis Valley. Een dorre vlakte tussen twee besneeuwtopte bergketens. In het westen de Carson Mountains, in het oosten de Sangre de Christo. Een blauwe lucht en knisperend vriesweer.

Anderhalf uur later rijden we verder. Dik ingepakt tegen de kou. In de tijd dat we hebben ontbeten is de zon er een paar maal doorgekomen. Net voldoende om de tent en d e slaapzak te drogen. Het pad gaat nog honderdvijftig meter omhoog en daarna rijden we in zeven kilometer over bevroren karresporen in een heel moeilijke afdaling door het bos en over een dubbel spoor naar het verlossende asfalt van de '64'. Inmiddels is het begonnen te regenen en ijzelen en daar waar we een afdaling verwachtten volgt opnieuw een steile klim die aan de andere kant van de pas eindigt bij een Ranger Station waar we onze handen kunnen warmen en waar kantoordames de onvermijdelijke domme vragen stellen. Koffie is er niet.
Opgewarmd rijden we naar Tres Piedras waar we in een houten café terechtkomen. Daar drinken we koffie en eten we pancakes. Uit de kieren van een grote houtkachel kringelt rook. Een paar oude mannen praten er over het weer. Morgen gaat het stormen, hagelen en sneeuwen. Er worden windsnelheden van 70Mph verwacht.
"And today?"
"Well... you could get into just about anything. This time of year there could be in a blizzard in the morning and have a perfectly blue sky in the afternoon".
"Four seasons in one day..."
"Yep. But tomorrow will be bad. They think it'll be like three weeks ago. We had six feet of snow in two hours then".

We kijken naar buiten. De lucht lijkt schoon, de wind komt uit het zuiden en het ziet er goed uit.
Even later rijden we weg. Achter ons zien we pikzwarte wolken boven de Carson Mountains, precies op de plek waar we een paar uur eerder onze tent hebben opgepakt.
"Pfff... goed dat we daar uit zijn. Lijkt me helemaal niet leuk op dit moment".
"Yep... koud en nat".
"Laten we maar gaan. Antonito is nog ver".
"Hoe ver?"
"Vijftig kilometer".
"Hoe laat is het?"
"Twaalf uur geweest. We hebben rugwind".
"OK".

We draaien de 285 op. De weg is kaarsrecht en gaat langzaam omhoog. Links en rechts zien we kale akkers en achter ons verdwijnt de bebouwing van Tres Piedras langzaam uit het zicht. Verkeer is er nauwelijks.
We voelen spetters en kijken om.
Daar zien we dat de inktzwarte lucht ons langzaam inhaalt. De wind blaast ons vooruit en we hoeven nauwelijks te trappen om dertig, vijfendertig in het uur te halen.
De spetters houden op en er valt hagel.
Langzaam wordt het donker.
Tien minuten later jaagt de sneeuw horizontaal over de weg.
De wind draait langzaam en komt eerst nog schuin van achteren en dan pal van opzij. We vliegen door een storm. Op de zijkant van d e fietsen, onze handschoenen, jassen en tassen groeit een ijslaag en de wereld wordt in hoog tempo wit.
Dan stoppen we.
"Dit gaat niet goed" schreeuwen we tegen elkaar.
"Nee. Dit is gevaarlijk".
"We moeten een lift".
"Er is hier niemand".

Door de storm is het zicht minder dan honderd meter en wanneer er al koplampen tussen de jagende sneeuwvlokken opdoemen zijn deze ons binnen een paar seconden voorbij.
"Ze zien ons niet meer. Dit is levensgevaarlijk"
"Hoe ver nog?"
"Veertien kilometer denk ik"
"Kom, doorgaan!"
We proberen het opnieuw een paar honderd meter maat het waait te hard om op de weg te blijven. De natte sneeuw vult de ruimte tussen banden en spatborden en op de remmen zit een grote klomp ijs.
We worden gepasseerd door een VW-busje met een fietsrek achterop. Wanneer ik een hand opsteek om hulp beland ik bijna in de berm.
"Can't you see we're in fucking trouble here?" schreeuw ik zinloos in de grijze leegte.
Achter me is Els veranderd in een witte sneeuwpop.
Verder!
Dan... als door een wonder... doemt het VW-busje op uit de sneeuw. Ik zwaai en zie hoe de chauffeur panisch naar achter me wijst.
Els is van de weg geblazen en ligt in de berm.

We zijn er tegelijk. De jongen uit het busje vraagt of alles OK is. Er komt geen antwoord. Els schudt en trilt over haar hele lichaam. Haar gezicht is blauw, haar tanden klapperen, haar ogen staren in het niets en er komen alleen maar klanken uit haar mond.
"I think she's in a state of shock... let's get her inside the car".
Terwijl we haar in de auto helpen zie ik pas hoe we er uitzien. Alles zit onder de aangevroren sneeuw. Onze handschoenen zijn bevroren, de tassen wit en op de zijkant van onze benen zit ook een laagje ijs.
"What are you guys doing here?"
"We're trying to get to Antonito".
"In this blizzard?"
"Blizzard?"

Een kwartier later zit alles in het kampeerbusje en rijden we verder. Onze redder heet Andy Riemenschneider en is 'een van ons'... een fietser. Hij is op weg van Santa Fe, waar hij in het weekend twee races heeft gereden, naar zijn huis in Salida. Verleden jaar heeft hij, samen met z'n vriendin Karen, acht maanden in z'n Westfalia camper door de VS heeft gereisd. Iedere dag hebben ze gefietst en toen ze in Salida arriveerden besloten ze dat dat hun nieuwe plek z ou worden.
"Antonito doesn't really have accomodation... let me take you one town further, to Alamosa. That's a college town, so there will be more choices. You could also come with me to Salida... no problem".
"Alamosa will be fine".

We stoppen voor een coffee shop waar we thee drinken en helemaal opwarmen. Els is inmiddels ontdooit en wanneer we de spullen uit de auto gehaald hebben nemen we - pas nadat we hebben beloofd om hem over twee dagen in Salida te komen opzoeken - afscheid van Andy.
Hij rijdt door.
Wij vinden een kamer in het Lamplight Motel, de goedkoopste plek van het stadje. Een kamer kost er veertig dollar, meer dan we ooit voor een overnachting hebben betaald. Maar nood breekt wet... we hebben er een warme douche, een goed bed, een microwave en coffeemaker en een TV met honderdtien kanalen.
Het bovenbeen van Els gaat blauw worden. Ze heeft ook pijn in haar schouder. Op de TV zien we dat we nog van geluk mogen spreken. Het slechte weer in Colorado heeft de Golfoorlog naar het tweede plan gedrukt. We zien beelden van dichtgesneeuwde passen in Vail en Boreas en hoe sneeuwruimers de snelwegen rond Denver en Boulder vrijhouden. De weermannen spreken over 'a very late blizzard'. Een gigantisch koufront is vanuit Canada naar het zuiden gekomen en heeft het weersysteem in de VS volledig in de war geschopt. In El Paso zijn windsnelheden van 80Mph gemeten. gebouwen zijn ingestort en er zijn tientallen auto-ongelukken gebeurd.

Dick en Els

Dick en Els
Beelden langs de afdaling van Salida naar Canon City, langs de Arkansas River.

Twee dagen later rijden we Salida binnen. Het is een prachtig stadje met hele mooie oude gebouwen die allemaal heel smaakvol gerestaureerd zijn. Er is een bierbrouwerij, veel outdoorwinkels en groceries waar healthfood verkocht wordt en het leuke is dat het centrum helemaal te belopen is. Dat zien we weinig in de VS. Veel mensen rijden op fietsen. Ook dat zien we niet zo vaak. We logeren er bij Andy en bedanken hem voor onze redding met een Hollandse maaltijd... hachee.
De volgende dag is het aanzichtkaartenweer. Langs een prachtig blauwe lucht jagen mooie wolken. De wind komt uit het westen en onze weg gaat naar het oosten... een prachtige afdaling langs de Arkanas River, waarin veel vliegvissers een forel proberen te vangen.
Een koude maar prachtige rit waarop we veel stoppen en zeker veertig foto's maken.

In Cañon City melden we ons bij Otero Bike Shop, waar we ontvangen worden door Spencer. De winkel hangt vol met 'awesome' posters, de muziek is cool.
"You must be the guys from Holland!"
"Yeah, we are, nice to meet you!"
"Do you want some herbal tea?"
"Mmmmm..."
"You're older that I thought you would be..."
"Is that a prob?"
"No... of course not... it just surprised me. I wish my parents would do things like you do".
"They don't?"
"No..."
"You should give'm a bike for Christmas".
"Mpfff..."
"Tom send us to you..."
"I know... he called twice today. And Jeff mentioned you were back in his shop this morning again".
"We were..."
"Listen... I arranged a camp spot for you on the lawn at Raft Masters. You can use the kitchen and showers of the guides".
"Cool!"

Nadat hij gebeld heeft dat we eraan komen tekent hij een plattegrondje hoe we naar het raftcenter moeten rijden en wenst hij ons een goeie avond. Op de stereo horen we een leuke versie van de Monkees klassieker 'I'm a believer'.

Het raftcentrum is snel gevonden. Aan de rand van de stad, naast een parkeerterrein waarop overgeschilderde schoolbussen staan. We worden heel leuk ontvangen door de eigenaresse die ons de douches wijst en van wie we de keuken mogen. Wanneer Jimmy - een van de medewerkers - ons naar het kampeerveldje brengt kijken we echter op ons neus.
Het veldje staat vol water en twee grote honden raggen door de blubber.
"Jesus... Dennis has been irrigating!"
"We can't put the tent up in that pond".
"I know... but hey... why don't you sleep in my bus tonight. I'll be staying at my girlfriend's anyway"
"A bus?"
"Yes... I live in that old schoolbus over there. It has everything... a stove... lights... music... a good bed".

We kijken elkaar aan.
"A bed?"
"Yes... good music too".

En dus zitten we een half uur later in een doorgewierrookte bus tussen de India-lappen en de posters van Jimi Hendryx naar Blue Oyster Cult te luisteren.
All our times have come
Here but now they're gone
Seasons don't fear the reaper
Nor do the wind the sun or the rain (we can be like they are)
Come on baby (don't fear the reaper)
Baby take my hand (don't fear the reaper)
We'll be able to fly (don't fear the reaper)
Baby I'm your man
La-la-la-la-la la-la-la-la-la

Heel mellow.
Heel cool.
Heel jaren zeventig.
De eigenaresse van het raftcentrum leert haar kinderen paaseieren verven. De avondzon kiert tussen een paar bomen door, precies op het plaatsje voor de bus, waar we ons avondmaal koken. Spaghetti met Catfishfilet in tomatensaus. Uit de bus klinkt de Grateful Dead...
I set out running but I take my time
A friend of the Devil is a friend of mine
If I get home before daylight
I might get some sleep tonight

Net wanneer we opgeschept hebben steekt er een bekend gezicht om de hoek van de bus. Het is Spencer.
"Hey... how nice... you have come to look how we're doing..."
"Yeah..."
"And right on time too... we've got enough food for three. Do you like catfish... spaghetti?"
"Oh yes... I love it".
"Let's find you a plate..."
"Your friend from Springs is here..."
"Our friend?"
"Yeah... from Springs. He was worried so he came to find out about you guys".

We kijken elkaar aan.
"Kees!"
"Where is he?"
"He's over there..."

We staan op en lopen naar het parkeerterrein. Daar kijken we in het breed lachende gezicht van Kees, onze Katwijkse buurjongen die acht jaar geleden naar het verre Amerika is vertrokken.
"Ja... ik had het weerbericht gezien en dat zag er voor morgen niet zo best uit dus toen dacht ik 'laat ik ze maar op gaan halen".
"Kees!"

We huggen en zoenen en terwijl Spencer zichzelf achter onze rug een flink bord spaghetti opschept wordt bij ons de verbazing alleen maar groter.
"Maar hoe wist je dat we hier waren?"
"Nou... je had gemaild dat je via een fietsenwinkel in Salida een adres in Cañon City had gevonden. Dus heb ik die winkel opgebeld - ik had eerst de verkeerde natuurlijk - en die verwezen me door naar die winkel hier. Daar kreeg ik hem aan de telefoon. Jullie waren toen net drie minuten weg. Nou... toen ben ik in de auto gestapt en naar hem toegereden. Hij heeft de winkel op slot gedaan en me hierheen gebracht... heel simpel. Het is iets meer dan een uur rijden vanaf mijn huis".

De volgende ochtend worden we wakker in een enorm huis aan de buitenrand van Colorado Springs. In de tuin beneden scharrelen een hert.
Kees woont niet gek.
Amerika is nog steeds het land van de onbegrensde mogelijkheden. Het is mooi weer. Het weer dat we 'aanzichtkaartenweer' noemen. Een blauwe lucht met witte wolken. Kees heeft vrij genomen om ons de omgeving te laten zien. Onze verbazing begint al wanneer we de deur van z'n garage opendoen en oog in oog staan met een roedel herten.
"Is dat normaal hier?"
"Ja... sommige buren geven die beesten eten en daarom komen ze steeds terug. Het voederen is illegaal en je riskeert er een hoge boete mee".
"Wel leuk hoor..."
"Ja... maar ze brengen ook een hoop schade aan de gazons en tuinplanten".
"De mensen moeten niet zeuren. Die beesten waren hier het eerst".
Langzaam wandelen de dieren naar de tuin van de buren, waar ze voor de keukendeur gaan staan. Zo op het eerste gezicht zien ze er nog tammer uit dan honden of katten.
Op de weg naar beneden zien we er nog minstens tien. Ze staan in de tuinen en grazen gazongras.
"Zie je... dat bedoel ik. Ze vernielen de gazons. Die beesten bijten het gras niet af maar trekken het met wortel en al uit de grond"
"Nou... wat doen de mensen er aan?".
"Ze kunnen er niets aan doen... ze hebben het probleem zelf veroorzaakt. De veulens die geboren worden leren dit gedrag van de ouders... hier zie je dus evolutie".

We rijden naar de 'Garden of the Gods', een State Park op een paar mijl van waar Kees woont. Het weer is prachtig en al van verre zien we dat het om een heel bijzondere plek gaat. Bizarre rode en witte rotsformaties steken ruw uit de grond en vormen een prachtig contrast met de dennenbossen op de achtergrond. Daar weer achter is Pikes Peak te zien, de berg die de inspiratie vormde voor het lied 'America The Beautiful'. We stoppen bij 'Balanced Rock' en laten ons door Kees fotograferen in het gat bij 'The Siamese Twins'. We proberen te ontdekken waarom 'Kissing Camels' zo heet en zien met heel veel fantasie het antwoord.

Dick en Els

Dick en Els
The Garden of the Gods bij Colorado Springs. Op het onderste rijtje van links naar rechts: Balanced Rock, Kissing Camels, Pikes Peak (van America the Beautiful) door de Gatway en een foto in het park zelf.

Woensdag 23 april. Aan alles komt een end. Ook aan onze logeerpartij bij Kees. We staan op en klikken de TV aan. The Weather Channel... your local on the 8's. Het bericht is duidelijk... een behoorlijke zuidenwind en hier en daar een bui. Morgen wordt er sneeuw verwacht en draait de wind naar het noorden. Duidelijke taal... dus gaan we vandaag fietsen en niet morgen. Met een flinke rugwind zullen we weinig last hebben van een regenbui. Bovendien hebben we jassen.
We pakken onze spullen in en gaan nog geen half uur later op weg. Het is dan nog behoorlijk fris en wanneer we het garagepad afdraaien lopen de herten in de tuin van de buren een stukje met ons mee.

Vlak voordat we over de I-25 gaan slaan we linksaf en gaan we langs een talud naar beneden om daar, naast de Santa Fe Railroad, op een trail terecht te komen. Het pad is door de rege n van de afgelopen dagen echter behoorlijk zacht geworden en dat maakt, samen met de nijdige heuveltjes, onze eerste twintig fietskilometers tot een vermoeiende klus. Bovendien stijgen we behoorlijk. We passeren de Academy, zien de futuristische kerk en het stadion aan de voet van de bergen en voelen af en toe wat sneeuw en hagel.
Na een lastige klim dalen we, vijf à zes mijl verderop, Park Lake binnen. In een snackbar genieten we van een kop warme soep en een Bratwürst mit Sauerkraut. Buiten wordt het kouder en de lichte streep aan de horizon is inmiddels verdwenen.
We zijn nog geen vijf kilometer verder wanneer het begint te sneeuwen.
Eerst een beetje.
Dan een beetje meer.
En voor we het weten zitten we in ongeveer dezelfde situatie als een week eerder.
Er blaast een harde noordenwind, waardoor we niets meer kunnen zien en wanneer we bijna van de weg gereden worden door een luid toeterende auto knijpen we in de remmen.
"Dit is gevaarlijk".
"Niet alleen gevaarlijk, het is ook heel erg koud"
"Wat denk je?"
"Stoppen! Wat een hondeweer".
"Daar is een boerderij!"

Dick en Els