Je neemt een sabatical... en wat doe je daar mee?

Naar Timboektoe... op de fiets!

Dick en Els

Op 8 mei 1998 vertrokken Dick Verschuur en Els Schaap vanuit hun woonplaats Katwijk aan Zee naar Timboektoe... op de fiets. Ongetraind en behoorlijk te zwaar. Een 'sabattical', dat was het. Niets meer en niets minder. Tijdens die dertien maanden lange tocht maakten ze foto's en hielden ze een dagboek bij. Onbedoeld legden ze daarmee het proces vast dat uiteindelijk zou leiden tot een totale ommezwaai in hun bestaan.
In acht extra afleveringen kunnen de lezers van De Fietskoerier nu meelezen waarom hun leven zo veranderde en waarom het daarna nooit meer zo zou kunnen zijn als het ooit was. Het begint onschuldig... als een doodgewone fietsvakantie...

08-05-1998 onderweg naar Nieuwerkerk aan den IJssel 70 km 70 km
Op de grote markt van Gouda drinken we een pilsje. Het is schitterend weer en minstens vijfentwintig graden. Op twintig meter van ons plekje op het terras stallen twee jonge fietsers hun bepakte fietsen tegen een lantaarnpaal. De boel gaat op slot en daarna dekken ze het geheel af met een stuk plastic. Het lijkt wel of ze regen verwachten. Vreemd, de lucht is blauw tot aan de horizon. Dan, wanneer ze juist willen weglopen, zien onze fietsen en raken we in gesprek. Ze komen uit Ierland en zijn op fietsvakantie door Nederland. Het zeil over de fietsen moet voorkomen dat er iets gestolen wordt want ze willen te voet de binnenstad van Gouda bezichtigen. Ik geef hen de tip om de fietsen in het vervolg in de fietsenstalling van het station te stallen. In elke plaats van betekenis is er bij het station wel een bewaakte fietsenstalling. Ze reageren verbaasd en verrast. Aan die mogelijkheid hadden ze zelf nog niet gedacht. Ze knikken naar onze fietsen en informeren nieuwsgierig naar onze bestemming. Wanneer we - niet zonder trots - vertellen onderweg te zijn naar Timboektoe reageren ze allebei wat lacherig.
"Timbuktu?"
Op dat moment realiseren we ons dat dit inderdaad een beetje vreemd klinkt... "We zijn onderweg naar Timboektoe en dit is onze eerste dag. We hebben er nu ongeveer vijftig kilometer op zitten".
Hoofdschuddend wandelen de twee in de richting van het stadhuis.


13-05-1998 onderweg naar Genappe (B) 72 km 410 km
Van Halle fietsen we naar Waterloo. Daar is ooit wereldgeschiedenis gemaakt. Het zou indrukwekkend moeten zijn. Een groots uitzicht over een voormalig slagveld... een enorme piramide met daar bovenop een fiere gouden leeuw. We zijn allebei nog niet eerder op deze plek geweest en onze verwachtingen zijn dus hoog gespannen. Natuurlijk blijkt het, wanneer we er eenmaal zijn, een regelrechte teleurstelling en eigenlijk hadden we beter moeten weten. Waterloo is niets anders dan een ordinaire toeristenfuik. Naast een heuveltje, op een kruising van twee smalle wegen, in het midden van een kale vlakte staan een aantal snuisterijenwinkeltjes waarin een overvloed aan felgekleurde plastic nutteloosheid te koop is. Verder is er niets. Zelfs het uitzicht over de heuvels die aan de rand van de vlakte liggen valt tegen. Er is helemaal niets.
Geen museum.
Geen tableau waarop de troepenbewegingen van Wellington en Napoleon verklaard worden.
Niets.
We kunnen ervoor kiezen de piramide te beklimmen, naar de leeuw, maar omdat de kans groot is dat ons daarboven opnieuw een teleurstelling wacht is levensgroot. Daarom doen we het niet. Bovendien willen we onze fietsen niet onbeheerd achterlaten.

Een nog grotere teleurstelling zijn de wegen in dit gebied van België. Die blijken in een erbarmelijk slechte staat. Over de 'witte' wegen is niet te rijden vanwege de kasseien en over de 'rode' ook niet vanwege het ontbreken van een fietsstrook. Bovendien hebben de Belgische automobilisten geen enkel respect voor fietsers. Het is niet verwonderlijk dat hier per jaar ruim twee maal zoveel dodelijke ongelukken gebeuren als in Nederland.
Het vinden van een camping is ook een probleem. De camping die we in gedachten hebben blijkt, wanneer we deze na lang zoeken eindelijk gevonden hebben, niets meer dan een zigeunerkamp, aan drie zijden omzoomd door een autosloperij. In de wijde omtrek is verder niets te vinden. Voor een paar minuten stallen we onze fietsen tussen op elkaar gestapelde naar vet stinkende motorblokken. Het plekje waar we onze tent mogen plaatsen is overwoekerd met metershoog onkruid. De grond is zwart van de afgewerkte olie.
We kijken elkaar aan.
Els haalt haar schouders op.
"Tja, we zullen hier toch aan moeten wennen... in Afrika zullen we nog wel mindere plekken tegen komen."
"Er is hier volgens mij niet eens een douche."
"Zoek jij eens op in je woordenboek wat 'salle' nu eigenlijk betekent... dat zei die vrouw in dat dorp toch... 'Camping? Oh la la... par la, mais trés salle!'"
"O ja... 'Salle', dat zei ze. Eens kijken.... 'salle'... hier heb ik het al... 'salle' betekent 'smerig'."
"Nou als die Belgen iets al smerig vinden"
"Gaan?"
"Gaan!"


Dick en Els
Chateau Chinon. Een absurd kunstwerk van Niki de Saint-Phalle. Felgekleurde bewegende objecten in een bak troebel water. Even buiten het stadje fotografeerden we dit vehikel...
Een Berini?

Dick en Els
Markt in Evaux les Bains... stokbrood, ham, worst, paté en natuurlijk... kaas!


20-05-1998 onderweg naar Arrigny (F) 108 km 808 km
Vandaag gaat de hele rit naar Arrigny over rustig glooiende wegen. Prima asfalt! Frankrijk is een park! We rijden langs eindeloze groene akkers waarop gerst, tarwe en koolzaad. Aanschouwelijk onderwijs voor de jeugd...
"Die groene met die korrels allemaal compact bij elkaar dat is tarwe."
"Voor brood?"
"Ja."
"En die daar?"
"Die daar, met die haren die eruit steken, dat is gerst."
"Waarvoor is dat?"
"Voor bier."
"Oh ja, natuurlijk... voor bier."
"Die daar, dat spul dat er niet uitziet alsof het graan is, met die losse korrels aan losse sprieten, dat is haver."
"Hoe weet jij dat allemaal?"
"Dat weet ik niet."

Hoog boven ons vliegen de leeuweriken. We horen ze de hele dag en zoeken de lucht af in de richting waar het geluid vandaan komt. Het is niet eenvoudig om zo'n fladderend stipje te ontdekken. Maar dat geluid... Dat kén ik... Telkens heb ik het idee dat er een LP van Pink Floyd draait: Umma Gumma... Granchester Meadows... een solonummer van Roger Waters dat begint met leeuwerikgezang...

Hear the lark harken to the barking of the dark fox gone to ground.
See the splashing of the kingfisher flashing to the water.
And a river of green is sliding unseen beneath the trees
laughing as it passes through the endless summer making for the sea.

In the lazy water meadow I lay me down.
All around me golden sun flakes settle on the ground.
Basking in the sunshine of a bygone afternoon
bringing sounds of yesterday into this city room.


Dick en Els

Le Pont de la Projet bij Bretenoux
coquelicots
en ander schoons


07-06-1998 onderweg naar Meyronne 62 km 1829 km
De dag wordt wakker, grijs en saai. We pakken in, ontbijten op het terrasje bij de receptie en fietsen de camping af. Over de D12 langs Brivezac naar Beaulieu. Een landschap waarin niets gebeurt en een rivier die te ver weg is. Na Beaulieu wordt het mooier en mooier. Tussen de bomen schieten rotsen de lucht in en echt mooi wordt het vooral wanneer we bij Bretenoux de Dordogne oversteken en op de zuidoever verder fietsen. Eigenlijk heet het hier de Cère. Pas een kilometer of tien later, bij het schitterende plaatsje Carennac, rijden we weer langs de Dordogne.
Carennac lijkt een leuk plaatsje om even rond te kijken. Dat vinden wij blijkbaar niet alleen want we ontmoeten er ook andere fietsers. Wel drie stelletjes. Een Hollands stel en een wat ouder Engels echtpaar zitten op een muurtje te lunchen. De Engelsman blijkt een paar dagen ervoor in een afdaling te zijn gevallen. Zijn rechterbeen is flink geschaafd. Door het overvloedig gebruik van jodium ziet het er verschrikkelijk uit. Desgevraagd blijkt het hem nauwelijks te hinderen. Ze hebben allebei waarschijnlijk geen behoefte aan contact want de antwoorden komen er bot en ongeïnteresseerd uit. Ze hebben meer aandacht voor hun cucumber-sandwiches. Hoe ze in het hartje van Frankrijk aan dit typisch Engelse witbrood komen mag Joost weten.
Met het Nederlandse stel raken we wel in gesprek. Het zijn klagers en ze weten veel beter dan wij. Ze zijn hier zelfs al voor de derde keer op fietsvakantie. De eerste keer, zo vertelt hij, moesten ze na een paar dagen stoppen omdat hij een voorhoofdsholteontsteking opgelopen had. Daarmee heeft hij toen wel zes weken in een hotel in Argentat doorgebracht. Verleden jaar zijn ze hier ook geweest en toen is het ook niet echt een leuke vakantie geworden. Ze zien er allebei nogal bleek uit. Niet als types die regelmatig buiten spelen.
Ineens kijkt hij me flink bezorgd aan.
"Wat voor water drinken jullie eigenlijk?"
"Wij? Wij drinken gewoon uit de kraan... of uit een bron... of uit de dorpsfontein... of uit de rivier... als die helder is. Gewoon, dat wat er is."
"O... Joh, dat moet je niet doen hoor! Dat is hier héél gevaarlijk!"
"O ja? Daar is ons niets van bekend..."
"Als jullie zouden weten wat er hier allemaal in het leidingwater zit... dat wil je niet weten."
"Hoe doen jullie dat dan?"
"Flessen! Wij kopen iedere dag vers water!"
"O."
"Ja, en elke dag een ander merk!"
"O..."
"Verleden jaar zijn we na twee weken allebei ziek geworden en moesten we naar huis. Eerst wisten we niet wat de oorzaak was. Het was een raadsel. Later hebben we ontdekt dat dit kwam omdat we in die eerste twee weken steeds hetzelfde water hadden gedronken. Water van één merk."
"Was dat water fout?"
"Nee... dat niet. Maar kijk, in al dat flessenwater zitten mineralen. Dat is prima. Maar ieder merk heeft maar een beperkt scala. Toen we verleden jaar water van één merk dronken hebben we na twee weken een tekort aan die mineralen opgebouwd die niet in dat watermerk aanwezig waren... vandaar dat we ziek werden."
"Gôh, wat vervelend... hoe kwam je daar achter?"
"Ik werk op een laboratorium en daar heb ik het uitgezocht".
"Wat goed zeg."
Zij rolt een zware shag... Brandaris... en knikt instemmend. Heel trots op haar partner.
"Dit jaar kopen we iedere dag water van een ander merk. Die mineralen heb je toch nodig... iedere dag opnieuw. Zeker wanneer je veertig kilometer per dag moet fietsen."
Ze schuift het pakje vloei over het tafeltje in zijn richting. Mascotte... drie keer beter.
"En als het zo warm is..."
"Ja..."
Tegen de zon in kijkt hij me aan... met toegeknepen ogen... dan neemt ook hij een flinke pluk shag uit het pakje. Bruine vingers... net als zijn vriendin.
"Nu gaat het wel goed... we zijn niet ziek... maar je moet gewoon verdomd goed oppassen hier... met die warmte."

Dick en Els
het dorp Najac,
de pizzeria waarboven we een heerlijke kamer huurden
en het uitzicht op de ruïne van het chateau.

Dick en Els
Daar wandelden we de volgende dag naar toe om er te ontdekken dat de stenen van het bouwwerk wel maar de metselspecie niet tegen weer en wind bestand zijn.


14-06-1998 op een rustdag in Najac 0 km 2140 km
Aan de zuidpunt van het dorp staat, op de punt van de rots, het Chateau. Een enorme ruïne van wat vroeger een belangrijke vesting moet zijn geweest. De toren ervan is nog in goede staat en lijkt nog niet zo lang geleden gerestaureerd. De rest van de gebouwen ligt in puin. Tegen een geringe vergoeding kunnen we de ruïnes bezichtigen en de toren beklimmen. Via een wenteltrap komen we op het hoogste niveau waar zich een werkelijk schitterend uitzicht over de wijde omgeving ontvouwt. Langzaam wen ik aan de hoogte en durf ik dichter bij de kantelen te staan. Najac ligt aan onze voeten. Vanaf dit punt is goed te zien dat het dorp eigenlijk bestaat uit niet meer dan twee parallelle straten. Daartussen zijn een aantal nauwe dwarsstraten en -stegen gevlochten. Midden in het dorp is een klein centrum met een paar restaurantjes en souvenirwinkels. Het échte centrum van het dorp, met de Marie en het marktplein, ligt veel hoger, aan de noordkant van het dorp, boven op de noordelijke punt van de rotskam.
Nadat we de toren afgedaald zijn wandelen we terug, door het dorp en komen uiteindelijk op het pleintje aan. Er staan schitterende huizen en zelfs twee kleine hotelletjes. Onder galerijen die gestut worden door zandstenen pilaren en eeuwenoude balken zien we marktkraampjes. Groente, fruit, brood en kaas. Net als in veel kleine plaatsen is het hier, op zondag, boerenmarkt.

Het hotelletje waar we zitten is spotgoedkoop: een prima kamer met ligbad voor 100 Ffr. De waardin draagt een snor en een vet schort. Ze is de hartelijkheid zelve en kookt onvergetelijk lekker. De pizzeria blijkt slechts een toeristentrekker want's middags zit het er vol met dorpelingen. Aan de toog drinken mannen met baretten hun pastis. Gedreven door trek en nieuwsgierigheid lopen we binnen. Helaas: 'tout complèt'.
"Une réservation c'est nécessaire pour le dimanche."
Ze lijkt oprecht teleurgesteld. Dan, ineens, klaart haar gezicht op en waggelt ze naar een echtpaar dat aan een vierpersoons tafeltje zit. Even overlegt ze en dan wenkt ze ons. We kunnen aanschuiven...
"Mais oui, bien sur... naturellement".
Het keuzemenu bestaat uit vijf fantastische gangen voor 96Ffr (vin compris).
Moeizaam maken we anderhalf uur later de gang naar boven, het smalle trapje op. We brengen de rest van de zondagmiddag op z'n Frans door. Met slapen en doezelen.

Later, wanneer het eten wat gezakt is en we weer tot bewegen in staat zijn, slenteren we nog wat door het dorp. In een van de kroegen kijken we op een groot scherm naar de wedstrijd Nederland-België. Het wereldkampioenschap voetbal is begonnen en de Pyreneeën komen dreigend dichterbij.

Dick en Els

De Pyreneeën komen dreigend dichterbij.

Dick en Els
en hier gaat het beginnen


19-06-1998 onderweg naar Sorgeat 54 km 2481 km
Het is nog vroeg, zeven uur. We ontbijten en pakken in. We kijken omhoog... ingepakt door blauwgrijze reuzen waar we overheen moeten om verder te komen. We zijn stil... Zwijgend laten we de camping achter ons en verlaten Tarascon. Terug langs de rivier dalen we naar de afslag bij Bompas en gaan daar rechtsaf, de oude D20 op.
"Hier gaat het beginnen."
"Yep."
"Over een paar kilometer."
"Pfff..."
"Pas na Arnave, hier nog niet."

Maar, het begint al veel eerder. We zijn nauwelijks een kilometer onderweg wanneer het al stevig omhoog gaat, richting Arnave en Cazenave. Onderweg stoppen we veel om op adem te komen. Omdat we zo slim geweest zijn om al om acht uur van de camping te vertrekken valt het met de temperatuur nog wel mee.
Het stuk tussen Cazenave en Bestiac is wel goed te fietsen. Heerlijk relaxed trappen we omhoog en we hebben er prima weer bij. Maar toch beklemt het 'stilte voor de storm' gevoel ons een beetje. Dit, vandaag, is immers pas het begin. Er wachten ons deze week nog een paar verschrikkelijke dagen. We moeten er nu nog maar niet aan denken en het is beter dat we genieten van de adembenemende uitzichten.
Na Bestica gaat de weg weer omhoog. De klim heeft hier een lengte van ongeveer vier kilometer maar is opnieuw goed te doen. Onze spieren zijn warmgefietst.
Vlak voor de Corniches, waar de D2 doorgaat naar de Col de Marmare slaan we rechtsaf, de D44 op. Op de Marmare komen we morgen, via Sorgeat. De route van vandaag loopt via Ax. De D44 is een oude weg met een slecht wegdek die uiteindelijk vlak voor Ax les Thermes op de N20 aansluit. Onze ochtendetappe zit er dan op en we trakteren onszelf tijdens de lunch op een flink bord koolhydraten met Bolognese-saus.

"Eigenlijk viel het best wel mee, vind je niet?"
"Nou, het ergste stuk moet nog komen hoor... we moeten nog hoger."
"Hoeveel hoger?"
"Je mag zelf kiezen... We kunnen hiervandaan via Ascou naar de Port de Pailhères rijden, die is 2001 meter hoog. Maar we kunnen ook via de Col de Chioula en de Col de Marmare naar Belcaire fietsen."
"Hoe hoog zijn die?"
"Ongeveer 1400 meter."
"En zijn die net zo mooi?"
"Dat weet ik niet, ik ben er nog nooit geweest... het is voor mij ook de eerste keer."
"Nou, wat mij betreft kiezen we dan maar voor die twee lage bergjes."

Wanneer we het restaurant verlaten is het inmiddels flink warm geworden. De hitte van het asfalt kringelt in onzichtbare rook omhoog. De grote rotonde in Ax nemen we voor drie kwart en slaan de weg in die naar Sorgeat voert.
Meteen is het raak. Al na tweehonderd meter moeten we afstappen om in de schaduw van een boom bij te hijgen. Het zweet gutst van onze lichamen. Na een paar minuten gaan we weer verder. Om even later weer te stoppen... en even later weer opnieuw. Langzaam ploeteren we verder, kruipen we de berg op. Lus na lus, bocht na bocht. Van schaduw naar schaduw. Ieder stukje is niet langer dan 400 meter. Voor ons gevoel verliezen we liters vocht. Het valt in sissende druppels op het asfalt.
Uitgeput komen we uiteindelijk in Sorgeat en ploffen er neer op de stoep van een epicerie die op dat moment nog gesloten is.
"Het gaat vandaag tot hier en niet verder... ik doe geen trap meer... ik ben kapot."
"Je hoeft vandaag ook niet verder..."
"En morgen?"
"Morgen is morgen. Morgen ben je weer fris."
"Ik ga dood..."
"Welnee..."

Dick en Els

Onderweg naar Sorgeat Brem

Dick en Els
la tienda de cosas electro domestica in La Seu d'Urgell... heel erg vijftiger jaren net zoals de markt in hetzelfde stadje


23-06-1998 onderweg naar La Pobla de Segur 143 km 2761 km
We eten een ontbijtje op het terras van de camping in Sailagouse. Relaxed... Voor vandaag hoeven we niets te vrezen. Voorlopig is het zware werk gedaan. We zijn op het dak van de Pyreneeën en ons reisdoel van vandaag, Montferrer de Segre, lig op een hoogte van 500 meter.dat is 1200 meter lager dan war we nu zitten. Vandaag wacht ons maar één kleine beklimming, de Col de Llous. Daarna kunnen we de rest van de dag de benen stilhouden... dalen!
We pakken in en hangen de tassen aan de fietsen. Dan nemen we afscheid en gaan op weg. Het paadje af, licht omhoog naar het dorp. We slaan er nog wat fruit in, voor onderweg, en dan gaan we door... linksaf... in de richting Bourg-Madame.
De beklimming is een koekie... iets zwaarder dan 'vals plat'... zonder te stoppen rijden we omhoog. Vandaar dalen we naar Bourg-Madame waar we de grens met Spanje passeren. Sinds de grenzen in Europa verdwenen zijn is zo'n overgang verworden tot een non-event. Uit onze jeugd kunnen we nog wel herinneren dat het naderen van een 'echte' grensovergang toch wel een beetje spannend was... en toch altijd opgelucht wanneer deze gepasseerd was. Sinds 1992 is de spanning en romantiek verdwenen. Er wordt niet meer gesmokkeld.
In het vervallen kantoortje zitten een paar oude douaniers verveeld naar buiten te staren. Ze gunnen ons geen enkele blik.
Dertig meter verderop stappen we even van onze fietsen. We staan midden op de brug in het stukje niemandsland tussen de twee grenshokjes. Dat is blijkbaar vreemd genoeg om de aandacht te trekken van de Franse beambten. Twee van hen komen naar buiten en manen ons door te rijden. De oudste van de twee probeert er zo boos mogelijk bij te kijken.
"Avez-vous quelque chose a déclarer?"
"Mais non, rien du tout".

Uit een achtertas vis ik een fototoestel en dan klaart z'n gezicht op...
"Ah, mais oui... c'est pour une photo..."
"Oui monsieur... c'est possible vous prendre une photo de nous avec le tableau?"
"Bien sur"

Tot drie keer toe moet ik terug, uit de pose, om het grijze knopje aan te wijzen als zijnde waar gedrukt op dient te worden. De twee knopjes ernaast zijn voor in- en uitzoomen. Dan, met de derde poging lukt het... de flits lucht op.
Twintig meter verder passeren we het Spaanse hokje waar op dat moment niemand aanwezig is. We zijn in het derde land van onze reis.
Tot in La Seu d'Urgell dalen we. Het landschap is bekend maar toch is het anders. We beleven het anders. Tien kilometer voor La Seu d'Urgell, tijdens een colastop ontmoeten we Patrick, een Franse randonneur die een 'Tour de Pyrenees' doet. Iets wat meer Franse wielrenners schijnen te doen. Meestal alleen, maar ook met twee of meer. Een paar dagen eerder, bij Sorgeat hebben we ook al een paar fietsers ontmoet die hetzelfde voor hadden. De 'Tour de Pyrenees' is een initiatief van de FFTC, de Féderation Française Touriste de Cyclisme. Een soort ENFB dus. In de Pyreneeën heeft deze organisatie een route uitgezet die zowel langs de Spaanse als door de Franse zijde van de Pyreneeën over in totaal 27 cols voert. De route loopt van oost naar west en weer terug. Van Perpignan tot Hendaye. Samen met Patrick rijden we naar het centrum van La Seu en drinken we er op een terrasje Coca-Cola en pils.
Het is nog pas rond het middaguur maar al heel erg warm en dus doen we het rustig aan. De camping die we in een gids hebben uitgekozen ligt aan de weg in Montferrèr de Sègre, vier kilometer buiten La Seu. We rijden de oprijlaan op en keren bij de receptie meteen weer om.
Terug bij de weg stoppen we even...
"Wat wil jij?"
"Ja, híer wil ik in ieder geval niet staan..."
"Ja, dat begrijp ik... maar wat wil je dan?"
"Geen idee... heb jij een idee?"
"Niet echt... we hebben ook geen kaart op dit moment..."
"Waarom niet?"
"Omdat ik die hele stapel kaarten voor Spanje en Portugal naar Jordi en Montsé heb gestuurd en vergeten ben om die éne pagina die we vandaag nodig hebben eruit te halen. Daarom... We zijn zojuist van de kaart gereden".
"Dus morgen hebben we óók geen kaart?"
"Nee, morgen ook niet".
"Oh... maar wat doen we dan nu? Het is mij te heet hier".
"Laten we eerst iets gaan eten en het warmste gedeelte van de dag laten passeren. Tijdens het eten kunnen we op ons gemak uitzoeken waar de eerstvolgende camping ligt. We kunnen ook wild gaan staan vannacht... het maakt me niet uit. Maar éérst iets eten".

Een paar honderd meter verderop zetten we onze fietsen in de schaduw onder een afdakje naast Restaurant 'La Borda'. In de toiletten frissen we ons op. Het restaurant op de eerste verdieping zit helemaal vol. Obers lopen af en aan. Rechts achterin, naast de bar, staat een enorme grill waar een kok druk in de weer is met vlees en kip, paprika's en aubergines. Het ruikt er fantastisch. Ongevraagd wordt een grote karaf wijn op ons tafeltje gezet en nog geen minuut later een schaal met pan-tomates, geroosterde stukken brood met tomaten, olijfolie en verse knoflook. Het is er vol, druk en gezellig.
"Wat doen we?"
"Laten we er maar een feestje van maken, vind je niet? We zitten hier nu toch".

We bestellen gegrilde kip en een salade en overleggen. Het probleem is dat we geen landkaart meer hebben en we dus niet weten wat ons verderop te wachten staat. Niet wat de hoogteverschillen zijn of waar deze precies komen en ook niet in welke dorpen op weg naar La Pobla nog campings zijn. Het is van Montferrèr de Sègre naar La Pobla ongeveer 80 kilometer over de N260. In Sort, 30 kilometer voor La Pobla, zijn een paar campings en ook langs de weg tussen Sort en La Pobla... daar zijn er genoeg. In Geri de la Sal bijvoorbeeld. Maar dan zijn we al bijna in La Pobla... Het is dus maximaal 50 kilometer fietsen tot het volgende veldje waar we kunnen slapen. Het is rond tien uur donker... wanneer we hier rond vier uur weg gaan dan hebben we zes uur om die vijftig kilometer te overbruggen... minder dan tien kilometer per uur... een koekie dus!
Bovendien... in de laatste twintig kilometer vanochtend, tijdens die afdaling, zijn we nogal wat campings gepasseerd. Op het stuk van hier naar Sort, die vijftig kilometer, zal er toch op z'n minst wel ééntje zijn?
We heffen het glas en besluiten om verder te fietsen. We doen alvast een stukje van de rit van morgen en op de eerstvolgende camping die we leuk vinden prikken we de tent neer.
Aan de tafeltjes naast ons eet vrijwel iedereen slakken. Deze worden opgediend op een vierkant bakplaatje van ongeveer twintig bij twintig centimeter. Niet zes stuks... maar vijftig, zestig stuks per portie... bruisend en pruttelend in de knoflook... Scargols. Het ziet er schitterend uit en ruikt verrukkelijk. Door de manier waarop het echtpaar naast ons ze eten heb krijg ik spijt van de kip. Met hun vingers nemen ze de slakken uit het pannetje, likken de huisjes aan de buitenkant schoon en slurpen ze vervolgens leeg. Intussen kijken ze elkaar strak aan... af en toe diep zuchtend. We zijn in Spanje.
Onze kip blijkt even later ook geen foute keuze. Wanneer de ober later het kerkhof komt afruimen en informeert naar onze welstand complimenteren we hem met het welgemeende "lekker kippie... vette bek!"

Vroeger dan verwacht zitten we weer op de fiets. Een beetje overmoedig door de twee flessen wijn waarmee we de kip hebben weggespoeld. Na een kilometer of vijf, bij Adrall, slaan we linksaf naar Sort. Even nog blijft het redelijk vlak maar dan gaat de weg omhoog en na anderhalve kilometer realiseren we ons dat we aan een verschrikkelijke klim begonnen zijn. De weg die voor ons ligt gaat alleen maar omhoog en zover we kunnen kijken zien we de weg hoger en steeds hoger tegen de bergen omhoog krullen. Het is nog steeds warm, heel erg warm. Het is het heetste gedeelte van de dag. Het zweet gutst van onze lijven. Net als in de sauna. Na twee kilometer ploeteren komen we in een dorpje. Er zitten drie vrouwen te kletsen. Het is een plaatje van een foto maar ik ben er niet voor in de stemming. Op onze vraag waar de eerstvolgende camping is beginnen ze alle drie tandeloos te lachen: In Sort, 45 kilometer verderop. Daarna proberen we er met handen en voeten achter te komen hoe de beklimming waar we mee bezig zijn verder verloopt... Nou, die is heel zwaar volgens de dames. Zeker op de fiets. Volgens hen is het zo: Vier kilometer zwaar klimmen, dan nog drie of vier een heel klein beetje klimmen en daarna vier kilometer iets meer klimmen. Twaalf kilometer dus. Om er zeker van te zijn dat we het goed begrepen hebben herhaal ik het nog eens terwijl ik er de stijgingspercentages met schuine armgebaren bij illustreer. Er wordt geknikt en van "si si" gedaan. Twaalf kilometer klimmen dus. En daarna een heel lange afdaling naar Sort, waar wel vijf campings zijn. We vragen het opnieuw en tekenen het klimschema met een stokje na op de grond. "Si, si" klinkt het opnieuw. Daarna overleggen we even. In het ergste geval zullen we dus rond zeven uur in Sort zijn. We keren niet om en gaan door. Maar het is verschrikkelijk. Na een kilometer moet Els van de fiets. Terwijl het zweet in stralen van mijn lijf gutst laat ik haar achter om in mijn eigen tempo verder te gaan. Het is nog nooit zo zwaar geweest. Na drie kilometer realiseer ik me dat ik al het eten draag en Els dus niets bij zich heeft. Omdat ik door wil gaan en niet wil wachten leg ik een banaan voor haar op de weg waarop ik schrijf dat ik trots op haar ben dat ze al zo hoog gekomen is.
Na vier kilometer wordt het inderdaad vlakker en wacht ik Els op. Die komt in een deplorabele toestand aangefietst. Half huilend en in paniek maakt ze duidelijk dat ik haar niet meer alleen mag laten. Ik beloof het en we gaan even later weer verder. Volgens de vrouwen moet het ergste nu voorbij zijn. Drie kilometer daarna begint het weer wat te stijgen. Het verhaal lijkt inderdaad te kloppen. We zijn begonnen aan de laatste vier kilometer. Maar het wordt al snel weer net zo zwaar als in het eerste gedeelte van de klim en wanneer we omhoog kijken en de lijnen van de weg langs de flanken omhoog zien gaan worden we een beetje bezorgd. Er lijkt geen einde aan te komen. Wat voor ons ligt is veel langer dan drie kilometer.
Zes kilometer verderop gebeurt er iets vreemds. We worden ingehaald door een langlaufer. In deze temperaturen ziet het er belachelijk uit om iemand op ski's deze berg op te zien gaan. Bij nader inzien blijkt dat er, net als bij de 'skaters' en 'skeelers' die we uit Nederland kennen, wieltjes onder zijn ski's gemonteerd zijn. 'Ski-lers' dus. Terwijl we proberen ons aan te passen aan zijn snelheid raken we in gesprek. De jongen blijkt een lid van het Spaanse langlaufteam dat hier op een zomertrainingskamp is. "I am from the Spanish Olympic Team" klinkt het trots. Een Volkswagenbusje passeert ons. De man achter het stuur, ongetwijfeld de trainer, kijkt ons boos aan en maant zijn pupil met enkele krachttermen tot inspanning. Terwijl hij van ons wegrijdt vragen we de jongen hoe het er uit verderop ziet, wat ons in de beklimming nog te wachten staat... Nat van het zweet schreeuwt hij achterom:
"Eight kilometers steep climb... No, I mistake... three kilometers steep climb to good view... then five kilometer normal climb... then one kilometer very heavy climb to summit"
Els krijgt tranen in haar ogen. Ik val in een zwart gat en kan even niets meer... Wanneer Els vraagt wanneer we dan in Sort zullen arriveren haal ik m'n schouders op. Ik ben zo verdoofd dat ik niet uitrekenen kan hoeveel tijd ons dit gaat kosten.
We rijden maar door, langzaam en we praten niet meer. We hopen dat de jongen ons een beetje voor de gek heeft gehouden. Maar nee, de beklimming gaat maar door en drie kilometer verderop komen we inderdaad bij een schitterend panorama. We rusten er even uit. Het is jammer dat het iets heiig is zodat we geen foto's kunnen maken. Wanneer we het toch doen zou het resultaat teleurstellend zijn.
"Hoe laat is het eigenlijk?"
"Kwart over zeven al..."
"Dan moeten we opschieten".
"Ja".

Els is erg moe. Ik heb medelijden met haar.
Wanneer we opstappen komt ons een rood kampeerbusje achterop. Een Nederlands kenteken. We ontmoeten Ina en Geert Jurgens uit Gouda, en maken daar nog een kort praatje mee. Dan gaan we weer op weg.
Het stuk vals plat naar het laatste stukje nemen we in rap tempo. Het valt wel mee na het stuk wat we al achter de rug hebben. De laatste klim is niet één maar tweeënhalve kilometer en lastig!
Na nog een half uurtje stoempen en zweten staan we er dan: El Puerto del Canto! Gehaald! We maken snel een foto en dan gaan de jasjes aan voor de 22 kilometer afdaling naar Sort.
In vliegende vaart laten we ons naar beneden suizen. We halen snelheden van zestig, vijfenzestig kilometer per uur. Een schitterende afdaling! Na 32 minuten komen we in Sort.
Het is negen uur en we zijn op zoek naar een camping. We zien zo snel geen bordje dat naar een camping verwijst maar op de kruising staat wel een ander bord: La Pobla de Segur 28... Wanneer we er even naar staren hoor ik Els zeggen: "Nou, als het zo zit, achtentwintig kilometer, dan rijd ik nu net zo lief door. Wanneer we een beetje ons best doen zijn we net voor donker bij Jordi en Montsé!"
Ik kijk haar verdwaasd aan... We beginnen meteen. Het grote blad gaat er op en vervolgens stoempen, stoempen, stoempen. In de schemer, om kwart over tien, rijden we het parkeerterreintje voor het restaurant van de camping op! Ze zijn stomverbaasd. Wat een ontvangst! Luis gaat helemaal uit z'n dak!
Ook ontmoeten we er Ina en Geert weer die we drie uur eerder het adres van deze camping hebben gegeven. Ze zijn werkelijk stomverbaasd dat we hier zijn. Logisch natuurlijk want zij hebben met de auto veel langer over de afdaling gedaan dan wij. Het is 23 juni, de naamdag van San Juan. Het is het begin van de zomer dat hier overal met vreugdevuren en vuurwerk gevierd wordt! We zetten snel onze tent op en keren daarna terug naar het terras. Dit wordt, nee, dit ìs een heel leuke avond en we blijven hier nog een hele week!

Dick en Els
El Puerto del Canto! Gehaald! Blauwe kevertjes en hagedisjes

Dick en Els
Verkoeling in het zwembad en de rivier
Niet zes stuks... maar vijftig, zestig stuks per portie...
... bruisend en pruttelend in de knoflook opgediend op een vierkant bakplaatje van ongeveer twintig bij twintig centimeter. Scargols.

Van La Pobla de Segur naar...

Vanuit La Pobla steken we de Pyreneeën over. Niet in de breedte, maar in de lengte. In Roncesvalles gaan we beginnen aan de pelgrimsweg naar Santiago de Compostella. dat lijkt ons leuk. Nu zijn er, vanuit de Pyreneeën, twee aanlooproutes naar de camino. om nu niet later het gezeur te krijgen dat we niet de 'echte' route gerden hebben rijden we vanuit Punta de Reina terug naar Port de Somport om daar opnieuw aan de Camino te beginnen. Geen half werk. Daar houden we niet van.