Spekpannenkoeken en poffertjes

Spekpannekoeken


Ingrediënten:

  • 3 eieren
  • 200 gram bloem
  • ruim 1⁄4 liter melk
  • een beetje zout
  • 100 gram gerookt doorregen spek
  • margarine (voor het bakken).

Bereidingswijze:
Voor het beslag de eieren met de bloem en melk en een beetje zout in een kom doen en snel met een garde kloppen. Er moet maar weinig zout in gedaan worden, want de spek bevat van zichzelf al genoeg zout. Nu het spek van de zwoerd ontdoen en in heel dunne plakjes snijden. In een koekpan de spek even goudbruin laten baken. Uit de pan nemen. Steeds een vierde deel van de aangebakken spek weer in de pan doen, daarbij een beetje spekvet en een beetje margarine. Heet laten worden, dan het beslag in porties in de pan doen. Op niet te hoog vuur goudgele spekpannenkoeken bakken. U kunt ook de gesneden spek uitbakken en dan de brosse plakjes nog wat kleiner maken en door het beslag roeren. Daarna op de bovenstaande manier bakken.



Poffertjes


Ingrediënten:
  • 125 gram bloem
  • 125 gram boekweitmeel
  • 1 ei
  • 250 ml melk
  • plm. 250 ml water
  • 15 gram verse gist (1 zakje droge gist)
  • 50 gram gesmolten boter
  • zout (als boter ongezouten is)

Bereiding:
Om poffertjes te bakken heb je een speciale poffertjespan nodig, een pan met kuiltjes erin met een doorsnede van ongeveer 3 cm. Eventueel kunnen ze ook in een deense 'aebleskiver'pan gebakken worden of in een electrisch doughnutijzer ('donutfactory'). Verder zag ik in een aziatische winkel eens een pan uit Thailand die je er ook voor zou kunnen gebruiken. alhoewel de
kuiltjes wat groter waren. Mochten mensen waar ook ter wereld nog andere alternatieven tegenkomen, laat het weten.

Los de gist op in 3 eetlepels lauwe melk. Meng het bloem met het boekweitmeel. Maak een glad beslag (hoe dat moet zie je bij de pannekoeken) van het meel, de gist, de melk en het water (het beslag moet niet makkelijk van de lepel lopen, maar mag ook niet te dun zijn, pas de hoeveelheid water hieraan aan). Roer dan het zout, de gesmolten boter en het losgeklopte ei erdoor. Het beslag moet lauwwarm zijn. Laat het beslag, afgedekt met een vochtige theedoek, een half uur rijzen op een warme plaats (bij de verwarming, in de zon of in een oven die op 50o C staat). Verhit de met boter ingevette poffertjespan op de hoogste stand. Giet vlug in elk kuiltje een beetje beslag. Dit gaat het gemakkelijkste in een knijpfles met een niet al te klein gat of een kannetje. Keer als de bovenkant droog is de poffertjes om met een vork of satestokje. Ze moeten aan beide kanten bruin gebakken worden.
De poffertjes eet je heet, met een klont boter en een dikke laag poedersuiker erover (een paar druppeltjes likeur maken het helemaal lekker).